Scania-museum

Södertälje (S)




●  Kort historisch overzicht
●  100 jaar busproductie
●  Eerste in Zweden gebouwde auto
●  Korte tijd ook personenwagens
● 
Klassieke vrachtwagens en bussen
●  Archieffoto's van museum in jaren '70


augustus 2011
 

  


Speurtocht naar Zweedse zwaargewichten
 

In de Marcus Wallenberg Hallen bij het hoofdkantoor in Södertälje, veertig kilometer ten Zuiden van Stockholm, heeft truckfabrikant Scania een tentoonstelling ingericht over de historie van het bedrijf. Oude vracht- en personenwagens, fietsen, wagons en tal van motoren zijn bijeengebracht in een klein maar boeiend fabrieksmuseum. Men verwelkomt er graag gasten, als die hun speurtocht naar de locatie met goed gevolg hebben volbracht.

 

Het hoofdkantoor van Scania in Södertälje, 40 km ten Zuiden van Stockholm.

Noch Google Maps, noch de Tom-Tom weet raad met het adres dat is opgegeven. Ergens op het grote en verspreid gelegen complex van Scania langs de E20 moet het bezoekerscentrum annex museum zijn, maar waar? Na enig zoeken hebben we het gebouw gevonden. Althans iets dat erop lijkt. De deur van het keurige kantoor is op slot. Het is donker en de receptie is onbemenst. Hier is het dus niet. Even verderop zitten drie medewerkers op een bankje; het is lunchpauze. Redders in de nood. In vloeiend Engels – dat iedere Zweed lijkt te beheersen – leggen ze hulpvaardig uit waar we moeten zijn. Twee rotondes verderop. Daarna is het uitkijken naar een groot rood gebouw met een draaiend Scania-beeldmerk op het dak. Even vrezen ze dat we te voet zijn. Gelukkig is dat niet zo. Het is een heel eind verderop. Een fabriekscomplex waar 10.000 mensen werken, met kantoren, onderzoekscentra en productiefaciliteiten is een kleine stad op zich. Zonder plattegrond of routewijzer is de weg moeilijk te vinden. Ons idee is een klantencentrum als bij de Duitse autofabrikanten. Helemaal fout gedacht natuurlijk. De wereld van trucks heeft niet die “glitter and glamour”.
 

Niets maakt duidelijk dat dit de ingang is van het bezoekerscentrum annex museum.

Routebeschrijving
Het grote gebouw is snel gevonden. We zijn warm. Nu op zoek naar de Marcus Wallenberg Hallen. Daar huist het museum. Het oog valt op een klein wit, provisorisch uitziend bordje. Rechtsaf. Een parkeerplaats. Het blijkt de personeelsparkeerplaats. Er is nog net één plekje vrij. Even verderop bevestigt een Scania-zuil dat het hier moet zijn. Gevonden!
De dame achter de balie verwelkomt ons vriendelijk. Ze herkent ons probleem en verontschuldigt zich. We zijn niet de eerste bezoekers die het niet konden vinden. Kennelijk is dat nog geen reden voor verbetering geweest. De meeste gasten komen hier op uitnodiging. Zij krijgen een routebeschrijving toegestuurd. Dat kaartje blijkt glashelder. Spontane bezoekers voor het Scania-museum zijn er blijkbaar niet zo veel.
De gastvrijheid, ingevuld met vriendelijke woorden, koffie en chocolade muffins maakt het direct goed. “Nogmaals van harte welkom bij Scania. Kijkt u rustig rond. Als u links begint volgt u de historie chronologisch en eindigt u bij onze nieuwste producten. De toegang is verder gratis. Uiteraard mag u foto’s maken”. Ook hier alles in smetteloos Engels.
 

In 1911 viert Scania dat het een eeuw autobussen en touringcars maakt.

Een bus uit 1925, de eerste die is afgeleverd aan SJ, het Zweedse spoorwegbedrijf.

Vabis
Dit jaar viert Scania dat het een eeuw autobussen maakt. Zo’n jubileum is een mooie kapstok voor extra publiciteit. Twintig jaar geleden was het eeuwfeest van de onderneming. Dat wil zeggen: van één van de rechtsvoorgangers. In 1891 wordt het bedrijf VABIS opgericht, fabrikant van spoorwagons en ander rollend materieel. VABIS is een afkorting van Vagnfabriksaktiebolaget i Södertelge, NV Wagonfabriek in Södertälje (dat toen nog op een andere wijze werd gespeld). Omdat de markt naar wagons verzadigd raakt, zoekt het bedrijf expansiemogelijkheden op een ander vlak. De auto lijkt goede kansen te bieden. In 1896 wordt ingenieur Gustaf Erikson aangetrokken. Hij moet de mogelijkheden van autoproductie onderzoeken. In het voorjaar van 1897 levert hij een ontwerp van een gemotoriseerde koets af. Verder dan de tekentafel komt het idee niet. De basis is echter gelegd. Een tweede model wordt wel echt gemaakt, nog in hetzelfde jaar. Het is de eerste in Zweden gemaakte auto, een gemotoriseerde koets. De motor heeft vier cilinders in V-configuratie. Het koetswerk is van hout, het chassis van metaal. Erikson denkt aan serieproductie. Het blijft bij gedachten. Het enige exemplaar gaat in 1899 verloren. Het museum laat een getrouw nagemaakte kopie zien. Aan de muur hangen tekeningen van het eerste model.
Vabis besluit verder te gaan met auto’s en vrachtwagens. Ook maakt het bedrijf lichte gemotoriseerde railvoertuigen.
 

De enige bewaard gebleven foto van de eerste auto van Vabis (foto Scania). Rechts de replica.

De nagemaakte eerste Vabis die in 1899 verloren ging.

Scania
Niet alleen Vabis ziet iets in de productie van het nieuwe fenomeen auto. Aan de andere kant van het land, in Malmö, zetelt sinds 1900 fietsenfabrikant Scania. Het bedrijf heeft de activiteiten voortgezet van het Zweedse filiaal van Humber & Co. uit Engeland. In 1901 en 1902 ontstaan enkele prototypen van een auto. Het allereerste exemplaar is bewaard gebleven, maar staat niet hier in het museum. De firma schonk de wagen in 1923 aan het Technisch Museum van Stockholm. Daar staat hij sindsdien.
Scania komt de eer toe van de eerste in serie gemaakte Zweedse auto. Dat gebeurt in 1903. Het begrip serie behoeft enige relativering. Het gaat om vijf (!) auto’s. De tweecilinder brengt het tot 35 km/u, in die tijd een hele snelheid. Eén van de vijf is behouden gebleven, de auto van apotheker Otto Bjuring. Hij gebruikt de wagen zakelijk en privé. De passagiersplaats kan vervangen worden door een transportbak.
 

Scania is de voortzetting van het Zweedse filiaal van de Britse fietsenfabrikant Humber & Co. (Rechterfoto: Scania)

Prototype van de eerste Scania-auto, nu tentoongesteld in Stockholm (foto's Scania)

Nummer vier van de vijf eerste in "serie" geproduceerde Zweedse auto's. Toelichting ook in het Nederlands!

De Scania zag er uit als veel van zijn tijdgenoten met een voorkant die lijkt op die van een Renault.

Door het vervangen van de achterbank door een laadkist, ontstond een soort bestelwagen.

Foto's van personenwagens uit het historisch archief van de fabrikant (foto's Scania).

Na de herstart en de reorganisatie was het afgelopen met de personenwagens (foto's Scania).

Perron
Het museum besteedt relatief veel ruimte en aandacht aan de beginperiode. In één zaal staan de producten van die tijd. De grote treinwagons bij een nagemaakt perron vallen het meeste op, maar ook de fietsen en vroege automodellen krijgen er alle aandacht. Met bescheiden middelen is door de aankleding een sfeervol geheel ontstaan. De bijbehorende achtergrondinformatie is er in verschillende talen, waaronder Nederlands. Ons land is met zijn grote productievestiging in Zwolle belangrijk voor Scania en ongetwijfeld komen er ook geregeld Nederlanders over de vloer.
Van de eerste vrachtwagens bestaan alleen nog foto’s. Historisch onderzoek geeft 1902 als het jaar aan dat beide bedrijven hun eerste truck presenteren. In 1909 reizen vijf mannen in een Scania-truck (met een vermogen van 24 pk) van Malmö naar Stockholm, een afstand van 692 kilometer. Ze doen er 33 uur en 32 minuten over, een gemiddelde van zo’n twintig kilometer per uur.

 

Een nagemaakt perron als sfeervolle omgeving voor de oude producten.

Paard en wagen als onderdeel van de leefomgeving van toen.

Wagons en gemotoriseerde spoorvoertuigen waren het handelsmerk van Vabis. 

Vroege vrachtwagens van Scania en Vabis (foto's Scania).

In 1909 ondernemen vijf mannen een tocht naar Stockholm met hun 24-pk vrachtwagen van Scania.

De oudste nog bestaande Vabis vrachtwagen uit 1909. 

Scania-Vabis
In de loop van het fusiejaar 1911 nemen beide bedrijven afscheid van hun wortels, de productie van spoorwagons en fietsen. Het gemotoriseerde wegvervoer heeft immers de toekomst. Er blijft gewerkt worden vanuit twee locaties. In Södertälje worden de lichtere auto’s gemaakt, in Malmö de zware. Er werken 330 mensen bij het bedrijf.
Nieuw is de productie van bussen, in het dunbevolkte Zweden buiten de steden een belangrijk middel van transport. In 1912 volgt de eerste brandweerauto. De motorenontwikkeling staat niet stil. In een hoekje van het museum zien we een V8 uit 1916 die zowel op benzine als op alcohol kan lopen.

 

De eerste bus stamt van 1911. Waarschijnlijk is dit de eerste voor een reguliere buslijn (foto's Scania). 

In de daarop volgende decennia bouwde Scania een reeks aan bussen en touringcars (foto's Scania). 

Links de eerste brandweerwagen van 1912 (foto's Scania).

Testen om de kracht van de vrachtwagens te beproeven (foto's Scania).

Links de V8 van 1916 op alcohol en benzine, rechts een oude scheepsmotor.

Failliet
Ondanks de nieuwe modellen, markten en motoren gaat het in 1921 mis. Scania-Vabis gaat failliet. Dankzij de Enskilda-bank, eigendom van de invloedrijke en gefortuneerde familie Wallenberg, kan een doorstart plaatsvinden. Het bedrijf wordt gereorganiseerd. Het zal zich concentreren op zware trucks en de fabriek in Malmö gaat dicht. In 1925 komt de personenwagenproductie officieel tot een eind. Er zijn echter nog voldoende onderdelen om in de jaren erna nog een aantal auto’s te maken. De allerlaatste is van 1929 en heeft een plaats in het fabrieksmuseum gekregen. In totaal zijn er al die jaren niet meer dan 830 auto's gebouwd, met inbegrip van de speciale koetswerken op het chassis van personenwagens.
Het museum zelf dateert van september 1971 en viert dus zijn achtste lustrum. Een fabrieksgebouw uit 1908 werd toen omgebouwd voor de nieuwe bestemming. In de jaren erna volgden uitbreidingen. De huidige opzet bestaat sinds 1983. Vanaf de jaren vijftig kocht het bedrijf historische voertuigen op en bracht ze in toonbare staat. Wat heet toonbaar? In een hoek staat een Type 2135, één van 22 modellen die destijds in 1922 als ambulance werd afgeleverd. In 1960 is de wagen aangekocht. Of beter: dat wat er van over was. 

 

Een Scania-Vabis Phaeton, viercilinder van 1914. Met 22 pk werd een top gehaald van 80 km/u.

De allerlaatste Scania-Vabis uit 1929, gemaakt uit onderdelen toen de productie als was gestopt.

Foto's van destijds en van nu van één van de laatste personenwagens van Scania-Vabis (foto's Scania).

Een model uit 1922, althans wat daarvan over is gebleven. 217 zijn er destijds van gemaakt.

De auto was destijds een ambulance. In 1960 zijn de overblijfselen aangekocht door de fabriek voor het museum.

Historische vrachtwagens in de centrale museumhal.

Een ambulance uit 1919, tot 1946 gebruikt in Noorwegen. Veel comfort is er niet voor de zieke!

23 Jaar lang werd dit model uit 1927 gebruikt door een brouwerij. Er werd 800.000 kilometer mee gereden.

Een kabeltransporter uit 1920 en een brandweerdauto uit 1919 met vierwielaandrijving.

In 1972 werd een oude BP-tankwagen opnieuw gebouwd op een brandweerwagenonderstel van 1927.

De laatste trucks van een vooroorlogse generatie. Rechts een model uit 1941 met gasgenerator.

Volkswagen
Scania-Vabis gaat zich nog intensiever bezighouden met bussen. In 1936 ontwikkelt het bedrijf zijn eerste eigen dieselmotor. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schakelt de onderneming over op oorlogsproductie: trucks en tanks. Weliswaar is Zweden als neutraal land niet bij de oorlog betrokken, maar er wordt zwaar geïnvesteerd in defensiematerieel. Nadat de vrede is weergekeerd, ontwikkelt Scania-Vabis nieuwe vrachtwagens. Ze blijven jarenlang het gezicht van het bedrijf.
In 1948 komt er een nieuwe activiteit bij: de vertegenwoordiging van Volkswagen in Zweden. Dat verklaart de aanwezigheid van een zwarte Kever in het museum. Het blijkt een lucratieve aangelegenheid, net als in Nederland waar Pon er groot door is geworden.
Pas in 2002 eindigt het importeurschap als Volkswagen het zelf overneemt.
 

Een affiche (rechts) geeft de betrokkenheid weer bij productie voor de defensie. 

In 1948 verwerft het bedrijf de rechten om Volkswagen te distribueren. Het blijkt lucratief. 

Rechts een bus uit 1932, de eerste met een rechte voorkant. De linker is van de jaren vijftig.

Deze bus wordt nog geregeld ingezet. De stoelbekleding ziet er uit als nieuw.

De bus werd ook gebruikt als rijdende brievenbus. 

Na de oorlog ontwikkelde Scania een hele nieuwe generatie vrachtwagens (foto's Scania).

De cabine met de vierkante motorkap werd het visitekaartje van het merk (foto's Scania).

Saab
De jaren zestig zijn de tijden van expansie. In 1957 is al een fabriek in Brazilië geopend en vanaf 1964 rollen er Scania’s in Zwolle van de band. Naast de bekende modellen met het zogeheten torpedofront verschijnt een nieuw model met rechte voorkant. Aanleiding zijn nieuwe internationale regels die de totale lengte voor vrachtwagens en opleggers beperken.
In 1969 fuseert Scania-Vabis met Saab. De bundeling van krachten moet de positie van de beide ondernemingen op de wereldmarkt versterken. Saab maakt op dat moment zowel vliegtuigen en auto’s. De naam van de oudste onderneming (Vabis) komt te vervallen. Het wordt Saab-Scania en de vrachtwagens heten voortaan eenvoudigweg Scania. De vrachtwagenproducent krijgt binnen het nieuwe bedrijf de motorenontwikkeling onder zijn hoede. Na 26 jaar komt aan de samenwerking een einde. Scania wordt weer zelfstandig en de autodivisie van Saab gaat naar General Motors.
De zelfstandigheid houdt geen stand. In 1999 probeert Volvo de onderneming tevergeefs over te nemen, in 2006 is er een vijandelijke overnamepoging door M.A.N. Uiteindelijk belandt Scania in 2008 bij de Volkswagengroep dat in 2011 de zeggenschap krijgt over M.A.N. Het is de verwachting dat de activiteiten van beide vrachtwagenfabrikanten geïntegreerd zullen worden.
 

Naast de modellen met een neus, verschijnen er versies met een platte voorkant (foto's Scania).

Links naast een moderne vrachtwagen de eerste Zweedse auto van Vabis (foto's Scania).

Links een nagemaakte oude showroom, rechts de historie in een notedop (klik op foto voor vergroting).

Zwaargewichten
Als slotstuk van de historische rondgang door het museum, komt de bezoeker bij een aantal huidige modellen: trucks en in dit jubileumjaar natuurlijk ook de allernieuwste touringcar. Een chassis met foto's van de fabriek laat zien hoe een huidige truck tot stand komt. Er is op heel bescheiden schaal ook aandacht voor toekomstige modellen en designstudies.
Letterlijk en figuurlijk zijn de huidige modellen indrukwekkende zwaargewichten. Motoren die voldoen aan de Euro-6 norm ronden de presentatie af, als teken dat Scania is voorbereid op de toekomst. Een kleine shop biedt interessante literatuur, schaalmodellen en speelgoed aan. Ook in de zakelijke wereld is versterking van de merkbeleving tegenwoordig een factor van betekenis.
Het museum is misschien niet het grootste en uitbundigste fabrieksmuseum, maar kent een grote charme. Een aanrader voor wie in de buurt komt. Maar vraag dan tevoren wel even het plattegrondje op. Dat scheelt een hoop zoeken.
 

Informatie over design en over de productie van huidige trucks. 

Schetsen voor een truckcabine en een touringcar waarbij dynamiek het startpunt lijkt. 

De huidige motoren, vermeldt de tekst trots, voldoend aan de strengste milieu-eisen. 

In de laatste hal ben je weer terug in de huidige tijd. 

De zwaargewichten van nu van het Duits-Zweeds merk.


 

   Aanvullingen

Uit het actief
In de tweede helft van de jaren zeventig stuurde een medewerker van het toenmalige museum op verzoek wat achtergrondinformatie en vier zwart-wit foto's van de collectie. Het bezoek was aanleiding de informatie nog eens uit het archief te halen.
Hieronder staan de vier afbeeldingen, met steeds een foto van de huidige situatie eronder.
Bij de derde foto staat op de auto het jaartal 1907; kennelijk heeft later historisch onderzoek uitgewezen dat dit niet correct is, want tegenwoordig geldt de wagen als een model van 1909.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

SCANIA nu
 

Verkoopaantallen (2010 en 2011)

Trucks
Bussen en touringcars
Motoren

56.837
6.875
6.526

72.120
7.988
6.960

 

 


Verkopen naar regio

Europa
Latijns-Amerika
Azië
Afrika en Oceanië
Eurasië

39%
32%
19%
6%
4%

42%
26%
26%
5%
9%

 

 


Aantallen werknemers in productievestigingen (2010)

Södertälje (Zweden)
São Paulo (Brazilië)
Oskarshamn (Zweden)
Zwolle (Nederland)
Slupsk (Polen)
Angers (Frankrijk)
Luleå (Zweden)
Tucumán (Argentinië)

10.070
3.246
1.706
1.576
697
635
601
549