Oldtimerdag 2012

Zoetermeer (NL)




●  Jaarlijkse bijeenkomst klassiekers
●  Thema van 2012: Engelse auto's
●  Oude Britse merken
●  Nadruk op sportwagens
●  Foto-impressie


mei 2012
 

  


Engelse auto's in het zonnetje
 

Voor de twaalfde keer organiseerde de winkeliersvereniging van het oude dorp in Zoetermeer een oldtimerdag. Ook dit jaar namen weer meer dan honderd liefhebbers met hun oude auto deel aan de toertocht in de omgeving. Als altijd trok de manifestatie veel kijkers. In 2012 was er extra aandacht voor Engelse auto's.
 


De man in een donkere Renault Mégane kijkt stuurs. Aan zijn houding te zien, bevalt het hem allemaal niet. Waarschijnlijk is hij naar de Zoetermeerse Dorpsstraat gekomen om boodschappen te doen. Ik ga vroeg, dan heb ik nog een parkeerplaats, heeft hij vermoedelijk gedacht. Een slecht plan. Al ver voor tienen is er geen plekje meer te vinden. Tientallen auto’s en nog veel meer mensen vullen het terrein. Er staan zelfs auto’s op het gras. De politie knijpt een oogje dicht, waar op andere zaterdagen het bonnenboekje uit de zak zou komen. Dit is geen gewone zaterdag. De auto’s in de vakken en daarbuiten zijn ook geen gewone auto’s. Ze zijn minstens 25 jaar oud.
 

Al voor tienen is er veel belangstelling voor de deelnemers aan de toertocht

Toertocht
Één keer per jaar op een zaterdag in mei organiseert de winkeliersvereniging een oldtimerdag. Dit is alweer de twaalfde editie. De naam is in die zin vertekenend dat de meeste deelnemers een zogeheten young timer hebben. Echte old timers van vóór de Tweede Wereldoorlog zijn in de minderheid.
Centraal staat een toertocht door Zuid-Holland. De parkeerplaats is het startpunt. Al vanaf negen uur verzamelen de deelnemers zich, onder belangstelling van vele toeschouwers. Velen komen ieder jaar terug, zowel rijders als kijkers. Gemiddeld doen zo’n 150 auto’s mee aan de rit. Het aantal kijkers is een veelvoud daarvan. Na terugkomst krijgt het publiek de gelegenheid de auto’s nog eens goed te bewonderen. Zoals dat hoort bij een dergelijk evenement, is er ook een competitie. Een jury bepaalt welke inzending de prijs krijgt voor de beste weergave van het tijdsbeeld. Vorig jaar ging een Mercedes 190SL met de eer strijken.
 

Wat verweesd staat de winnaar van vorig jaar bij de bushalte: een Mercedes-Benz 190SL Roadster. 

Wereldniveau
Het is geen evenement van wereldniveau. Ieder voorjaar zijn er wekelijks overal in het land dergelijke bijeenkomsten. Liefhebbers halen na de winter hun gekoesterde klassieker graag uit de garage om er een tochtje mee te maken. Het groepsgevoel van soortgenoten versterkt de goede sfeer. Iedereen is enthousiast en ontspannen. Behalve de Mégane-rijder. Ondanks de drukte rijdt hij de parkeerplaats op in de naïeve gedachte nog een plaatsje te vinden. Dat lukt natuurlijk niet. Hij moet het terrein afrijden onder de opgeblazen start- en finishboog door en trekt zo alle aandacht. De ingehuurde commentator wrijft het er nog eens fijntjes in: “Nee, dit is geen deelnemer aan de rit, maar een verdwaalde gast die hopelijk ook wel eens vrolijker kijkt”.
 

Een TVR is wél deelnemer en krijgt de laatste instructies voor de tocht. 

Voorbijgangers
Naast de toertochtrijders zijn er de minder actieve deelnemers. Zij scheppen er plezier in hun oude auto te laten zien, maar zitten niet te wachten op een rit. "Weet je wel wat een liter benzine kost tegenwoordig?", zegt één van hen. De oudjes verbruiken een stuk meer dan hun hedendaags nageslacht. De blikken ouden van dagen mogen één dag per jaar in de oude Dorpsstraat parkeren. Het winkelend publiek staat tussen de Zeeman en het Kruitvat opeens oog in oog met een oude sportwagen of het autootje van opa.
Verhuurbedrijven van klassieke trouwauto’s maken slim gebruik van de mogelijkheid voor extra aandacht. Hun Rolls-Royces zijn toch al aandachttrekkers. Dit keer is ook een begrafenisondernemer present. Hij speelt met zijn klassieke Daimler graag in op bijzondere wensen voor de allerlaatste rit.
 

Een Daimler begrafenisauto voor een allerlaatste rit in klassieke stijl.

Links: de motorkap staat open, vandaar de spleet boven de grille. Rechts een opstapje aan de zijkant.

Thema
Om de jaarlijkse bijeenkomst extra aandacht te geven en een exclusief tintje te geven, kiest de organisatie elk jaar een thema. Dit jaar is dat Engelse auto’s. Het betekent trouwens niet dat andere dan Engelse merken niet welkom zijn. Het thema geeft alleen een accent. De liefhebbers van de Britse veteranen laten zich van hun goede kant zien. Ze zijn massaal gekomen. De bekende sportwagens vormen de hoofdmoot, met legendarische namen als MG, Triumph, Austin Healey en Jaguar. Het zijn allemaal echte liefhebbersmodellen. Kleine merken als Spartan en JBA passen er wat uitstraling betreft prima bij. Ze zijn minder oud dan ze eruit zien, maar hebben de verplichte leeftijdsgrens van 25 jaar inmiddels wel overschreden.
Veel van de auto’s zijn convertibles. De zon heeft begrepen wat liefhebbers behaagt en laat zich van de beste kant zien. De cabriokappen kunnen probleemloos naar beneden.
 

Een wieldop met het wereldbolbeeldmerk van Triumph, één van de Britse merken van weleer. 

Grootmacht
Naast de sportwagens zijn er enkele oude middenklassers en limousines. Ooit was Engeland een automobiele grootmacht. Austin en Morris waren bekende middenklassers, Rover en Jaguar behoorden met hun chique verschijning tot de topmodellen. Hun leren stoelen en houten dashboards waren destijds karakteristiek en nog altijd de moeite van het bekijken waard. Zo zie je ze niet meer.
De fotografische impressie hieronder beperkt zich dit keer voornamelijk tot de Engelse modellen, aangevuld met plaatjes van andere deelnemers die op één of andere wijze de aandacht trokken. Een Auburn uit begin jaren dertig kom je niet iedere dag tegen, net zo min als een Bugatti, de eerste Honda’s die destijds in ons land arriveerden of onze eigen vaderlandse Burton. Kijk zelf maar.

(NB. Elders op de website staan impressies van eerdere bijeenkomsten in Zoetermeer).
 

De Morris Oxford MO is een grote versie van de veel bekendere Minor. 

Volgens de eigenaar is het de enige auto van dit type in Nederland.

De Oxford MO werd gemaakt tussen 1948 en 1954. Deze is van 1953.

De Morris Minor als Estate met de houtconstructie die veel liefhebbers aan het werk houdt. 

Deze Austin A35 heeft nog de originele lak. Rechts het beeldmerk van Austin, de gevleugelde A.

De A35 was te onderscheiden van zijn voorganger A30 door de gelakte grille met chroomomlijsting.

De Austin doet mee aan veel van dit soort evenementen. De berijders/eigenaars zijn in Nederland wonende Engelsen.

Een mooie Triumph Herald met extra kofferrek. 

De Ford Cortina zag je destijds veel in Nederland, maar voornamelijk in tweedeurs-uitvoering.

De snelle GT was te herkennen aan de badges en had een dubbele chroomstrip op de flanken.

Aan deze Cortina Estate is veel gesleuteld. De uitgeklopte wielkasten zijn niet origineel.

Een Hillman Imp met als accessoire een zonneklep boven de voorruit.

De achterruit kon open om de extra bagageruimte achter de achterbank te bereiken.

Uit de tijd dat de Britse producten een slechte naam hadden op kwaliteitsgebied (de jaren '70): een Austin Allegro.

Een aardige young timer, maar de eigenaar wil er kennelijk toch van af.

Motorisch mankeert deze Alvis niets, maar aan het uiterlijk is nog wel wat werk te verrichten, aldus de eigenaar.

De S-type Jaguar was de grotere broer van de populairdere Mark II.

Zo'n dashboard kom je vandaag de dag niet meer tegen.

Nog een Jaguar S-type (officieel 3.8 S)  met zijn karakteristieke voorkant.

De mogelijkheid het reservewiel op de kofferbak vast te maken, was een fabrieksaccessoire bij de Rover 3500.

De V8-motor van de Rover was vrijwel onverslijtbaar. Het koetswerk levert meer problemen op.

Een verlengde Bentley Series S van de eerste generatie met enkele koplampen. Een mooie trouwauto.

Links de mascotte van Bentley, rechts die van Rolls-Royce met hier de Spirit of Ecstacy in geknielde uitvoering.

Een klassieke Rolls-Royce is altijd een imposante verschijning.

De speciale vorm van het achterste zijruitje geeft aan dat de koetswerkbouwer Hooper was. 

Net als tegenwoordig had de Rolls-Royce destijds ook 'suicide doors': de achterportieren scharnieren aan de achterkant.

Het beeldmerk is heel subtiel verwerkt in de koplampen (zie foto onder). 

Onder de in elkaar verstrengelde R'en staat de naam van de koplampleverancier: Lucas.

Deze Silver Wraith in tweekleuren-uitvoering is zo mogelijk nog imposanter.

Op de achtergrond de oude kerk in de Zoetermeerse Dorpsstraat.

Een echte Britse klassieke sportwagen, de Triumph TR4.

De familie gaat op pad. Heel veel ruimte heb je achterin niet.

Links een Triumph TR6 PI (petrol injection) en rechts een Triumph Spitfire MK4.

De Triumph Stag, gemaakt tussen 1970 en 1978, had een achtcilinder onder de kap. 

De open Triumph TR7 markeert het eind van het merk als sportwagenfabrikant.

Ook MG was nadrukkelijk aanwezig. Hier twee van de verscheidene model A-exemplaren.

Een blik op het instrumentenpaneel van de MG A. Let op het bijzondere stuur.

De kleine MG Midget (links) en de succesvolle MG B.

Om aan de Amerikaanse eisen te voldoen, kregen de modellen van na 1974 (lelijke) rubberen bumpers.

De coupé-uitvoering van de MG B kreeg de toevoeging GT.

De MG C heeft zes cilinders en is herkenbaar aan de verhoogde motorkap, nodig omdat de motor anders niet past.

Een late versie van de MG B (met zwarte grille en dikke chroomrand) in Amerikaanse uitvoering met markeerlichten.

De Austin Healey Sprite heeft als bijnaam 'frog eye' vanwege de koplampen. De auto heeft geen kofferklep.

De meeste klassiekers zijn een hobby van mannen. De uitzondering bevestigt de regel.

Een zescilinder Austin Healey 3000, door kenners aangeduid als de 'big Healeys'. 

Een prachtig gerestaureerde Jaguar XK120 Coupé. De eigenaar heeft besloten niet mee te rijden.

Door het gebruik van centraal geplaatste meters, kon de auto gemakkelijk worden aangepast voor links stuur.

Volgens de eigenaar gebruikt de wagen 1 op 7, mits er heel rustig mee wordt gereden.

De vloeiende lijnen maken de XK120 Coupé voor velen tot de mooiste van de XK-reeks.

In 1954 volgde de XK140 de XK120 op. De coupé bood meer ruimte in het interieur. 

Van de zijkant is het verschil met de XK120 direct zichtbaar.

In 1957 kwam Jaguar met de XK150 (links). Rechts een XK140 Drophead. 

Als opvolger van de XK was er de E-type. De beginseries hadden plexiglazen kappen over de koplampen.

Links een TVR Taimar, rechts een Jensen Interseptor. Namen uit een roemrijk Engels verleden.

Tussen 1973 en 1995 maakte Spartan een zelfbouwauto gebaseerd op Triumph- en Ford-techniek.

JBA is een kleine Britse fabriek die vanaf 1982 dergelijke sportwagens maakt. Dit is de Falcon.

Een échte oldtimer en wat voor één: een Auburn uit 1931 met schitterend gevormde achterkant.

De Auburn representeert de jaren dertig van Amerika: veel armoede, maar luxe en rijkdom voor een kleine groep.

Typische details bij een auto als deze: het reservewiel in de treeplank en een opvallende mascotte voorop.

Twee A-Fords behoren net als de Auburn tot de groep oldtimers. 

Dit lijkt oud, maar is het niet: de Nederlandse Burton met Citroën 2CV-techniek. Ook de koplampen komen van 'de Eend'.

Er waren zelfs twee Burtons present. De rechter is een raceversie met kleine voorruitjes.

Een jaarlijks terugkerende deelnemer is deze Bugatti-eigenaar. De auto is al decennia lang familiebezit.

De eerste Honda op Nederlandse bodem was de S800, hier de coupé.

Deze S800 cabrio is waarschijnlijk de oudste op Nederlands kenteken. 

Inmiddels is ook de Honda Civic (rechts) een klassieke young timer. Hij mocht meerijden.

Gewoon een mooi plaatje van een perfect uitziende Volkswagen Karmann Ghia cabriolet.

De Heckflossen gaven deze Mercedes-Benz 220S zijn bijnaam. De auto ziet er puntgaaf uit.

Niet minder indrukwekkend is deze goed onderhouden S-klasse van Mercedes-Benz, compleet met koplampwissers.