Onderweg in UmbriŽ

UmbriŽ (I)



● 
Voor ons onbekende merken
●  Auto's voor smalle straatjes
●  Samenwerking met Chinezen
●  Fiat 500 gaat nooit verloren
●  Panda's van alle generaties

 
juni 2023

  


Een kwestie van goed opletten 
 

Bij een rondtoer van tien dagen door de Italiaanse landstreek UmbriŽ verwacht je niet met spectaculaire beelden van autoís thuis te komen. Er is in dit gebied geen automuseum noch een andere auto gerelateerde bezienswaardigheid. Toch loont het om goed op te letten. Tussen de alledaagse autoís staan en rijden modellen die afwijken van het straatbeeld bij ons. Een enkele keer geven die aanleiding tot speurwerk naar de achtergronden. 
 


Onze eerste bestemming is Gubbio, een van de vele karakteristieke plaatsen in het gebied waar eeuwenoude historie en het leven van 2023 met elkaar zijn vervlochten. Op het vliegveld van Perugia was de receptioniste van het autoverhuurbedrijf enthousiast dat ze ons een upgrade kon aanbieden. Een ruime en luxe SUV, net nieuw. Een autoverkoper had de aanprijzing niet kunnen verbeteren. Dat alles een keerzijde kan hebben, merken we om half elf Ďs avonds. Die forse upgrade door de donkere, steile en smalle straatjes zien te manoeuvreren, is nog een hele kunst. Een Panda was een stuk handiger geweest. Bovendien laat Google ons in de steek door geen rekening te houden met eenrichtingsverkeer. Met enige vertraging vinden we via duister sight seeing het hotel, ooit een chique paleisachtige villa. De nachtportier blijkt geen woord Engels te spreken. Maar dan ook letterlijk geen woord. Aan vriendelijkheid echter geen gebrek. Met gebaren probeert hij duidelijk te maken waar de parkeerplaats is, want bij het hotel in de binnenstad is parkeren voor buitenstaanders absoluut verboden. We maken uit zijn beschrijving op dat het mogelijk is de auto voorbij twee onderdoorgangen van de oude stadsmuur neer te zetten. De volgende dag blijkt het een tijdelijke oplossing. Wegens festiviteiten op de 2e juni moet het hele stadje autovrij zijn. Dat legt een grote druk op ieder parkeerplekje tot in de verre omtrek. We rijden minstens een half uur rond, zonder resultaat en gaan terug naar het hotel. De uitermate behulpzame, wťl goed Engels sprekende dagreceptioniste weet raad en is resoluut. Ze stapt bij ons in de auto en leidt ons naar een onbebouwd terreintje waar nog net een gaatje te vinden is.  
Gubbio en auto's is een verstandshuwelijk. De plaatselijke bevolking snapt dat en kiest voor klein. We zien Pandaís van alle drie de generaties, brommobielen en moderne elektrische stadswagentjes. Een daarvan is de voor ons onbekede YoYo van XEV. Het is een 3D-geprint elektrisch wagentje, op de markt gebracht door een Italiaans-Hongkongse startup. Verderop staan maar liefst drie CitroŽns Ami op een rijtje.
Intussen crosst een oude inwoner met zijn Fiatje 500 door de straten. We schatten in dat hij het wagentje destijds nieuw heeft gekocht. Dan hebben we het over vijftig jaar geleden!
 

Leuk, zo'n 'upgrade', maar klein is soms toch handiger. Stadjes als Gubbio zijn niet gebouwd voor autoverkeer.

Het trappenhuis en de ontbijtzaal van Hotel Albergo Bosone. Het avondlijk crossen wordt wel beloond!

Goed kunnen parkeren is in dergelijke plaatsen wel handig ťn noodzakelijk.

Een brede auto past gewoon niet door de deur.

Een elektrische XEV YoYo, tot stand gekomen via 3D-printing.

Het wagentje wordt geproduceerd door een start up uit ItaliŽ en Hong Kong.

Deze is natuurlijk bekend, ook bij ons: een Renault Twizzy.

Waar zie je drie CitroŽns Ami op een rijtje? Hier!

De elektrische Ami nader bekeken.

Ook brommobielen zijn handig in de smalle straatjes.

Een Franse Ligier, waarbij de ontwerper goed naar de (CitroŽn) DS3 heeft gekeken.

Brommobielen in soorten, maten en kleuren, maar altijd klein van formaat.

De brandweer maakt gebruik van deze opvallende Fiat Doblo.

Een oude man crosst met zijn Fiatje door de straten van Gubbio.

In straatjes als deze - een plaatsje elders in UmbriŽ - is een kleine auto aan te bevelen.
 

Fiat 500
De oude man in Gubbio is niet de enige die vertrouwt op hťt klassieke autootje van ItaliŽ. Zo her en der zie je er nog wel een Vijfhonderdje rijden of geparkeerd staan. Gewoon voor dagelijks gebruik. Bij een benzinestation onderweg tankt een man met een Giardiniera. Met een rotvaart - en veel geluid - vertrekt hij daarna, het tweecilindertje naar hoge toeren jagend. Waarschijnlijk gaat het al een paar decennia zo. Als je heel goed kijkt, zie je trouwens dat het een Autobianchi is.
In veel gevallen gaat het bij de klassieke Fiat 500 om de L, tussen 1968 en 1975 geproduceerd. In Norcia komen we echter een veel oudere uitvoering tegen, de 500D. Die werd gemaakt van 1960 tot 1965. Achterop staat als typeaanduiding ĎNuova 500í (nieuwe 500), ter onderscheiding van voorganger Topolino. De deuren scharnieren nog aan de achterkant.
Hoe leuk de ívondstí ook is, het stadje zorgt vooral voor een bedrukt gevoel. In 2016 sloeg hier het noodlot toe. Een aardbeving verwoestte vele gebouwen, waaronder veel huizen. Een beperkt deel is inmiddels opgeknapt, maar veel staan nog in de steigers. Of erger: worden gestut om te voorkomen dat ze instorten. Op een muur hangt een protestbericht. In 2023 zou het ziekenhuis weer operationeel zijn, werd beloofd. Ze zijn echter nog niet met de wederopbouw begonnen. Wie hier rondloopt, begrijpt nog beter de frustratie van de Groningers bij ons. Het is niet alleen de schade en het herstel (of uitblijven ervan). Het hart is uit de gemeenschap gerukt. Het toerisme als inkomstenbron is net zo hard ingestort, met corona als heftige economische naschok. Sommige hotels zijn weer open, maar wie gaat er voor zijn plezier tussen gescheurde gebouwen of bouwschuttingen zitten?
Dan valt het oog op een wťl verzorgd pand. Niet getroffen of inmiddels hersteld, wie zal het zeggen? Het lijkt op een winkel of restaurant, maar is niet meer als zodanig in gebruik. Het zesde zintuig ontwaart van verre achter een rolluik twee koplampen. Dichterbij gekomen, blijkt de ruimte een (tijdelijke?) opslagplaats voor een oude koelvitrine zoals slagers ze gebruikten, een scooter enÖ. een Fiat 500C Topolino.
 

Als we onderweg even stoppen, zien we bij het benzinestation een oude Fiat 500 Giardiniera.

Even later rijdt het wagentje met een stevig vaart voorbij.

Zo te zien nog dagelijks in gebruik.

Je ziet ze ook hier niet meer bij bosjes, maar zo her en der tref je nog wel een Fiat 500L aan.

Een 500D met nog aan de achterzijde scharnierende portieren.

Dit type werd tussen 1960 en 1965 geproduceerd. Achterop staat nog 'Nuova 500'. 

Thuis er nog even de folder uit 1967 op nageslagen. De Giardiniera behield de verkeerd openslaande deuren.

In Norcia trekt een voormalige winkel of eertijds restaurant de aandacht.

We hebben het van een afstand goed gezien: er staat een auto binnen.

De ruiimte is nu opslagplaats voor onder meer een scooter en Fiat Topolino.

Trieste beelden in en om Norcia. De verwoestende kracht van de aardbeving is nog altijd zichtbaar.

Wie wil als toerist nou vakantie vieren in een dergelijke omgeving? De economische klap kwam boven op het natuurgeweld.
 

Chinees-Italiaanse SUV
Op het reisprogramma staat een bezoek aan Spoleto. Met al even smalle en steile straatjes als in andere plaatsen, is het advies de auto aan de buitenzijde van het centrum in de parkeergarage te zetten en met lift of roltrap verder te gaan. Het is verstandig zoín advies op te volgen. In die garage staat een rode SUV die we niet meteen kunnen thuisbrengen. Meer tijd dan voor een fotootje is er niet. Op de motorkap staan wat merkwaardig gevormde letters. Het wordt die avond even puzzelen. Wat hebben we gezien? Via Google en een merkenoverzicht van het Italiaanse autoblad Quattroroute komen we erachter dat het om een EMC gaat. Die letters komen voort uit de naam van het bedrijf Eurasian Motor Company. Het blijkt een Italiaanse autoimporteur te zijn die Chinese autoís invoert, voorziet van een lpg-installatie en onder eigen naam verkoopt. De auto in kwestie is een Wave 3 van het Chinese merk Great Wall.
Daags erna zien we in Perugia een Haval rijden, ook Chinees. Weer wat later een dR, een Italiaans merk dat nauw samenwerkt met een fabrikant in het land van Xi Jinping. Ze gaan te snel voorbij om ze in beeld te brengen.
Op de laatste dag van onze reis zien we opnieuw een Wave 3, dit keer op een parkeerplaats naast een bakkerijtje waar we stoppen voor koffie. Een mooie kans om de Italiaanse Chinees van alle kanten goed te bekijken.
 

Een onbekende SUV in de parkeergarage.

Het logo op de neus verwijst naar de merknaam Eurasian Motor Company.

De Wave 3 wordt in ItaliŽ aangepast en voorzien van een lpg-installatie.

Great Wall is de producent van de auto.


De dR en Haval zijn ook (deels) Chinees. 
 

Onbekende merken
In tien dagen treffen we meer voor ons onbekende merken. Op de parkeerplaats bij een lange wandelroute tussen Gubbio en onze tweede bestemming staat een kleine pick-up. In dit geval is speurwerk overbodig. Naar de naam hoef je niet te raden. Die staat er met grote letters op: Climber. Het is een Italiaans product van het bedrijf Cucini, dat sinds 1963 bestaat en startte als garagewerkplaats voor bedrijfswagens. Sinds de jaren tachtig legt het zich toe op het aanpassen van bedrijfswagens, zoals een opbouw van lichtmetalen laadbakken. Tien jaar geleden kwam daar de ontwikkeling van vierwielaandrijving bij. De basis van deze Climber is een Chinese Dongfeng, leert het logo op de neus. Het nieuwste product is de Donkey, een aangepaste Piaggio.
In Scheggio zien we een Bremach, een stoere vrachtwagen die in de verte doet denken aan een Unimog. Het gaat om een Italiaanse fabrikant, actief tussen 1956 en 2018. De naam is een samentrekking van de achternaam van de broers Brenna, eigenaren van een garage, en Macchi, een driewielige bestelwagen waarvan ze de rechten kochten om te produceren. Later ging de onderneming zich concentreren op het zwaardere transport. Zoín kleine Macchi staat trouwens zijn mannetje, hebben we kunnen vaststellen. Met een laadbak vol boomstammen de helling op, is geen onoverkomelijke opgave. Het ding moet minstens een kwart eeuw oud zijn. In een gebied waar in eeuwen wordt gerekend, is dat nauwelijks het vermelden waard.
Tijdens het bezoek aan Villa Fidelia nabij Spello, een zeventiende eeuwse barokke villa in een ooit schitterende, maar inmiddels wat verwaarloosde tuin, ontdekken we een Effedi Gasolone, opnieuw van Italiaanse makelij. Het wagentje gaat al even mee, want in 2012 sloot de fabrikant de deuren.
In een overzichtje van merkwaardige bedrijfswagens mag de Piaggio Ape natuurlijk niet ontbreken. Samen met de Vespa-scooter en de Fiat 500 hťt icoon van gemotoriseerd ItaliŽ. Van veraf hoor je ze al aankomen. Als klimgeiten weten ze wel raad met steile hellinkjes.
 

Cucini past bedrijfswagens aan en voorziet ze van vierwielaandrijving.

Het bedrijf bestaat in 2023 60 jaar.

Cucini maakt ook opbouwen voor de Piaggo Porter, hoewel deze opbouw van een ander bedrijf komt.

Bremach, tot 5 jaar geleden Italiaanse fabrikant van dergelijke zware trucks.

Eerst rijden we achter de Macchi, later komen we 'm weer tegen.

De voorzijde van de Effedi is onderscheidend.

Effedi was een Italiaanse fabrikant. Elf jaar geleden sloot het bedrijf de deuren.

De Fiat Strada is ook nog enige tijd bij ons te koop geweest.

Piaggio Ape, onmiskenbaar Italiaans. 

Iedere dag kom je er wel een paar tegen, oud of nieuw.

Een onmisbare kracht voor menige kleine ondernemer.

Ook op het platteland bij een agroturismo. 

Samen met de Vespa-scooter en de Fiat 500 kenmerkend voor ItaliŽ.

Alvis en Alfa
Op weg naar Norcia komt ons een vooroorlogse Bentley tegemoet. Zo te zien aan een bord op de voorkant neemt die deel aan een rally. Een paar kilometer verderop staat links van de weg een Alvis. Dat is vanzelfsprekend een reden om even te stoppen. De auto is van een andere deelnemer aan een zesdaagse rit met oude klassiekers over onder meer de Via Flaminia, de route die nog teruggaat tot de Romeinen. De motorkap van de Alvis staat open. Dat is geen goed teken. De auto is van een Duitser, een overduidelijke liefhebber. Tot vandaag, de voorlaatste dag, ging het goed, weet hij te vertellen. Maar een van de bougies geeft geen vonk meer en hij heeft niet het juiste gereedschap bij de hand. Het wachten is op hulp. Hij is aangenaam verrast dat wij het merk Alvis kennen. Dat gebeurt niet zo vaak, vertelt hij in vlekkeloos Engels. Het is een Speed 25 uit 1939. Aan de voorkant zit het originele Britse nummerbord. Op de achterkant het Duitse. De auto ziet er perfect uit, maar daar heb je nu niet zoveel aan. De man hoopt het eindpunt alsnog te halen. We wensen hem alle goeds toe.
Een dag later ontmoeten we een Italiaan met een Alfa Romeo Spider van de eerste generatie, nog met spitse achterkant. De trots is vergelijkbaar. De auto is geÔmporteerd uit Amerika, vertelt hij, en dus weer teruggekeerd in de moederschoot. Het buitenlands avontuur is te zien aan de kleine zijmarkeringslampen en aangepaste koplampen. De chauffeur vertrouwt zijn handrem niet voor de volle honderd procent. Voor alle zekerheid legt hij een zware steen voor het linker voorwiel.
 

Pech op de voorlaatste dag van de rally.

Een werkelijk schitterende Alvis Speed 25 uit 1939.

De eigenaar is verrast dat we het merk kennen.

Wachten op hulp...

Een Alfa Romeo die eerst is geŽxporteerd naar Amerika en weer terug is in het moederland.

Links: de handrem wordt niet helemaal vertrouwd. Rechts: met benzine-inspuiting.

De spitse achterkant kenmerkt de eerste modellen. Let op de extra kleine zij-lichtjes.

Panda
Aan oude autoís geen gebrek in ItaliŽ. Oud in de zin van oud. Jarenlang gebruikt, gedeukt, verkleurd, maar nog niet kapot en dus nog bruikbaar. In UmbriŽ barst het nog van de eerste generatie Fiat Panda. Een flink aantal met vierwielaandrijving. De tweede en recente generatie zijn te gewoon om er veel aandacht aan te besteden. Je ziet hier in een dag meer Fiat Pandaís dan bij ons in een half jaar. Een auto wordt pas afgedankt als hij niet meer rijdt, lijkt hier de opvatting te zijn. Zelfs van een nog dagelijks gebruikte Fiat 127, of een 241 als marktkraam, hoef je niet op te kijken. Aan de andere kant blijft ItaliŽ het land van de luxe en fraaie vormgeving, getuige de vele Lancia's Ypsilon op straat. Het is een kwestie van goed opletten en je hebt zo een half fotoboek met bijzonderheden.

 

Je doet een auto pas weg als die niet meer rijdt. En zelfs dan niet.

Een oude Panda is hier niets bijzonders. Dit model ging 20 jaar geleden uit productie.

Veel Panda's hebben vierwielaandrijving. 

Zo'n Fiat Seicento is nog een jonkie. 

Drie generaties Panda bij elkaar.

De luxe Lancia Ypsilon vindt nog altijd behoorlijke aftrek in het enige land waar het merk nog leverbaar is.

Een mooi beeld van de combinatie UmbriŽ en gemotoriseerd vervoer. 

De 'upgrade' onderweg. De soepele vering is bij sommige wegen ook echt nodig.