Porsche-expositie

Brussel (B)




●  De creaties van Ferdinand Porsche
●  Porsches door de jaren heen
●  Van elektriciteit naar elektriciteit
●  50 jaar Porsche 911
●  Presentatie Porsche 918
●  Veel modellen uit D'Ieteren-collectie


december 2013

  


Met de erfenis van Ferdinand terug naar af
 

Aan het eind van het jaar dat de Porsche 911 zijn vijftigste verjaardag viert en het merk een supersportwagen met hybridetechniek introduceert, heeft het Brusselse museum Autoworld een maand lang een bijzondere collectie auto's onder zijn dak: de erfenis van Ferdinand Porsche. Die is veel rijker dan alleen het automerk Porsche, dat pas na de Tweede Wereldoorlog ontstond. De naam is verbonden met beroemde auto's en met mijlpalen uit de autogeschiedenis.
Een buitengewoon verzorgde tentoonstelling neemt de bezoeker mee met een reis door de tijd die opmerkelijk genoeg
begint én eindigt met elektriciteit. 
 


Ze staan gebroederlijk naast elkaar. Twee leden van dezelfde familie, maar met een leeftijdsverschil van een paar generaties. Op het eerste gezicht hebben ze niets met elkaar gemeen. De één is een jonge schoonheid aan het begin van een mooie carrière. De ander heeft het werkzame leven al héél lang geleden achter zich gelaten. Ze dragen beide de familienaam Porsche. Dat is niet de enige overeenkomst. Wat hen verbindt is hun innovatieve hart. Of beter: hun dubbele hart. De sportwagen en de antieke auto hebben allebei een verbrandingsmotor én elektrische aandrijving. Het zijn hybrides, pioniers van een nieuw tijdperk. De één markeert de periode waarin de auto nog in de kinderschoenen stond en de keuze tussen stoom, elektriciteit en benzine nog niet definitief beslecht was. De ander is voorloper in een tijdvak waarin duurzaamheid, zuinigheid en milieuvriendelijkheid de nieuwe waarden worden. Elektrische aandrijving. Dat is iets van meer dan honderd jaar geleden en iets van nu. Terug bij af, zou je kunnen zeggen. Maar wel via een route met spraakmakende uitvindingen, originele toepassingen en uiterst succesvolle auto’s. Die route is verbonden met de naam Porsche.
 

Twee hybrides, maar een wereld van verschil.

Publieksintroductie
De sportwagen beleeft hier zijn Belgische publieksintroductie. Het is de Porsche 918 Spyder, topproduct van de sportwagenfabrikant die sinds vorig jaar onderdeel uitmaakt van de Volkswagengroep. De 4,6 liter V8 benzinemotor levert ruim 600 pk. Twee extra elektromotoren doen daar nog eens 280 pk bovenop. In 2,6 seconden bereik je een snelheid van honderd kilometer per uur, in 7,2 seconden zit je op tweehonderd. Pas bij 350 kilometer per uur gaat het (gas)pedaal niet verder naar beneden. Maar anders dan gewone sportwagens is deze Porsche zuinig en milieuvriendelijk. De uitstoot aan CO2 is 79 gram per kilometer en het verbruik 1 op 30. Dit wonder der techniek is niet goedkoop. Je moet er bijna 800.000 euro voor neertellen. Exclusief afleveringskosten wel te verstaan. En dan heb je de goedkoopste uitvoering. Wie er één wil, moet snel zijn. Nog even en de productie van 918 stuks is uitverkocht.
 

Razendsnel, peperduur, maar milieuvriendelijk en zuinig: Porsche 918 Spyder.

Het showmodel heeft nog geen achteruitkijkspiegels, maar camera's.

De productie blijft beperkt tot 918 stuks.

Niets nieuws
Dat de combinatie van benzine- en elektromotoren niets nieuws is, bewijst de auto naast de 918. Hij is in 1901 gemaakt door het elektrotechnische bedrijf Lohner in Wenen. Daar werkt op dat moment Ferdinand Porsche (1875-1951), volgens velen één van de geniaalste autoconstructeurs uit de historie. Hij is de ontwerper van de auto. Aanvankelijk maakt Lohner zuiver elektrische auto’s, met de elektromotoren in de wielen. Het grote nadeel is het gewicht van de accu’s. Daarop zette Porsche er een verbrandingsmotor bij. Die genereert stroom voor de elektromotoren (en dus niet voor de aandrijving). De belangrijkste instrumenten, recht voor de bestuurder, zijn dan ook de meters die aangeven hoe het met de stroomhoeveelheid is gesteld. Zoals bekend, heeft de elektrische auto het niet gered in de concurrentieslag met de benzinemotor. Alles bij elkaar zijn er zo’n driehonderd zogeheten Lohner-Porsches gebouwd.
 

De Lohner had elektromotoren in de voorwielen.

In 1901 kon al een topsnelheid van 50 km/u worden gehaald.

De verbrandingsmotor die stroom opwekt, zit voorin, als bij andere auto's.

Het instrumentarium recht voor de bestuurder geeft informatie over de elektromotoren.

Eerbetoon
De 918 en Lohner staan naast elkaar bij de ingang van een speciale tijdelijke tentoonstelling op de eerste verdieping van het Brusselse museum Autoworld. De kerstvakantie geeft de ruimte naar het Zuiden af te reizen en de auto's te combineren met na afloop een bezoek aan het Atomium, de Belgische bijdrage aan de wereldtentoonstelling van 1958. In de beroemde bollen is een permanente expositie ingericht rondom het thema innovatie. Dat sluit mooi aan. Het is immers de rode draad door het leven en werk van Porsche. Hoe mooi kunnen onderwerpen bij elkaar komen.
De expositie in Autoworld is een eerbetoon aan Ferdinand Porsche en zijn nazaten: zoon Ferry Porsche (stichter van het sportwagenmerk), diens zoon en dus Ferdinands kleinzoon Ferdinand Alexander (ontwerper van de 911) en een andere kleinzoon Ferdinand Piëch (stimulator van Porsches moderne racehistorie). De ondertitel van de tentoonstelling is dan ook ‘de vier Ferdinands’.


 
v.l.n.r.

Ferdinand (Ferry) Porsche
(1909-1998)

Ferdinand Porsche
(1875-1951)

Ferdinand Alexander Porsche
(1935-2012)

Ferdinand Piëch
(1937-  )

 

Kroonjuwelen
Wie denkt dat er alleen Porsches staan, heeft het mis. Ferdinand Porsches naam is immers verbonden met verschillende andere automerken: Austro-Daimler, Mercedes-Benz, Steyr, Auto Union en niet te vergeten Volkswagen. Kroonjuwelen uit hun geschiedenis zijn in Brussel bijeengebracht. Zijn erfenis is verder natuurlijk het sportwagenmerk waarvan hij het ontstaan in het Oostenrijkse Gmünd nog net heeft meegemaakt.
Hoewel de eerste Porsches gebaseerd waren op de techniek van de Volkswagen, ontwikkelde het bedrijf – inmiddels verhuisd naar Stuttgart – zich als een zelfstandige onderneming. Vorig jaar werd het echter ingelijfd bij Volkswagen. De man achter die overname was Ferdinand Piëch, voormalig bestuursvoorzitter van Volkswagen en tegenwoordig voorzitter van de toezichtraad. De erfenis van opa is binnen de familiekring veilig gesteld.
 

Een maquette toont de opzet van de tijdelijke tentoonstelling.

Kosten noch moeite lijken gespaard voor een relatief korte periode.

Austro-Daimler
Het eerste deel van de tentoonstelling is een wandeling door het leven van Ferdinand Porsche. De auto’s verbeelden zijn loopbaan. Na zijn dienstverband bij Lohner gaat hij in 1906 als technisch-directeur bij Austro-Daimler aan de slag. Zijn eerste grote klus is de ontwikkeling van een racewagen, bedoeld voor de Prinz Heinrich toer van 1910. Het wordt een succesverhaal. Drie auto’s bezetten de drie bovenste plaatsen van het klassement. In één ervan zit Porsche zelf achter het stuur. Omdat de reglementen eisen dat de auto’s vier inzittenden hebben, gaat zijn vrouw noodgedwongen mee. Opvallend is het gestroomlijnde koetswerk van de wagen, tot en met de beschermkappen op de koplampen. (Concurrent Benz ontwikkelde een vergelijkbare auto, waarvan er één staat in het Haagse Louwman Museum, zie onderaan deze webpagina.)
 

Austro Daimler Prinz Heinrich racewagen uit 1910.

4 cilinders, 2010 cc, 20 pk, 50 km/u.

Deze Austro Daimler had de bijnaam Sascha, naar zijn financier Graaf Kolowrat, en stamt uit 1922.

Porsche ontwierp deze Austro Daimler (1929) als sportwagen speciaal voor in bergachtig gebied.

De auto heeft zes cilinders, een inhoud van 2998 cc en 100 pk, goed voor een top van 150 km/u.

Austro Daimler Bergmeister cabriolet 1934.

6 cilinders, 3614 cc, 120 pk, 150 km/u.

De radiatormascotte staat in de rijrichting, anders dan bij Mercedes-Benz waar die dwars staat.

Daimler
Tot 1923 blijft Porsche bij zijn werkgever. Hij ontwikkelt er motoren voor sport- en luxe personenwagens. Verschillen van inzicht over de strategie leiden tot het scheiden der wegen. Hij verkast naar de Daimler Motoren Gesellschaft in Stuttgart, dat drie jaar later zal fuseren met Benz. Porsche bemoeit zich weer met snelle sport- en racewagens. Daar gaat zijn hartstocht naar uit. De SS en de korte versie daarvan, de SSK, behoren tot de beroemdste sportwagens uit de geschiedenis.
In 1929 vertrekt hij naar Steyr om enkele jaren later zijn eigen, onafhankelijk bureau te stichten. Hij gaat werken voor Auto Union en ontwikkelt behalve motoren ook racewagens die het opnemen tegen de modellen van zijn vroegere werkgever. Weer is het technisch concept spraakmakend. Anders dan bij concurrent Mercedes-Benz zit de motor achter de bestuurder, voor de achteras. Beide merken gaan op de circuits de strijd met elkaar aan. Hun zilverkleurige auto’s gaan als Silberpfeile de geschiedenis in. Onderdeel van de competitie zijn de wereldsnelheidsrecords. De Duitse regering steunt de racerij met miljoenen. Overwinningen op de internationale circuits is uitstekende propaganda voor het naziregime.
 

Een Mercedes Monza (uit 1924 dus voor de fusie met Benz), 8 cilinders, 1996 cc, 170 pk, 180 km/u.

Een weg langs de modellen is een wandeling door het leven van Ferdinand Porsche en zijn verschillende opdrachtgevers.

De Mercedes-Benz SSK (1928) is één van de beroemdste sportwagens van die tijd.

Twee reservewielen achterop. Met de slechte wegen van destijds geen overdreven luxe.

De zescilinders in deze Wanderer W25K (1936) en Audi (1934) waren een ontwerp van Porsche.

Beide modellen behoren tot de collectie van D'Ieteren.

De Audi had voorwielaandrijving. Iets meer dan 250 zijn ervan gemaakt.

De recordwagen uit 1937 had een V16-motor van 6 liter, goed voor 400km/u.

Revolutionair was de racewagen met motor achter de rijder en voor de achteras. De auto is van 1934 en haalde 280 km/u.

Volkswagen
Porsche droomt niet alleen van snelle sportwagens, maar ook van een auto voor de massa. Bij Daimler slaagt hij er niet in zijn ideeën te verwezenlijken. Als zelfstandige ontwikkelt hij voor Zündapp en NSU prototypen voor de massa-auto (zie onderaan), maar pas met steun van Hitler krijgt het idee vleugels. Porsche krijgt opdracht voor de ontwikkeling van wat later de Volkswagen zou worden. Hij is ook de projectleider van de bouw van de nieuwe fabriek in het tegenwoordige Wolfsburg. De eerste prototypen van de Volkswagen zijn verloren gegaan. Enkele exemplaren zijn later nagebouwd. Hier staat er één. De vorm van de Kever is al herkenbaar, al heeft de wagen nog geen achterruit, kleine zijraampjes en aan de achterzijde scharnierende deuren.
 

Een nagebouwde Volkswagen-prototype (de V30 uit 1937).

Hoewel het model nog evolueerde, zijn de vormen van de Kever duidelijk herkenbaar.

Een Kever en Kever Cabriolet, gebaseerd op Porsches ideeën.

Bij de ontwikkeling van al deze modellen was Ferdinand Porsche betrokken.

Propaganda
In 1938 is de Volkswagen Kever gereed voor productie. Porsches doel is bereikt. Het racen blijft hem aantrekken en niet alleen via de opdrachten van Auto Union. Op het onderstel van de Volkswagen laat hij in 1939 een gestroomlijnde carrosserie plaatsen. De auto is bedoeld voor een race van 1500 kilometer van Berlijn naar Rome, een mooie propagandastunt voor Hitlers regering. Door de oorlog zal de race nooit plaatsvinden, maar de voorloper van de Porsche sportwagen is een feit. In de fabriek in Wolfsburg is men inmiddels overgeschakeld op oorlogsproductie. De wereldoorlog is uitgebroken. Voor het Duitse leger ontwikkelt Porsche een amfibievoertuig, de Schwimmwagen. Weer is de techniek afkomstig van Volkswagen.
 

Hoewel de aanduiding anders doet vermoeden, is het een Volkswagen met een gestroomlijnd koetswerk.

Porsche maakte de auto om aan de race Berlijn-Rome mee te doen. Door het uitbreken van de oorlog vond die nooit plaats.

Tijdens de oorlog werden in de nieuwe Volkswagenfabriek militaire voertuigen gemaakt, zoals de Schwimmwagen.

De tijdelijke tentoonstelling is schitterend opgezet.

Automerk
Deel twee van de tentoonstelling draait om het werk van Ferdinands zoon Ferry. Na de oorlog moet het bedrijf weer op poten worden gezet. De eerste opdracht is de ontwikkeling van een racewagen, de Cisitalia. Technisch is het een hoogstandje met een twaalfcilinder boxermotor met een inhoud van 1500cc. Commercieel is het een flop. Onder toeziend oog van zijn vader ontwikkelt Ferry dan een eigen sportwagen. De familienaam komt op de neus. Porsche wordt een automerk. Het eerste model is de 356, genoemd naar het projectnummer. De auto slaat aan. In de loop der jaren ontstaan vele uitvoeringen. Een aantal daarvan zien we hier, waaronder de exclusieve America Roadster, een speciale lichtgewicht versie voor de Amerikaanse markt waarvan er maar 21 zijn gemaakt.
Vanuit de techniek van de Kever gaat Porsche eigen motoren ontwikkelen. Aanvankelijk laat het bedrijf de koetswerken buiten de deur bouwen, onder meer bij Reutter in Stuttgart (later door Porsche overgenomen). Voor speciale series geeft men opdracht aan onder meer Karmann in Osnabrück, Drauz in Heilbronn en D’Ieteren in Brussel. Die laatste naam komt de bezoeker aan de expositie geregeld tegen.
 

Porsches eerste naoorlogse opdracht: een Cisitalia racewagen (links) met 12 cilinders. Rechts een 356 SL van 1951.

Links één van de eerste 356's, nog in Gmünd gemaakt. Rechts de lichtgewicht versie voor de Amerikaanse markt.

De vormgeving van beide auto's verschilt sterk, zeker aan de zij- en achterkant. Van de rechter versie zijn er maar 21 gemaakt.

Porsche maakte tussen 1956 en 1963 ook landbouwtractoren. Er werden 120.000 stuks verkocht.

D'Ieteren
Een groot aantal van de tentoongestelde auto’s maken onderdeel uit van de D’Ieteren Gallery, een privécollectie. Dat is geen toeval. De aanjager van deze expositie is namelijk Roland D’Ieteren, bestuursvoorzitter van het gelijknamige familiebedrijf en goed bevriend met de familie Porsche. Het bedrijf start in 1805 met het maken van wagens en koetsen. Eind negentiende eeuw komen daar carrosserieën voor auto’s bij. Vanaf de jaren dertig importeert en assembleert D’Ieteren auto’s uit Amerika. In 1948 start de import en distributie van Volkswagen, twee jaar later gevolgd door Porsche. Vandaag de dag vertegenwoordigt het bedrijf ook de andere merken van de VW-groep, inclusief Bentley, Bugatti en Lamborghini. De onderneming is goed voor een marktaandeel van 20% van de nieuw verkochte auto’s in België. Net als bij de Nederlandse importbedrijven Pon en Louwman kwamen er ook andere activiteiten bij. Jarenlang bezat D’Ieteren de meerderheid van de aandelen van verhuurbedrijf Avis in Europa (in 2011 werd het bedrijf overgedaan). Het bedrijf is ook vrijwel volledig eigenaar van Belron, het moederbedrijf van een reeks autoruitenherstellers, waaronder Carglass. De collectie bijzondere en klassieke auto’s van D’Ieteren is in liefhebberskringen bekend, maar voor het algemeen publiek niet zonder meer te bezichtigen. Alleen daarom al is deze tentoonstelling in Autoworld de moeite van een bezoek waard.
 

Een 356B Cabriolet met een koetswerk van D'Ieteren.

Veel modellen komen uit de privécollectie van de Belgische VW- en Porsche-importeur.

911
De derde Ferdinand is de zoon van Ferry Porsche, bijgenaamd Butzi. Zijn naam is verbonden aan de Porsche 911, de iconische sportwagen die dit jaar zijn halve eeuwfeest viert. Zeven generaties zijn er inmiddels van gemaakt, steeds een beetje groter, innovatiever, krachtiger, sneller en comfortabeler. Maar nog altijd is de auto als Neun-Elfer herkenbaar en onderscheidend van iedere andere sportwagen. Buiten de expositie, op de begane grond, staan de zeven generaties naast elkaar (zie ook bijlage). Op de eerste verdieping staat het eerste model, zowel in coupé- als in cabrioletuitvoering. Die laatste heeft een veiligheidsbeugel en draagt de naam Targa. Kenmerkend is het afneembare dakpaneel. Targa wordt een begrip in de autowereld. Ook de latere, kleine VW-Porsche 914 heeft zo’n dak. In het begin was sprake van een neerklapbare achterste dakhelft, later kreeg de Targa een vaste achterruit. De tentoonstellingsauto is trouwens een 912, het weinig succesvolle viercilinder broertje van de 911.
 

In 1965 introduceerde Porsche zijn nieuwe model 911. Het wordt een icoon in de sportwagenwereld.

Naast de coupé kwam de Targa, een cabriolet met rolbeugel.

De Targa is een 912, een tammere versie van de 911 met vier cilinders.

De eerste uitvoeringen van de Targa hadden een neerklapbare kap. Latere modellen kregen een vaste achterruit.

Twee 911-modellen zoals je ze op de weg kon tegenkomen.

Zeven generaties Porsche 911 hebben een plaats gekregen in een hoek van het museum.

Vijftig jaar geleden werd de 911 geïntroduceerd.

De oervorm is ondanks alle veranderingen behouden gebleven.

Generaties 1, 2 en 3.

Generaties 3, 4 (links) en 5, 6 en 7 (rechts).

Volkswagen-Porsche 914, een samenwerkingsproject dat weinig succesvol bleek te zijn.

Racerij
Wie Porsche zegt, zegt ook racerij. Dat was al zo in de tijd van grootvader en is altijd zo gebleven. De laatste kwart eeuw heeft kleinzoon Piëch de deelname aan de autorensport verder gestimuleerd. Op de circuits is Porsche een bekende verschijning. Het vierde deel van de tentoonstelling draait dan ook om de verschillende sportmodellen. Het is niet ons interessegebied. We gaan er wat sneller aan voorbij. Indrukwekkend zijn ze echter wel. De gegevens bij de auto’s geven topsnelheden aan tussen de 350 en 400 kilometer per uur. Dat is nog eens wat anders dan de prestaties van een eeuw geleden. De grondlegger van het merk zou er trots op zijn geweest. Zijn eerste wapenfeiten bij Lohner en Austro Daimler en zijn latere loopbaan bij Mercedes en Auto Union hadden immers ook alles te maken met zo hard mogelijk vooruit komen. Er is veel veranderd, maar wie de erfenis goed beschouwt, komt vanzelf weer terug bij af.
 

Sport- en racewagens uit de Ferry Porsche-periode.

Links: 550 Spyder (1955), één van de 40 die zijn gemaakt. Top 240 km/u. Rechts: 904 Carrera GTS (1964), top 263 km/u.

Links: model 718 een Formule 2 racer uit 1960. Rechts: een 356B 1600 GS Carrera ABARTH van een jaar later.

In het midden staat de 71W-RS Spyder van 1960. Het model werd zo lang gemaakt dat het de bijnaam 'grootmoeder' kreeg.

De vorm van de Abarth heeft duidelijk Italiaanse trekjes.

Links een 906 Carrera 6 (1966), rechts de 956 uit 1982.

Een 935/77 van 1977 naast de 917K uit 1970.

Na afloop bezoeken we - in de regen - het Atomium.


 

   Aanvullingen (zie tekst)

  

Benz 1910 'Prinz Heinrich' als tegenstander van de Austro Daimler in het Louwman Museum.

 Mercedes-Benz Silberpfeile, de grote concurrent van Auto Union.

De door Porsche ontworpen NSU, voorloper van de Kever.