Museum Tullekensmolen
en de auto's van Andries Jans


Beekbergen / Apeldoorn (NL)



●  Ontmoeting met twee inspirerende liefhebbers
●  Ford A-museum
●  Bijzondere exemplaren
●  Restauratie klassieker Spyker
●  Unieke Veritas-collectie


juli 2021

  


Het werk is nooit af 
 

Twee mooie ontmoetingen op één dag. Twee enthousiaste mannen die voorbij de pensioengerechtigde leeftijd zijn blijven doorwerken. Een hobby als nieuwe onderneming. Met als resultaat een eigen museum met voornamelijk A-Fords en een fraaie collectie gerestaureerde auto’s, waaronder een klassieke Nederlandse Spyker. 
 


In Beekbergen, onder Apeldoorn, staat een watermolen van 1535. Ernaast is een tuincentrum. Sinds de zeventiende eeuw staat het pand bekend als de Tullekensmolen, genoemd naar de familie die toen eigenaar werd. Ooit was dit een papiermolen, in het begin van de twintigste eeuw omgebouwd tot wasserij. Het complex ziet er buitengewoon verzorgd uit. Dat was in 2008 wel anders. Na een kwart eeuw leegstand was het verpauperd. De transformatie kwam toen Nico Bredenoord het complex kocht en met de restauratie begon. Hij zag in het molenpand een mooi onderdak voor zijn collectie klassieke Fordjes. Het naastliggende perceel was ideaal voor een tuincentrum, waar zijn dochter de scepter zwaait. Tegelijkertijd werd ook het waterrad in oude glorie hersteld.
Aanpakken en ondernemerschap zitten in het bloed. Nico (1948) leidde vele jaren samen met zijn broer Jan (1944) het familiebedrijf Bredenoord, gespecialiseerd in verkoop en verhuur van energieaggregaten.
 

Het pand van 1535 werd na 2008 grondig opgeknapt.

Museum
De autohobby was er al langer, maar na zijn zestigste nam Nico Bredenoord er meer tijd voor. Het bedrijf is overgedragen aan de volgende generatie. Na een verbouwing van drie jaar werd de molen een museum. Een Ford-museum, zoals het uithangbord aangeeft. Er staat een collectie van zo’n vijftien auto’s, met nadruk op de Ford A. Tussen 1927 en 1932 liepen er 4,8 miljoen van de band in meer dan twintig fabrieken over de hele wereld. Bredenoords collectie omvat de verschillende modellen, met inbegrip van de AA, de vrachtwagenvariant. Bezoekers treffen in de Tullekensmolen ook een Ford model N, een T en een V8, respectievelijk voorlopers en een nakomeling van de A. Als vreemde eend in de bijt staat er een Pontiac tussen. Dat was zijn eerste klassieker. Die doe je niet van de hand. Modellen zonder een sterke binding, wil hij nog wel eens verkopen. Buiten voor de deur staat een A-Ford te koop en binnen een MG TD. Een leuk wagentje, gekocht omdat je zoiets niet kunt laten staan, maar eigenlijk toch niet passend bij de rest. De ruimte blijft immers beperkt.
 

De oude molen is nu het onderkomen van klassieke Fordjes.

Een impressie van het museum.

De Ford N werd in 1906 gemaakt; de opmaat naar de massaproductie van de T-Ford die in 1908 verscheen.

Ford N - 1906 - 4 cilinders - 2000 cc - 12 pk

Ford T - 1911 - 4 cilinders - 2500 cc - 20 pk

Een tweezitter, niet de meest verkochte uitvoering van de populaire T.

Ford V8 - 1935 - 8 cilinders - 2500 cc - 65 pk - de jongste auto van de collectie.

Een vreemde eend in de bijt, de Pontiac. De eerste klassieker van Nico Bredenoord. 

Deze A-Ford is te koop.

Ook deze MG TD is wel leuk, maar bij nader inzien toch niet passend in de verzameling.


Bewondering
Nico Bredenoord opent zijn museum drie middagen in de week om gasten te verwelkomen, met uitzondering van de wintermaanden. Die gasten zijn naast liefhebbers vooral toeristen uit de omgeving. Per jaar ontvangt hij zo’n 1500 mensen. De kennismaking is hartelijk. Hier staat niet een gefortuneerde oud-fabriekseigenaar, maar een gepassioneerde liefhebber, eerder ook technisch-coördinator van de A-Ford club Nederland. Behalve op een aantal fraaie auto’s, trakteert Nico Bredenoord zijn bezoekers op de bijbehorende verhalen. Met bewondering spreekt hij de naam Henry Ford uit, maar geeft toe dat het model A eigenlijk te laat kwam. Te lang hield Ford vast aan zijn model T, met ruim vijftien miljoen één van de meest verkochte auto’s uit de geschiedenis. Toch was de man visionair, vindt mijn gastheer. Al in die tijd was hij bezig met het vinden van alternatieven voor staal voor carrosseriedelen, bijvoorbeeld door het gebruik van soja. Als teken van bewondering hangt aan de muur een groot portret van Ford.
Het zal niet bewust zijn gedaan, maar de klok in de vorm van een A-Ford-radiatorgrille loopt een kwartier voor. Aan de muur hangen verder ingelijste oude advertenties en foto’s van vroeger. Bredenoord wijst op twee artikelen in het Ford-blad van rond 1930 waarin ‘de dame achter het stuur’ centraal staat.
 

Een aantal van de destijds leverbare carrosserievarianten.

 

Een kaart voor de werkplaats met de smeerpunten van de A.

Twee advertenties voor de A-Ford van destijds. Er hangen er nog veel meer.

Het Nederlandstalige Ford-blad van weleer toonde dames achter het stuur.

Australië
De voormalige molen is meer dan een showruimte voor klassieke auto’s. De wereld van vroeger is er teruggebracht. Oude kinderwagens, potten en pannen, blikken voedingsmiddelen: je waant je al snel in de vorige eeuw. Op verschillende plekken staan allerlei soorten vitrinekastjes met minituurautootjes. Als iemand een kastje over had, was Bredenoord wel geïnteresseerd, lijkt het. Er staan trouwens niet alleen Fordjes in. Ik kijk natuurlijk vooral naar de ‘echte’ auto’s. De collectie omvat verschillende modellen: tweedeurs, vierdeurs, coupé, cabriolet en bedrijfswagen. De liefde voor de A-Ford is ontstaan door het zelf opknappen en weer verkopen. Dat doet Nico Bredenoord niet meer. De auto’s die hier staan, heeft hij zo gekocht. Hij zoekt op internet en krijgt af en toe tips. Een van de auto’s komt uit Melbourne, Australië. Bij de veiling van de voormalige Ford-collectie van Den Hartogh in Hillegom, kon hij twee auto’s kopen. Op kleine bordjes bij de auto’s staat basisinformatie over het model en eventuele bijzonderheden. De gastheer vult die informatie graag aan. Zo wijst hij trots op een Convertible Sedan uit 1931, een combinatie van sedan en cabriolet. ‘Ford liep hiermee voorop’, zegt hij. Hij is blij er één te hebben, want het model is relatief zeldzaam. Met nadruk op relatief, want er zijn er 4864 van gemaakt. Voor een Ford A is dat niettemin weinig.

 

Ford A Tudor de Luxe uit 1931 met verstelbare voorstoelen: een noviteit in die tijd.

Een Fordor, de versie met vier deuren.

In de molen komen de tijden van vroeger opnieuw tot leven, zoals op de bovenverdieping.

Speelgoed van allerlei soort. Links blikken modellen van Amerikaanse Fords.

Allerlei vitrinekastjes met miniaturen.

Blikken die in Nico's jeugd alledaags waren.

Zo her en der staan ook (bijzondere) fietsen tussen en naast de auto's.

De combinatie van sedan en cabriolet, met vaste zijruiten.

Deze auto is van 1931. Er werden er minder dan 5000 gebouwd, voor een A-Ford is dat een beperkt aantal.


Namaak
Achter deze auto staat een ‘echte’ cabriolet, met een schuine voorruit en overdrive als bijzonderheid. Het is een van de favorieten van Bredenoord waarmee hij geregeld op stap gaat. De topsnelheid bedraagt 100 kilometer per uur. Op de bumper zit nog het schildje dat wijst op de deelname aan de alternatieve Elfstedentocht voor klassiekers. Alle andere auto’s kunnen trouwens ook rijden. Geregeld verlaat een A-Ford het museum. Bij mooi weer kan de kap naar beneden. Maar niet van een model dat lijkt op een cabriolet, maar het niet is. De scharnieren aan de buitenkant zijn niets meer dan pure sierstukken. Dit coupé-type was met 19700 gemaakte exemplaren een populair aanbod in 1931. Dergelijke namaak-cabriolets kun je overigens nog steeds in Amerikaanse showrooms aantreffen, zij het mondjesmaat.
 

Deze auto is een van de favorieten van Nico.

De extra, oncomfortabele zitplaats achterin heet wel het schoonmoederszitje.

Het lijkt een cabriolet, maar het is een coupé met een vast dak.

De achterruit kan wel worden verwijderd. Wel zo prettig voor de achterpassagier.

Nog een tweepersoons cabriolet met extra zitplaats achterin.

Een vroege A-Ford uit 1928, nog zonder deurklinken aan de buitenkant.

Deze vierdeurs - de Fordor - is van 1929.

De scharnieren van de achterdeuren zitten aan de achterkant.

Een tweedeurs uit 1931.


Brandweer
Het Tullekensmolenmuseum biedt onderdak aan enkele bijzondere uitvoeringen. De collectie van Bredenoord is misschien in omvang beperkt, maar wel zorgvuldig samengesteld. Een absolute aandachttrekker is een fraaie brandweerauto uit 1929 op basis van een Ford AA-chassis. De opbouw is van Boyer, een bekende specialist in die tijd. De wagen is compleet, met ladders, slangen en apparatuur. Een echte brandweerhelm maakt het plaatje af. Veel is er niet mee gereden. De teller staat op 3300 mijl, zo’n 5300 kilometer.
Er staat nog een AA, maar dan een truck met open laadbak. Een opvallend detail vormen de spaakwielen. Een derde bedrijfswagen is een Model A pick-up. Om de tijdgeest te benadrukken staat achterin een oude grammofoon en een schaalmodel van een zeilschip. Fraai zijn ook de beide Fords met een houten opbouw. Eén ervan is een oude postwagen. Ook deze staat op kenteken en kan de straat op. De andere is een Huckster, veel gebruikt door leveranciers van groente en fruit. Ford maakte het chassis, gespecialiseerde koetswerkbouwers zorgden voor de opbouw. In dit geval Hoover uit York in Pennsylvania.
 

Ford bouwde het chassis, Boyer de brandweeropbouw.

De auto is compleet uitgerust. Er is zelfs een originele brandweerhelm.

Een brandweerwagen trekt altijd veel belangstelling.

Een Ford AA vrachtwagen. Let op de spaakwielen, voor een dergelijk model ongewoon.

Een pick-up op basis van de A.

Een toepasselijk, oud vrachtje.

Het Amerikaans postbedrijf gebruikte de A-Ford voor vervoer en bezorging.

De schuifdeur zorgde voor gemakkelijk en snel in- en uitstappen.

De houten opbouw vereist goed onderhoud.

Een zogeheten Huckster, veel gebruikt door detailhandelaren zoals groenteboeren.

Hoover maakte de houten opbouw.

Fascinatie
Het is dinsdagmiddag en buiten het hoogseizoen. Toch ben ik niet de enige bezoeker en zeker niet de eerste. Er is een heel lijstje met gastennamen, de verplichte registratie vanwege de coronamaatregelen. Eén van de gasten is een vakantieganger uit Noorwegen. Ook hij krijgt uitleg over de auto’s, hun achtergronden en de persoon van Henry Ford. Nico Bredenoord wil graag zijn enthousiasme en fascinatie met anderen delen. Op de grote tafel in de koffiehoek liggen duimdikke boeken over Ford waar iedereen in mag bladeren en lezen. Ernaast uitgaven over de omgeving en, zoals hij het uitdrukt, de bijbel van de Nederlandse watermolens. Wie wil, mag er als in een bibliotheek blijven zitten tot sluitingstijd en krijgt er nog een kopje koffie bij ook. Bredenoord mag dan niet meer actief zijn in het familiebedrijf, van het ondernemerschap heeft hij nog lang geen afscheid genomen. De pensioenleeftijd is het startpunt voor een nieuwe onderneming die niet is gericht op winst maar op plezier.
 

Bij de ombouw van molen naar wasserij werden extra stalen balken aangebracht.

Radiator van de T-Ford (links) en de eerste modellen van de A-Ford rechts.

Links de voorkant van de brandweerwagen, rechts van een latere versie van de A-Ford.

Een eeuwenoude naam, trots op de gevel.

 

  


Het werk van Andries Jans

Het werk is nooit af. Dat zou ook het levensmotto van Andries Jans kunnen zijn. Hem ontmoette ik eerder op de dag. Met 88 jaar toont hij enthousiasme en energie die je iemand van middelbare leeftijd toedicht. Als zijn vrouw hem niet nodig heeft, is hij iedere werkdag te vinden in zijn werkplaats. Samen met een vaste medewerker restaureert hij oude auto’s. Als hobby, niet als werk. Over verkopen piekert hij niet. Zijn collectie is inmiddels uitgegroeid tot enige tientallen. De auto’s staan geparkeerd in enkele hallen. Absoluut uniek is zijn verzameling Veritas-modellen. Nergens in de wereld staan er meer dan bij hem. Met enkele modellen is hij nog bezig. In gesprek met Jans laat hij blijken dat het woord probleem niet in zijn woordenboek staat. Een hobby kent geen problemen. Je loopt tegen zaken aan die om een oplossing vragen. Het is de kunst die te vinden. Linksom of rechtsom lukt het dan wel.
 

Andries Jans heeft een unieke collectie Veritas-auto's bij elkaar gebracht en gerestaureerd.

Veritas Comet Coupé.

Van sommige typen bestaan maar enkele exemplaren.

Dit exemplaar heeft meegedaan aan een internationaal Veritas-concours.

Voor Jans is dit een mooie uitdaging. Zo zag de auto er in 2016 uit.  

Er was wel het nodige werk aan de winkel.  

Zo ziet de auto er nu uit, nadat Jans ermee aan de slag is gegaan.


Vakmanschap
Meer dan vijftig jaar geleden is Jans begonnen met restaureren. Een La Licorne was zijn eerste auto. Er volgden er snel meer. Het bezig zijn met techniek en carrosserie was een manier van ontspannen. Na een lange en intensieve werkdag bij het installatiebedrijf Hamer dat hij in 1981 had overgenomen, was er altijd nog even aandacht voor het lopende project. Uit de hobby groeide een vakman. Na de overdracht van het bedrijf aan zoon Fons, kwam er na 1995 meer tijd.
Het bewijs van het vakmanschap is de schitterende Spyker 15/22 pk waarvoor ik naar zijn werkplaats ben gekomen. De auto werd in 2012 naar Nederland gebracht door Stijnus Schotte, liefhebber van het merk uit Nieuwerkerk aan den IJssel. Hij had hem weten te traceren in Frans Guyana, ver van de bewoonde wereld. De auto was opgeslagen in een container. Het bestaan van dit Nederlands erfgoed was bekend bij ingewijden, maar niemand wist waar de auto precies stond. Totdat Schotte de gouden tip kreeg. De Spyker – of eigenlijk: wat ervan over was – stal de show tijdens het Concours d’Elégance bij Paleis Het Loo in Apeldoorn.
 

De Spyker in 2012, net gearriveerd uit Frans Guyana.

Van het koetswerk was niet veel meer over, om het voorzichtig uit te drukken.


Restauratie
Net als Schotte heeft Jans een zwak voor het Nederlandse merk. In zijn garage staat ook een C4 uit 1922. ‘Mocht je hem willen verkopen, dan moet je mij het eerste bellen’, zou Jans hebben gezegd. Voorjaar 2013 ging de telefoon. In april sloten ze een deal en werd Jans de nieuwe eigenaar. In de staat waarin de wagen was gevonden, kon je er niets mee, oordeelde hij. Als restauratie niet nodig is, moet je het niet doen, maar bij de Spyker was het onontkoombaar. Jans ging aan de slag, samen met zijn rechterhand in de werkplaats, Renaldo Schrave. Het chassis was intact, de motor en versnellingsbak waren in redelijk goede staat. Er moesten wel wat nieuwe kogellagers in, maar dat is kinderwerk. Daar is gemakkelijk aan te komen. De afmetingen zijn in al die jaren niet veranderd, vertelt Jans. De grootste klus was de carrosserie. Van het origineel was niet veel overgebleven, behalve de motorkap en het voorbankje. Oude foto’s en een van de Spykers in het Louwman Museum boden houvast.

 

Film over het restauratieproject.


Spyker Holland
Het resultaat is indrukwekkend. De blauwe verschijning is een lust voor het oog. Met veel aandacht voor details is een volwaardige klassieker opnieuw tot leven gewekt. De motor loopt als een zonnetje. De carrosserie (metaal op een houten skelet) is puntgaaf. Alleen al degene die de biesjes heeft geschilderd, moet er uren werk aan hebben gehad. De zwart lederen bekleding is chic en in stijl. Onder de voorbank zitten vier laatjes van gepolitoerd hout waarin papieren op te bergen zijn. Achterop is een neerklapbare plank gemaakt om extra bagage te vervoeren. Jans laat graag de motor zien waarop duidelijk ‘Spyker Holland’ is te lezen. Hij zegt niet zo heel vaak met de auto te rijden. Als het gewenst is, klimt hij nog gemakkelijk achter het stuur. Dat rem- en gaspedaal net andersom zitten (dat was vaker bij auto’s in die tijd), vindt hij geen probleem. Want probleem komt in zijn woordenboek immers niet voor. Het was wel een uitdaging om nog een origineel Stepney-reservewiel op de kop te tikken. Via internetcontacten is het gelukt. Behalve het lakken van de carrosserie is het resultaat volledig toe te schrijven aan Jans en Schrave.
 

De Spyker 15/22 pk ziet er fantastisch uit.

Het koetswerk moest helemaal opnieuw worden gemaakt.

Het opknappen van de motor was relatief weinig werk.

De aanduiding op het motorblok laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Let op het reservewiel: daar kom je niet zomaar aan.

Erfelijkheidsfactor
Er ontbreekt nóg een woord in zijn woordenboek. Ophouden. Daarvoor moet er nog teveel gebeuren. Er staan onder andere nog twee modellen van Veritas te wachten op een grondige restauratie. Voorlopig kan hij nog vooruit. Hij vindt het leuk dat zijn zoon met klassiekers deelneemt aan rallyes en races. Op verschillende auto’s staat zijn naam als rijder vermeld. Er is duidelijk een erfelijkheidsfactor aanwezig. Vader en zoon kunnen beiden enthousiast worden van zo’n nagebouwde BMW 328 Mille Miglia. Maar voor Andries Jans staat het restaureren op de eerste plaats. Aan een museum voor zijn auto’s moet hij niet denken. Dat is een hoop gedoe en leidt maar af. Liefhebbers kunnen de resultaten van zijn werk af en toe bekijken, zoals bij het komende klassieker-concours bij voormalig paleis Soestdijk, eind augustus. In de tussentijd werkt hij rustig door.
 

Twee modellen van Veritas die nog onder handen genomen moeten worden.

 

   Gerelateerde webpagina's:

 

 

Wereldcollectie tussen de bollenvelden

Verslag van een bezoek aan het helaas
niet meer bestaande Ford-museum in Hillegom
waar ook vele A-Fords stonden.

oktober 2013

 

De andere erfenis van Henry Ford
 
 Bezoek aan Greenfield Village en Henry Ford
Museum, beide door Ford zelf opgericht om
het traditionele Amerika te bewaren.
 
 
juli 2010

 

Een roestig meesterwerk ten paleize
 
Impressie in woord en beeld van de tiende
editie van het Concours d'Elégance Apeldoorn
met een heel bijzondere oude auto.
 
 
juni 2012
 

 

Dit keer geen kers op de taart
 
Het weer was niet de grootste vriend van de
2016-editie van het Concours d'Elégance in
de paleistuinen van Het Loo. 
 
juli 2016

 

Klassieke Spykers
 
 Overzicht van alle nog bestaande
klassieke Spyker-automobielen
(voor zover bekend).