Auto-RAI 2009


Amsterdam (NL)


 

 

●  Terugblik op de tentoonstelling

●  Autoshow tegen de achtergrond van crisis
●  Slechts enkele conceptcars
●  Onzekerheid over de toekomst
●  Tentoonstelling old-timers

                   

 

april 2009

 

  



Een feestje zonder slingers

 

De eerste elf dagen van april 2009 stonden de tentoonstellingshallen van de Amsterdamse RAI vol met auto's. De AutoRAI is al honderdtien jaar een begrip. Maar dit jaar was de show anders dan anders: minder uitbundig, soberder en op een geheel nieuwe wijze ingedeeld.  Er stonden ook minder merken dan ooit. De crisis in de autowereld heeft grote invloed gehad op ons nationale autofeestje. Met 220.000 bezoekers viel ook het aantal bezoekers tegen. Bij de vorige editie trokken nog 400.000 mensen voorbij de kassa. Zal het ooit nog worden als vroeger of was dit misschien de laatste AutoRAI? Het is te vroeg voor een antwoord, maar een goed moment voor een terugblik.   

 

De grote autotentoonstellingen in de wereld zijn meer dan een ruim opgezette showroom met alles wat te koop is. Het zijn ontmoetingsplaatsen voor iedereen die wat met auto's van doen heeft: fabrikanten, importeurs, dealers, klanten en liefhebbers. De verschillende merken troeven elkaar af met glanzende bolides op indrukwekkende stands. Voor mooie foto’s in de vak- en publiekspers en aandacht in de televisiejournaals worden aantrekkelijke dames ingezet om de extra aandacht te trekken waartoe het kille metaal niet in staat is. Fabrikanten tonen op de tentoonstellingen hun nieuwste modellen en vaak ook hun toekomstvisies. Traditioneel zijn de autoshows van Genève, Frankfurt, Detroit en Tokio de barometer van de autowereld. Soms zelfs tegen beter weten in, prediken de leiders van de concerns dat de barometer op mooi weer staat. Autoshows zijn de geschikte omgeving voor ronkende presentaties, spetterende shows, snelle filmbeelden en ronddraaiende modellen in de spotlights waaraan jong en oud zich kunnen vergapen. Glitter en glamour horen erbij als ontelbare kunstwerken bij Rome.


 


Nog altijd worden opvallende dames ingezet om aandacht te trekken en de boodschap te accentueren (foto's RAI). 

 


Massa's bezoekers trekken naar de RAI, waarbij velen zich vergapen aan de exclusieve modellen
(foto's RAI). 


Bijrolletje
Hoewel de AutoRAI op het internationale toneel een bijrolletje speelt, is de tentoonstelling in 110 jaar uitgegroeid tot een nationaal autofestijn. Liefhebbers van alles wat vier wielen heeft en geïnteresseerden in de sector worden uitgenodigd te komen kijken. Elke keer geven ze er massaal gehoor aan. De laatste paar keer kwamen vierhonderdduizend mensen of meer naar de hoofdstad om het moois in staal en rubber met eigen ogen te aanschouwen. In 2009 waren het er 'slechts'  220.000. Dat was minder dan de 300 tot 400.000 waarop was gehoopt en ook minder dan de 270.000 die nodig waren om uit de kosten te komen. Het teleurstellende bezoekersaantal was op de drukke dagen niet te merken. Als vanouds verstopten drommen mensen (het merendeel nog altijd mannen) de looppaden. Menige bezoeker moest zich tevreden stellen met slechts een glimp van de tentoongestelde waar. De drukte bij toeristische attracties als de Efteling, de Eiffeltoren of Romeinse musea is er niets bij. Dat wil zeggen: bij de hal van de exclusieve modellen. Die zie je per slot van rekening niet iedere dag op straat. De mythische aantrekkingskracht van namen als Ferrari, Bugatti en Rolls-Royce is van alle tijden.

 

 

Met een nieuwe neus en andere achterklep wordt een Audi een Seat. De Exeo ST komt later dit jaar naar Nederland.  


Barometer

De AutoRAI 2009 was wezenlijk anders dan anders. Dat heeft alles te maken met de aanhoudende economische problematiek. De barometer voorspelt slecht weer. Stormen met orkaankracht beuken op de autosector in. Een aantal hoge bomen, die spreekwoordelijk veel wind vangen, is afgeknapt of staat op omvallen. De wereldwijde crisis is overal voelbaar.
De grootste concerns ter wereld strijden tegen een bankroet. Grote import- en dealerbedrijven in ons land hebben het faillissement niet kunnen ontlopen. De banen van duizenden lopen gevaar. Geen enkel bedrijf kan voortgaan zonder kostenreductieprogramma's en saneringen. Daarom was de AutoRAI bijna niet doorgegaan. Een dergelijke show kost de importeurs veel geld. Bedragen tussen één en twee miljoen euro zijn geen uitzondering. Die moeten zich terugverdienen via de verkopen. Maar die zijn ingestort. Tegelijkertijd is het juist in zo’n tijd van belang de verkoop aan te wakkeren. Een autotentoonstelling kan daaraan bijdragen. De AutoRAI kwam er daarom na wikken en wegen uiteindelijk in afgeslankte vorm. Maar als het al een feestje was, dan was het een feestje zonder slingers.


 


Met creatief gebruik van de containers werd gepoogd er nog wat van te maken.  


Containers

De organisatie besloot in overleg met de importeurs voor een andere opzet. Dit keer geen dure merkenstands, maar een eenvoudig opgezette tentoonstelling met standaard opbouw. De basis daarvan vormden containers, die dienst deden als decoratiewanden en als opslagruimte. Zo her en der stond er een auto bovenop om zo extra aandacht te trekken. Met gekleurde vloerbedekking werd toch een vrolijk geheel geschapen. De eerste indruk was zeker niet slecht. Natuurlijk, grote stands zijn veel mooier, maar het compromis mocht er wezen. Het was minder luxe, maar allerminst armoedig. Eén van de standhouders verklaarde zo'n 85 procent op de gebruikelijke kosten bespaard te hebben. Dat is mooi in deze barre tijden. 
Een andere belangrijke verandering was het afstappen van merkpaviljoens. Auto's van verschillende merken stonden soort bij soort in zes 'belevingswerelden'. Een Engelse titel moest het net wat spannender maken: Luxury & Sports cars, City & Compact, Green Innovations, Family & Travel, Adventure en Cabrio.

 


Links: overzicht van de beursvloer voor openingstijd. Rechts: kijken en vergelijken.

 

Onoverzichtelijk

Deze opzet is handig voor de vergelijkende consument, aldus de organisatie vooraf. Dat kun je wel zeggen, maar nog nooit was de tentoonstelling zo onoverzichtelijkheid en rommelig. Er ontstonden gekke situaties. Wilde je een Saab 9-3 Estate vergelijken met de nieuwe 9-3X, dan moest je een héél eind lopen, want beide modellen stonden in andere hallen. Waar precies was de volgende puzzel. Dit was voor mij voor de 22e keer een bezoek aan de AutoRAI. Nooit heb ik de weg hoeven vragen en nu wel een paar keer. Aan de liefhebber is deze opzet niet besteed. Er klonk meer kritiek. De fabrikanten slaagden er niet in een merkbeleving te creëren en standmedewerkers konden geen band met hun collega's opbouwen, viel in de wandelgangen te horen. Ongetwijfeld wordt de opzet goed geëvalueerd. Maar als dit de toekomst wordt, was dit mijn laatste bezoek.
Tevoren waren er ook in de vakwereld al vraagtekens geplaatst. Heel wat merken haakten af. Een reis naar Amsterdam om de nieuwste modellen van bijvoorbeeld Renault, Peugeot, Citroën, Fiat, Lancia, Honda, Nissan, Mitubishi of Subaru te bekijken, was vergeefse moeite. Ze schitterden door afwezigheid.

 
 


Nieuwe modellen voor het 'grote publiek': de Suzuki Alto en Chevrolet Cruze.
 
 

 

Mercedes-Benz presenteerde de E-klasse Coupé en BMW kwam met de nieuwe Z4.   

 

 

Twee primeurs van Toyota: de Urban Cruiser en de derde generatie Prius (foto's RAI/Toyota).   

 


Toyota's topmerk Lexus liet de IS Cabriolet zien, alsmede de nieuwe versie van zijn SUV, de RX (foto's RAI/Lexus).   
 

Primeurs
Niet alles was negatief. Zeker niet. Er waren meer auto's te zien dan in voorgaande jaren. Verschillende merken gebruikten de show om er - naar goede traditie - hun primeurs te tonen. De RAI is twee jaar geleden verhuisd van februari naar april om de noviteiten van de Geneefse salon ook te kunnen laten zien. Volkswagen showde de Polo, Audi liet de A5 met stoffen kap naar Amsterdam komen en toonde verder de stoere allroad-uitvoering van de A4 Avant. Concerngenoot Seat bracht de Exeo, de oude Audi A4 met een nieuwe voor- en achterkant. Mercedes-Benz zette zowel de sedan als de hagelnieuwe coupévariant van de E-klasse in de schijnwerper, terwijl BMW de opvallende nieuwe Z4 presenteerde. De Britse dochter van de Beierse fabrikant toonde de Mini Cabriolet, nu zonder ontsierende rolbeugels en malle scharnieren voor de achterklep.

 

Kakelvers
Toyota pakte uit met de kakelverse Verso, de Urban Cruiser en de derde generatie Prius. De luxe divisie van ’s werelds grootste autobouwer, Lexus, kwam met de vernieuwde RX en geheel nieuwe IS Cabriolet. Mazda liet de bezoekers kennismaken met de nieuwe 3, Suzuki met de Alto en Chevrolet met de Cruze. Allemaal 'gewone' auto's met aantrekkelijke prijzen, passend bij slechte economische tijden. 

Alsof er verder niets aan de hand was, presenteerde Saab de 9-3X en realistische conceptcar  9-4. Grote vraag daarbij is natuurlijk: zal die laatste er ooit komen? Het Zweedse bedrijf heeft immers uitstel van betaling aangevraagd om zelfstandig buiten General Motors verder te kunnen. Volgens een zegsman zijn er gegadigden genoeg om de toekomst positief te zien. Wie wordt die eigenaar en lukt het om met zo'n 100.000 auto's per jaar winst te maken? Ook is nog allerminst duidelijk wie de auto's gaat importeren. De huidige importeur is een dochter van de inmiddels failliet verklaarde Kroymans-holding.

 


Dit jaar slechts enkele conceptcars; Hyundai (links) en Mazda gaven hun visie op de toekomst.  
 


Hybrides

Veel aandacht voor het milieu was er in de speciale hal vol ‘groene innovaties’. De tijd dat alleen Toyota en Honda een hybride in de aanbieding hadden, ligt nu definitief achter ons. Uiteenlopende merken als Kia en Mercedes-Benz lieten hybride modellen zien. De Duitsers hebben de S-klasse voorzien van elektromotoren die de traditionele krachtbron ondersteunen. Op de show stond nog het ‘oude’ model; een gefacelifte versie staat later dit jaar in de showroom. Verder zagen we auto’s op aardgas of elektriciteit. Milieu wordt verkoopargument. De verschillende merken troeven elkaar af met het aantal modellen dat een groen A- of B-milieulabel heeft. Naast vermogen en koppel zal in de toekomst de uitstoot van uitlaatgassen een waarde worden waarmee het publiek de modellen met elkaar zal vergelijken, verwacht de sector. Het aantal bezoekers in de verschillende hallen onderstreepte een dergelijke mentaliteitsomwenteling echter nog niet. Vooral de jonge generatie was te vinden bij de snelle, benzineslurpende supersportwagens. Voor hen blijft - met of zonder slingers - de RAI toch bovenal een feestje en geen vergelijkingsbeurs. 

 


Nederlandse sportwagens present dankzij Autovisie: de Donkervoort (links) en Spyker (rechterfoto: RAI).  
 


Pure nostalgie: de allereerste Daf 600 van 1958 en een 46 Stationcar met een schaalmodel van de 44. 
 

Nederlandse fabrikanten
De kleine Nederlandse fabrikanten Donkervoort en Spyker hadden geen geld uitgetrokken om zich aan het publiek te presenteren. De toekomst van Spyker blijft onzeker nu weer een jaar met verlies is afgesloten. Donkervoort staat er beter voor, maar zoekt zijn klanten niet op een dergelijke beurs. Toch waren de auto's gelukkig aanwezig. Autoblad Autovisie zorgde daarvoor. Het zette beide merken naast elkaar op zijn speciale stand met spraakmakende auto's.
Over Nederlandse bedrijven gesproken: de jonge ondernemers van Burton waren wel present op de beursvloer. Het bedrijf tovert een oude Eend om in een geinig, zuinig, sportwagenachtig autootje. Vanaf 4000 euro kun je er terecht.
Echte Hollandse liefde kom je tegen bij de Daf Club Nederland. De enthousiastelingen hadden het Daf Museum zover gekregen de eerste 600 van Eindhoven naar Amsterdam te brengen. Eromheen andere klassieke Daf-personenwagens. Op de 'hoedenplank' van een 46 stationcar stond een schaalmodel van de 44, destijds gebruikt om het toekomstig model te beoordelen. Het oranje model toont elementen die bij de productieversie niet zijn doorgevoerd, zoals de vorm van de kofferklep, lange achterbumpers en brede achterlichten. De liefhebber staat graag bij zo'n modelletje stil. Dat kom je in geen enkele showroom tegen!
 


110 Jaar AutoRAI met een aantal interessante klassiekers (linker foto: RAI).

 


Panhard-Levassor was een pionier in de autowereld.  
 

 


Links een Oldsmobile Curved Dash, rechts een Panhard-Levassor. Beide merken bestaan niet meer.  
 

Klassiekers
Hondertien werd de RAI dit jaar. Een zeer respectabele leeftijd. Reden om uit te pakken met een grote fotowand vol historische beelden en een paviljoen met klassiekers. Van oude Panhard-Levassors tot en met een DS waren ze allemaal in onberispelijke staat. Het grote publiek was hier niet te vinden. Je kon er gewoon lopen, auto's zien en zelfs een fotootje maken. Een fors aantal van de gepresenteerde merken bestaat niet meer of is inmiddels in handen van een andere eigenaar. Je moet niet denken dat een crisis alleen van vandaag is. De autowereld heeft ook in het verleden harde stormen moeten doorstaan. Misschien kunnen over twee jaar de slingers weer uit de kast. Maar alleen als de auto's per merk staan opgesteld! 
 


De laatste Panhard (24CT) met rechts daarnaast de legendarische Citroën DS. 
 
 


De reusachtige Tatra 77 had een achtcilinder motor achterin en was ook destijds een vreemde eend in de bijt.  
 

 

 

 

   Enkele RAI-posters uit de afgelopen eeuw