Visser Classique

Buren (NL)



●  Nieuw automuseum
●  Nadruk op Franse merken
●  Naoorlogse Simca's   
●  Beperkte collectie Opels
●  Twee unieke Peugeots 


september 2022
 

  


Van hobbyverzameling tot museum  
 

Als alles volgens plan verloopt, kan het publiek dit najaar kennismaken met een nieuw Nederlands automuseum in het Gelderse Buren, bij Geldermalsen. De kern daarvan vormt de collectie auto’s van Henk Visscher, voormalig eigenaar van een groep autobedrijven. Op het plaatselijk bedrijventerrein heeft hij een pand speciaal voor dit doel laten aanpassen. De nadruk ligt op Franse merken, waaronder Simca. Leden van de Contactgroep Automobiel- en Motorrijwiel Historie (Conam) kregen de gelegenheid bij wijze van voorproefje alvast een kijkje te nemen.

 


De officiële ingang is nog niet helemaal af. We gaan naar binnen via een van de grote garagedeuren. Aan de ruimte waar Visscher ons met koffie ontvangt, is afgelopen tijd hard gewerkt. De wanden en het platfond zijn al klaar. Aan de muur bij de toekomstige ingang hangen papieren met foto’s en tekeningen die aangeven hoe het er binnenkort uit zal zien. Er komt een geïllustreerde tijdlijn die de ontwikkeling van de auto uitbeeldt. Nog een paar maanden en dan kan Bovag-voorzitter Han ten Broeke de officiële opening verrichten. Het nieuwe museum is een combinatie van hobby en ondernemerschap. Bij Visscher zijn die begrippen niet te scheiden. Vele jaren gaf hij leiding aan een groep autobedrijven, met op het laatst acht vestigingen.
 

Rechts: een impressie hoe de ingang er straks uit gaat zien.

Voor de Conam-leden staat de grote garagedeur open.

43 jaar autohandel
‘Twee jaar geleden, op een terras in Italië, ging de knop om’, vertelt hij. Bij een goed glas wijn besloot hij zijn bedrijven van de hand te doen en zijn leven anders in te richten. Geboren in 1957 kwam een vorm van pensionering in zicht, maar een inactief leven past hem niet. Op 1 augustus vorig jaar werd de verkoop van de dealerbedrijven beklonken. Dit jaar ging het schadeherstelbedrijf over op een andere eigenaar. Het was de afronding van een periode van 43 jaar in de autohandel. Bij de verkoop vonden zijn meer dan 200 werknemers een goed nieuw onderdak. Dat was voor Visscher voorwaarde, een overtuiging gestoeld op een christelijke opvoeding. Na het afstoten van de autohandel heeft hij nu alle tijd om zich te richten op een nieuw project, een mooi onderkomen voor zijn collectie van zo’n honderd auto’s. In twintig jaar heeft hij die bijeengebracht.
 

Henk Visscher vertelt over de totstandkoming van zijn museum. Rechts een oude advertentie van zijn bedrijf.

Decoratieve elementen als restanten van het oude dealerschap.

 

Franse connectie
‘Op zijn veertigste begon hij de schoonheid daarvan in te zien en is hij ze gaan verzamelen’, meldt de website van het aanstaande museum. De eerste klassieker was een Peugeot 404. De liefde voor Franse merken is geen toevalligheid. Zijn vader ging in 1961 Simca’s verkopen. In 1988 werd het familiebedrijf Peugeot-dealer. De Franse connectie is dus geworteld in een ver verleden. Visscher komt graag in Frankrijk. Hij weerspreekt het negatieve stereotiepe beeld van het land en zijn inwoners. ‘Als je je gedraagt als een goede gast, heb je het er leuk’, zegt hij op basis van een langjarige ervaring.
Al tijdens zijn jeugd raakte hij in de ban van auto’s. Vanaf zijn tiende hielp hij mee in de zaak. Op zijn twintigste werd het zijn broodwinning. Samen met zijn broers bouwde hij het bedrijf van zijn vader verder uit. Werk en passie vloeiden in elkaar over.
 

Peugeots van vele decennia: een 407 coupé naast een 203 cabriolet.
 

2200 vierkante meter
Op zoek naar een mooie locatie voor de presentatie van zijn collectie kwam Visscher terecht op het bedrijventerrein van Buren. Hij vond een pand dat groot genoeg is voor zijn verzameling klassiekers en young timers, van een Citroen B14 Torpedo uit 1927 tot de Peugeot 407 coupé 3.0 uit 2010. Het vloeroppervlak meet 2200 vierkante meter. In het complex heeft ook ‘de Snoekfabriek’ onderdak gevonden, een werkplaats gespecialiseerd in onderhoud van de Citroën BX en verkoop van onderdelen van dat type. Een ietwat vreemde naam, want je verwacht er DS’en aan te treffen. Verder is er ruimte voor de ‘Johan van der Zand heritage’, de verbeelding van de historie van het gelijknamige takel- en bergingsbedrijf uit Buren. Naast dit alles zijn er bijzondere Renaults van broer Chris te zien en een mooie (beperkte) collectie oudere Opels van een zakelijke compagnon. Visscher heeft zelf niets met het Duitse merk, maar sinds Opel en Peugeot met elkaar in één concern zitten, sluiten de collecties mooi op elkaar aan.
 

Met 2200 vierkante meter is er ruimte voor veel auto's.

Maar die ruimte is snel gevuld met een omvangrijke collectie.

Naast de Franse merken biedt Visscher een collega ruimte zijn Opel-collectie te laten zien.
 

Verhuur van klassiekers
Een rasondernemer ziet in een hobby ook een business case, zoals hij het zelf noemt. Zijn nieuwe onderneming heet Visscher Classique, met het museum als belangrijk onderdeel. Naast de entreegelden, vormt de verhuur van klassiekers een inkomstenbron. ‘Beleef het rijden zoals vroeger’, prijst de website deze activiteit aan. ‘Wij hebben old- en youngtimers die u kunt huren voor bijvoorbeeld een trouwerij, dag of weekend weg, gala, photoshoot of bedrijfsuitje. Alle auto’s verkeren in een goede staat.’ Voor bijvoorbeeld een Simca Aronde P60 Monaco Spéciale betaal je driehonderd euro per dag. Een aantal auto's is ook te koop. Andere inkomsten komen uit de verkoop van oude autobrochures. Daarnaast richt het bedrijf zich op zakelijke bijeenkomsten en manifestaties van clubs van autoliefhebbers. Om het project betaalbaar te houden, werkt Visscher met dertig vrijwilligers. Zijn broer komt elke week om de auto’s te poetsen. De collectie groeit nog steeds. Een van de nieuwste aanwinsten is een Simca 1200S Coupé, een cadeautje voor zijn 65e verjaardag, eerder dit jaar. Er staan nog wel meer modellen op zijn wensenlijstje, maar als ervaren autohandelaar weet hij dat je soms de verleiding moet weerstaan bij een aanbod waarvan de vraagprijs ver boven de waarde ligt.

 

Verjaardagscadeautje voor Henks 65ste verjaardag: Simca 1200S Coupé, naast een 1100 TI.
 

Kaal, slecht en onveilig
Bij veel toekomstige bezoekers zullen nostalgische gevoelens boven komen als ze langs de auto’s lopen. De collectie omvat naast een aantal echte oldtimers vooral modellen waarmee de generatie jongere ouderen groot is geworden. In die tijd hadden ze nog karakter, wordt vaak gezegd. Visscher zal dat niet tegenspreken, maar relativeert tegelijkertijd overdreven verheerlijking. ‘Vergeleken met nu waren de auto’s toen kaal, slecht en onveilig’, vat hij het samen. Toch is het belangrijk het verleden op waarde te schatten. ‘Uit de auto’s om ons heen zijn de huidige modellen voortgekomen. Wat geweest is, leidt tot wat er nu is.’ In al die jaren heeft hij vele klanten weten te overtuigen dat de keuze voor zijn merk toch de beste beslissing was. ‘Zonder alle die extra’s en luxe die we vandaag de dag vanzelfsprekend vinden.’ Hij wijst op een oude Simca-advertentie die op een bord hangt en een uitvergrote kopie van een rekening van Garage Visscher uit 1955. Vijftig liter benzine kostte 18 gulden 80 en als uurloon werd 2 gulden 25 in rekening gebracht. Dat is inderdaad pure nostalgie. ‘Mijn moeder plakte het zegeltje erop dat aangaf dat de omzetbelasting was betaald’, weet Visscher zich te herinneren.
 

Zo zag een garagerekening er in 1955 uit.
 

In de schaduwhoek
Na de verhalen is het hoogste tijd om de collectie nader te gaan bekijken. Al bij binnenkomst was duidelijk dat dit een mooie ochtend zou worden. Dat komt uit. Een snelle blik leert dat er heel wat modellen van Simca staan. Hun aanwezigheid is best bijzonder. Een oude Citroën Traction Avant, 2CV of DS kom je geregeld tegen bij manifestaties of in musea. Veel historische modellen van Peugeot zagen we tijdens het bezoek aan het fabrieksmuseum in Sochaux in 2021. Simca’s zijn echter om een of andere reden in de schaduwhoek van de verzamelaarswereld terechtgekomen. Alle reden hier eens uitgebreid bij stil te staan. De lichtblauwe Simca 1000 vooraan is een mooie start. Ik zie het model nog nieuw in de showroom staan bij garage Cito aan de Mecklenburgstraat in Eindhoven. Iets verderop staan modellen die iets ouder zijn maar ik destijds geregeld op straat tegenkwam. Namen als Aronde, Elysée, Vedette en Ariane klonken bekend in de oren. De Ariane combineert de carrosserie van de Vedette-serie met V8-motor - voortgekomen uit de overname van de Franse Fordfabriek door Simca - met een zuinige motor van Simca. Een Frans-Amerikaanse mengsel, net als de Chrysler-Simca 2 Litres van 1978 daarnaast.  
 

Zo'n Simca 1000 van de eerste generatie zie je niet vaak meer.

De auto heeft de motor achterin, destijds niet ongebruikelijk.

De Simca 1000LS is in 1962 gemaakt en viert dus zijn 60e verjaardag.

Het Simca-model bleef lang in productie. Deze 1000 Rallye II is van 1973.

Een fraaie Simca Aronde van begin jaren zestig.

Een tweedeurs variant van de Aronde uit 1962.

De officiële naam is Simca Aronde Monaco Speciale.

De Monaco is een hardtop, zonder bovenste B-stijl.


Uit eigen archief: folders van de Aronde.
 

Wat achteraf staat een Simca Plein Ciel van rond 1960.

De Simca Ariane (links) combineerde een Amerikaans gestijld koetswerk met een Simca-krachtbron.

Naast de Simca van 1961 staat een Chysler-Simca 2 Litres van 1978.

De Simca 1100 was destijds een van de eerste hatchbacks.

Een Simca 1100 bestelwagen van Garage Visscher.

Een speciale versie van de Talbot Samba met daarachter een Simca Horizon.

De Simca 1307/1308 werd Auto-van-het-Jaar 1976, maar had grote roestproblemen.
 

Picknick-tafel
Een enthousiaste Visscher geeft zijn gasten graag tekst en uitleg over zijn auto’s. We worden meegenomen naar een Simca 1500 GL Tourist, een voor die tijd luxe stationcar als familieauto. In plaats van een gebruikelijke achterklep scharniert deze naar beneden, naar het voorbeeld van Amerikaanse stationwagons. De ruit moet je naar beneden draaien. Daarna kun je op die klep gaan zitten, waarbij je de houten laadvloer eruit haalt en omtovert tot picknick-tafel. Onze gastheer demonstreert hoe het werkt alsof hij de auto opnieuw aan de man of vrouw moet brengen. Vermoedelijk hebben maar weinig klanten de auto op deze manier gebruikt, maar het is een prachtig verkoopverhaal.
De Simca-collectie omvat verschillende generaties opvolgers van deze 1500, tot met de modellen die als Talbot het einde van het Franse merk inluidden. Die oude merknaam werd nieuw leven ingeblazen toen Peugeot de fabrieken overnam van Chrysler. De reanimatie bleek later slechts uitstel tot het definitieve einde. Met een model als de Solara was geen wereld te winnen. De verzameling van Visscher omvat ook directe en indirecte ‘familieleden’ van Simca, zoals de driedeurs Britse Talbot Sunbeam en enkele sportmodellen van Matra.
 

De Simca 1500 Break (1965) is een luxe stationcar.

De laadvloer kan worden uitgenomen om te dienen als picknick-tafel.

De achterruit draai je naar beneden en verdwijnt in de naar beneden scharnierende klep.

Opvolger van de 1500 was de 1501, met langere neus en grotere kofferbak, hier als Special.

Merk- en typeaanduiding op de achterspatborden.

Simca 1501GL Automatique, bouwjaar 1966. 

Zwanenzang van het eens zo trotse merk: de Talbot Solara 1.6 SX. Bouwjaar 1982.

Matra Sports DJet (1966) naar een ontwerp van René Bonnet. 

Uit 1970 is deze Matra 530LX met zijn zeer karakteristieke vorm. Sinds 2021 in Nederland.

De Matra Simca Bagheera X (1979) heeft als bijzonderheid drie zitplaatsen naast elkaar.
 

Ruim vertegenwoordigd
Hoewel Renault binnen de Franse autowereld vanaf de pionierstijd een hoofdrol heeft gespeeld, is bij Visscher Classique slechts sprake van een zeer bescheiden bijrol. Ergens op een achterste rij staat een Renault 10 in de eerste uitvoering. Jammer, want waar zie je zoiets nog? Heel karakteristiek of mooi is de auto zeker niet. Als klassieker inmiddels wel bijzonder. In dezelfde hal staan twee rijen met Peugeots 205 GTI opgesteld, wellicht een clubbijeenkomst?  
Het merk van de leeuw is, net als Citroën, ook met andere modellen ruim vertegenwoordigd. Een blikvanger is een tweedeurs coach op basis van de 402. Ik kan me niet herinneren dit model eerder te hebben gezien, ook niet in Sochaux. De koplampen achter de grille en het ontbreken van een B-stijl bij de ramen zijn karakteristiek. Iets verderop staat een reguliere vierdeurs-versie. Van verschillende modellen van de 03- en 04-reeks heeft Visscher een exemplaar in zijn collectie. Hij wil graag een zo breed mogelijke vertegenwoordiging laten zien, met inbegrip van exclusieve varianten als een cabriolet of pick-up.
 

Renault is ondervertegenwoordigd. De eerste serie van de Renault 10 verdient iets meer aandacht.

Een Renault Spider, mét voorruit. Er was ook een versie zonder leverbaar.

Matra maakte in opdracht van Renault de Espace (1e generatie) en Avantime.

Een fraaie Alpine-Renault met uitgebouwde wielkasten.

In de tweede hal van het gebouw staat een hele serie Peugeots 205GTI.

De GTI is een typische auto die liefhebbers aantrekt.

Een Peugeot 401D van 1935, waarbij de D niet staar voor Diesel. Er ligt een benzinemotor in.

Een werkelijk zeer fraaie Peugeot 402 uit 1939.

Door het open dak krijg je zicht op het interieur.

De tweedeurs coach-hardtop is een exclusieve uitvoering.

Nog een 402, maar een meer reguliere vierdeurs-versie.

Deze auto kwam in 1936 uit de fabriek.

Peugeot 203 in latere uitvoering, met grote achterruit.

Peugeot 203 Familiale met letterlijk een vijfde deur. Bouwjaar 1955.

Visscher wil graag verschillende modellen van een serie in zijn collectie, zoals de 203 pick-up.

Nog een 203, een cabriolet, ook destijds al een exclusieve verschijning.

Break op basis van de Peugeot 403.

Een 404 Break (met imperiaal) van 1963.

Een 404 met vele accessoires die destijds in de handel waren. Of ze de auto fraaier maken, is een kwestie van smaak.

Links een zonwering voor de achterruit, rechts een sierstuk op de C-stijl.

Peugeot 304 uit 1973.

Dit is het model van na een facelift waarbij het dak rechthoekiger van vorm werd.

Dat deze Peugeot 104 een grote achterklep heeft, betekent dat het een latere versie is.

Een sterk nummer naast een commercieel minder geslaagd model: de 205 en 309.

De 309 was ontwikkeld als Talbot, maar kreeg op het laatst het Peugeot-merkplaatje opgeplakt.

Pininfarina tekende de lijnen van de Peugeot 604, bedoeld als tegenhanger van de dure Duitse merken.
 

Unieke exemplaren
De meest exclusieve Peugeots in Buren zijn twee stationcars op basis van de 205 en 309. Het zijn allebei geen seriemodellen, maar voorstellen van externe bedrijven. De 205 Nepala is een idee van ontwerper Benoit Contreau uit 1988. Met een verlengde achteroverhang en grote verticale zijruit heeft de achterkant een heel eigen karakter gekregen. De naam van de ontwerper staat op een klein plaatje bij die bijzondere zijruit. Een jaar eerder kwam carrosseriebedrijf Heuliez met het voorstel om een stationcar op basis van de 309 te gaan bouwen. Opmerkelijk is de asymmetrie. Links heeft de auto één deur, rechts zijn er twee. Verder is de lijn conventioneel gehouden. Het merk van de leeuw zag in beide voorstellen geen heil. Het bleef bij deze unieke exemplaren, die na wat omzwervingen in het land van Maas en Waal terecht zijn gekomen. Voor een dag als vandaag zijn het de kersen op de taart. Ze mogen wat mij betreft in het museum een prominentere plaats krijgen dan ze nu hebben.

 

Benoit Contreau stelde dit ontwerp voor een 205 Break voor.

De vormgeving van de achterste zijruit geven het model een heel karakteristiek uiterlijk.

 

De voorkant is ongewijzigd.

Peugeot ging niet over op uitbreiding van de 205-reeks met een stationcar.

Een voorstel van Heuiliez voor een 309 Break, traditioneel vormgegeven.

Heuliez had ervaring met stationcars en bouwde onder meer de BX Break voor Citroën.

Rechts heeft de auto twee deuren...

...links één. Het bleef bij dit ene prototype.

Buitenbeentjes
Het wordt tijd aandacht te geven aan het derde Franse merk dat hier prominent zijn opwachting maakt: Citroën. Gek genoeg heeft het bedrijf geen eigen fabrieksmuseum, terwijl er toch beroemde modellen zijn voortgebracht die ver buiten de kring van autoliefhebbers enthousiaste aanhangers kennen. In Frankrijk is wel een opslagplaats van de historische modellen; een bezoek staat nog op mijn wensenlijstje. In de tussentijd vult Visscher Classique de leemte mooi in met een keur aan types, van de 2CV tot en met de SM. Net als bij Peugeot ligt de nadruk op de jaren vijftig en daarna, maar zijn er ook een paar oudere modellen. Dat Citroën buitenbeentjes heeft gemaakt, is bekend. Een Méhari, Ami 6 en recenter de C6 bewijzen dat nog maar eens. Mooi of lelijk zijn kwalificaties die niet relevant zijn. Visscher heeft de hand weten te leggen op een M35, een proefmodel met Wankelmotor dat eruit ziet als een Ami coupé. Hij weet te vertellen dat het de bedoeling was een serie van 500 stuks te maken, allemaal genummerde exemplaren. Dit is bijvoorbeeld nummer 470. Zoveel zijn er echter nooit gemaakt. De productie is bij 267 stuks blijven steken. Om het veel kleinere aantal te maskeren, sloeg Citroën gewoon een aantal nummers over.

 

Visscher laat zijn weergave van de Citroën-historie voor de Tweede Wereldoorlog beginnen.

De echte oldtimers vormen wel duidelijkheid een minderheid. De Torpedo is van 1927.

Wie kent ze niet? Citroën 2CV en Traction Avant.

Citroën Ami 6 met de kenmerkende 'omgekeerde' achterruit.

Citroëns experiment met een auto met Wankelmotor, de M35.

De bedoeling was 500 exemplaren uit te zetten voor gebruik door klanten. Het werden er 267.

De eigenzinnige kunststof Citroën Méhari is een blikvanger.

Visscher heeft verscheidene DS'en staan, alsmede een SM.

DS Cabriolet, voor Citroën gemaakt door het atelier van Chapron.

De richtingaanwijzers zitten onderaan bij de kap.

 

De grote limousines van Citroën: CX, XM en C6. Allemaal eigenzinnig.

De voorkant van de eerste generatie CX en van na een facelift.

C6 en XM; beide commercieel niet het grootste succes van de Franse industrie.

Op basis van de 2CV-techniek maakte Lomax die grappige wagentje.

Het Britse (!) ontwerp stamt uit het begin van de jaren 80.

Een Panhard PL17, familielid van Citroën dat het merk inlijfde maar daarna de nek omdraaide.

 

Jaarlijkse modelwisseling
Hoewel misschien niet helemaal passend bij de rest, is ook de beperkte verzameling Opels interessant. De namen Olympia en Rekord brengen je terug naar de jaren vijftig en zestig. In die tijd lieten de vormgevers van het Duitse bedrijf zich inspireren door hun meerderen bij het moederbedrijf General Motors in Amerika. Bij de auto’s van medio jaren vijftig was sprake van een jaarlijkse modelwisseling. De basis bleef gelijk, maar door een andere grille en licht gewijzigde carrosserie zag iedereen dat je in een nieuw of overjarig model reed. Een pure jeugdherinnering is het klokje in het klepje van het dashboardkastje. Als mijn herinnering me niet in de steek laat, moest je dat klokje nog opwinden.
Van latere tijd is de Rallye-Kadett, hier in de eerste uitvoering te zien. Een gewone B-Kadett staat ernaast, terwijl ook het A-model is vertegenwoordigd met een 2 deurs en een stationcar, volgens traditie als CarAvan aangeduid. Opvallend is verder een Rekord hardtop coupé in de toenmalige modekleur bruin. Kenners valt meteen op dat er een grille van de luxere Commodore is gemonteerd.
 

Opel Olympia van begin jaren 50, met nog duidelijk vooroorlogse trekjes.

'Der Zuverlässige' staat er op de achterruit. Zo zag Opel zichtzelf.

Een Olympia Rekord van de eerste generatie 1953/1954.

Dit model is van 1956. Ieder jaar veranderde het aanzien, naar (goede?) Amerikaanse traditie.

Een jeugdherinnering: het dashboardkastje met klokje.

Opel Kadett A, de eerste naoorlogse Kadett waarvoor Opel in Bochum een nieuwe fabriek neerzette.

Stationcarversie van de A-Kadett. Gemaakt in 1965.

Volgens de traditie werd de stationcar een CarAvan genoemd.

Met de Opel Kadett B begon de opmars tot meest verkochte model in Nederland.

De Opel Kadett Rallye in eerste uitvoering, met de kenmerkende zwarte motorkap en zijstrepen.

De vorm van de zijruit met daarachter de 'kieuwen' veranderde al snel.

Opel Rekord A Coupé. De vormgeving is duidelijk op die van Amerikaanse GM-modellen gebaseerd.

Een dergelijke bruine kleur was in die tijd heel gebruikelijk. Opel Rekord 1900L Hardtop 1972.

Kenners zien meteen dat de grille niet klopt. Die is van een Commodore.

Een sprong in de tijd: de Opel Manta 1.8S is van 1984.
 

Tweede bezoek
Na de goed verzorgde lunch is het tijd voor een tweede bezoek dat voor de Conam-leden op het programma staat. Daarvoor gaan we naar Beusichem, een kleine tien minuten rijden verderop. Het adres van Visscher Classique mag in het navigatiesysteem blijven staan. Als het museum in Buren straks officieel is geopend, gaan we vast nog een keer terug.
We verlaten de Franse sferen om meer te weten te komen over vooroorlogse BMW’s en dwergauto’s. Ook die verzameling is het uitvloeisel van een hobby. Liefhebben van oude auto’s is de rode draad door deze zaterdag.

 

  Bekijk ook:

 

 

Vernieuw, maar behoud het goede
 
Al weer een aantal jaren geleden werd het Peugeot-
museum fors uitgebreid. Een mooie aanleiding
om tijdens de vakantie weer eens langs te gaan.

augustus 2021

 

De blik vooruit, gesteund door het verleden
 
 Rondleiding door de Opel-fabriek in Rüsselsheim
en een blik op de collectie klassieke auto's,
met aansluitend een bezoek aan het stadsmuseum.
 
 
oktober 2009 - laatste aanvulling maart 2017