Bugatti Veyron

Quest For Perfection - Martin Roach




●  De ultieme supersportwagen
●  Achtergronden van de historie
●  Hartstocht van een liefhebber
●  Een auto als beroemdheid


maart 2014 - aanvulling februari 2015

  


Biografie van een beroemdheid op wielen

Schrijver van boeken over beroemdheden uit de wereld van sport en muziek Martin Roach heeft een andersoortig idool tot onderwerp van één van zijn uitgaven gemaakt: de supersportwagen Bugatti Veyron. Het resultaat is een informatieve en tegelijkertijd luchtige beschrijving van zijn ontmoeting met deze beroemdheid. Een levensverhaal van een auto en tevens een autobiografie van de auteur.

Laat ik beginnen met een bekentenis. Ik ben eigenlijk niet zo van de moderne supersportwagens. De aantrekkingskracht die ze op velen hebben, gaat aan mij voorbij. Te nuchter, vermoedelijk. Te praktisch ingesteld. Wat moet je met een auto die 300 of nog meer kilometers per uur kan rijden als je boven de 130 al op de bon wordt geslingerd? Is een prijs van een miljoen euro of meer voor een auto geen complete waanzin? Ik zou willen dat ik me een huis in die prijsklasse kon permitteren. Van nul tot honderd in vier seconden, of drie zelfs. Leuk, maar wat moet je ermee? Ooit ben ik een paar kilometer meegereden met een Donkervoort en zag na enkele acceleratie- en remdemonstraties al groen en geel. Waar op de inmiddels overleden Auto-RAI mensen zich rijen dik stonden te vergapen aan de auto’s op de stands die voor de gewone bezoeker niet toegankelijk waren, liep ik door naar de familieauto's met een nieuw achterlichtje.
 

Veyron Grand Sport, de open versie (foto: Bugatti).

Superauto
In mijn boekenkast staan nog altijd meer boeken over Trabant en Wartburg dan over superbolides. Toegegeven, de busrit die je als toerist kunt maken over het racecircuit en het fabrieksterrein van Ferrari vond ik absoluut de moeite waard. Het museumbezoek in Maranello was een belevenis. Als je in de buurt bent, is de fabriekscollectie van Lamborghini in Sant’Agata Bolognese een aanrader. En natuurlijk ga ik in Berlijn langs het Volkswagen-forum aan Unter den Linden om een blik te werpen op de Bugatti Veyron in de showroom. Niettemin is het tekenend dat een boek over die superauto pas sinds kort in mijn boekenkast staat. Het was afgeprijsd. Bij Polare, de chique maar mislukte rebranding van De Slegte en Selexyz. Het was er trouwens stil en sfeerloos. De medewerkster achter de kassa vertelde over de grote onzekerheid voor haar en de collega’s.
 

Een Veyron in de showroom in Berlijn. De ruiten moeten natuurlijk brandschoon zijn.

Beroemdheid
Voor net geen tientje (volgens psychologen verkoopt 9,99 toch beter dan 10,00) kocht ik het boek van Martin Roach over de ultieme sportwagen van het Volkswagenconcern. Het lezen van de inleiding was voldoende om snel door te gaan. Liefhebber van snelle auto’s Roach heeft zijn idolate bewondering voor zijn eigen mobiele droom weten over te dragen. Hij leeft in de wereld van beroemdheden en verdient er zijn brood mee. Meer dan honderd boeken staan op zijn naam. Als ghostwriter neemt hij je met zijn schrijfkunst mee in hun wereld van sport en muziek. Je gaat automatisch ook van die beroemdheid houden. Het is hier niet anders. De Bugatti Veyron laat je na het lezen van zijn boek niet langer koud. Met zijn fijne Britse pen, af en toe gedoopt in een potje onvervalste Engelse humor en met gevatte woordspelingen beschrijft hij de supersportwagen als een beroemdheid, te vergelijken met een popster. Hij neemt je als boeiende verteller mee naar de plekken die in het bestaan van de Veyron een belangrijke rol hebben gespeeld, zoals je de geboorteplaats van een popster bezoekt en op zoek gaat naar de studio waar de eerste plaatopname heeft plaatsgevonden.
 

Klassieke Bugatti's in museum ZeitHaus, onderdeel van Autostadt in Wolfsburg.

De grootste collectie klassieke Bugatti's ter wereld is te vinden in het museum in Mulhouse. 

In een hoekje van het museum staat ook één van de eerste Veyrons.

Kasteel
De lezer komt in het beleveniscentrum Autostadt in Wolfsburg, waar in het museum enkele klassieke Bugatti’s staan. Roach neemt je mee naar het Bugatti-ontwikkelcentrum in diezelfde stad en spreekt daar ontwikkelchef Dr. Wolfgang Schreiber. Hij bezoekt de beroemde Bugatti-collectie van de Schlumpf-broers in Mulhouse en reist vervolgens naar het hoofdkantoor van het automerk in het historische kasteel St. Jean in Molsheim, in de Elzas. Het monumentale pand is destijds door Ettore Bugatti aangekocht voor representatieve doeleinden en later door de nieuwe eigenaar van Bugatti opnieuw gekocht en opgeknapt. Om de band met het verleden te accentueren, staat in de ontvangstruimte monumentaal een Bugatti T41 Royale, het indrukwekkendste type van het merk.
Achter het pand staat het hypermoderne Atelier, de fabriek waar de auto’s worden gemaakt. Daar ontmoet hij Fred Schulemann, hoofd van de productie, wiens kostuum volgens Roach “meer heeft gekost dan mijn auto”. Dit is de kraamkamer van één van ’s werelds duurste auto’s. Luxe en perfectie zijn de kwalificaties die zowel passen bij de auto als zijn geboorteplaats.
 

Chateau St.Jean is Bugatti's hoofdkantoor, met de moderne fabriek in de achtertuin (foto's: Bugatti).

Het hypermoderne Atelier waar de autos worden geassembleerd (foto's: Bugatti).

In de ontvangstruimte staat één van de zes Bugatti Royales die ooit zijn gemaakt.

Veyron
Hoewel de merknaam en het hoofdkantoor verwijzen naar de historische wortels van Bugatti, het beroemde merk dat tussen 1908 en 1953 7800 spraakmakende auto’s maakte, begint het verhaal van de Veyron in 1998. Volkswagen koopt de merkrechten, nadat eerder de Italiaanse ondernemer Romano Artioli getracht heeft het merk nieuw leven in te blazen. Tussen 1992 en 1995 maakt en verkoopt hij 140 exclusieve twaalfcilinder sportwagens, de EB110. Het bedrijf komt echter in financiële nood en moet liquideren. Als VW-topman Ferdinand Piëch een nieuwe poging waagt en aankondigt een supersportwagen binnen zijn concern te gaan maken, is de kritiek niet van de lucht. Grootheidswaanzin, wordt gezegd. Hij geeft de technici een opdracht een wagen te maken met een motor van 1001 pk, goed voor een top van meer dan 400 km/u waarmee je ook rustig bij de opera kunt voorrijden. Alleen het beste van het beste is genoeg voor deze ras-techneut, kleinzoon van Ferdinand Porsche.
 

De Bugatti EB110, gemaakt tussen 1992 en 1995 als Bugatti in handen is van Romano Artioli (foto's: wikipedia)

Zestiencilinder
Op de Parijse autotentoonstelling van 1998 staat de EB118, een prototype voor een nieuwe Bugatti coupé, met een door Giugiaro getekend koetswerk en een 18-cilinder motor voorin. In Genève staat het jaar daarop de vierdeurs EB218. Beide modellen gaan niet in productie, net zomin als een derde prototype, de 18/3 Chiron met middenmotor, gepresenteerd tijdens de autoshow van Frankfurt in 1999. De auto’s geven wel een signaal af. Piëch is serieus met zijn plannen. Een nieuwe Bugatti is in aantocht. Op de show in Tokio staat de eerste Veyron, genoemd naar de Franse coureur die in 1939 met een Bugatti de 24-uur van Le Mans won. De motor is verkleind tot een zestiencilinder. In maart 2000 kondigt Piëch de serieproductie aan. De ontwikkeling vergt echter meer tijd en energie dan gedacht. De introductiedatum van 2004 blijkt niet realistisch. Elke keer ontstaan nieuwe problemen. Uitdagingen, in managementtaal. De Veyron’s technische complexiteit maakt dat alles perfect op elkaar moet aansluiten: motor, onderstel, versnellingsbak, assen, remmen en banden. Alles moet speciaal voor deze auto worden ontwikkeld. Er komt geen onderdeel van het schap.
 

In 1998/1999 lanceert de nieuwe Bugatti-eigenaar Volkswagen een aantal prototypen (foto: Bugatti).

Miljoen
In 2005 is het zover. De supersportwagen is gereed. Klaar voor de verkoop. De opdracht van 1001 pk en 400 km/u is vervuld. Goed, het kost wat. De nieuwprijs voor dit technisch hoogstandje is in Nederland ruim een miljoen. Voor een servicebeurtje – om de 20.000 km - moet je zo’n 15.000 euro neertellen. Een bandenwissel – advies: na 10.000 km - kost een ton (!). Na drie wissels ben je toe aan nieuwe wielen. Dan staat een bedrag van 45.000 euro op de rekening. En dan het rijden. Als je een beetje op het gaspedaal trapt is honderd liter benzine er binnen een half uur doorheen. De Veyron is er niet voor iemand die erg op de centjes moet letten. Er zijn in deze wereld mensen die dat ook niet hoeven te doen. Zij gaan naar Molsheim om hun gewenste kleur en de bijpassende bekleding uit te zoeken.

 

Een vroege Veyron. Op last van Ferdinand Piëch verdwenen de luchtopeningen bij de deuren.

De hoefijzervormige grille verwijst naar de historische modellen van Bugatti. 

Fascinatie
Roach zal nooit tot de klantenkring behoren. Dat maakt zijn fascinatie niet minder. Bovendien kent hij de wereld van glitter and glamour van nabij. Ook al blijf je als schrijver altijd enige afstand houden, het in de buurt komen van een celebrity geeft volgens hem altijd een spannend gevoel. Voor zijn boeken probeert hij de wereld van de popsterren en topsporters te doorgronden en te voelen wat zij meemaken. Zo heeft hij eens bij een optreden voor tienduizenden mensen naast de drummer van een band gezeten om letterlijk te ervaren wat het is in de spotlights te staan. De wens de beroemdheid te kunnen aanraken geldt ook als die beroemdheid vier wielen heeft. Roachs ultieme droom is een keer in een Veyron te rijden. In een aantal hoofdstukken beschrijft hij beeldend zijn pogingen daartoe. Hij begint bij de simpelste manier: zo’n auto huren. Het blijkt te kunnen, maar de prijs is 17.500 pond voor een dag. Dat is hem toch wat te gortig.

 

Hoewel de meeste modellen tweekleurig zijn, kan de Veyron natuurlijk ook in een monokleur worden geleverd.

Ook het dashboard is indrukwekkkend.
 

Morris Marina
Een volgende poging is een proefrit te maken bij één van de dealers die een tweedehands Veyron ‘in de aanbieding’ hebben. Bij dergelijke auto’s praat je trouwens niet over second hand, maar over pre-owned, schrijft Roach. Hij beschrijft eerst de moed die hij moet verzamelen om te bellen, waarna hij uiteindelijk bij drie voicemails terecht komt. Twee van de drie verkopers bellen hem niet eens terug. De derde informeert naar de achtergrond van zijn wens. Is meneer een liefhebber? Welke andere auto heeft hij in zijn garage staan? Na het eerlijke antwoord “een groene Morris Marina” is het gesprek snel afgelopen.
Een derde poging heeft meer succes. Met hulp van zijn connecties legt hij het verzoek neer bij de fabriek zelf. Na enige tijd van stilte volgt een afspraak in Wolfsburg. Met ontwikkelchef Schreiber mag hij een ritje maken. Hij durft niet te vragen of dat betekent dat hij zelf achter het stuur mag kruipen of dat de rit beperkt blijft tot de passagiersstoel. Niettemin lijkt zijn droom in vervulling te gaan. Hij beschrijft kostelijk hoe zenuwachtig hij is op de dag van de waarheid. Afgesproken is, dat hij wordt opgehaald bij zijn hotel. Een half uur voor het afgesproken tijdstip staat hij al in de hal. Dat moet genoeg zijn om van de balie naar de uitgang te gaan, zo’n meter of tien, beschrijft hij met onderkoelde humor. Als zijn mobiele telefoon gaat, krijgt hij bijna een hartverzakking. De secretaresse van Schreiber meldt dat er wat tussengekomen is. Het blijkt geen onheilstijding. Het wordt slechts twintig minuten later. De hartslag daalt weer.

 

De Super Sport is nog krachtiger dan de 'gewone' Veyron.

De zestiencilinders leveren 1200 pk.

Sinterklaasavond
Roach mag zelf achter het stuur. De auto blijkt ook nog eens een Super Sport te zijn, de overtreffende trap van de superauto, de versie met een vermogen van maar liefst 1200 pk. Blij als een kind op sinterklaasavond beschrijft hij de karakteristieken van de Veyron, het gevoel bij het optrekken en remmen. Door zijn vaardige pen krijg je het gevoel dat je naast hem zit. Dat kan natuurlijk niet, waar daar zit Schreiber en een Veyron is slecht tweepersoons. Het meest opmerkelijk is misschien nog wel dat je de auto inderdaad mee naar de opera kunt nemen. Hij laat zich in het stadsverkeer net zo gemakkelijk berijden als een Volkswagen Golf. Maar als het beest op de Autobahn losgaat, komt het andere karakter naar boven. De topsnelheid is hoger dan de snelheid van een Concorde voordat die het luchtruim kiest. De acceleratie is als een kogel uit een pistool. Het remmen gebeurt met eenzelfde intensiteit, maar dan andersom. Alle andere superauto’s komen in de schaduw te staan van deze absolute topper, meent Roach. En hij kan het weten. Hij heeft erin gereden.
 

Een supersportwagen die zich ook in de stad goed laat berijden.

Feiten
Een doorgewinterde autokenner of -freak is Roach niet. Dat maakt dit boek juist zo aardig. De combinatie van nieuwsgierigheid en adoratie zijn aanstekelijk. Zijn enthousiasme doet niet onder voor die van Top Gear's Jeremy Clarkson. Als goede celebrity-auteur vergeet hij de kale feiten niet, zoals je van een artiest wilt weten hoe oud hij is, waar hij is geboren, met wie wordt samengeleefd, wat zijn lengte en gewicht is. De Veyron heeft 16 cilinders, 1001 pk, 7993 cc, vierwielaandrijving, een zeventraps DSG-versnelllingsbak met dubbele koppeling, een koppel van 1250 Nm, een top van 407 km/u en accelereert in 2,5 seconden naar honderd. In 2,3 seconden staat de auto weer stil. De lengte is 4462 mm, breedte 1998 mm, hoogte 1204 mm. Gemiddeld verbruik is 1 op 4 (1 op 2 in stadsverkeer) en de uitstoot 596 g/km. De Super Sport heeft een vermogen van 1200 pk, een koppel van 1500 Nm en een top van 415. Die top is gelimiteerd vanwege de banden.
 

Minstens zo indrukwekkend als de acceleratie is de korte tijd die nodig is om af te remmen.

Zo zie je de motor door de glazen motorkap.

Besmettelijk
Het boek is een biografie van de auto en tegelijkertijd een autobiografie van de auteur. Weinig autoboeken heb ik afgelopen tijd met zo veel plezier gelezen. Had ik dit geweten, was een niet-afgeprijsde versie al veel eerder in huis geweest. Had ik misschien ook nog een kleine bijdrage geleverd aan de minder dramatische afloop van Polare.
Intussen blijkt de popsterachtige bewondering van Roach besmettelijk. Ook al ben je niet zo van de supersportwagens, na dit boek ga je van de Veyron houden. Het is als technisch hoogstandje de absolute top in de autowereld. De schrijver heeft me overtuigd. The Story of the Greatest Car in the World, luidt de ondertitel. Zo is het. En ook nog eens een wonderful story.
 

Waar de Veyron ook staat, er is altijd publieke belangstelling, zoals hier tijdens een show in Essen.



 

  

  

Bugatti Veyron, a Quest for Perfection - the story of the greatest car in the world

Martin Roach

Preface Publishing
september 2011
ISBN: 978-1848093485
 


 

 

   Aanvulling

FEBRUARI 2015
De laatste Veyron is geproduceerd. De auto kreeg als opschrift ‘La Finale’ mee en is verkocht aan een klant in het Midden-Oosten. In totaal zijn er 450 modellen gemaakt. Gemiddeld kostten ze 2,3 miljoen euro.