New York - Parijs 1908

Race of the Century -
Julie M. Fenster



●  De historische race New York - Parijs
●  35.000 km door drie continenten
●  6 auto's aan de start - 3 aan de finish
●  Beeldende beschrijving van ontberingen


april 2013

 

  


Bezeten en met een oneindig uithoudingsvermogen

Het is de zwaarste autorace in de autohistorie geweest: een rit door drie werelddelen in een tijd dat er nauwelijks wegen waren en de auto nog in de kinderschoenen stond. De mannen die de uitdaging aangingen, waren bezeten van het idee de tocht te voltooien. Een oneindig uithoudingsvermogen was hun gemeenschappelijke karaktertrek. Al weer even geleden verscheen een boek over het avontuur. Het verhaal is er niet minder spannend om. 
 

 

Gekkenwerk. Dit is in één woord samengevat het initiatief van The New York Times en Le Matin om een wedstrijd uit te schrijven waarbij auto’s een tocht van 22.000 mijl (zo’n 35.000 kilometer) moeten maken. Startpunt New York, eindpunt Parijs, in westelijke richting, dwars door Amerika, via Alaska naar Rusland en vervolgens door Europa. Vandaag de dag zou het al een monsterrit zijn, laat staan in 1908. De Patent Motorwagen van Benz, door velen beschouwd als de eerste auto, is dan nog geen twintig jaar oud. Henry Ford’s model T is nog niet op de markt. De auto is de kinderjaren nog niet ontgroeid. Verharde wegen zijn er nauwelijks. Behalve spoorlijnen verbinden vooral karrensporen, kanalen en voetpaden de steden van de wereld.
De langste autorace ooit, is een vervolg op de rit van Peking naar Parijs, een jaar eerder uitgeschreven door dezelfde Franse krant. Die reis was half zo lang. De winnaar bleef twee maanden onderweg. De tocht leverde mooie verhalen op, al had het niet veel gescheeld of een aantal deelnemers had het avontuur niet kunnen navertellen. Verdwalen in de Gobi-woestijn is geen pretje. Uiteindelijk komt de Italiaanse graaf Borghese als eerste in de Franse hoofdstad aan. De auto is bewaard gebleven en staat in het automuseum van Turijn.
 

De Itala 1907, winnaar van Peking-Parijs in datzelfde jaar, te zien in het automuseum van Turijn.

Idioot
Als de beide kranten met het idee komen een nog langere en zwaardere race te organiseren, bestempelen velen dat als een idioot idee. Anderen zien het echter als een ultieme uitdaging. Heel wat avonturiers en automerken overwegen om eraan deel te nemen. De winnaar krijgt veel publiciteit, heeft de tocht van 1907 bewezen. Naarmate de startdatum nadert, haken toch steeds meer enthousiastelingen af. De te verwachten omstandigheden zijn weinig aanlokkelijk. Uiteindelijk staan op 12 februari 1908 zes auto’s bij de startstreep, bij Times Square in New York. De New York Times prijst zich gelukkig dat er een Amerikaanse inzending is. Lange tijd lijkt het erop dat de tocht door Amerika, Azië en Europa het zonder Amerikanen moet doen. Voor de krant is dat geen goed vooruitzicht. Zonder Amerikaanse deelname is het lezerspubliek immers minder geïnteresseerd. Dat drukt de oplage. Een stevige lobby trekt fabrikant Thomas uit Buffalo over de streep. De andere deelnemers zijn een Duitse Protos, een Italiaanse Züst en een Sizaire-Naudin, De Dion Bouton en Motobloc uit Frankrijk. De laatste wordt bestuurd door Charles Godard, de avonturier die een jaar eerder met een Nederlandse Spyker meedeed aan Peking-Parijs.
 

Het was ontzettend druk op 12 februari 1908 bij het vertrek vanaf Times Square in New York.

Links de Protos, klaar voor vertrek.

Boeiend reisverslag
Schrijfster Julie Fenster beschrijft in Race of the Century de avonturen alsof ze er zelf bij is geweest. Op basis van de bewaard gebleven verhalen heeft ze een boeiend reisverslag geschreven. De ondertitel is goed gekozen: The heroic true story of the 1908 New York to Paris Race. Heroïsch was het zeker. De mannen doorstonden sneeuwstormen, vrieskou, wateroverlast, modderstromen, honger, ellende, eenzaamheid, angst en vooral veel pech. Tussendoor zijn er de rijkelijke banketten bij de tussenstops. Ze wegen echter niet op tegen de ontberingen. Fenster laat het je allemaal in je leunstoel meebeleven. Ze schetst de karakters van de mannen, stuk voor stuk doorzetters met een groot eergevoel. Dat geldt zeker voor de drie teams die uiteindelijk de eindstreep halen, de Thomas, Protos en Züst. De Pruisische officier Hans Koeppen leidt het Duitse team, hoewel hij niet kan autorijden. Monteur Georg Schuster berijdt de Thomas. Verreweg de meeste kilometers zit hij zelf achter het stuur, soms dagen achter elkaar zonder slaap. De journalist Antonio Scarfoglio is aanvoerder voor de Italianen.
 

De Sizaire-Naudin was te licht voor de tocht en haakte spoedig af. Rechts de Motobloc van Godard.

Afscheid
De Sizaire-Naudin blijkt al heel snel na de start veel te licht voor de zware tocht. Al binnen een week stoppen de rijders ermee. Na een maand heeft ook de Motobloc afgehaakt. De equipe van De Dion Bouton moet na 11.000 mijl afscheid nemen van de race, maar niet omdat ze achterop zijn geraakt of niet meer verder willen. Tijdens de oversteek van Japan naar Rusland krijgen ze te horen dat de fabriek het niet meer ziet zitten de race te sponsoren. De auto is verkocht aan een Chinees. De mannen keren gedesillusioneerd per trein terug naar Europa.
.

De route nog eens in kaart gebracht. Het plan via Alaska te rijden, werd gaandeweg de rit veranderd.

Winnaar
Hoewel de Protos na zes maanden op 26 juli ruimschoots als eerste in Parijs aankomt, wijst het organisatiecomité de Thomas als winnaar aan. Het team heeft een bonus van vijftien dagen gekregen, terwijl het Protos-team vijftien dagen straf opgelegd krijgt. De Thomas was als eerste aan de Amerikaanse Westkust en al op weg richting Alaska toen de organisatie besloot de uitgestippelde route te wijzigen. Omdat de rit door Amerika vanwege het barre weer langer heeft geduurd dan vooraf verwacht, blijkt het geplande traject via Alaska inmiddels onbegaanbaar. Het is gaan dooien en de ondergrond is veranderd in één groot, ondoordringbaar moeras. De Thomas moet terugkeren en is daarom later bij de boot naar Japan. De Protos heeft eenmaal gebruik moeten maken van de trein om tijdig aan te kunnen sluiten.
De Duitsers winnen de rit door Azië en Europa, maar zijn niet snel genoeg om de bonus voor de Thomas ongedaan te maken. De Amerikanen bereiken de Franse hoofdstad vier dagen na de Duitsers. De Italianen slagen er niet in het tempo van de beide andere teams bij te houden. Ze rijden pas op 17 september 1908 Parijs binnen. Het team heeft in Rusland drie dagen gevangen gezeten omdat hun auto tijdens de rit een paard heeft laten schrikken dat vervolgens op hol sloeg en een jongetje doodde.
 

De Thomas Flyer, nog met mooie ongehavende spatborden (zie ook foto even verderop) .

Links de De Dion Bouton die na 11.000 mijl werd verkocht aan een Chinees, rechts de Züst.

Tegenslagen
Fenster beschrijft tot in detail met welke tegenslagen de teams te maken krijgen. De auto’s raken ingesneeuwd of verdwijnen tot aan de bovenrand van de wielen in de modder. Gebroken veren en afgeknapte versnellingsbaktandwielen zijn routinekwesties. Dagen gaan verloren met het verkrijgen van onderdelen, hulp en voedsel. De mannen moeten soms tientallen kilometers lopen voordat ze hulp kunnen krijgen. Met name in Azië zijn er in het geheel geen wegen. De bevolking heeft nog nooit een auto gezien. Soms betekent dat bewondering, maar soms ook een vijandige houding en een regen van stenen. Onderweg worden ze bestolen, moeten moeite doen om aan brandstof te komen en zijn alleen gekookte eieren voldoende onverdacht als voedsel.
De laatste duizenden kilometers krijgen in het boek weinig aandacht. De rit van Moskou naar Parijs is slechts een peulenschil, niet de moeite waard om er veel aandacht aan te besteden. Op dat deel van de route waren er immers wegen, waren er wegwijzers en landkaarten. Na zes maanden wisten de rijders bijna niet meer wat dat waren.

 

De winnende Thomas in het automuseum van Reno (USA). (Foto: Brewbooks)

Bezeten
Een normaal mens zou er niet aan beginnen. Een beetje avonturier zou halverwege afhaken. Je moet wel echt bezeten om een dergelijke tocht te volbrengen. Kennelijk zijn de drie teams dat geweest. Na de race hebben ze allemaal hun dagelijks werk weer opgepakt. Rijk zijn ze er niet van geworden. Wereldroem is nooit hun deel geweest. Wie zegt de namen nu nog wat? Maar voor Fenster zijn het helden. Ter meerdere eer en glorie van de mannen schreef ze haar boek. In 1973 overleed George Schuster als laatste van alle deelnemers op 98-jarige leeftijd. Zijn gezondheid heeft kennelijk niet te lijden gehad van de ontberingen tijdens de race in zijn jonge jaren. In 2010 werd hij opgenomen in de Automotive Hall of Fame.
Hoe belangrijk de rol van de auto’s met hun nog jeugdige techniek ook is geweest, het verhaal over de race gaat over mensen. De auto’s zijn slechts de stoffelijke resten van het verhaal. Wie de Thomas wil zien, moet naar het automuseum van Reno, Nevada (USA). De Protos heeft een plaats gevonden in het Deutsches Museum in München.
 

De Protos in het Deutsches Museum in München.

 

  

  

  

Race of the century

Julie M. Fenster


Three Rivers Press - New York
2005
ISBN: 978-0-307-33917-1