Onderweg in Amerika (3)

Tussen Detroit en Salt Lake City


● 
Pick-ups van alle leeftijden
●  Klassiekers en oud roest
●  Restauratie als hobby/business
●  Variaties op het thema camper
●  Ode aan Stanley
● 
Ford Bronco    

 
mei en juni 2022
 

  


Nieuwe bijzondere ontmoetingen 
 

Opnieuw reisden we door de Verenigde Staten, net als in 2018 en 2019. Dit keer vijf weken, beginnend in Detroit en eindigend in Salt Lake City. Op het programma stonden onder meer verscheidene nationale parken met ongekende natuurschoon, een kennismaking met wereldstad Chicago, bezoeken aan maar liefst acht automusea en één -fabriek, een nadere kennismaking met de historie van Buffalo Bill en bekijken van beroemde en onbekende kunstwerken in uiterst verzorgde musea.
Onderweg kom je dan af en toe auto's tegen die de aandacht trekken. Hieronder een impressie van die opmerkelijke modellen. De buitenproportionele SUV’s en pick-ups niet meegerekend, want die zijn daar net zo gewoon als een Golf of Fiesta bij ons.     

 


Pick-ups van alle leeftijden
Al decennia omarmen Amerikanen de pick-up als het handigste vervoermiddel buiten de grote steden. Je ziet ze in alle soorten en maten, van nieuw tot behoorlijk oud. Als het nog rijdt, waarom zou je er dan afstand van doen? De Amerikaanse merken Ford, Chevrolet, GMC en RAM zijn van oudsher sterk vertegenwoordigd, maar de Japanners en Koreanen blazen tegenwoordig hun partijtje mee. De moderne modellen hebben veelal een dubbele cabine. Oude pick-ups kennen inmiddels ook een vriendenkring, waarbij ze - net als bij de personenauto’s - soms bij de tijd zijn gebracht. Af en toe zijn het ook (al dan niet rijdende) reclamezuilen.
 

Een Dodge uit de jaren vijftig (nog gewoon in gebruik) met daarachter een verre opvolger, de RAM.

Met zo'n oude Chevrolet in een mooi bloemperkje trek je als bedrijf wel aandacht.

Onverwoestbaar: een Ford pick-up van rond 1950.

Een Chevrolet Apache Fleetside, met op de achtergrond een moderne nakomeling.

De wagen is verlaagd en gemoderniseerd, al doet het uiterlijk anders denken.

 

Even naar binnen gluren.

Deze Chevrolet Apache van 1958 ziet er een stuk beter uit.

Aangetroffen in Jackson (Wyoming). 

Een paar generaties Ford bij elkaar.

Dit type Ford F100 werd tussen 1967 en 1972 gemaakt.

Een F150 Custom van de generatie erna, van medio jaren zeventig.

Zo'n Ford kan jaren mee en is nog te goed om weg te doen.

Een oudere Chevrolet voor dagelijks gebruik: een alledaags beeld in de Amerikaanse straten, zoals in Chicago.

Je rijdt er net zo lang mee door tot het echt niet meer gaat (en hij uit elkaar valt).

Moderne pick-ups van Chevrolet en Ford.

Een moderne Toyota Tundra. Weggewerkte deurkrukken en een klein raam suggereren een 1,5-cabine.

Een pick-up hoeft geen saaie vierkante bak te zijn, bewijst de Hyundai Santa Cruz.

Een alternatief voor de 'traditionele' pick-ups: Jeep Gladiator.

De elektrische Hummer Pick-up, opvolger van de benzineslurpers?


Klassiekers en oud roest

Bij een reis door zo’n groot land, kom je met enige regelmaat auto’s uit vroegere tijden tegen. In de plattelandsstaten zijn het vooral gebruiksartikelen. Bij veel huizen en boerderijen zie je half of bijna geheel vergane, ooit achtergelaten sedans en pick-ups. Het werkwoord opruimen schijnt in sommige streken niet te bestaan. Af en toe staan er typen bij die opgeknapt nog best de moeite waarde zouden zijn, maar meestal is aan de ondergang niet meer te ontkomen.
Daarnaast zijn er liefhebbers die een oude auto als hobby hebben en ermee op pad gaan. De oudjes worden goed verzorgd, al dan niet technisch aangepast aan de eisen van deze tijd.
 

's Avonds even toeren en showen in Mainstreet van Rapid City.

Bij het binnenrijden van Rapid City zien we in de verte nog een enthousiasteling met zijn klassieke auto.

Een Plymouth Savoy van eind jaren vijftig bij de hete bronnen van Hot Spring Statepark.

De wagen heeft een minstens zo karakteristieke caravan.

De staartvinnen nog eens duidelijk naar voren gebracht. 

Je gaat met de camper met vakantie, maar wilt wel je klassieker meenemen. Dat kan!

Twee dagen nadat we de combinatie zagen in Wall, troffen we alleen de auto bij Devils Tower. 

De Dodge Dart Swinger is van 1971.

Een Mercury Cougar in het karakteristieke westernstadje Deadwood.

Kenmerkend mode-element van die tijd: wegklapbare koplampen.

In de hoofdstraat van Deadwood zien we deze oude Dodge.

Zelfkennis en humor kan de bezitter niet worden ontzegd.

Het stadje is een prima decor voor deze auto. 

Op zondag rijd je in het dorp Ten Sleep (Wyoming) met je Ford Thunderbird langs het 'Drive Thru'-restaurant.

De achting voor de fotograaf steeg toen hij er direct een 1957-er in herkende...

Een Pontiac Grand Am, eveneens in Ten Sleep.

De auto ziet er perfect uit. Echt van een liefhebber.

Het vinyldak van deze Buick LeSabre 1973 in Jackson heeft de tijd minder goed doorstaan dan de rest van de auto.

Dit exemplaar in Detroit ziet er beter uit. Jammer van die niet bij 1973 passende wielen.

Onderweg gespot: chiquere modellen van weleer: Lincoln. 

Deze Chevrolet Malibu heeft ook betere tijden gekend. 

Een klassieker als onderdeel van een verhuizing. De Ford Mustang was volgepakt met verhuisdozen. 

Onder een dikke laag stof weggestopt in een chique wijk van Dearborn: American Motors Ambassador.

Even verderop in dezelfde wijk, een Chevrolet Caprice Classis, nog bijna als nieuw, maar toch zo'n 30 jaar oud.

En weer een paar straten verder: Cadillac Sedan de Ville van begin deze eeuw met een half vinyl dak.

Een afgedankte Lincoln is een lijk van een lijkwagen.

Niet zo'n heel zeldzaam beeld in Amerika: wrakken langs de kant van de weg.

De aandacht wordt getrokken door een Studebaker Lark: die zie je niet zo heel vaak.

Deze pick-up is een Studebaker. Of liever: wás ooit een Studebaker.

Minstens zo bijzonder: een trio overblijfselen van een Willys Aero uit 1952/1953.

De fabrikant zou na dit model stoppen met de personenwagenproductie.

De opvallende W maakt meteen duidelijk over welk merk je het hebt.

De Lark. Opgeknapt zou het een bijzondere klassieker zijn.

Een pand van een oude Ford-dealer in Sheridan, verlaten en verwaarloosd.

Volgens het bord is het gebouw te koop. Wie zou interesse kunnen hebben?

De auto's van toen zijn gewoon achtergebleven. Niemand die ze opruimt.
 

Een zaak in auto’s
Superior autobedrijf in Buffalo, Wyoming. Een naam zegt niet altijd alles. Vlak bij ons hotel is een bedrijf dat dingen met auto’s doet. Wat precies blijft onduidelijk, maar denk aan onderhoud, reparatie, verhuur en verkoop. Op het erf staat een allegaartje aan oud ijzer, van een oude Willys Jeep zonder motor tot een Amerikaanse Ford Escort Estate en van een oude pick-up tot een bejaarde Corvette. Ik vraag me af of iemand nog interesse zou kunnen hebben in een vierdeurs Chrysler of Chevrolet Station Wagon van de jaren zeventig en tachtig, gedeukt en beschadigd. Wie zal het zeggen? Als ik kijkend rondloop, komen twee klanten uit het kantoor. Type ruwe bolster, blanke pit. Cowboyhoed, sikje, een half gebit en dat nog in slechte staat. Ze stappen in hun pick-up en vragen of ik misschien wat zoek, dan kunnen ze helpen. De cabine ligt bezaaid met allerlei onderdelen en gereedschap. Het loshangend doek van de hemelbekleding fladdert in de wind. Het gesprek komt - uiteraard - op oude auto’s en wat hier staat. Ze wijzen op een Mustang, maar ik leg uit de Escort interessanter te vinden. Ja, dat is echt een klein autootje uit de oude doos. Een van de twee heeft meer met oude vliegtuigen, vertelt hij. Er komt een uitgebreid verhaal over de inzet bij brandbestrijding als ik vertel over het kleine vliegtuigmuseum dat we gisteren onderweg bezochten. Opnieuw een mooie ontmoeting. Als ze wegrijden, zwaaien ze me na.
 

De dienstwagen van Superior is niet van recente datum.

Een Chevrolet Chevelle Station Wagon, met enige schade...

Twee iconen van de Amerikaanse auto-industrie: een Corvette en Ford pick-up.

Zou er nog iemand interesse hebben in een oude Chrysler met afgebladderd dak?

Een Willys Jeep zonder voorkant en motor en met zelf geknutselde cabine.

De Amerikaanse variant van de Ford Escort is heel anders dan de auto die wij kennen met die naam.

Naar verhouding ziet deze oude Chrysler er piekfijn uit...
 

Eten bij de geroeste trucks
Als je in Riverton (Wyoming) bent, op zoek naar een eetgelegenheid en een zaak met de naam Rusty Truck dient zich aan, dan is de keuze niet moeilijk. Voor het gebouw liggen twee roestige overblijfselen van oude Chevrolet-trucks, voor de deur staat een nog veel oudere Ford. Binnen zien gasten naast de deur een benzinepomp. Er hangt een oude deur en voorbumper aan de muur, alsmede enkele kunstzinnige uitingen rond het thema. Het menu? Een uitstekende burger met gekronkelde friet en een grote kartonnen beker cola.  
 

De roestige vrachtwagen biedt de hongerige toerist uitkomst.

Zo krijg je wél aandacht!

Kiezen bij de Ford TT: ga je voor alleen een drankje of voor eten.

Speelse elementen die verwijzen naar het karakter van de horecagelegenheid.

Aan de muur toepasselijke, toegepaste kunst.


Shag's Rods & Classics
We rijden in Hot Springs, South Dakota. Langs de weg staan voor een garagebedrijf een oude Chevrolet met daarnaast een Hot Rod. Beide puntgaaf. We stoppen en kijken even rond. Prompt worden we door de vrouw van het bedrijf hartelijk uitgenodigd ook even binnen te kijken. Trek je niets aan van de hond, zegt ze geruststellend. Het is een logeetje dat zijn draai bij de tijdelijke baasjes nog niet kan vinden. Binnen staan nog drie klassiekers. Op de brug een fraaie rood met witte Ford Galaxie 500 Convertible. Ze roept haar man erbij. Jerry Shagla is bezig in een werkplaats achter het pand. We raken in gesprek met het echtpaar. Het zijn liefhebbers. Feitelijk is het opknappen en weer verkopen van klassiekers een hobby. Het is leuk als het wat opbrengt, maar noodzakelijk lijkt het niet. Ze hebben een grote ranch en een tweede huis in Las Vegas. Geen armlastige mensen dus. De Ford is het trotse bezit van de vrouw, de Chevrolet voor de deur is van hun zoon. Jerry nodigt ons uit mee naar achteren te gaan en zijn werkplaats te bekijken. Het plastic over een gemodificeerde Packard wordt weggetrokken. Op het terrein staan nog een paar auto’s en twee opleggers. De deuren gaan open. Hij staat erop de inhoud te laten zien. Een Cadillac heeft hij onlangs bij een staatsveiling gekocht, nadat de eigenaar overleden was. Hij wil de auto rijklaar maken en verkopen. Aan restauratie begint hij niet. Het kapotte achterlicht kan hij sinds kort met een 3D-printer namaken. Een Ford Stationcar ziet er beter uit. Het is een tweedeurs, veel zeldzamer dan een vierdeurs, vertelt hij. Er staat nog eenzelfde Lincoln als binnen, maar nog in oorspronkelijke staat.
De korte stop loopt uit tot een half uur. We krijgen een visitekaartje mee. Je weet nooit of je nog iemand tegenkomt die interesse heeft, want hij verkoopt ook graag aan klanten in Europa. De koper moet wel de overtocht en de verzekering regelen. Daar begint hij niet aan.

 

Het bedrijf van Jerry Shagla is meer hobby dan een belangrijke inkomstenbron.

De aangepaste Chevrolet van 1955 is van de zoon.

Amerikanen houden hiervan: een opvallende Hot Rod, een van de specialiteiten van de onderneming.

Binnen staan een Ford Galaxie, Mercury en Lincoln.

Het is niet mijn smaak, maar de uitvoering van het werk is subliem.

Achter het bedrijf is nóg een werkplaats waar aan auto's wordt gewerkt.

Speciaal voor ons wordt het plastic over de aangepaste Packard weggehaald.

Een Lincoln vergelijkbaar met de auto in de showroom, maar nog niet aangepast en verbeterd.

Een Pontiac, voorraadauto voor een volgende klus.

De deuren van de trailers gaan open om onder meer de tweedeurs stationcar van Ford te showen.

De Pontiac is mooi opgeknapt. De Lincoln gaat Jerry verkopen zodra die rijklaar is.

Hier zit voor hem te veel werk in.

Een afbeelding van de Lincoln staat langs de weg en op het visitejaartje.



Rechtstreeks uit Japan
De technische dienst en de hoveniers van het Black Canyon Inn-recreatiepark in Estes Park maken gebruik van kleine, smalle bedrijfswagentjes. Het zijn Japanse kei-cars. Het Amerikaanse bedrijf Eaton Minitrucks importeert ze. Voor het voordeel hoef je het niet te doen. Voor een rond 20 jaar oud autootje betaal je nog tien- tot twaalfduizend dollar! Dan heb je ook nog het nadeel van rechts stuur. Maar misschien is dat in zo’n recreatiepark met smalle doorgangen wel een voordeel. Bijzonder is het in elk geval wel, zeker in Amerika als land van de grote auto's.

Bij het bezoek aan het park valt het kleine pick-upje van de hoveniersdienst op.

Het gaat om een Japanse Mitsubishi kei-car.

Ook de technische dienst heeft een kleine Mitsubishi, maar een bestelbusje.

De wagentjes zijn behoorlijk prijzig en hebben een rechts stuur.


Een eerbetoon aan Stanley
In het plaatselijke, kleine museum van Estes Park, aan de rand van Rocky Mountain National Park, staat een auto. Het is een Stanley Steamer EX Runabout van 1909, een tweecilinder van 10 pk die niettemin 65 mijl per uur kan halen, meer dan 100 km/u. Het is geen toeval dat juist deze auto hier staat. De plaats dankt een belangrijk deel van de ontwikkeling en welvaartsgroei aan ondernemer Freelan Oscar Stanley. Samen met zijn broer ontwikkelde hij de stoomwagen die hun naam droeg. Stanley was om gezondheidsredenen naar Estes Park gekomen. Hij was zwaar getroffen door tuberculose, maar knapte in het gebied goed op. Hij liet er eerst een huis bouwen voor zichzelf en zijn vrouw, waar hij iedere zomer naar toe ging. Daarna volgde een hotel, zodat zijn bekenden van de oostkust ook van de gezonde lucht konden genieten. Beide bestaan nog steeds en het woonhuis is sinds kort te bezichtigen. De rondleiding is aanbevelenswaardig. In het hotel schijnt, net als in het museum, ook een Stanley Steamer te staan. Bij de auto in het museum ligt een kopie van het toenmalige instructieboekje. Een stoomwagen aan de gang krijgen was meer werk dan een sleuteltje omdraaien.
Als eerbetoon aan Stanley maakte de plaatselijke bank een miniatuur-Stanley als relatiegeschenk.
 

Een Stanley Steamer in het plaatselijk museum van Esdes Park, met de uitleg erbij waarom.

Op de achtergrond, als decor voor de auto, is het plaatselijke Stanley-hotel geschilderd.

De ronde voorkant is karakteristiek voor het merk.

Het model EX is van 1909.

Relatiegeschenk van de plaatselijke bank: een verkleinde Stanley (circa 15 cm lang).


Bijzondere taxi
De meeste taxi’s zijn gebaseerd op gewone personenauto’s. In Chicago zagen we af en toe een afwijkend model. Later in Cody, Wyoming, nog zo één. Het gaat om een product van de Vehicle Production Group (VPC), gemaakt tussen 2011 en 2016 bij AM, de fabrikant uit South Bend die ook bekend is van de productie van de Hummer en Humvee. De taxi is geschikt voor rolstoelvervoer. De achterdeur kan 90 graden open. Elegant kun je het ontwerp bepaald niet noemen. De ramen zijn relatief klein, waardoor de auto plomp overkomt. Functie gaat hier duidelijk boven elegantie.
 

Taxi geschikt voor rolstoelvervoer in Chicago.

De wagen heeft relatief kleine ruiten.

Tussen 2011 en 2016 was de taxi in productie.

Fabrikant AM maakte de auto in opdracht van de de Vehicle Production Group.

De auto kan natuurlijk ook worden gebruikt voor vervoer van minder validen.

Terzijde: ook een niet alledaagse taxi in Chicago, gebaseerd op een Scion, een submerk van Toyota.
 

Kampeerwagens
Campers en Amerikaans toerisme horen bij elkaar als Laurel en Hardy. Het blijft een leuke sport om te bezien hoe dit in de praktijk wordt ingevuld. Ook hier geldt vaak: groot-groter-grootst. Met een campertje op basis van een busje als uitzondering. Kampeervilla's op wielen zijn geen zeldzaamheid, soms zelfs met een overmaatste pick-up als boodschappenautootje erachter. Hieronder een heel klein overzicht, van oud en hip tot luxe en decadent en alles wat daartussen zit.
 

Een losse opbouw op een pick-up of een vaste opbouw.

Wil je wat ruimte, dan moet het uit de lengte of de hoogte komen.

Een camper-oplegger met dubbele assen. Ze zijn er ook met drie assen.

Een Ford pick-up als trekauto en als trekker voor een oplegger.

Rijdende kastelen. En je haakt je - niet al te bescheiden pick-up - er gewoon achter.

Een klein boodschappenwagentje kan natuurlijk ook.

Voor de minder gemakkelijk toegankelijke gebieden: een Mercedes-Benz met vierwielaandrijving. 

Dit is echt nostalgie, met zo'n 'kleine' Chevrolet op pad.

Of met een Volkswagen T3. Behelpen natuurlijk, in zo'n minibusje...

Voor Amerika is dit pas echt primitief kamperen: met een vouwwagen. Gelukkig wel met airco! 

Met vakantie moeten wel de motor en de kano's mee. 

Winnebago is een bekende fabrikant, hier op basis van een Toyota pick-up.

Heb je niet genoeg aan je camper? Dan neem je ook je caravan mee!

Een omgebouwde schoolbus biedt veel ruimte...

Het is nergens voor nodig om je boot thuis te laten. Hang 'm er maar achter.

Deze raamloze Ford lijkt op een bestelwagen, maar is wel degelijk een camper. Alleen om te slapen waarschijnlijk.


T-Fords en een Corvette bij Buffalo Bill
In de hal van het Buffalo Bill Museum in de naar hem genoemde plaats Cody staat een Chevrolet Corvette. Niet als tentoonstellingsmodel, maar als prijs in een loterij. Een Amerikaanse manier van fondsenwerving om de exploitatie van het museum mogelijk te houden. Een lot kost 25 dollar, vijf voor 100 dollar, dertig voor 500. Het museum is het zeker waard, maar we hebben toch geen lotje(s) gekocht. Wat moet je met een Corvette die in Amerika staat?
In het museum zelf staan verscheidene vierwielers uit de tijd van Buffalo Bill: koetsen, zowel voor het gebruik tijdens de verovering van de prairies als later in het Nationaal Park Yellowstone. Plus twee T-Fords die een relatie hebben met het nabij gelegen park. De stationwagon bracht bezoekers naar hun accommodatie vanaf het station, het model uit 1915 verwijst naar het jaar dat het park voor autoverkeer werd geopend.
 

Een Chevrolet Corvette als prijs in een loterij.

Op deze manier hoopt het museum extra inkomsten te verkrijgen.

Een T-Ford uit 1915, het jaar dat Yellowstone met een auto bezocht mocht worden.

Met deze Station Wagen werden gasten naar hun parkaccommodatie gebracht.

Ford liet de koetswerkbouw van deze modellen over aan gespecialiseerde ondernemingen.

Koetsen uit de tijd dat de prairies werden 'veroverd'.

Een koets om bezoekers van Yellowstone rond te rijden.

Overal gekeken, maar een merkplaatje van de koetsenbouwer is nergens te vinden.


Brandweerwagen om vliegtuigen te wassen
De route gaat van Cody naar Buffalo. We zijn een uurtje onderweg als we links van de weg bij Greybull een aantal vliegtuigen zien staan. Het blijkt een klein vliegveld met daarbij een museumpje. Daar is een handjevol oude vliegtuigen bij elkaar gebracht, uit de Tweede Wereldoorlog of de jaren erna. Ze waren ooit van een klein particulier bedrijfje dat zich bezighield met brandbestrijding, onder meer in Yellowstone National Park. Dergelijke bedrijfjes kochten gebruikte militaire vliegtuigen die niet meer geschikt waren voor de krijgsmacht en bouwden ze om voor hun nieuwe taken. Een aantal jaar geleden is het bedrijfje gestopt. De toestellen zijn door liefhebbers overgenomen voor dit museum. Tussen de vliegtuigen staat een oude brandweerauto. Ook dat is een voorbeeld van hergebruik, want na een leven bij de brandweer werd het ding ingezet om de vliegtuigen schoon te spuiten. Op het terrein is verder een klein monument ingericht voor enkele vliegers die bij de brandbestrijding omkwamen.
 

 

Een oude brandweerwagen bij een klein vliegtuigmuseum.

Na een leven als brandweerauto is de wagen ingezet om de vliegtuigen schoon te maken.

Ooit waren het gevechtsvliegtuigen, daarna bestrijders van branden.


De Ford van beroemde Bob
We rijden Hulett binnen, een klein dorp aan Highway 24 in Wyoming. Rechts van de weg staat een karakteristiek huis dat zo voor een western gecast zou kunnen worden. Met grote letters staat er BOB's ANTIQUES - Fine Art. Als je spullen kwijt wilt: 'We buy old stuff', om het later weer te verkopen. Het scherpe oog ziet onder een afdak een A-Ford staan. Een goede reden even de auto aan de kant te zetten. De eigenaar haalt er net een bak olie onderuit. Kennelijk is de olie net ververst. Even later zien we hem wegrijden. Achteraf blijkt het te gaan om Bob Coronato, een man met enige bekendheid in dit deel van het land. Hij is onder meer kunstschilder, gespecialiseerd in taferelen die een relatie hebben met de wereld van cowboys en indianen. Met zijn Fordje laat hij ook anderszins het verleden herleven.
 

Antiquiteiten te koop. De Ford vermoedelijk niet.

Zojuist is de olie nog ververst.

Even later wordt het wagentje gestart en rijdt Bob Coronato ermee weg.

Een weinig spectaculaire A-Ford misschien, maar toch een mooi tafereel.


Bronco: geen eenheidsworst
In 2018 was dé auto van de reis de Ford Mustang. Overal in California kwam je ‘m tegen. Het werd een beetje het symbool van de reis. De leukste auto van de toer 2022 is de nieuwe Ford Bronco, een volstrekt subjectieve, persoonlijke keus. Het is een moderne, relatief kleine SUV die in vele variaties te koop is. De Sport met vast dak is mijn favoriet, hoewel zo’n softtop ook wel wat heeft. In het ontwerp zijn elementen opgenomen van de Bronco van vroeger. Het is onderscheidend ten opzichte van de Europees-Aziatische SUV-eenheidsworst. Ford heeft maar één probleem, vertelde de dealer in Riverton: de huidige levertijd bedraagt een jaar! Dat is voor Amerika ongekend. Het was gebruikelijk dat je naar de dealer ging en een auto uit voorraad uitzocht. Sinds de corona- en chipcrisis is dat niet meer aan de orde.
 

Ford Bronco Sport in Dearborn, voorstad van Detroit.

De Sport is voor Amerikaanse begrippen een compacte SUV. Sommigen noemen het zelfs klein.

De hoekige carrosserie is heel karakteristiek.

Een Broco Softtop bij dealer Fremont in Riverton.

Huidige levertijd: 1 jaar (!). Zo gek hebben ze het nog nooit meegemaakt in de VS.

Een variant met afneembare dakdelen. 

Publiciteitsfoto van de ruigere versie van de Bronco (foto: Ford).

De klassieke Bronco die de ontwerpers van het nieuwe model heeft geïnspireerd.

Een open versie van de oude Bronco, gesignaleerd in Chicago.

Een extreme Bronco, gezien in Estes Park.

En nog één, maar dan minder goed verzorgd, voor een hotel in Sheridan.


Een Fordje in de lobby 
Op een galerij in de lobby van het Hampton Inn-hotel in Chicago staat een auto, een Ford A van eind jaren twintig. Dat is niet zomaar. Het hotel is destijds gebouwd als het ‘clubhuis’ van de Chicago Motor Club, een vereniging van zo’n 70.000 liefhebbers die het nieuwe verschijnsel auto een warm hart toedroegen. Het gebouw werd in januari 1929 geopend en geldt als een van de fraaiste wolkenkrabbers in Art Deco-stijl. Het hotel maakt onderdeel uit van een architectuurrondleiding door de stad.
 

De stadsgids wees vooral op de Art Deco-elementen, ons oog viel meteen op de auto.


En nog meer bijzonderheden... 
Naast alle bovenstaande opmerkelijke auto's waren er nog talloze afwijkingen van het geijkte straatbeeld: auto’s die om een of andere reden opvallen tussen de alledaagse andere.

Een vrolijk beschilderde Ford-bus in Rapid City.

Voertuigen waarmee groepen toeristen door de bergen worden geleid.

Bij dit model hebben de carrosseriemakers zich laten inspireren door de Toyota Landcruiser.

Sommigen willen hun auto extra laten opvallen door het merk erop te zetten of een leuke kleur te kiezen.

De retro Ford Thunderbird van begin deze eeuw is nooit een doorslaand succes geworden en dus zie je er niet veel.

Bedrijfswagens die bij ons als Fiat worden verkocht, heten hier RAM.

Dergelijke toeristenbussen kom je op veel plaatsen tegen, zowel in grote steden als kleine toeristenstadjes. 

De postauto (links) is een bekende verschijning. Rechts een grotere, gemoderniseerde versie.

We zagen er heel wat onderweg: voertuigen voor in de bergen, zoals de Taiwanese Kymco en Amerikaanse Polaris.

Britse Land-Rovers zie je niet veel. Zeker niet in een door Chelsea aangepaste uitvoering.

Als je een witte Tesla te onopvallend vindt...

Je kiest voor een Europese auto, maar wilt toch laten zien een patriot te zijn.

In sommige kringen is er een voorkeur voor buitenlandse SUV's. Een BMW X5 en X7 voor een huis in Dearborn.

Geen spat Amerikaans, maar te bijzonder om eraan voorbij te gaan, deze Maserati MC20.

In Salt Lake City zagen we een grote, luxe Ferrari-dealer.

In de showroom een fraai klassiek model...

...naast moderne typen van het merk.

Een typisch Amerikaans beeld tot slot: een Peterbilt-truck die Coca-Cola komt bezorgen.

Die heeft al heel wat staten, regio's en plaatsen gezien.


Reisgenoten
Twee trouwe reisgenoten vergezelden ons. In de eerste periode van Detroit tot South Bend, een rode Toyota Camry van verhuurder Alamo. In de tweede een zilvergrijze Mitsubishi Outlander Sport van Avis. Ze brachten ons bij uiteenlopende bestemmingen.
Let op de benzineprijs: in het begin zo'n 4,5 dollar per gallon, omgerekend 1,20 euro per liter. In de loop van de weken steeg de prijs tot omgerekend 1,40 euro, voor de Amerikanen ongekend hoog. Diesel was nog duurder; cash betalen leverde voordeel op.  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

 

  Bekijk ook:

  

 

Studebaker in een hoge versnelling   
 
Het Studebaker National Museum in
South Bend neemt je mee door de historie van
dit ooit beroemde Amerikaanse automerk. 
 
 
mei 2022

 

Museumpark met verrassingen   
 
Meer dan 400 Amerikaanse auto's staan
in een serie automusea op één landgoed.
Op bezoek bij het Gilmore Car Museum.
 
 
mei 2022

 

Een oude fabriek vol oude auto's   
 
In het fabrieksgebouw waar vroeger de Cord L-29
in elkaar werd gezet, is nu een museum met
Amerikaanse auto's en bedrijfswagens gevestigd. 
 
 
mei 2022

 

Galerie met louter meesterwerken   
 
Het Auburn-Cord-Duesenberg Automobile Museum
is van ongekende grootsheid en is gevestigd in een
historische omgeving. Na 12 jaar gingen we weer kijken. 
 
 
mei 2022

 

Schatkamer van de voormalige wereldleider   
 
In het General Motors Heritage Center staan
zo'n 150 bijzondere auto's uit de historie van het
 concern. We kregen de kans te gaan kijken.
 
 
mei 2022

 

Geschiedenisles zoals Henry het wilde   
 
Na twaalf jaar brengen we opnieuw een
bezoek aan het Henry Ford Museum en
Greenfield Village in Dearborn. 
 
 
mei 2022

 

De kraamkamer van de T   
 
De voormalige fabriek van Ford aan Piquette
Avenue in Detroit is nu een museum. Hier werd
de T-Ford ontwikkeld en enkele jaren gebouwd.
 
 
mei 2022

 

Een onverwacht extraatje   
 
Bij een bezoek aan het Detroit Institute of Arts
blijkt dat er een kleine tijdelijke tentoonstelling is
over autodesign. Uiteraard gaan we even kijken.
 
 
mei 2022

 

Met een perfecte show ben je er niet   
 
Verslag van een bezichtiging van de beroemde
River Rouge-fabriek van Ford in Dearborn, waarbij
het beoogde effect niet helemaal werd bereikt.
 
 
mei 2022

 

Hang je hier aan de muur, dan tel je mee   
 
We bekeken de Automotive Hall of Fame
in Dearborn, een portrettengalerij van mensen
die er in de autowereld toe hebben gedaan.
 
 
mei 2022

 

Saab-bewonderaars overzee   
 
Een Amerikaans echtpaar verzamelde zowat alle
modellen van het Zweedse automerk Saab.
Sinds 2021 staan ze in hun eigen museum.
 
 
juni 2022

 

Onderweg in Amerika 2018 
 
Vier weken toeren door Amerika. Onderweg zie je dan af en
toe bijzonderheden die erom vragen op de foto gezet te
worden. Een klein beeldverslag van opmerkelijke auto's.
 
september / oktober 2018

 

Onderweg in Amerika 2019 
 
Na een toer door het westen van Amerika in 2018
bezoeken we de oostkust en treffen ook daar
onderweg soms bijzondere auto's.

augustus 2019