Louwman's Toyota World

Raamsdonksveer (NL)




●  50 jaar Toyota in Nederland
●  Kort overzicht van de historie
●  Modellen van vóór 1964 
●  Bijzondere Toyota's
 

oktober 2014
 

  


Toonkamer van een halve eeuw succes 
 

Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat de eerste Toyota in ons land arriveerde. Het merk is vandaag de dag een vertrouwd element in het straatbeeld. Dat was toen wel anders. In Raamsdonksveer is een groot aantal modellen uit die afgelopen halve eeuw bij elkaar gezet, aangevuld met exclusieve modellen van het merk.   
 


Op de muur van het pand van Toyota-importeur Louwman & Parqui in Raamsdonksveer staat met grote letters Museum. Ze zijn in 1981 aangebracht toen de collectie van het Nationaal Automobielmuseum verhuisde van Leidschendam naar deze locatie. Maar inmiddels staan de auto's al weer vier jaar in het Louwman Museum in Den Haag. Wordt het geen tijd de letters van de muur te halen? Het antwoord kan kort zijn: nee! Want wie denkt dat de voormalige museumzalen leeg staan, heeft het mis. Ze huisvesten Louwman’s Toyota World, een schitterende expositie van Toyota-modellen van de afgelopen halve eeuw. Het nieuwe museum is niet voor publiek geopend. Een uitnodiging een keer te komen kijken, grijpen we dan ook met beide handen aan. Het is een mooie aanleiding nog eens even in de historie van Toyota in Nederland te duiken.

 

De enige overgebleven vooroorlogse Toyota staat in niet in Raamsdonksveer maar in het Haagse Louwman Museum.


Onbekend merk
In 1964 start Louwman & Parqui met de import van Toyota, een voor velen tot dan toe onbekend merk uit een land met een beperkte historie als autoproducerende natie. Weliswaar stamt de eerste Toyota uit 1935 (toen nog Toyoda geheten, naar de familienaam), maar op het wereldtoneel speelt het merk geen rol van betekenis. Van het eerste model worden er in zeven jaar niet meer dan 1400 gebouwd. De opvolgers komen niet tot grotere aantallen. Van massaproductie is geen sprake. Na de Tweede Wereldoorlog komt de productie laat en langzaam op gang. In 1953 produceert Toyota 16.500 auto's per jaar. Vijf jaar later zijn dat er 79.000. Maar dan gaat het snel. Als de eerste auto's naar ons land komen zijn het er al zo'n half miljoen. Op dat moment heeft echter nog vrijwel niemand in de gaten dat Japan de toon gaat zetten op het gebied van efficiënte en hoogwaardige automobielbouw. Dat Toyota zal uitgroeien tot de grootste autofabrikant ter wereld is dan onwaarschijnlijker dan dat de Paus in het huwelijk treedt. Het zal nog even duren voordat de gehele autowereld met afgunst kijkt naar het Toyota Production System met als sleutelbegrippen just in time en lean production.
 
 

50 jaar historie van Toyota in Nederland bij elkaar gebracht.

Met een folder introduceerde Louwman & Parqui het merk aan de Nederlandse klant.
 

 

Import
Het is een gouden greep van Piet Louwman om vertrouwen te hebben in de Japanse auto-industrie en Toyota naar Nederland te halen. Al in 1957 zijn er contacten met Toyota, maar de fabriek vindt de producten nog niet geschikt voor de export. Dat verandert begin jaren zestig. In autokringen is Louwman & Parqui dan al jaren een begrip. Begin 1924 start het bedrijf met de import van Dodge. In 1935 komt daar Graham bij, zij het dat daarvoor een afzonderlijk bedrijf wordt opgericht, Nimag (Nederlandse Import Maatschappij van Automobielen ’s Gravenhage). Piet Louwman heeft de touwtjes strak in handen en een neus voor handel. In de jaren erna volgen het importeurschap van onder meer DeSoto, Ferguson-tractoren, een twintigtal motorfietsmerken, Lloyd, Rovin, Aston-Martin, Alfa Romeo, Morgan en TVR. In 1969 volgt een tweede Japans automerk, Suzuki. In 1990 een derde, Lexus.
Als Piet Louwman in 1969 overlijdt, zet zijn zoon Evert de zaken voort. Met veel energie wordt de verkoop van Toyota verder uitgebouwd. Jaar na jaar stijgen de verkoopaantallen. De slagzin luidt: "Onstuitbaar in opmars". Het is geen grootspraak, blijkt al gauw.
 

De Crown is de eerste Toyota in Nederland. Veel van het promotiedrukwerk was nog in het Engels.

Fabricage van de Crown (foto uit brochure Toyota Motor van 1962).

Crown en Corona
De eerste Toyota die in Nederland wordt aangeboden is de Crown. Uiteraard staat die auto in Toyota World. Het is de eerste versie, met ronde achterlichten. Na een facelift worden dat rechthoekige (zie de brochure linksboven). De Crown is voor die tijd een grote auto, eerst met een viercilinder motor en later ook met twee cilinders méér onder de kap.
Als tweede model volgt snel daarna de Corona, een middenklasser met een karakteristieke, schuine neus. Behalve vierdeursmodellen bouwt Toyota ook stationcars en pick-ups. Ze staan in de folder, maar het is de vraag of er ooit eentje in Nederland is verkocht. Niettemin heeft zo’n Corona pick-up een plaatsje in het museum gekregen. 
 

De Toyota Crown is voor die tijd een grote auto.

De eerste versie had ronde achterlichten. Latere versies hadden rechthoekige.

Folder van de Crown. Rechtsonder een wel heel opmerkelijke versie: een combinatie van sedan en pick-up.

De Crown van de vierde generatie (1971-1974) was duidelijk Amerikaans gestijld.

Deze Crown was er ook als grote, tweedeurs hardtop-coupé.

De Corona volgde snel na de Crown en was het tweede model in Nederland.

Brochure van de Corona.

Een andere brochure van dit model. De grille wijkt af van het model hierboven.

Eén van de modellen was de pick-up.

Van de Corona was ook een pick-upversie leverbaar. Waarschijnlijk nooit verkocht in Nederland.

Brochures van de Corona en de daaropvolgende modellen.
 

Voorgangers
Voordat de Corona en Crown geschikt werden bevonden voor de export, had de fabrikant er in eigen land ervaring mee opgedaan. Het aardige is, dat Louwman’s Toyota World ook die voorgangers laat zien. De eerste Crown is leverbaar geweest tussen 1955 en 1962 en gaat vooraf aan het model dat naar Nederland kwam. Opvallend zijn de aan de achterkant scharnierende achterdeuren. De panoramische achterruit is als modegrille over komen waaien uit Amerika. Aanvankelijk bestond de ruit uit drie delen, maar na een facelift werd het één grote achterruit.
Bij het ontwerp van de eerste Corona is zowel naar de Amerikaanse als de Britse merken gekeken. De achterkant lijkt direct afgeleid van een Amerikaanse Ford. Het erop volgend model heeft een veel eigener, vooral hoekiger lijn gekregen. Op sommige exportmarkten, zoals de Verenigde Staten, werd dit model als Tiara aangeboden.
Het zijn unieke modellen die je elders niet gauw zult tegenkomen, tenzij je naar musea in Japan gaat. De auto's hebben rechts stuur, want het verkeer in Japan rijdt links. Ze zien eruit alsof ze nooit uit de showroom zijn geweest. 
Net zo min als de eerste Crowns en Corona's heeft de Publica 800 onderdeel uitgemaakt van het Nederlandse aanbod. Zijn opvolger wel, die komt in 1969 maar krijgt bij ons de eenvoudige naam Toyota 1000. 
 

De eerste generatie van de Crown. Let op de achterdeuren die aan de achterzijde scharnieren.

Net als bij Amerikaanse auto's was het front sterk gestileerd, met inbegrip van een motorkapornament.

De eerste generatie Corona, gemaakt tussen 1957 en 1960.

De vorm doet denken aan zowel Engelse auto's als aan de Amerikaanse Ford.

Zijn opvolger (1960-1964) kreeg een veel strakker gelijnde carrosserie.

Een van de laatste types van de tweede generatie.

Productie van de Corona, die op enkele markten ook Tiara werd genoemd (foto uit brochure Toyota Motor van 1962).

De Publica 800 was de voorloper van de Toyota 1000.

Dit model is nooit in Nederland geleverd.

De Publica 700 (met afwijkend front) aan het eind van de productielijn (foto uit brochure Toyota Motor van 1962).


Toyopet

Hoewel de auto’s voor de thuismarkt zijn bestemd, gebruikt men voor de merk- en typeaanduidingen het Westerse schrift. Opvallend is echter dat we nergens Toyota lezen, maar in plaats daarvan Toyopet. Onder die naam werden de modellen na 1949 in Japan aan de man gebracht. Voor de export bleek dat toch minder geschikt. In 1957 betrad de onderneming de Amerikaanse markt en daar werden 'toyo' en 'pet' in verband gebracht met speelgoed en huisdieren. Zo'n merk neem je niet serieus. Voor het buitenland werd de naam daarom snel gewijzigd in de naam van het bedrijf - dus Toyota - en vanaf het midden van de jaren zestig was dat overal de merknaam. Dus toen de Crown naar Nederland kwam, stond er al Toyota op. In Japanse musea kom je de auto nog tegen als Toyopet. Overigens bestaat Toyopet in Japan nog steeds als één van de dealerorganisaties die een deel van het productgamma verkoopt. 
 

In Japan werd de merknaam Toyopet gebruikt. Voor de export bleek dat geen handige naam.

Links de Toyota Crown in Raamsdonksveer, rechts de Toyopet Crown in History Garage in Tokio.

Corolla
Noch de Crown, noch de Corona zorgen in de jaren zestig voor een definitieve doorbraak in Europa. Die rol is weggelegd voor een kleiner model, de Corolla. Alle elf modelgeneraties bij elkaar opgeteld, is het met meer dan 40 miljoen exemplaren één van de meest gemaakte auto's aller tijden.
In 1968 staat het eerste type in de Nederlandse showrooms. Vele zullen volgen, als tweedeurs, stationcar of als populaire coupé. Terwijl de stamvader midden in de zaal staat, zien we opeenvolgende modelseries op een stellage bij elkaar staan. De rijke standaarduitrusting en luxe afwerking onderscheidt ze van het aanbod van de Europese merken. Daarmee breken de Japanners door. Steeds meer klanten ervaren bovendien de betrouwbaarheid en probleemloosheid van de Japanse auto. Aanvankelijk zijn ze wat klein voor grote Europeanen, maar de moederfabriek haakt snel in op de wensen van de klant. De Corolla groeit mee met de afzetmarkten.
 

Het eerste model Corolla komt ook naar Nederland.

De komst van de Corolla betekent de doorbraak van het merk.

De coupé-versies zijn populair. LInks de Sprinter op basis van het eerste model Corolla.

Brochures van het eerste model en zijn opvolger. 

Verschillende generaties Corolla's bij elkaar. Op de bovenste rij de grotere Carina.


Trendsetter

Vooruitstrevende techniek is lange tijd niet het punt dat Toyota’s het meest karakteriseert. Terwijl de Europese fabrikanten voor hun kleinere modellen massaal overstappen op voorwielaandrijving, drijft de motor van de Corolla en kleinere Starlet nog heel lang de achterwielen aan. Pas in 1979 verschijnt de Tercel met voorwielaandrijving, een afzonderlijk model naast de Corolla. Anders dan bij de meeste andere auto’s staat de motor in de lengterichting en niet dwars.
Toyota evolueert van trendvolger tot trendsetter. Lang voordat de Europese en Amerikaanse merken er serieus brood in zien, investeert de Japanse fabriek in de ontwikkeling van hybride aandrijving. Dat leidt tot de Prius. De eerste generatie wordt sceptisch ontvangen. Hij  is ook niet moeders mooiste. Maar Toyota doet ervaring op waarmee de concurrentie op achterstand komt te staan. Het blijkt een strategische meesterzet. Inmiddels heeft het merk al 7 miljoen hybrids gemaakt. Gebroederlijk staan hier de eerste Prius en de eerste plug-in naast elkaar in de schijnwerpers. Een eindje verderop staat de elektrische RAV4 waarmee Toyota tussen 1997 en 2003 experimenteerde.
 

De 1000 was technisch conventioneel. De Tercel was de eerste Toyota met voorwielaandrijving.

De eerste Prius en het derde model, een plug-in Hybrid.

Ook met elektrische auto's doet Toyota ervaring op. De RAV-EV wordt in een kleine serie gemaakt.

Divers aanbod
De expositie maakt duidelijk hoe divers het aanbod van Japans’ grootste automerk door de jaren heen is geweest. Als tegenhanger van de Europese familiecoupés als de Ford Capri en Opel Manta verschijnt in de jaren zeventig de Toyota Celica ten tonele, technisch gebaseerd op de Carina. De auto moet het vooral hebben van zijn vormgeving. Het is een hardtop met flanken volgens het colaflesjesmodel, later aangevuld met een variant met grote derde deur. De ontwerpers hebben zich laten inspireren door de vroegere Ford Mustang. Kijk maar eens naar die drie verticale achterlichten en de roosters op de C-stijl.
Tot de collectie behoren ook de bedrijfswagens die in de loop der jaren zijn verkocht. Vorm en prestaties zijn hier van ondergeschikt belang. Functionaliteit staat op de eerste plaats. Maar zo'n campertje kan natuurlijk wel voor een hoop plezier zorgen.
 

De Toyota Celica als sportieve coupé, gebaseerd op de familiewagen Carina.

De achterkant van de Liftback vertoont veel gelijkenissen met de Ford Mustang.

De eerste generatie (links) en de opvolgers.

Echte sportwagens: Toyota Supra en de MR2 met middenmotor.

Tweemaal een Lite Ace, als busje en als kleine kampeerwagen.

Land Cruiser
Naast de Jeep en Land-Rover geldt de Toyota Land Cruiser als hét voertuig waarvoor bijna geen terrein onbegaanbaar is. Toyota doet in 1950 ervaring op met een dergelijke auto als de Amerikaanse overheid het bedrijf vraagt honderd Willys Jeeps te bouwen ten behoeve van de Koreaanse oorlog. Vanuit die order ontstaat een eigen model dat in 1954 de naam Land Cruiser krijgt, geïnspireerd op de naam Land-Rover. Tot de museumcollectie behoort een model uit 1958. Het is één van de vier die naar Nederland kwamen nog voordat Louwman & Parqui officieel importeur van het merk werd. In de vorm zijn al elementen te herkennen van het beroemde type J40 dat Toyota tussen 1960 en 1984 bouwt en Land Cruiser onsterfelijk maakt. In Azië, maar zeker ook in Afrika, versloeg Toyota zijn Amerikaanse en Britse tegenhangers door vergelijkbare terreinkwaliteiten te koppelen aan een lagere prijs en grotere betrouwbaarheid.  Van deze icoon zien we een versie uit 1969 en Station Wagon van acht jaar later. Anders dan de modellen van nu die vooral op de gebaande paden blijven, zijn dit nog echte terreinwagens.
 

De Jeep inspireert Toyota tot het maken van een eigen terreinwagen.

Voor de naam kijken de Japanners naar de Britten. Links en uiterst rechts de iconische J40.

Op basis van de Land Cruiser ontstaat deze Station Wagon.

Bijzondere modellen
Louwman’s Toyota World is leuk vanwege de nostalgie, maar voor de liefhebber ook boeiend door de modellen die in Nederland nooit zijn gevoerd. Het meest in het oog lopend is de Classic uit 1996, vier jaar eerder verschenen dan de PT Cruiser van Chrysler. Dit retromodel is een vette knipoog naar de eerste Toyota, de AA. Er zijn er honderd van gemaakt. Opvallendste stijlelementen zijn de ‘losstaande’ koplampen, de verticale grille, het reservewiel achterop en de tweekleurige uitvoering. Het onderstel is van een Hilux pick-up.
Wat vormgeving betreft honderd keer aantrekkelijker is een kleine Sports 800 uit 1965 met een voorkant die gelijkenissen vertoont met de 2000GT. Het dakpaneel is uitneembaar, zoals bij een Porsche Targa. Het is niet afgekeken. Toyota kwam er eerder mee. Slechts tien procent van de ruim 3000 keer gemaakte auto’s heeft een links stuur, net als deze. Ze waren bestemd voor Okinawa, het Japanse eiland dat tot 1972 onder Amerikaans bewind stond en waar rechts werd gereden.
Minstens zo bijzonder is de Sera, een coupé met vlinderdeuren van begin jaren negentig. Ook deze auto is uitsluitend voor de Japanse markt geproduceerd.
De twaalfcilinder, vijf liter, meer dan vijf meter lange Toyota Century is al decennia lang het vlaggenschip van het merk. Het klassieke model is niet aan mode onderhevig en de carrosserie van het huidige model is al sinds 1997 ongewijzigd. De auto in de collectie was eerder van de Japanse ambassadeur in Frankrijk.
 

Van de Classic werden honderd exemplaren gemaakt.

De auto is een vette knipoog naar de eerste Toyota, de AA.

De kleurstelling doet denken aan de Citroën Charleston van 1983.

De Sports 800 had een uitneembaar dakpaneel. Deze versie heeft een links stuur.

Rechts de Toyota Sera, met veel glas en bijzondere deuren.

De brochure van de Sera laat zien hoe de deuren schuin naar boven open gaan.

Nog twee bijzondere modellen: de Soarer en Century.

Volgens de brochure is de ruimte achter in de Centrury vorstelijk.

Oef... je moet ervan houden: een Scion, een submerk van Toyota gericht op jongere klanten.

Nostalgie
Evert Louwman zou zijn naam verloochenen als er geen race- en sportwagens in zijn Toyota World zouden staan. Of het nou rally’s of Formule 1-wedstrijden zijn, ’s werelds aanvoerder van het klassement is van de partij. Bij een expositie als deze mogen ze niet ontbreken, image builders als ze zijn, maar de relatie met de gewone straatauto’s is ver te zoeken. Geef ons die nostalgische personenwagens maar. Zij maken dit museum tot zo’n bijzondere belevenis.
In een kleine twee uur maakten we een tijdreis van vijftig jaar. Aan de start stond een handjevol auto’s van een toen nog onbekend merk. Inmiddels rijden er ruim 516.000 Toyota’s in Nederland. Vorig jaar werden bijna 29.000 nieuwe verkocht. In het koepelgebouw naast het museum staan de modellen van nu. Wellicht worden ze ooit ook museumstuk. Dan kunnen de letters nog jaren op de gevel blijven staan.
 

Toyota deed ook mee aan der race Parijs-Dakar.

Natuurlijk bracht Evert Louwman ook sport- en racewagens bij elkaar.

De Lexus 2054 van 2002 speelde een rol in de film Minority Report van Steven Spielberg.

In de koepelshowroom staan de museummodellen van de toekomst.

 

Gerelateerde webpagina's:
Bezoek aan het
Toyota Commemorative Museum of Industry and Technology in Nagoya (Japan)
Bezoek aan het Toyota Automobile Museum in Nagakute (Japan)
Bezoek aan het Deutsches Toyota Museum in Hartkirchen