Regent Street Motor Show

Londen (GB)


 
Show voorafgaande aan London-Brighton Run
● Meer dan 100 antieke auto's
● Stoom, elektrisch en op benzine
● Deelnemers in aangepaste kledij 
● Speciale show van Talbot 
Bestelwagens van Harrods

november 2017
 

  


Bussen en taxi's voor een dag verbannen

Regent Street in Londen is de zaterdag voor de eerste zondag van november afgesloten voor het verkeer in verband met de jaarlijkse Motor Show, door vele tienduizenden bezoekers bezocht. Ruim honderd zéér bejaarde auto’s vormen het hart van de show. Veel van hun eigenaren hebben zich in bijpassende kleding gestoken. Een impressie van een sfeervol samenzijn.
 

 

Dubbeldekkers, de befaamde Londense taxi’s en al het overige verkeer zijn vandaag niet welkom in de bekende winkelstraat van de Britse hoofdstad. Bezoekers van het speelgoedpaleis van Hamley’s en alle andere exclusieve winkels kunnen er alleen te voet komen. Het is zaterdag 4 november, de dag voor de eerste zondag van de maand november. Morgen vindt de beroemde London to Brighton Veteran Car Run plaats. Uit deze traditie is een nieuwe voortgekomen: een show van een groot aantal deelnemers op de voorafgaande dag. Op initiatief van de winkeliersvereniging is die expositie een aantal jaren geleden uitgebreid tot een groter autofestijn. Naast de klassiekers zijn er speciale deelmanifestaties. Dit jaar is het zestig jaar geleden dat de Fiat Nuova 500 werd gelanceerd. Een aantal van de rijdende rugzakjes staat opgesteld om bekeken te worden. Enthousiastelingen van het Engelse automerk Talbot presenteren de historie van het merk en een handvol overgebleven exemplaren. Om te laten zien dat de autowereld niet alleen achterom kijkt, heeft een aantal hedendaagse merken zijn elektrische en hybride modellen opgesteld. Toyota is zelfs present met de door waterstof aangedreven Mirai. Renault heeft plek gehuurd om het publiek kennis te laten maken met zijn nieuwste cross overs. Wie daarvoor in de stemming is en een voldoende sterke maag heeft, kan in een simulator achter het stuur van een racewagen plaatsnemen om zo over een virtueel parcours te racen. De Motor Show is voor liefhebbers en het algemeen publiek, jong en oud.
 

Regent Street is deze dag afgesloten voor verkeer.

Klassiekers van de toekomst?

Een vierde, toekomstige (?) aandrijfkracht: na stoom, elektriciteit en benzine/diesel straks ook waterstof.

Ter ere van 60 jaar Fiat 500 was er een kleine show.

Te midden van de Fiats staat een Steyr-Puch. De carrosserie is vrijwel hetzelfde (behalve de motorkap), de techniek verschilt.

De firma Abels zit al vele jaren in het goederenvervoer, onder meer het transport van klassieke auto's.

Een toepasselijke lading, een MMC uit 1900.

Route 66
Het weer zit niet helemaal mee. Gisteren werd Londen beschenen door een vriendelijke herfstzon, maar in de loop van de nacht hebben forse wolken de leiding overgenomen. Ze hebben het verzamelde vocht over de stad uitgegoten en zijn daar nog niet helemaal mee klaar. Een paraplu is een handig accessoire. De vooruitzichten voor de middag zijn echter goed. De regen zal verminderen en geleidelijk ophouden. Misschien is er nog ruimte voor een zonnestraaltje. Voor deelnemers en bezoekers is het weer geen reden om weg te blijven. Als we rond tien uur aankomen, is het enthousiasme alom aanwezig. Net voorbij de afzetting spreken twee dames met een overduidelijk Amerikaans accent ons aan. Een van hen is speciaal de oceaan overgevlogen om hier vandaag reclame te maken voor de staat Illinois. Chicago is een prachtig startpunt voor een auto- of motorrit over de wereldberoemde Route 66. Om extra aandacht te trekken voor het reisdoel staat er een imposante grijze Hudson. Helemaal waterdicht is de auto kennelijk niet. Met plakband zijn de kieren bij deuren en kofferklep afgeplakt. Het stoort niemand. De Amerikaanse inbreng bestaat verder uit een rode Buick, een typische representant van de jaren dertig, en een gele Chevrolet Corvette Sting Ray van dertig jaar later. Onder een afdakje staat een Mercury Comet die aan autoraces heeft deelgenomen. De dames promoten hun vaderland met verve. En met de nodige foldertjes. Je zou bijna ter plekke een reis boeken om The States per auto te doorkruisen. Wie weet komt het er nog eens van. We krijgen in elk geval een mooie dag toegewenst.

In de ochtend is een paraplu nog een prettig accessoire.

Af en toe gaat miezer over in echte regen. Spoedig daarna is het weer droog.

Het weer verhindert de show niet.

Open auto's zijn afgedekt met een zeil of provisorisch met een paraplu.

Promotie voor de Route 66 door de Amerikaanse staat Illinois.

De Chevrolet Corvette Sting Ray is een mooie blikvanger.

Typisch een representant van de jaren dertig, deze Buick.

En deze Mercury Comet doet daar wat aandacht betreft niet veel voor onder.

Harrods
Natuurlijk werpen we een blik op de nieuwste hybridevariant van de BMW 5-serie en de andere moderne auto’s. Maar we komen natuurlijk voor de old timers. De deelnemers aan de rit van morgen staan opgesteld aan weerzijden van de stoep die de beide rijbanen van Regent Street scheidt. Veel auto’s zijn open. Sommige zijn afgedekt; provisorisch met een grote paraplu of serieuzer met op maat gemaakte hoezen om het kwetsbare interieur te beschermen. Een aantal bezitters heeft de messing koplampen ingepakt. Gaandeweg de dag verdwijnt die bescherming als de wolken koers zetten richting Noordzee. De meeste auto’s staan gewoon onbeschermd te pronken en tonen de druppels op hun gewaxte metalen huiden.
Te midden van de deelnemers aan de historische rit trekken vier auto’s van het chique warenhuis Harrods de aandacht. Er staat een man in een lange, hoog dichtgeknoopte groene jas bij. De naam van zijn werkgever is met gouddraad op de kraag geborduurd. De knopen zijn bijpassend goudkleurig. Op zijn naamplaatje lezen we Len Brown, met als functie curator van de historische vervoermiddelen van het bedrijf. Hoeveel dat er zijn, blijft onduidelijk. Hier staan er in elk geval drie, met een hedendaagse bestelwagen ernaast. Ze zijn totaal verschillend, maar hebben één ding gemeen: hun elektrische aandrijving. Al vroeg in de vorige eeuw bediende het warenhuis zijn klanten op een milieuvriendelijke wijze. Dat gebeurt anno 2017 opnieuw, nu met een Nissan NV200.

 

Aan alle kanten zijn de auto's goed te bekijken.

Vier auto's van het chique warenhuis Harrods trekken de aandacht. 

Ze zijn allemaal elektrisch, zoals deze vloot van Amerikaanse Walkers die werd aangekocht.

Omdat de Walker een te hoge laadvloer had, ontwikkelde Harrods een eigen model (rechts).

De wagen werd in de jaren dertig in de kelders van het warenhuis gebouwd.

De Pope Waverly krijgt veel belangstelling; Len Brown vertelt er graag over.

Een eeuw dienstverlening aan rijke klanten, maar altijd elektrisch aangedreven.

Elektrisch vervoer
De Pope Waverly is van 1901 en dus gerechtigd deel te nemen aan de rit naar Brighton. Brown zelf is daarbij van de partij. Vooruitkijkend naar de dag van morgen is hij vooral blij met de weersverwachting. Het zal droog blijven. Met het bekende Britse gevoel voor humor vertelt hij hoe zijn jas een paar jaar geleden enkele kilo’s zwaarder en tien centimeter langer werd doordat het gedurende de hele rit goot van de regen. De Pope heeft weliswaar een kap, maar dan nog. Hij legt uit dat de relatie tussen Harrods en het evenement al heel oud is. In 1896 deed de onderneming mee aan de Emancipation Run, de verre voorloper van London-Brighton. Dat was met een Panhard et Levassor met benzinemotor. Vanaf 1913 is elektrisch vervoer echter de standaard voor het warenhuis. Voor de luchtkwaliteit van de binnenstad is dat immers veel beter. De directie had een zeer vooruitziende blik. In 1917 bezat Harrods een vloot van zestig bestelwagens van de Amerikaanse leverancier Walker. Eén is er nog van over, in 1962 gerestaureerd. De wagens hadden twee grote nadelen, weet Brown te vertellen: de massieve banden en een hoge laadvloer. In de jaren dertig bouwde Harrods daarom auto’s naar eigen ontwerp, in de werkplaats onder het bedrijf. Eén is in goede staat behouden gebleven en staat in het National Motor Museum van Beaulieu in Zuid-Engeland. De rest werd vernietigd, op vier na. Deze waren omgebouwd tot kippenhok of schuurtje. Met behulp van de oorspronkelijke bouwtekeningen werden er opnieuw bestelwagens van gemaakt. Hier zien we het resultaat.
 

Een De Dion Bouton en een Cadillac. Het ene merk bestaat al lang niet meer, het andere nog steeds.

Een Nederlandse inzending: Amédée Bollée Type D uit 1899, voorloper van de huidige zevenzitters.

Een 2-cilinder Panhard & Levassor uit 1903 met achteringang.

Een dashboard zag er toen zo uit.

Volgens de jury de meest authentieke verschijning, deze elektrische Columbia.

De Darracq is de algemene winnaar van het concours.

Kostuums
Via de historische bestelwagens komen we bij de deelnemers aan de rit. Ongeveer een kwart staat opgesteld, als onderdeel van een concours d’élégance. Een jury bepaalt welke klassieker het mooist is, het meest origineel of welke combinatie van auto en inzender het meest aantrekkelijk overkomt. Om voor die laatste prijs in aanmerking te komen, heeft een aantal mensen zich in kostuums gestoken die passen bij het tijdperk van hun auto. Een dertiger, zoon van de familie Sorensen uit Australië, vertelt dat zijn moeder alle kleding heeft gemaakt, naar de mode van 1900. Hij is hier nu zelf voor de vijfde keer. Hij kan zich de eerste keer als klein jongetje nog goed herinneren. Zijn echtgenote is inmiddels ook ingewijd in de familiehobby. Zij zal morgen met hem achter in de Locomobile plaatsnemen om de tocht naar Brighton mee te maken.
John Dolan uit Amerika heeft zijn hoge hoed opgezet en poseert vriendelijk met zijn vrouw in een Oldsmobile Curved Dash. De kleur van haar rok is afgestemd op die van zijn vest. Twee dames uit Zwitserland stelen de show met hun witte Creanche en hun werkelijk schitterende bijpassende kleding, met inbegrip van hoeden en paraplu’s. Als volwaardige fotomodellen laten ze zich door iedereen vereeuwigen. (De jury blijkt later ook onder de indruk. De dames gaan naar Zwitserland terug met een prijs op zak.)
 

Berijders én de juryleden van het concours (rechts) zijn passend gekleed.

Helemaal uit Australië gekomen met hun klassieke Renault.

Twee Zwitserse dames in bij hun auto passende kledij. De auto is een Creanche uit 1900; de combinatie een prijswinnaar.

Een mooi plaatje van een chique auto (een Bardon uit 1900) en minstens zo chique dame.

De tijden van rond 1900 zijn weer even terug als je de moderne winkels wegdenkt. 

Dit Amerikaanse (echt)paar uit laat zien hoe de rijders van een Oldsmobile Curved Dash zich vroeger kleedden.

Nog een Oldsmobile Curved Dash én bijpassende kleding.

De Oldsmobile is goed vertegenwoordigd.

De Australische dame (rechts) heeft de kleding van haarzelf en de anderen zelf gemaakt.

De Locomobile kwam al vaker naar de andere kant van de aardbol om mee te doen aan de rit. 

Ook de paraplu's zijn in stijl. Rechts: belangstelling voor al het fraais vanuit Japan.

Voor een met kolen gestookte stoomwagen is de kleding rechts ook passend bij het tijdsbeeld.

Stoom
Een Salvesen uit 1896 slaagt erin de rustige sfeer een aantal keren stevig te verstoren. De wagen blaast letterlijk met enige regelmaat stoom af. Bij deze auto geen mooie kostuums, maar vuile jassen en zwarte handen. Dat kan ook niet anders. Af en toe moet er kolen op het vuur worden gegooid om het apparaat actief te houden. De stoomwagen met zijn aanhanger trekt veel bekijks. Als het gevaarte verplaatst moet worden, sommeren de begeleiders het publiek een paar passen achteruit te doen. Het sturen en remmen gaat nu eenmaal niet zo heel nauwkeurig en niemand wil dat er ongelukken gebeuren. De vraag is of het voertuig past binnen de definitie van auto, maar datzelfde geldt natuurlijk voor de driewielers. Ze zijn daarom niet minder welkom. Meer dan twee wielen, eigen voortstuwing en niet later gebouwd dan 1904, dat zijn de geldende criteria.
De rit van morgen is sinds vele jaren het troetelkind van de Royal Automobile Club. Het is niet meer dan logisch dat de vereniging is vertegenwoordigd met een paar veteranen. Ze zijn nog jong vergeleken bij de rest. De Austin Seven is van de jaren dertig, de A35 bestelwagen van twintig jaar later. Beide keurig verzorgd en in de verenigingskleur blauw gespoten.

 

Het manoeuvreren met zo'n Salvesen uit 1896 is geen kleinigheid. 

Nog twee auto's met een stoommotor: een Stanley Steamer (1903) en Locomobile (1901).

White. Niet alleen de kleur van de auto, maar ook het merk. Het is een stoomwagen.

Links dezelfde auto als hierboven, rechts een andere White, bouwjaar 1904.

De meters geven onder meer aan of er nog voldoende druk is.

Muzikanten houden de sfeer er in (links) en een winkelier heeft zijn etalage aangepast.

Zwitsers brachten deze Clement uit 1899 mee naar Londen. De motor ligt open en bloot achterin.

Een Amerikaanse Cadillac en Britse Century, beide uit 1904.

Onder een grote paraplu maakt deze tekenaar een schets van een Cadillac.

Een ééncilinder Elmore uit 1904 van een Britse deelnemer.

De Royal Automobile Club is vertegenwoordigd met een Austin A35 en een Austin Seven.

Isotta Fraschini
Sommige auto's hebben een bijzondere achtergrond, zoals een Isotta Fraschini uit 1901. Je kunt het nauwelijks een auto noemen. Het is een rijdend chassis. Een messing plaatje op de radiator trekt de aandacht door de naam van Henry Ford. Wat is het verhaal hierachter? Het blijkt de allereerste Isotta Fraschini te zijn, met een eencilinder motor van De Dion Bouton. Het chassis heeft nooit een koetswerk gekregen. Zelfs geen stoelen. De kuipjes die er nu op zitten zijn niet origineel, maar zonder stoelen is het moeilijk rijden. In 1931 - het merk was inmiddels beroemd geworden - schonk de fabriek de wagen aan Henry Ford voor zijn in 1929 geopende museum in Dearborn. Dat gebeurde op bevel van Mussolini, gaat het verhaal. Hij wilde Ford paaien om een fabriek in Italië neer te zetten. Het museum stelde het chassis enkele jaren tentoon, maar liet het in de oorlog snel naar de opslag verhuizen. De relatie met de fascistische Italiaanse leider was te beladen. Het chassis kwam nooit meer terug in het museum. In de jaren tachtig werd het omstreden cadeautje van de hand gedaan. Een Italiaanse liefhebbers is nu de eigenaar. Sinds een paar jaar doet het wagentje mee aan London-Brighton. Een Italiaanse Ford-fabriek is er trouwens nooit gekomen.
 

De allereerste Isotta Fraschini uit 1901 kreeg nooit een koetswerk. De stoeltjes zijn niet origineel.

De auto werd in 1931 geschonken aan Henry Ford, op bevel van Mussolini. 

Louwman
We lopen verder langs meer dan een eeuw geschiedenis. Tussen alle geparkeerde oudjes ontdekken we Genevieve, de Darracq 1904 uit het Louwman Museum. Er is veel belangstelling voor. De auto is vooral bij de oudere Britten bekend door de hoofdrol in de gelijknamige filmkomedie uit 1953, nog altijd een Engelse klassieker. De vertoning gaf destijds een enorme impuls aan het behoud en koesteren van auto’s uit de beginjaren. De historische rit van Londen naar Brighton kreeg opeens veel meer publieke belangstelling. We ontmoeten de huidige bezitter, Evert Louwman. Hij reageert enthousiast als we vertellen morgen bij de start aanwezig te zijn. Je moet er wel vroeg bij zijn, waarschuwt hij. Het is ons bekend. Vanaf zes uur in de ochtend zijn we present. Daarvoor zijn we immers naar Londen gekomen. Het is niet toevallig dat we een hotel hebben in de buurt van Hyde Park. Louwman vertelt dat hij zelf zal rijden. Dit keer gaan ook twee kleinkinderen mee. Zo houd je een traditie in de familiekring levend. De kleintjes proberen nu alvast het bankje uit en kijken hoe het voelt achter het stuur.
 

"Onze" Darracq uit het Louwman Museum (Genevieve) was uiteraard ook aanwezig.

Eens kijken hoe dat zit, achter het stuur...

 

 


Genevieve - gevonden op een erf, uitgegroeid tot filmster 


De zwarte Darracq uit 1904 met op de motorkap de naam ‘Genevieve’ is een bekende in de wereld van de autoklassiekers. Samen met een Spyker speelt de wagen een hoofdrol in de gelijknamige film uit 1953 die gaat over de rit van Londen naar Brighton.
De Darracq is samengesteld uit onderdelen van twee chassis die na de Tweede Wereldoorlog in oostelijk Londen worden ontdekt. Op een erf liggen de restanten van zo’n vijftien auto’s die het oorlogsgeweld nauwelijks hebben overleefd. Liefhebber Peter Venning koopt de beide Darracq-chassis, voegt ze samen en vindt in een schuur een passend koetswerk. Nog voor zijn project klaar is, doet hij alles van de hand. Norman Reeves maakt het karwei af. Hij stelt zijn auto ter beschikking aan de producer van de film. Het is een low budget-productie en weinig eigenaren van een oude auto zijn bereid hun klassieker af te staan. De comedy wordt een onverwacht groot bioscoopsucces en maakt de Darracq beroemd. In hetzelfde jaar neemt de wagen deel aan ‘Londen-Brighton’. Aan het stuur zit de Nederlandse rallyrijder Maus Gatsonides; hij heeft eerder dat jaar de Monte Carlo Rallye gewonnen.
Reeves verkoopt de Darracq later aan een vriend in Australië. Volgens het Louwman Museum is hij al de publiciteit beu. Veertig jaar blijft de auto aan de andere kant van de wereldbol. In de jaren negentig komt Genevieve naar Nederland. Gezien de historie schrijft Louwman de auto ieder jaar in voor de beroemde rit met antieke auto’s. De rest van het jaar is ze te zien in het museum in Den Haag, naast de Spyker uit de film. (Die mag in beginsel niet meerijden, omdat het bouwjaar 1905 is. In 1953 werd gedacht dat de wagen een jaartje jonger was.) De naam Genevieve is bedacht door de regisseur van de film, Henry Cornelius, en verwijst naar de schutspatroon van de stad Parijs, waar de auto begin vorige eeuw werd gebouwd.
 

 

 

 

In de eerste jaren was de bouwwijze van Lanchester afwijkend, met de motor achter de vooras.

Een Benz en een Stevens-Duryea van 1903

Dit is al een hele auto voor 1904. Het is een Delaugere et Clayette.

Neus als een De Dion Bouton of Renault, maar respectievelijk een Bolide en een Gamage Aster, allebei uit 1903.

Dit is wel een De Dion Bouton.

Een plaatje van de Londense dealer van weleer. 

Duidelijk een auto met gebruikssporen. 

Een Rambler uit 1902, een Amerikaanse inzending.

De van oorsprong Franse Aster (1902) is nu eigendom van een Italiaan.

Deze Darracq heeft van de bezitter een troetelnaam gekregen.

Napier was een beroemd Brits merk in de eerste jaren. Deze auto is van 1902.

Ook deze Packard is uit Amerika overgekomen.

Een vrolijke Renault van een Australische liefhebber.

De oudste deelnemer, een Peugeot uit 1893. Winnaar in de categorie auto's met een lange historie bij één eigenaar.

Een Ford uit 1904, van vier jaar voordat de beroemde model T kwam.

Een Deckert uit 1902, een Frans merk.

Minerva in België werd later bekend als leverancier van grote, luxe automobielen.

De eigenaren van de auto komen ook uit België.

Deze Societe Manufacturiere d'Armes is door een Nederlander naar Londen gebracht. Een werkelijk schitterende auto.

Je kunt het nauwelijks een merknaam noemen. Dit is het merkplaatje op de radiator.

Deze Lanchester 1904 maakt onderdeel uit van de collectie van de Jaguar Daimler Heritage Trust.

Te jong om regulier mee te doen, maar prachtig, deze Renault.

Een begrafenisauto op basis van een Ford-chassis. Hij staat er alleen voor de show en heeft niets met de rit te maken.

Panhard Levassor en De Dion Bouton; beroemde Franse namen uit de beginjaren.

Een mooie Cadillac uit 1904, 1 cilinder en 8,25 pk.

Twee Franse merken uit de eerste jaren van de auto: Decauville 1899 en Georges Richard 1900.

De motor en aandrijving van de Decauville.

Deze auto doet al vele jaren aan bijeenkomsten en ritten mee.

Invincible
Aan het eind van de straat, richting Piccadilly Circus, heeft de Talbot-club zich opgesteld. Een groot informatiepaneel geeft tekst en uitleg over de achtergronden van het merk. Verschillende modellen illustreren de historie. Die begint in 1903 in London. De merknaam is afgeleid van de naam van een Engelse aristocraat, de Earl of Shrewsbury and Talbot. Hij financiert de onderneming. De auto’s die succesvol deelnemen aan races krijgen al snel een bijnaam: Invincible, onverslaanbaar. In 1913 vestigt coureur Percy Lambert een record op het circuit van Brooklands. Hij rijdt als eerste man ter wereld meer dan100 mijl in één uur. In hetzelfde jaar probeert hij het record te breken, maar overlijdt bij de poging als gevolg van een klapband.
In de jaren dertig zetten de auto’s verschillende overwinningen op hun naam. Daarvan profiteert de verkoop van de luxe modellen voor de bovenkant van de markt. Niettemin verliest het bedrijf de zelfstandigheid na de overname door Rootes in 1935. Drie jaar later houdt het merk op te bestaan. Dan zijn er zo’n 30.000 van gemaakt. De overgebleven exemplaren worden gekoesterd door hun eigenaren, die zich al in 1934 hebben verenigd in de Talbot Owners’ Club. Die bestaat nog steeds. Tradities moet je in ere houden.
 

De club van eigenaren van Talbot is naar Regent Street gekomen om hun merk in het (figuurlijke) zonnetje te zetten.

De clubleden hadden natuurlijk een aantal auto's meegenomen, zoals deze fraaie saloon. 

De oudste auto van de club is een 12HP uit 1909.

Talbot 8/18 HP 1922 . Dit is een prototype voor een hele nieuwe generatie lichte Talbots.

Talbot 10/23 HP 1923, één van de twee nog bestaande gesloten versies van dit type.

Talbot 90 uit 1930. Deze is het meest origineel van drie modellen die nog bestaan.

Talbot 90 uit 1931, 2300 cc, zes cilinders met opmerkelijk gevormde achterkant.

De grote koplampen zijn exemplarisch voor het tijdperk.

De merknaam is nog even toegevoegd aan het landenplaatje.

Talbot 105 uit 1933, een zescilinder met een koetswerk van James Young.

Auto's zijn om mee te rijden. Zelfs grote afstanden, zoals de trip van Londen naar Sydney in 1988.

Deze Talbot 105 model 1933 is een recreatie, met een nieuwe motor en nieuwe carrosserie. 

Het chassis van een Talbot waarmee races werden gewonnen. 

Vanden Plas voorzag in 1933 deze Talbot 105 van een carrosserie.

Sensatie
Om een uur of drie hebben we alles goed bekeken. Volgens het programma eindigt de show om half vier. Dat betekent dat de auto’s zullen vertrekken naar hun overnachtingsadres. Dat is vast leuk om te zien. We besluiten daarop te wachten. De berijders zoeken hun auto op. Hun en ons geduld wordt op de proef gesteld. Pas tegen vieren komen de klassiekers in beweging. Het is een sensatie de oude motoren te horen aanslaan. Pruttelend, puffend en krakend verlaten ze Regent Street. Dat wil zeggen: de stoom- en elektrische auto’s uitgezonderd. Die maken heel wat minder lawaai, maar zijn in de minderheid.
De sfeer is er in de loop van de dag alleen maar beter op geworden, net als het weer. De mooie kleding geeft nog steeds een extra cachet aan de bijeenkomst. We nemen de ondergrondse naar het hotel. Even rust. Dat hebben onze voeten wel verdiend. Daarna lekker eten en niet te laat naar bed. Het is morgen immers vroeg dag. In Regent Street rijden dan weer gewoon de dubbeldekkers, Engelse taxi’s en de dure moderne auto’s waar Londen om bekend staat.
 

Voor vertrek moet er soms nog wat gesleuteld worden.

Om vier uur vertrekken de auto's naar hun slaapplaats voor morgen.

De stoomwagens haal je er zo uit. 

Het blijft een sfeervol gezicht, die speciale kledij. 

De meeste vierzitters hebben ook vier inzittenden. 

 

Ook de historische restauratiewagen kan weer verdwijnen. Morgen rijden hier weer bussen en taxi's.

Gerelateerde webpagina:
start van de London to Brighton Veteran Car Run 2017