Opel Museum

Tijnje (NL)



 
●  Hernieuwde kennismaking na 16 jaar
●  Weinig veranderingen 
●  Het levenswerk van Meindert en Gonnie
●  Grote variëteit aan Opel-modellen
●  Nadruk op periode 1945-1970


juni 2024
 

  


De klok tikt door maar de tijd is stilgezet 
 

Tussen het vorige en het huidige bezoek aan het eerste Nederlandse Opel-museum zit bijna zestien jaar. Dat is een hele tijd, maar er blijkt niet veel te zijn veranderd. Zeker de laatste jaren is dat een bewuste keuze. Het levenswerk van de in 2016 overleden initiatiefnemer Meindert van Wijk moet blijven zoals het was. Zijn vrouw Gonnie is daar heel duidelijk over. Dit jaar viert ze haar 77e verjaardag, maar van sluiten of stoppen is nog geen sprake. Dat is goed nieuws voor iedereen die zijn of haar favoriete Opel-model uit de naoorlogse periode tot pakweg 1980 nog eens wil bekijken.
 

 

In de grote hal aan de rand van het Friese dorp Tijnje staan zo'n zeventig Opels naast elkaar. Deur aan deur, met een beetje tussenruimte. De meeste zijn naoorlogs. Van de tijd van de wederopbouw tot aan eind jaren zeventig. Daar ligt ongeveer de grens. Voor Van Wijk waren bumpers van kunststof de stopstreep voor zijn restauratie- en verzameldrift. Een enkel vooroorlogs Opel-model en een handjevol ‘vreemdelingen’ maken de collectie compleet, zoals een Chevrolet van 1959, twee Vauxhalls, een DAF 55 Coupé, Volkswagen Karmann-Ghia, twee Ford Mustangs, Auto Union 1000S en Borgward Isabella. Eigenlijk passen ze niet bij de rest, maar ze horen wel bij het verleden van garagehouder Van Wijk.
Het overgrote deel van de auto’s staat er goed bij. Ze zijn geheel gerestaureerd, goed geconserveerd of alleen waar nodig opgeknapt. Het was de grote hobby van Meindert van Wijk. Noem het gerust een levensvervulling. Zijn vrouw groeide met het bedrijf en de liefhebberij mee. Ze verzorgde vele jaren de administratie van het garagebedrijf en verdiepte zich later in de Opel-historie.
 

Een hele serie Opels, met daartussen enkele verdwaalde merken.

 

Restauratieprojecten
Het begon allemaal met de restauratie van een Opel Rekord uit 1959. Dat smaakte naar meer. Het ene project volgde op het andere en de collectie groeide jaar na jaar. In 2006 werd de huidige locatie in gebruik genomen, speciaal voor de verzameling neergezet. In de weekeinden - vanaf het voorjaar tot de herfst - werden bezoekers welkom geheten. Meindert vertelde alles over de auto's terwijl Gonnie als goede gastvrouw de koffie schonk. Gaandeweg wist ze zoveel over de auto's dat ze de rol van vraagbaak moeiteloos overnam. Twee jaar na de opening bracht ik een bezoek. Van Wijk was toen al ziek en slecht ter been. Er stonden nog enkele restauratieprojecten te wachten op uitvoering. Daar is het nooit meer van gekomen. Na het overlijden van haar man zette Gonnie het garagebedrijf voort, gesteund door de twee medewerkers. Eén ervan was al tientallen jaren in dienst. Hij heeft het 45-jarig jubileum nog kunnen meemaken. Vijf jaar geleden werd de garage verkocht. Maar het museum bleef! Daarvan werd geen afstand gedaan. Het vertrouwde ritme van openingstijden bleef zoals het was. Net als vroeger is Gonnie hier op zaterdag- en zondagmiddag te vinden. De weekeinden zijn anders zo stil, legt ze uit. Het museum zorgt voor aanloop en contacten. Als we op zondagmiddag om een uur of drie aankomen, zit een groepje gasten gezellig aan de koffie.
 

De basis van de hobby: het garagebedrijf. Het bestond meer dan 50 jaar, tot vijf jaar geleden.

Het was Meindert van Wijk niet gegund al zijn plannen tot uitvoering te brengen. 

Modellen van de jaren veertig en vijftig. Zullen ze ooit nog worden gerestaureerd? 
 

Onderdelenmagazijn
Direct bij binnenkomst is het al duidelijk: de collectie noch de opstelling zijn afgelopen jaren veranderd. Het is zoals het was. De klokt tikt door maar de tijd is stilgezet. Het eerste Nederlandse Opel-museum blijft zoals Meindert het voor ogen had. Met alle auto’s die hij in de vele jaren onder handen nam en ook de projecten waarin hij door gezondheidsredenen bleef steken. Het is goed zo. Dit is een driedimensionale foto van zijn leven. Slechts een enkele auto is verkocht. Er komen er geen meer bij.
Achterin is nog altijd het onderdelenmagazijn gevestigd. Wie een oude Opel aan het opknappen is en een onderdeel mist, kan hier terecht. De kans is groot dat het nog ergens op de schappen ligt. De verkoop loopt echter wel terug, horen we. Af en toe is er nog een telefoontje, maar minder dan vroeger. Kennelijk zijn er minder sleutelaars aan oude Opels of denken ze dat de zaak is opgeheven. De website is nog dezelfde als bij de opening en niet meer van deze tijd. Informeren en bestellen gaat nog via e-mail of de telefoon. Echt druk maakt Gonnie zich er niet over.
 

Een Olympia in redelijke staat, maar zeker niet vlekkeloos.  

Deze Olympia Rekord Cabriolet van 1956 mist het doek van de kap. Zo te zien mist ook de benzinetank.

De onderdelenlevering gaat gewoon door, al neemt de belangstelling ervoor af.
 

Olympia Rekord
De expositie mag niet verrassend voor ons zijn, de hernieuwde kennismaking stelt niet teleur. Het aantrekkelijke van deze verzameling is, dat je de ontwikkeling van de modellen mooi kunt volgen. Waar vind je achtereenvolgende generaties bij elkaar, niet zelden in verscheidene uitvoeringen? Soms staan ze keurig op rij, een andere keer moet je er even naar zoeken. Van de vorige keer herinner ik me de vier generaties van de Opel Olympia Rekord, het model dat van 1953 tot en met 1957 in productie was. Naar Amerikaans voorbeeld zagen de auto’s er ieder jaar wat anders uit, met een andere grille en aanpassingen aan de carrosserie. Onderdelen zijn vaak niet uitwisselbaar, terwijl de modellen in grote lijnen hetzelfde zijn. Het kwartet staat nog op dezelfde plaats, links voorbij de ingang, voorbij de vitrines met schaalmodellen. Aan de rechterkant staat een zescilinder Opel 18C uit 1932, na twintig jaar ingeruild bij de dealer en daarna nooit meer verkocht. Aan de muur hangen allerlei platen van Opel-modellen en ervoor staat een serie bromfietsen. Meindert was Opel-fanaat, maar niet volledig eenkennig. Waarom Opel? Dat is min of meer toeval. Als hij als eerste restauratieproject een Ford onder handen had genomen, zou het museum er waarschijnlijk heel anders uit hebben gezien, vermoedt Gonnie.
 

Opel Olympia Rekord, modeljaar 1954.

Modeljaar 1955: andere grille en grotere achterlichten. Dit is een zogeheten Cabrio-limousine.

Modeljaar 1956, weer met een andere grille. Vergelijk de maat van de achterruit met de groene hierboven.

Voor modeljaar 1957 werd de carrosserie gemoderniseerd.

Direct voorbij de ingang staat aan de rechterkant deze vooroorlogse zescilinder.

Opel Olympia bouwjaar 1935. De naam verwijst naar de (komende) Olympische Spelen in 1936 in Berlijn.
 

Rekord
Tot en met het voorlaatste model Rekord heeft Van Wijk de opvolgers van de modellen uit de jaren vijftig bij elkaar gebracht. De zwarte P1 was zijn eerste restauratieproject. Het is niet toevallig dat deze Opel is afgebeeld boven de overlijdensadvertentie.
De auto was beroemd en ook wel berucht om de panoramische voorruit. Je kon er lelijk je knie aan stoten. Met de P1 nam Opel afscheid van de hijgerigheid van de jaarlijkse modelwisseling. De matrijzen van de persen van de carrosserieonderdelen konden zo wat langer mee. De P1 werd gemaakt van augustus 1957 tot en met juli 1960.
Van de opvolger, de veel zakelijker uitziende P2 (1960-1963), staan hier twee varianten, een vierdeurs en een coupé.
In het Opel-alfabet volgt op de P de A. Intern en onder kenners wordt gesproken over de Rekord-modellen A, B, C, D en E, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een E1 en een grondig aangepaste E2. Dat laatste type ontbreekt in Tijnje. Van de hele reeks is waarschijnlijk het B-model het meest exclusief; dat werd maar één jaar gemaakt.
Om klanten tegemoet te komen die meer eisen stelden aan luxe en vermogen, kwam er vanaf de Rekord C een luxe variant met zes cilinders, Commodore gedoopt. Ook hier duiden we de achtereenvolgende modellen weer aan met een letter. De Commodore A is afgeleid van de Rekord C, de Commodore B vam de Rekord D en het C-model van de Rekord E. In het museum zijn alle letters van beide modellen aanwezig.  
 

Met de restauratie van deze Rekord P1 kreeg Van Wijk belangstelling voor Opel.

De ontwerpers zijn duidelijk beïnvloed door hun collega's van General Motors in Amerika.

Op het dashboard van de P1 staat nog de aanduiding Olympia.

Opvolger van de P1 is de veel strakker gelijnde P2. Van de panoramische ruiten is afscheid genomen.

 

Uit eigen archief: deel van de brochure over de P2.

 

De collectie bevat een 4-deurs en een coupé.

De Rekord A heeft duidelijke trekken van de Amerikaanse Chevrolet.

Dit is een coupé-versie. De auto is nooit gerestaureerd, alleen één keer overgespoten.

Eén jaar is de Rekord B gemaakt. Uiterlijk verschil ten opzichte van de A zijn de rechthoekige koplampen.
 

Uit eigen archief: brochure van de Opel Rekord B. Anders dan de A heeft dit model dubbele ronde achterlichten.

 

Dashboard van de B-Rekord. Goed kans dat de doosjes op de vloer er al jaren liggen.

De populairste Rekord: de C. Deze 4-deurs 1700 Luxe heeft slechts 16.000 kilometer gereden.

Rekord D 1900: de auto heeft één eigenaar gekend voordat die in het museum kwam.

Deze Rekord E1 is van 1978.

Het vinyldak past bij die tijd, maar was niet standaard op de Rekord.

C, D en E naast elkaar. 

De eerste generatie van de Opel Commodore (A), hier als hardtop. De zescilinder was feitelijk een luxe Rekord C.

Commodore B en dan als GT/E Coupé.

Commodore C als Caravan. Hier zijn heel wat uren herstelwerk in gaan zitten.

 

 

 Productiejaren en -aantallen Opel Olympia Rekord / Rekord / Commodore

 

 

 

         

 model

productieperiode

aantal gemaakt

          carrosserievarianten

 

 

 

         

 Olympia Rekord I

03 1953   -   10 1954

151.995

          2d - Cabrio-Limousine - Caravan 2d - Bestel

 Olympia Rekord II

10 1954   -   08 1955

116.394

          2d - Cabrio-Limousine - Caravan 2d - Bestel

 Olympia Rekord III

08 1955   -   08 1956

150.764

          2d - Cabrio-Limousine - Caravan 2d - Bestel

 Olympia Rekord IV

08 1956   -   07 1957

164.721

          2d - Caravan 2d - Bestel

 

 

 

 

 Rekord P1

08 1957   -   07 1960*

816.955

          2+4d - Caravan 2d - Bestel

 

 

 

 

 Rekord P2

08 1960   -   03 1963

787.684

          2+4d - Coupé - Caravan 2d - Bestel

 

 

 

 

 Rekord A

03 1963   -   07 1965

882.433

          2+4d - Coupé - Caravan 2d - Bestel

 Rekord B

08 1965   -   07 1966

302.017

          2+4d - Coupé - Caravan 2d - Bestel

 

 

 

  

 Rekord C

08 1966   -   01 1972

1.274.362

          2+4d - Coupé - Caravan 2+4 drs - Bestel

 

 

 

  

 Rekord D

01 1972   -   07 1977

1.128.196

          2+4d - Coupé - Caravan 2+4d - Bestel

 

 

 

 

 Rekord E1

08 1977   -   10 1982

992.695

          2+4d - Caravan 2+4d - Bestel

 Rekord E2

11 1982   -   08 1986

492.377

          4d - Caravan 2+4d - Bestel

 

 

 

 

 Commodore A

02 1967   -   01 1972

156.330

          4d - Coupé

 

 

 

 

 Commodore B

01 1972   -   07 1977

140.827

          4d - Coupé

 

 

 

 

 Commodore C

10 1978   -   07 1982

80.521

          2+4d - Caravan

 

 

 

 

* 1200 gebouwd tot 07 1962

 

 

Kadett
Je kunt een vergelijkbare reis door de tijd maken met de Kadett, van het A- tot en met het D-model, gemaakt tussen 1962 en 1984. Opel haalde in 1962 een oude, vertrouwde typenaam van stal voor zijn kleinste model, ontwikkeld om concurrentie te bieden aan de Volkswagen Kever. In Bochum verrees een geheel nieuwe fabriek (die enkele jaren geleden werd gesloten). In Nederland was de Kadett jarenlang marktleider. Van het E-model met zijn bumper en grille als één geheel moest Van Wijk niets hebben. Een zoektocht door de Opel-collectie heeft dus geen zin. Van die andere generaties staan er verschillende, waaronder bijzondere uitvoeringen die je niet vaak tegenkomt. Zo is er een Kadett A als coupé met sterk aflopende daklijn en daardoor een lang achterstuk. In oktober 1963 werd dit model aan de reeks toegevoegd. Tegenover een productie van een half miljoen tweedeurs staan er maar ongeveer 20.000 coupés. Vandaag de dag is het een zeldzaamheid. Datzelfde kan gezegd worden over de Kadett 2-deurs LS Fastback. Voor modeljaar 1968 besloot Opel naast de gewone twee- en vierdeurs modellen een variant met sportieve schuine achterkant (fastback) aan te bieden. In 1970 werd die alweer uit de catalogi geschrapt. Enkele jaren lang bood Opel ook twee versies van de Kadett Coupé aan, met totaal verschillende zij- en achterkanten. Hoe aardig is het om ze te kunnen vergelijken.
Een speciale uitvoering van de C-Kadett is de Aero, een ombouw door Baur. Door de erg hoge prijs - ver boven die van de Volkswagen Kever Cabriolet - werden er slechts zo'n 1200 gemaakt. Van Wijk wist er twee te bemachtigen, een witte en een zwarte, van vóór en na de facelift waarbij de richtingaanwijzers verhuisden van onder de bumper naar naast de koplampen.. 
 

Opel Kadett A, 2-deurs en stationcar, de Caravan.

Leuk, zo'n mooi geschreven typeaanduiding, maar goed leesbaar is anders.

Coupé-model van de eerste Kadett. In de herfst van 1963 geïntroduceerd.

De auto is 1,5 centimeter lager dan de sedan en heeft duidelijk minder hoofdruimte achterin.

Dashboard van de Kadett A in luxe LS-uitvoering.

Voor als het nog niet duidelijk is: sponsor van deze rallywagen is Garage Hartgers. 

Kadett B, 2-deurs De Luxe, met banden met witte zijvlakken en verchroomde raamlijsten.

Behoorlijk exclusief: Kadett B als 2-deurs LS Fastback.
 

Uit eigen archief: brochure van de Opel Kadett 1968 met daarin de Fastback.

 

Door deze vorm wilde Opel de twee- of vierdeurs een sportiever imago geven.

Dashboard van de Kadett B. Het korte pookje wijst op een luxe uitvoering.

Twee coupé-modellen op basis van de Kadett B. Zij- en achterkant zijn totaal verschillend.

Typeaanduidingen van bovenstaande coupés. 

Een fraaie Kadett C Coupé. De luxe versie heeft rechthoekige koplampen; de standaard ronde.

Kadett C Caravan en 2-deurs.  

Aero-Kadett, van voor (links) en na een facelift, met richtingaanwijzers naast de koplampen in plaats van onder de bumper.   

Baur bouwde de Kadett om. De rolbeugel zorgde voor stevigheid en veiligheid bij een koprol.

Kadett D, de eerste met voorwielaandrijving, leverbaar met kleine kofferdeksel of - zoals hier - grote achterklep.

 

 Productiejaren en -aantallen naoorlogse Opel Kadett

 

 

 

         

 model

productieperiode

aantal gemaakt

          carrosserievarianten

 

 

 

         

 Kadett A

10 1962   -   07 1965

649.512

          2d - Coupé - Caravan 2d

 

 

 

         

 Kadett B

09 1965   -   08 1973

2.610.650

          Sedan 2+4d - Coupé 

 

 

 

          Caravan 2+4d - Bestel

 

 

 

          Fastback (1967-1970) 2+4d - Coupé

 

 

 

 

 Kadett C

09 1973   -   08 1979

1.701.076

          Sedan 2+4d - City 3d - Coupé

 

 

 

          Caravan 2d - Bestel - Cabriolet (Aero)

 

 

 

         

 Kadett D

08 1979   -   07 1984

2.020.000

          Hatchback 2+3+4+5d - Caravan 2+4d - Bestel

 

 

 

  

 Kadett E

08 1984   -   08 1991*

3.779.289

          Hatchback 3+5d - Sedan 4d - Cabriolet

 

 

 

          Caravan 2+4d - Bestel

* Cabriolet gebouwd tot 1993

 

 

Kapitän
Al voor de Tweede Wereldoorlog leverde Opel modellen in de topklasse, de Kapitän en Admiral. Een exemplaar uit 1939 laat zien hoe de concurrentie met luxe merken als bijvoorbeeld Mercedes-Benz in eigen land werd aangegaan. Onder de motorkap lag een zescilinder. Na de oorlog nam Opel eerst de fabricage van bedrijfswagens en lichtere modellen op voordat de duurdere in beeld kwam. In 1948 was er voor het eerst weer een Kapitän, gebaseerd op het model van voor 1940. Pas in 1953 kwam er een heel nieuw ontwerp. Een gitzwarte staat erbij of hij gisteren door de fabriek is afgeleverd. Een mooi detail is de achterruit in drie delen. Bij een later modeljaar zien we strakkere spatborden en een eendelige ruit. Verschillende latere opvolgers, tot en met de Senator, zijn door de handen van Meindert weer toonbaar gemaakt. Een wandelings door de gangpaden brengt je ook bij andere modellen, zoals de Ascona, Manta en GT.
 

Opel Kapitän van 1939, het laatste vooroorlogs model.

Let op de kleine achterlichten en de ruimte voor het reservewiel in het kofferdeksel.

In 1953 verscheen het eerste echt naoorlogse ontwerp van de Kapitän.

Dit exemplaar is van bouwjaar 1954. 

Let op de achterruit in drie delen en de achterlichten aan de bovenkant van de spatborden.

Doorontwikkeling van het bovenstaande model met strakkere vormen en eendelige achterruit.

De favoriete Opel van Gonnie, de Kapitän van 1958.

De L van Luxe op de C-stijl en de typenaam op het voorspatbord uitgevoerd in goudkleurige letters.

Dit model werd slechts één jaar gemaakt. Het was commercieel een flop, met name door de te kleine achterdeuren.

Net als de buitenkant is het interieur afgewerkt in blauw met wit.

De Kapitän P 2,6 van 1962 naast het vooroorlogs model.

Een Admiral uit 1965 en een Senator van 1978, beide ongerestaureerd en met hun originele lak.

Blitz was de typenaam van de Opel vrachtwagen. Links een model uit 1951, rechts uit 1965.

Relatief moderne Opels: de Ascona en Manta.

Eén van de pronkstukken is de Opel GT.

Kinderwagens
Toen het Opel-virus zowel Meindert als Gonnie in zijn greep had gekregen, breidde de collectie zich uit met andere zaken dan auto’s. Het Opel-beeldmerk was immers ook te vinden op onder meer de naaimachines en fietsen waarmee de vijf zonen van Adam Opel hun bedrijf groot maakten. Maar ook op kinderwagens en koelkasten. Die konden natuurlijk niet ontbreken in een Opel-museum. Ze staan in een paar hoeken die je terugbrengen in de tijd, met bijpassende dagelijkse producten en objecten. 
Afgezien van die paar auto’s van andere merken, is hier alles Opel wat de klok slaat. Dit monument voor een historisch automerk blijft nog wel even bestaan als het aan Gonnie ligt. Op zaterdag- en zondagmiddag kan iedere belangstellende komen kijken. Zolang het nog kan, ontvangt ze haar gasten graag. Helemaal alleen het weekend doorbrengen is immers ook niks. Liefhebbers en nieuwsgierigen die over de vloer komen, kijken vast hun ogen uit. Met gevoelens van weemoed naar vroeger tijden en met waardering voor het werk van een man die min of meer toevallig ooit op het pad van Opel kwam. Om er levenslang op te blijven.

 

Opel werd groot door de fabricage van naaimachines.

Een van de verschillende naaimachines met rechts aan de wand een reclametekst van toen.

Rond de voor-vorige eeuwwisseling was Opel ook fietsenfabrikant.

Dit beeldmerk is ook op de eerste automodellen van Opel te vinden.

Een ander soort vierwieler met het merkembleem van Opel.

In een nostalgisch hoekje zijn kinderwagens en naaispullen bij elkaar gezet.

Opel maakte in Europa de koelkasten die General Motors in Amerika had geïntroduceerd.

De Frigidaire-koelkast is een 'Produkt der Adam Opel A.G.'

Een oude radiator en overzicht van allerlei olies en smeermiddelen.

Affiches en Opel-gerelateerd materiaal tegen de wanden.

In het museum staan vitrines vol met Opel-modellen.

Van oud tot moderner.

De verzameling is nog breder dan die van de echte Opels.

Minstens zo exclusief als een oude Opel is deze Vauxall Victor Super van 1958.

Als Britse neven/nichten van Opel passen ze op een of andere manier wel in de collectie.

Instrumentarium van de Victor met opmerkelijke ovale klok. 

Een Vauxhall Cresta uit diezelfde periode.

Ronde klokken bij de Cresta. De auto heeft een doorlopende voorbank en stuurversnelling. 

Amerikaanse stijlinvloeden zijn onmiskenbaar aanwezig.

Tot de vreemde eenden in de bijt behoort deze Chevrolet uit 1959.

De horizontale staartvinnen zijn karakteristiek voor dit modeljaar.

Daf 55 Coupé en Ford Mustang: ze staan er wat verdwaald bij tussen de Opels. 

Datzelfde geldt voor de Auto Union 1000 Super (1964) en Borgward Isabella, tijdgenoten van de Opel Rekord P.

 

 

 

 

 

   Bekijk ook: 

 

 

Het levenswerk van een gepassioneerd sleutelaar

   Bezoek aan het Opel-museum in het Friese Tijnje,
dat meer zegt over de verzamelaar die deze
bijzondere collectie bijeenbracht dan over het merk.

mei 2008 - aanvulling januari 2016

 

 

De blik vooruit, gesteund door het verleden
 
 Rondleiding door de Opel-fabriek in Rüsselsheim
en een blik op de collectie klassieke auto's,
met aansluitend een bezoek aan het stadsmuseum.
 
 
oktober 2009 - laatste aanvulling maart 2017