Ockhuisen-collectie  

Baarn (NL) 



 
●  Unieke collectie Mercedes-Benz-modellen
●  Particuliere verzameling
●  Vrijwel alle auto's als nieuw
●  Grote variëteit aan soorten en typen
●  Over paar jaar in museum


april 2017

  


In afwachting van het museum  

Ondernemer Nico Ockhuisen uit Loosdrecht heeft als hobby een unieke verzameling modellen van Mercedes-Benz bijeengebracht. Er zijn exemplaren bij waar zelfs het fabrieksmuseum in Stuttgart jaloers op is. Vrijwel alle auto's zijn puntgaaf en lijken wel nieuw. Ze hebben nog de originele lak en bekleding. Over ongeveer twee jaar moet in Baarn een museum verrijzen waar de collectie een gepast onderdak vindt. Daarop vooruitlopend geeft hij geïnteresseerden af en toe de gelegenheid alvast nader kennis te maken en een aantal van zijn auto's van dichtbij te bekijken.
 


Na zo'n acht jaar heeft Nico Ockhuisen de handdoek in de ring gegooid. De droom om in zijn woonplaats Loosdrecht een museum neer te zetten, wordt geen werkelijkheid. Het gedoe met de gemeente is hem teveel geworden. Het lukt niet de plannen te realiseren. Omdat een echte ondernemer en hartstochtelijk liefhebber zich niet uit het veld laat slaan, is hij op zoek gegaan naar een alternatief. Dat is gevonden. Naar eigen zeggen is het museum er over een jaar of twee, maar dan in Baarn, vlakbij één van de loodsen van zijn bedrijf. Deze gemeente blijkt meer bereid tot meedenken. Er komt zelfs een goede toegangsweg naar de nieuwe locatie.
Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen. In afwachting van een echt museum maken we kennis met de man en zijn auto's in een grote hal in Baarn waar een deel van de collectie voorlopig is ondergebracht.
 

De auto's staan tijdelijk opgesteld in een van zijn bedrijfspanden.

Dit is slechts een deel van de collectie. De rest staat elders opgeslagen.

Jachten
Nico Ockhuisen is ondernemer in hart en nieren. De pensioengrens is hij een paar jaar geleden al gepasseerd, maar dat is geen reden om stil te zitten. Meer dan dertig jaar lang was hij in de weer met het transport van luxe en kostbare jachten. Zijn bedrijf is erin gespecialiseerd. Daarnaast bezit hij drie jachthavens. Boten mogen dan zijn broodwinning zijn geweest, de liefde gaat uit naar auto’s. Naar Mercedes-Benz om precies te zijn. Al in zijn kinderkamer hingen de folders en posters van het merk boven zijn bed. Toen hij twaalf was, bezocht hij het fabrieksmuseum in Stuttgart. Hij droomde ervan ooit nog eens in zo’n auto te kunnen rijden. Inmiddels heeft hij er meer dan honderd, allemaal met de ster op de neus. Ze staan her en der opgeslagen in loodsen. Nou zijn er meer liefhebbers en verzamelaars van het merk, maar de collectie van Ockhuisen is wel heel bijzonder. Volgens de kenners is het de mooiste ter wereld na die van de fabriek zelf. Zelfs de specialisten van de historische afdeling van Daimler kijken er met eerbied naar, terwijl ze in hún opslagruimtes toch ook hele aardige autootjes hebben staan.
 

De betovering van auto's met een ster op de neus houdt Ockhuisen al jaren in de greep.  

Tijdmachine
Perfectie en originaliteit, daar draait het om. Vrijwel al zijn auto's zijn als nieuw. Letterlijk. Ze staan erbij alsof ze via een tijdmachine zo uit de showroom van destijds zijn weggehaald om in 2017 terecht te komen. Met weinig kilometers op de teller, de originele lak en een interieur dat niet gebruikt lijkt te zijn. Een sprekend voorbeeld is een 200D op de tweede verdieping van de hal. Ockhuisen kocht de wagen toen die 25 jaar oud was. In al die tijd was er maar 300 kilometer per jaar mee gereden. De eigenaar in Freiburg gebruikte de auto uitsluitend om er eens per jaar mee naar zijn buitenhuisje aan de Bodensee te rijden. Door het jaar heen stond de wagen op blokken en werd geregeld de motor gestart. In zo'n geval hoeft er niets gerestaureerd of opgeknapt te worden. Naar dergelijke auto's is Ockhuisen permanent op zoek. Alleen bij vooroorlogse auto's lukt dat niet. Die vind je niet meer in originele showroomconditie; aan restauratie is dan niet te ontkomen. 
 

Als tweedehands gekocht toen de wagen 25 jaar oud was! Helemaal origineel en in shorwoomconditie.

Encyclopedie
Vanaf het hartelijke welkom bij de deur is Ockhuisen vrijwel onafgebroken aan het woord. Niet omdat hij zichzelf zo graag hoort, maar omdat zijn gasten geen genoeg krijgen van zijn verhalen. Hij vindt het prachtig als anderen genieten van het resultaat van zijn hobby. Mensen met een autohart spreken zijn taal en andersom. Hoe beter je kijkt, hoe meer je beseft hoe bijzonder zijn auto's zijn. Hij geeft graag tekst en uitleg en ontpopt zich als een lopende encyclopedie. Er zijn hele naslagwerken over Mercedes-Benz verschenen. Ze zijn op slag overbodig als onze gastheer je rondleidt. Hij weet álles over het merk en de auto’s. Met het woord hobby sla je de plank mis. Het is een levenswerk. Na het overdragen van de dagelijkse leiding van het bedrijf is er meer tijd voor gekomen. Zo’n twintig tot vijfentwintig uur per week is hij wel met zijn auto’s in de weer, vertelde hij in een reportage van de EO van enkele jaren geleden. Hoezeer mens en liefhebberij met elkaar zijn verweven bewijst de naam die zijn dochter meekreeg: Mercedes.
 

Ockhuisen schept er plezier in anderen van zijn hobby te laten meegenieten.

SL
Er is één manier om Ockhuisen tot lang zwijgend nadenken te brengen: met een onmogelijke vraag. Wat is zijn favoriet? Als hij noodgedwongen drie auto’s van zijn collectie zou moeten redden, welke zouden dat zijn? Hij beaamt de onmogelijkheid van de vraag en hoopt dat die nooit aan de orde komt. Na enig aandringen komt hij in elk geval op twee: de 300SL en 250SL, in kennerskringen en daarbuiten bekendstaand als ‘Vleugeldeur’ en ‘Pagode’. De eerste vanwege zijn wonderschone uitstraling en waarde, de tweede omdat het één van de eerste van zijn collectie is. Juist op dit model werd hij verliefd in zijn tienerjaren. Als bijverdienste waste hij ze. In de buurt van zijn woonplaats Hilversum hadden verscheidene bewoners van het Gooi zo’n auto. Rudi Carrell bijvoorbeeld; hij had een zwarte en was blij als de jonge Nico die weer liet glimmen. Toevallig hebben de twee uitverkorenen (het lukt niet om tot een top-3 te komen) de letters SL in de naam, een aanduiding die bij Mercedes-Benz staat voor generaties van sportwagens. Hier in Baarn staan er verschillende, met de oude vleugeldeur als absoluut topstuk. Dit exemplaar heeft aparte racevelgen en een speciaal stuurwiel. Dat maakt 'm extra bijzonder. Let ook op de bijpassende op maat gemaakte kofferset. Voor de prijs daarvan kun je een kleine nieuwe auto kopen. De hobby van een perfectionistische collectioneur kost een paar centen...
Soms koopt Ockhuisen een auto nieuw, zoals de SLR Mclaren. Samen met de SLS trekt deze met zijn prestaties, uitzonderlijke bouwwijze en bijzondere deuren de lijnen vanuit het verleden door naar het nu. De trotse eigenaar wil zijn bezoekers desgevraagd best het imponerende geluid van zo'n SLR laten horen. Het geluid vult de hal; zó klinkt brute kracht in het moderne autoland.
 

De 300SL werd in 1955 afgeleverd.

Door de vleugeldeuren werd het model tot een icoon.

Het dashboard verraadt een combinatie van sportiviteit en luxe.

De vleugeldeur in de nieuwe tijd: een SLR en SLS.

Deze - ook weer puntgave - 190SL is van 1960.

Het kleinere broertje van de 300SL was een succesvol exportproduct, met name naar Amerika. 

Ockhuisen naast zijn eerste model van de collectie: een 250SL.

Anderen konden zo duidelijk zien dat de auto was voorzien van een automatische versnellingsbak.

Een chique combinatie: beige met een bruin dak.

Dit model SL bleef vele jaren in productie, van 1971 tot 1989. Kenners hebben het over de R107.

De 280 SLC is van 1975, de 500SL (Amerikaanse uitvoering) stamt uit de jaren negentig.

Vooroorlogs
In de buurt van de 300SL staan twee vooroorlogse klassiekers. Hun vorm en uitstraling laat het hart van de liefhebber sneller kloppen en dus ook zeker dat van Nico Ockhuisen. De 290B Cabriolet is van 1933, het begin van het tijdperk waarin Mercedes-Benz de beste en mooiste auto’s maakte die Duitsland ooit heeft voortgebracht, aldus onze gastheer. Nauwkeurig als hij is, wijst Ockhuisen op de fraaie, maar niet originele achterlichten met het Mercedes-beeldmerk in het midden. Deze lichten behoorden toe aan een duurdere versie, maar de vorige eigenaar vond ze zo mooi dat hij ze ook wilde. Zo’n aanpassing moet je niet ongedaan willen maken. Een nog fraaier exemplaar uit die periode is de 320A Cabriolet. De langere wielbasis maakt een gestrekter uiterlijk mogelijk. De auto is niet alleen perfect afgewerkt, maar ook goed doordacht ontworpen. De 58 kilo zware deur heeft aan de onderkant rolletjes om het sluiten te vergemakkelijken. Een mooi detail vormt de combinatie van schijnwerper en achteruitkijkspiegel. Om veilig in het hedendaagse verkeer mee te kunnen, is er een grotere spiegel naast gezet.
 

Een 290B Cabriolet uit 1933.

De achterlichten zijn niet origineel en komen van een veel duurder type.

Een zescilinder 320 uit 1938.

Origineel is de combinatie richtlicht en spiegeltje. De grotere spiegel is er later bijgezet. Rechts: let op de drie ruitenwissers.

Desgevraagd wil Ockhuisen best even de motor laten zien.

Dubbele reservewielen waren niet ongebruikelijk in die tijd.

Ongerechtigheden
Uit het begin van de jaren vijftig stamt een 300S Cabriolet, destijds peperduur en alleen weggelegd voor de welgestelden. Van een afstandje ziet de koningsblauwe wagen er goed uit. Volgens onze specialist is er echter werk aan de winkel. Hij wijst op de ongerechtigheden in de lak. Dat is beneden de norm die hier geldt en dus zal de auto binnenkort onder handen worden genomen. Jammer dat moet worden ingeleverd aan originaliteit, maar zo kan het niet, meent Ockhuisen. Het onderstreept zijn perfectionisme, want in mening museum zou men er niet over piekeren om aan de slag te gaan met een auto die er nog zo goed uitziet. Dat opknappen en onderhouden doet hij trouwens in eigen beheer. Er is in de loop der tijd een expertise opgebouwd waar ook anderen graag gebruik van maken. Ockhuisen werd door de Koninklijke stallen van paleis Het Loo om advies gevraagd over de groene auto van koningin Wilhelmina, verklapt hij.
 

De 300S uit 1953 is volgens Ockhuisen toe aan een lakrestauratie.

De cabriolet is een geliefd verzamelaarsobject, er zijn er maar weinig van gemaakt. Destijds was de auto peperduur.

Adenauer
Een Mercedes-Benz bevindt zich vaak in hoge kringen. Dat was voor de Tweede Wereldoorlog al zo, maar daar wil het merk niet graag aan herinnerd worden. De associatie met een naoorlogse gerespecteerde bondskanselier is dan veel aardiger. Konrad Adenauer verkoos de 300 tot zijn persoonlijk vervoermiddel, waarna het model in de volksmond al heel snel de naam van de regeringsleider kreeg. We komen hier maar liefst vier Adenauers tegen: een gesloten versie van het eerste type, twee cabriolets en een hardtop van het laatste model. Ockhuisen weet te vertellen dat het chassis zo stevig is dat er geen torsie te bespeuren valt bij de zware limousine zonder B-stijl. Als hij de motorkap opendoet lijkt het opnieuw dat de auto zo uit de fabriek is komen rollen. In de bagageruimte van een van de cabrio's ligt een speciaal voor dit type gemaakte kofferset. De kofferbak is namelijk wel groot, maar onhandig door het rechtopstaande reservewiel. 
 

Uit 1952 stamt deze 300 'Adenauer' .

Met zulke kleine achterlichten kan je vandaag de dag niet meer aankomen.

Deze cabrioversie met veel strakkere lijnvoering is van 1960.

In de kofferruimte paste een speciale kofferset.

In een hoekje ontwaren we nog een 300 Adenauer.

De laatste versie was een hardtop. Het achterste zijruitje kon er ook nog uit.

600
Medio jaren zestig komt de keizer der naoorlogse Mercedessen op de markt, de imposante 600. Met deze auto gaat het Schwabische merk de strijd aan met Rolls-Royce. Vriend en vijand zijn het erover eens dat het door de Britten toegeëigende predicaat ‘beste auto van de wereld’ waarschijnlijk eerder het Duitse product toekomt. Maar de markt ziet dat anders. Ockhuisen: “In de achttien jaar dat de auto in de prijslijsten stond, werden er maar 2667 van gemaakt. Dat was iets meer dan Rolls-Royce er jaarlijks afleverde”. Bij de introductie vroeg men er 75.000 gulden voor. Daar kon je veertien Kevertjes voor kopen of vijf Mercedessen 200. De auto die we hier treffen is afkomstig uit Amerika en heeft de daar verplichte side mark lights. De combinatie van bruine lak met cognackleurige bekleding is chic. Plaatsnemen op de achterbank is een bijzondere ervaring. De zitting is zo week als een waterbed. Tegenwoordig zou je er als topfabrikant niet mee wegkomen. De maatstaven om je wereldtop te kunnen noemen zijn ook aan verandering onderhevig. Een druk op een knop in de deur laat de bank naar voren schuiven en licht kantelen. Net als voor het openen en sluiten van de ramen, het schuifdak en de kofferklep wordt hierbij gebruik gemaakt van een hydraulisch systeem. Voor maximaal comfort heeft de auto verstelbare luchtvering. Gordijntjes bij de achterruit zorgen voor de gewenste privacy. Om aan te sluiten bij de Britse concurrentie zijn dashboard en deuren afgewerkt met schitterend gepolitoerd hout. In de deurstijl is een Becker-radio ingebouwd.
 

Commercieel gezien werd de Rolls-Royce-concurrent een flop.

Maar vanuit alle hoeken is de 600 imposant. En dit is nog maar de korte versie.

Voor de liefhebber zet Ockhuisen graag even de deuren open.

Luxe alom: de binnenkant van de achterdeur van de 600 met onder meer knoppen voor het verstellen van de bank.

Deze donkerblauwe 600 heeft een nieuwe laklaag gekregen. Het is de uitzondering op de regel.

S-Klasse
Na het verdwijnen van de 600 moeten presidenten, koningen, oliesjeiks en pausen zich tevreden stellen met de duurste versie van de in de jaren zeventig gepresenteerde S-klasse. Het spreekt haast vanzelf dat je die hier ook vindt: de 500 SEL 6.9 en latere S600 V12 bijvoorbeeld. Ook mooie, technische hoogstandjes, maar niet met de allure van de 600. Een eenvoudiger variant uit de eerste jaren is voor de bezoekers minstens zo indrukwekkend. De deuren staan open. Denk de omgeving weg, concentreer je op de binnenkant en je bent veertig jaar jonger. Precies zo stond de wagen destijds in de showroom. Fabrieksnieuw: geen pluisje op de bekleding, geen krasje of spatje op de lak. Onvoorstelbaar. Als je hier een uurtje hebt rondgezworven, is de verbazing echter verdwenen. Das Beste oder Nichts. Het motto van Gottlieb Daimler is ook op Nico Ockhuisen van toepassing. Zijn liefde voor vlekkeloze Mercedessen is inmiddels bij kenners bekend. Als er ergens eentje te koop staat, krijgt hij vaak een tip. Niets weerhoudt hem er dan van om 's ochtends in alle vroegte in de auto te stappen om ergens diep in Duitsland te gaan kijken. Vaak eindigt zo'n dag met een nieuwe aanwinst.
 

Met een 6.9 liter achtcilinder moest de S-klasse het topsegment van de markt bedienen.

Het typeplaatje achterop maakt duidelijk dat dit de duurste uitvoering is.

Bij de latere S-klasse bracht het merk uit Stuttgart een twaalfcilinder in stelling.

Begin jaren zeventig introduceerde Mercedes-Benz de S-klasse.

Het interieur: als nieuw.

Pontons en Heckflossen
Hoewel er van de jongste generaties ook pronkstukken staan, gaat de voorkeur van menig liefhebber uit naar de modellen uit de eigen jeugdjaren. En dus staan we wat langer stil bij de middenklassers uit de jaren vijftig en zestig, vaak aangeduid als Ponton en Heckflossen. De omvang van de verzameling maakt het mogelijk vier- en zescilinders met elkaar te vergelijken. Afgezien van het motorisch onderscheid zijn de lengte van de neus en de hoeveelheid verwerkt chroom duidelijke aanknopingspunten. Het interieur verraadt de leeftijd. Niet door gebruikssporen, maar door ontwerp en uitvoering. Bij een Ponton zien we nog een doorlopende voorbank in plaats van afzonderlijke stoelen en de Heckflossen hebben de destijds modieuze verticale snelheidsmeters. Het buitenspiegeltje – alleen aan de linkerkant – verdient het om als verkleinwoord te worden aangeduid. Mercedes-Benz mag veiligheid dan hoog in het vaandel hebben staan, hoofdsteunen en veiligheidsgordels ontbreken. Ook sterren zijn kinderen van hun tijd.
 

Een 'ponton'-Mercedes met bijpassende kofferset.

De zescilinder had een langere neus en meer luxe.

Wel een luxe dashboard, maar geen afzonderlijke voorstoelen!

Nog een zescilinder 'ponton', een 220.

Natuurlijk is ook de Heckflossen vertegenwoordigd.

De verticale snelheidsmeter en het kleine buitenspiegeltje zijn typerend voor die tijd.

Deze 200 ging in december 1965 voor het eerst de weg op.

De 200 was eenvoudiger met veel minder chroom dan de duurdere modellen uit de serie.

Van 1963 is deze 220S. Een chroomstrip accentueerde de spitse bovenkant van de achterspatborden.

Let op de grote verticale koplampen en dubbele bumpers, kenmerk van de eerste serie zescilinders. 

Busje lak
Over elke auto van zijn omvangrijke collectie weet Nico Ockhuisen een mooi verhaal te vertellen. Mercedes-Benz is zijn leven. Naast de auto’s bezit hij een schat aan documentatie. Hij bewaart alles wat met het merk en zijn auto’s te maken heeft. Zo duikt hij uit de kofferruimte van een 280 SE Coupé 3.5 de bijbehorende rekening op. Daarop staat ook een busje lak vermeld, door de eigenaar voor 12 Mark gekocht voor het geval er iets bijgewerkt zou moeten worden. Het is nooit open geweest. Dat was ook niet nodig, want met 5800 kilometer op de teller is de kans op zelfs de kleinste beschadiging niet erg groot.
‘Zo goed als nieuw’, 'met weinig kilometers op de teller' en ‘hij staat nog goed op z’n originele bandjes’ zijn in autokringen vaak uiterst dubieuze aanprijzingen. In de wereld van Nico Ockhuisen kun je dat alles gerust letterlijk nemen. Daar is geen woord aan gelogen. Het is te prijzen dat hij anderen de kans geeft dat zelf te constateren. Hopelijk raken de museumplannen niet verder in de vertraging. De auto's verdienen een mooi onderkomen.
 

De collectie omvat niet alleen de vierdeurs-versies, maar ook de coupé-varianten.

De 280SE is ook nog eens een bijzondere versie met een 3,5 liter motor.

De vorm van de C-stijl, in combinatie met die van de achterruit, is een onderscheidend stijlelement.

Uit de kofferbak duikt Ockhuisen de originele rekeningen op. Van veel van zijn auto's heeft hij dergelijke documentatie.

Een coupé van vele jaren later, nog altijd als hardtop, dus zonder middenstijl. 

Mercedes-Benz heeft door de jaren heen ook altijd een vierzits cabriolet aangeboden.

Voor maximale veiligheid bij een koprol dienden de achterste hoofdsteunen tevens als rolbeugel.

De eerste officiële stationcar van het merk (het T-model) en een opvolger daarvan.

De verzameling is breed: van de exclusieve 300 SEL 6.3 tot de eenvoudige 190.

Aan het eind van de dag werd deze opvallende coupé binnengebracht.

De staat van deze auto wijkt duidelijk af van de rest: hier moet nog wat aan opgeknapt worden.

Een klassieke transporter van een bedrijf uit de buurt en het huidige werkpaard van de firma.

De omgeving waar Ockhuisen zijn hobby mee bekostigt: jachthavens en vervoer van jachten.