Mercedes-Benz Museum
en Classic Center

Stuttgart / Fellbach (D)



●  Historische collectie Mercedes-Benz
●  Indrukwekkende presentatie  
●  Nieuw: gereconstrueerde Stromlinienwagen
●  Nieuw: expositie nieuwe aandrijvingen
●  Classic Center: showroom en werkplaats


maart 2015
 

  


Een tempel voor de erfenis van de aartsvaders


Als een van de oudste automerken ter wereld presenteert Mercedes-Benz al meer dan driekwart eeuw zijn historische collectie voertuigen in een museum. De in 2006 geopende huidige huisvestiging is wereldberoemd, vanwege de auto’s én het gebouw. Negen jaar na de opening gaan we terug om te kijken hoe het er nu is.

 

 

Op vrijdagmiddag 6 oktober 2006 reden we verwachtingsvol de parkeergarage van het Mercedes-Benz Museum in. Over het eerder in dat jaar opgeleverde mausoleum voor de beroemde collectie klassiekers was veel geschreven. Geen autoblad of architectuurmagazine of er stond een reportage in over het meesterwerk van de Nederlandse architect Ben van Berkel. De eerste indruk was overweldigend. In de hal werd meteen al duidelijk dat de lovende woorden van de pers niet overdreven waren. De hoge open ruimte met zijn futuristische liften en bewegende projecties op de muur was imposant. Het idee van Van Berkel om twee soorten expositieruimten te creëren, die over de verdiepingen te verdelen en de looproutes als twee spiralen door elkaar heen te laten lopen, bleek origineel en ingenieus. De rest van de dag bleef de bewondering. Niet alleen was de opzet uniek, met hellende gangpaden als route door de geschiedenis, ook de keuze van de geëxposeerde auto’s was doordacht. We lieten de historie van één van de oudste automerken op ons inwerken. Verdieping na verdieping veranderde het beeld, van de eerste auto’s van Carl Benz en Gottlieb Daimler op de bovenste verdieping tot de meest recente formule 1-wagens beneden. Het was druk. In het restaurant was maar moeilijk een plaatsje te vinden. Meer mensen bleken geïnteresseerd. Dat is de jaren erna zo gebleven. Gemiddeld komen er zo’n 700.000 bezoekers per jaar. In 2014 was 40% buitenlander. Er werden 160 nationaliteiten geteld. De meeste buitenlanders zijn – in die volgorde – Chinezen, Amerikanen en Russen.
 

De grote hal reikt tot aan de bovenste verdieping. Van Berkel koos voor schoon beton voor de afwerking.

Veroudering
Zouden we een tweede keer nog zo enthousiast zijn? Maakt het geheel net zoveel indruk als toen? Hoe scoort het museum vergeleken met de vele andere musea die we sinds 2006 hebben gezien? Zijn er tekenen van veroudering? Boeit de opzet ook in deze tijd nog? Op het gebied van interactieve communicatie zijn er afgelopen jaren immers veel ontwikkelingen geweest. Als nooit tevoren draait het in de museumwereld om beleving. Wat gisteren nog modern was, vinden we vandaag achterhaald en saai. Op donderdagmiddag 19 maart 2015 komen de antwoorden al heel snel. De magie lijkt tijdloos. Opnieuw fascineert de wijze waarop Mercedes-Benz zijn historische wortels als PR-instrument uitnut. Het gebouw blijft spraakmakend. Van Berkel koos zogeheten schoon beton voor de afwerking van de muren. Die keuze blijkt mode-ongevoelig. Alles lijkt nog nieuw. We vinden het zelfs nog mooier dan ruim acht jaar geleden. De oneffen grijze kleur is onderdeel geworden van de huisstijl en komt bijvoorbeeld terug op de plastic zak van de museumshop.
Niet alleen het gebouw overtuigt, ook de expositie. Is er dan helemaal niets aan te merken? Jawel, één kritiekpunt blijft overeind, namelijk de hardnekkigheid waarmee wordt gesproken over Daimler en Benz als 'de uitvinders' van de auto. Dames en heren van 'Das Haus': de auto is niet uitgevonden, maar het eindresultaat van een ontwikkelingsproces waaraan velen een bijdrage hebben geleverd.   
 

De futuristische lift brengt de bezoeker naar de bovenste verdieping.

Stromlinienwagen
Vandaag is het stil in de hal. Een van de twee balies om kaartjes te kopen, is gesloten. In de koffiecorner is plaats genoeg. Misschien wel door de rust trekt een noviteit meteen de aandacht: de opvallende, zilverkleurige Stromlinienwagen uit 1938 die afgelopen jaren is gereconstrueerd. De fabriek in Sindelfingen ontwikkelde de wagen destijds op basis van het type 540K, met een motor van 5400cc met Kompressor, goed voor 180 pk. De auto zou moeten deelnemen aan de rit Berlijn-Rome, gepland voor de zomer van 1938. De manifestatie werd echter uitgesteld naar 1939 en heeft vanwege het uitbreken van de oorlog uiteindelijk nooit plaatsgevonden. Dunlop gebruikte de auto in de jaren erna als testwagen voor banden die geschikt moesten zijn voor hoge snelheden. Na de oorlog reed een Amerikaanse militair er mee. In 1948 kwam de auto weer in handen van de fabriek en werd uit elkaar gehaald. De onderdelen werden opgeslagen. Er was geen aandacht meer voor, totdat een archivaris in 2011 de originele bouwtekeningen ontdekte. De historische afdeling van de fabriek besloot de auto te reconstrueren. De uitvoering van dat plan nam 2,5 jaar in beslag. Nu is het een museumstuk. Het gladde koetswerk is van aluminium. Eronder zit een houten geraamte. Het afgeronde front, de gladde bodem, de geïntegreerde koplampen, de verzonken deurgrepen, de minimale voegen en het ontbreken van bumpers zorgen voor een zo gunstig mogelijke stroomlijn. Zelfs de traditionele ster op de voorkant moest plaatsmaken voor een geschilderde. In de windtunnel is onlangs de luchtweerstandscoëfficiënt vastgesteld op 0,36, ongekend laag voor die tijd. De topsnelheid ligt op zo’n 185 km/u, veertig kilometer meer dan van een standaard 540K.
 

De gereconstrueerde stroomlijn-Mercedes-Benz van 1938; nooit gebruikt waarvoor hij werd ontwikkeld. 

Let op de subtiele verwerking van de Mercedes-ster in de wandbekleding.

Voorbijgaand verschijnsel
Het is tijd de eigenlijke collectie te gaan bekijken. De lift brengt ons naar boven en terug in de tijd, naar het eind van de negentiende eeuw. Een feest der herkenning dient zich aan als de liftdeuren opengaan. Daar is weer het paard als knipoog naar de historie, verwijzend naar een opmerking van Keizer Wilhelm dat de auto slechts een voorbijgaand verschijnsel zal blijken te zijn. Het paard zal altijd blijven. Niet alleen politiek schatte hij de tijdgeest geheel verkeerd in...
De eerste zaal (Mythos 1) is nog net als in 2006. Centraal staan de drie pioniers Gottlieb Daimler, Carl Benz en Wilhelm Maybach en hun bijdrage aan de ontwikkeling van de verbrandingsmotor en de auto. De eerste Daimler, een gemotoriseerde koets, en een replica van de eerste Benz (dubieus ‘de allereerste auto’ genoemd) draaien nog altijd langzaam op de verlichte vloer. Tegen de wand staan de vervoermiddelen die voortkwamen uit de vindingen van de drie heren. De benzinemotor als voortstuwende kracht op het land, het water en in de lucht. Bezoekers maken foto’s en lezen de beschrijvingen.
Terwijl we afdalen naar een niveau lager, herinneren we ons de verlichte vitrines aan de muur die de bezoekers meenemen naar historische gebeurtenissen ten tijde van de ontwikkeling van de auto. De perfecte afwerking valt opnieuw op.
De volgende zaal draait om de geboorte van het merk Mercedes in 1901, genoemd naar de dochter van de Franse autohandelaar Emil Jellinek. Behalve de oudste nog bewaard gebleven Mercedes staan er nog vier andere auto’s: twee van Benz, twee van Daimler. Onmiskenbaar de indrukwekkendste is de limousine met dubbele achterbanden die ooit van de familie Jellinek was.
 

Mythos 1 over het begin van de historie van Daimler en Benz als autoproducenten.

Aan de wand de vervoermiddelen die gebruik maakten van de nieuwe vinding, de verbrandingsmotor.

De brandspuit werd nog door paarden getrokken, maar de motor zorgde voor het pompen. 

Benz vis-à-vis (met de gezichten naar elkaar) en Benz Velo van 1893 en 1894.

Daimler Stahlradwagen 1889 en Riemenwagen van 1896.

Links: Benz Omnibus uit 1895.

Daimler 1898, de oudste nog bestaande vrachtwagen ter wereld.

Daimler vrachtwagen en Benz dos-à-dos (rug-aan-rug), beide van 1899.

In Mythos 2 staat de oudste bewaard gebleven Mercedes (van 1903).

De basis van de moderne auto: motor voorin achter de vooras, chassis en daarachter ruimte voor passagiers.

Benz Landaulet 1909 en Mercedes Doppelphaeton 1908.

De Mercedes van de familie Jellinek. Een grote zware limousine met dubbele achterbanden.

Volop daglicht
De architect laat de bezoeker de keuze om eerst een reis door de tijd te maken en dan nogmaals van boven naar beneden de thematische opstellingen te bezoeken, of beide te combineren. We kiezen voor het laatste en komen in de Galerie der Reisen, onderdeel van de thematische zalen die Collection zijn genoemd. In tegenstelling tot de historische (Mythos-)zalen is hier volop daglicht. Het museum heeft maar liefst 1800 ruiten, allemaal verschillend van vorm en formaat. De bussen en personenwagens, vele decennia overbruggend, lijken al die jaren niet van hun plaats te zijn geweest. Afmetingen en vormen verrassen niettemin ook een tweede keer. Met stadsbus of luxe limousine, in gezelschap of alleen: de mens reist wat af.
De volgende geschiedeniszaal is ook ongewijzigd. Het tijdvak van 1914 tot 1945 is dat van de technische doorbraken. Auto’s met dieselmotoren en compressors staan hier letterlijk in de schijnwerper. Af te meten aan het aantal foto’s dat bezoekers maken, is de rode 500K Roadster het topstuk van de vloer. Je kunt je niet voorstellen dat iemand zo’n auto niet schitterend vindt.

 

De Galerie der Reisen.

Een Britse dubbeldekker uit 1907 en een bont beschilderde bus uit Buenos Aires van 1969.

Mercedes-Benz 320 met stroomlijncarrosserie uit 1939.

Mercedes-Benz O 2600 Bus uit 1940 en een O 3500 van 1952.

Mythos 3: de komst van dieselmotoren en compressors.

Links de dieselmodellen, rechts een 540K (5400 cc met Kompressor) van 1937.

Mercedes-Benz Sportmodel 1923.

Een Mercedes-Benz SSK naast een S. 

De 500K Roadster is voor velen de mooiste auto van de vloer.

Psychologische oorlogsvoering
De volgende tussenstop is de Galerie der Lasten, de etalage van historische bedrijfswagens. In deze zaal realiseer je je hoe goed architect en bouwers hebben moeten rekenen om de vloer een beladen autotransporter te kunnen laten dragen. Te midden van de echte vrachtwagens, staat de lage, gestroomlijnde racewagentransporter uit 1955. Met belading en al kon de wagen een top bereiken van 170 km/u. Dat maakte onderdeel uit van de psychologische oorlogsvoering met andere racestallen. Als de transporter al zo hard kan, hoe snel moeten de racewagens dan wel niet zijn? Vorige keer stond er zo’n racewagen op, nu is het blauwe gevaarte ladingloos. De auto is overigens nagebouwd op basis van de originele tekeningen. Het origineel is in 1967 tot schroot gemaakt. Een onbegrijpelijk besluit.
Een verdieping lager brengt ons in de naoorlogse periode van wederopbouw en bloei. Mercedes-Benz biedt in die tijd alledaagse auto’s als de 180 aan, maar zet ook de adembenemende 300SL met vleugeldeuren bij de dealer, vandaag de dag een bijna onbetaalbare klassieker. We zien in deze ruimte ook de als racewagen bedoelde 300SLR uit 1955 die echter nooit als zodanig is gebruikt. Na een ongeluk op het circuit van Le Mans waarbij een Mercedes-Benz van de baan vloog en tachtig mensen de dood vonden, trok het merk zich terug uit de racerij. De auto werd daarna door Rudolph Uhlenhaut, chef van de ontwikkelafdeling, gebruikt als dagelijks vervoermiddel. Bondskanselier Adenauer koos daarvoor het model 300. In de volksmond ging die auto zelfs zijn naam dragen. Een medewerkster ontdoet het glimmende staal van een pluisje. Alles moet smetteloos zijn. De lat ligt hoog.
 

Benz 1912 en Mercedes-Benz LP333 (1959), met als bijnaam "de duizendpoot" vanwege de dubbele voorassen.

De nagebouwde racewagentransporter, goed voor 170 km/u.

De Galerie der Lasten toont een groot gamma aan bedrijfswagens.

Schuin lopende vloeren leiden de bezoeker naar de onderliggende verdieping. Links informatieve vitrines.

De naoorlogse bloei met luxe modellen en echte sportwagens.

Van SL tot 180 en vrachtwagens: Mercedes-Benz bood een breed scala aan producten. 

Mercedes-Benz 300S Cabriolet A 1954.

De als racewagen bedoelde Mercedes-Benz 300SLR 1955 werd nooit als zodanig gebruikt. 

Zelfs geen pluisje mag op de auto's liggen. Alles moet glimmen als nieuw. 

Vuilophaaldienst
Opnieuw stappen we even uit de historie en gaan over naar de volgende themazaal. Die staat in het teken van hulpverleningsvoertuigen in de breedste zin, van brandweer en ambulance tot sneeuwschuiver en vuilnisophaaldienst. De presentatie is compleet gemaakt met een noodtelefoon en flitspaal. Op de vloer staan de internationale noodnummers, kort maar krachtig en gemakkelijk te onthouden, juist voor panieksituaties: nine-one-one in Amerika, een-een-twee in Europa, een-een-nul in Japan. In Nepal is paniek kennelijk geen punt en heeft spoed met vier-twee-vier-zeven-nul-vier-een wat minder haast.
Terug naar de historie, opnieuw glooiend naar beneden. In de jaren zeventig krijgen veiligheid en milieuvervuiling extra aandacht van de fabrieksingenieurs, laat de volgende zaal zien. Mercedes-Benz presenteert de geschiedenis, maar maakt er bijna ongemerkt een publiciteitsverhaal van. Ook hier is de opstelling sinds de opening onveranderd, met de Amerikaanse S-klasse met turbo-dieselmotor en overdreven uitstekende bumpers en de Baby-Benz 190 als uitersten van het leveringsprogramma. De leukste auto is er een die nooit in de showroom heeft gestaan, een meetwagen op basis van een 300. Hij roept onbeantwoorde vragen op. Waarom heeft zo’n puur technisch vervoermiddel zoveel chroom aan de zijkant? En waarom een achterbumper met geïntegreerde dubbele uitlaten? Is de wagen voor dit doel gemaakt of pas later ingezet bij de onderzoeksafdeling? Ging er een leven als begrafenisauto aan vooraf? Waarom die vinnen die bij geen enkele andere Mercedes-Benz zijn terug te vinden? Een autogek kan meer vragen dan tien museumwijzen kunnen beantwoorden. Ook de duimdikke museumcatalogus geeft geen helder antwoord en spreekt slechts over een omgebouwde 300 limousine.
 

Galerie der Helfer met een Mercedes-Benz 170V (1952) bestelwagen op de voorgrond. 

De brandweer is paraat, door de jaren heen. 

Mercedes-Benz 320 ambulance uit 1937. 

Een Unimog sneeuwopruimer en Mercedes-Benz afvalophaler. 

Veiligheid en milieu als verkoopbevorderende thema's, gepresenteerd in Mythos-ruimte 5. 

Links de meetwagen, op basis van een 300, rechts een SL 'Pagode'. 

Een Heckflossen-Mercedes, officieel 220S geheten.

Een S-klasse turbodiesel voor de Amerikaanse markt met daarachter de ESF, een experimentele veiligheidsauto.
 

Beroemdheden
We laten ons door onbeantwoorde vragen niet tegenhouden de ontdekkingsreis in het sterrenstelsel te vervolgen. De Galerie der Namen brengt je oog in oog met de auto’s van beroemdheden. Het opvallendst en tegelijkertijd minst uniek is de gele bus van het Duitse voetbalelftal dat in 1974 wereldkampioen werd. Minst uniek omdat wel met een dergelijke bus werd gereisd, maar niet met deze. Het mooist zijn de open wagen van industrieel Henschel (een van de eerste auto’s van na de fusie van Daimler en Benz) en de gepantserde 770 ‘Großer Mercedes’ uit 1935 van de keizer van Japan. Drie jaar eerder had de Duitse keizer zich zo’n auto laten aanmeten. Hij gebruikte die toen hij in Doorn in ballingschap woonde. Het nummerbord van de provincie Utrecht zit er nog op. De keizer had naast deze vierdeurs cabriolet een gesloten model. Dat staat, in dezelfde kleur, in het Louwman Museum. Latere regeringsvoertuigen zijn de 300 en 600. Van recenter datum zijn de pausmobiel met vergulde in plaats van verchroomde sierstrips en de SL van Lady Diana. De Britse bevolking was verontwaardigd dat ze een Duitse auto reed. Ze deed ‘m snel weer van de hand.
Bij de verdere afdaling houden de herinneringen op. De zesde historiezaal is enkele jaren geleden opnieuw ingericht. Was het thema aanvankelijk ‘globalisering en individualisering’, nu draait het hier om alternatieve vormen van aandrijving. Een terechte verandering. De oude zaal was niet bijster interessant. Mercedes-Benz laat zien al langer te experimenteren met vormen van elektrische voortstuwing en het gebruik van een brandstofcel. Ook de laatste galerij is gewijzigd en wordt tegenwoordig gebruikt voor wisseltentoonstellingen. Op het moment van ons bezoek staan er echter veel dezelfde auto’s als toen, zij het onder een andere titel. De Galerie der Helden is nu Mein Mercedes-Benz. Ach, what’s in a name?, zouden de Engelsen zeggen.

 

Lady Diana gebruikte haar SL veel minder lang dan de paus de omgebouwde G-klasse met vergulde elementen.

De auto's van de Sultan van Marokko, de Duitse en de Japanse keizer.

De elftal-bus is niet origineel, de 770 Groẞer Mercedes van de Japanse Keizer wél.

Industrieel Henschel reed deze roadster, één van de eerste auto's van na de fusie. 

Mythos 6 werd enkele jaren geleden opnieuw ingericht. 

Met de Auto 2000 uit 1981 experimenteerde men onder meer met aerodynamica.

De Galerie der Helden is omgedoopt in Mein Mercedes-Benz: seriemodellen door de jaren heen.

Een 170 uit 1951 en daarnaast een 130 uit 1935 met de motor achterin.

'Mein Mercedes-Benz' heet de ruimte nu die eerst de Galerie der Helden was. 

Een vrachtwagen met houtskoolgenerator en de eerste Unimog. 

Sokkel
De begane grond is het domein van de racewagens. We verwachten een nieuwtje te zien, de donkergroene Benz die in 1910 meedeed aan de Prinz Heinrich-races en die de fabriek enkele jaren geleden opnieuw liet bouwen op het originele onderstel. Hij staat er niet. Er is wel een lege plaats op de nagebouwde racebaan. Is er een verband? Alweer een vraag waarop geen antwoord komt.
Intussen lopen we in omgekeerde chronologische volgorde langs de racewagens en eindigen bij de eerste auto's met slechts enkele paardenkrachten. De cirkel is rond: begin en einde van de historische rondgang sluiten mooi op elkaar aan.
We kijken naar boven en zien nog steeds de historische recordbrekers aan de muur hangen. Conceptcars en toekomststudies staan op grote sokkels. Verleden en heden, verticaal en horizontaal: alles is met elkaar in verband gebracht. Precies zoals het Ben van Berkel voor ogen stond: een tempel voor de erfenis van de aartsvaders.
O zeker, perfectie bestaat niet. In het Technisch Museum van Praag staat een ongerestaureerde en daardoor veel indrukwekkender racewagen uit de Silberpfeile-vloot, in het Louwman Museum een veel originelere SSK, in Museum Dr. Carl Benz in Ladenburg de auto waarmee Martha Benz de historische rit van Mannheim naar Pforzheim maakte en in het Deutsches Museum in München de originele, eerste Benz. In het Mercedes-Benz museum hebben vrijwel alle auto’s zo’n mooie nieuwe laklaag dat de rauwe wereld waarin ze hebben moeten functioneren, is verdwenen. Het geheel blijft echter onovertroffen. Het tweede bezoek was niet verrassend, maar daarom niet minder imponerend. Geen wonder dat ieder jaar weer zoveel mensen naar Stuttgart reizen om dit alles van dichtbij te bekijken.

 

De begane grond is het domein van de racewagens. 

Op het promotiefoldertje komt de racewagenafdeling prominent naar voren.

Historische racewagens met rechtsvoor de Blitzen Benz van 1909.

Links een open plaats: wat zou daar hebben gestaan?

De Benz uit 1910, gefotografeerd tijdens de Techno Classica 2014 in Essen, stond er niet. 

Een van de eerste racewagens van Benz - met 14 pk! - (links) en de Daimler Phönix racewagen, beide van 1900

Tegen de wand hangen de snelheidsrecord-modellen.

Studiemodellen staan op sokkels in de hal die eerste verdieping en begane grond verbindt.

Vele decennia zitten er tussen de verschillende modellen.

De toekomst zweeft als het ware door de ruimte. 

Vingeroefeningen voor een grote Mercedes-Benz. Hij zal zo nooit in de showroom staan.

De ondergrondse passage naar de hedendaagse showroom, met onderweg een young timer. 

Mercedes-Welt heette het eerst, nu is het de dealer voor Stuttgart. 

In de grote showroom veel aandacht voor de nieuwe Porsche-concurrent, de AMG GT.

Een kunstwerk - eerbetoon aan coureur Juan Manuel Fangio - dat uitnodigt om er in te gaan zitten. 

Een tempel voor de erfenis van de aartsvaders met 1800 allemaal verschillende ruiten.
 

Gerelateerde webpagina's:

meer foto's van de museumcollectie
verslag van bezoek aan museum in 2006
verslag van bezoek aan het oude museum in 2003
tijdelijke tentoonstelling van Silberpfeile in Den Haag

 

  


Mercedes-Benz Classic Center:
Werkplaats en schatkamer
 

 

Mercedes-Benz koestert zijn historische wortels als de Tower of London de Britse kroonjuwelen. Er is een zeer uitgebreid archief met documentatie en een magazijn vol originele onderdelen. Het bewaren en rijdend houden van de geschiedenis wordt als een ereplicht ervaren, waarbij de commercie niet uit het oog wordt verloren. Liefhebbers van klassiekers kun je ook als klanten aan je binden. Onderhoud en restauratie zijn de kernactiviteit van het Classic Center in Fellbach, een van de stadsdelen van Stuttgart. Op weg naar het Mercedes-Benz-museum maakten we een tussenstop.
 

De historische racewagen versiert de gevel van het gebouw.

Showroom
Het centrum bestaat naast magazijn en archief uit een ontvangstruimte, werkplaats en echte showroom. Zoals de dealer fabrieksnieuwe modellen aanbiedt, zo kun je hier een klassieker uitzoeken, twintig of misschien wel honderd jaar oud. Een replica kan ook, zoals de eerste “motorfiets” van Gottlieb Daimler van 1885 (er staan er zelfs twee) of zijn eerste gemotoriseerde koets van een jaar later. De ruimte is eerder zakelijk dan sfeervol. Het aanbod beperkt zich tot twee handen vol. De werkelijkheid komt niet helemaal tegemoet aan de beschrijving op de website.
 

Een showroom, maar dan niet met fabrieksnieuwe modellen.

Zelfs de eerste twee voertuigen van Daimler zijn te koop. Dat wil zeggen: replica's.

Wil je een luxe, grote Mercedes? Zeg maar uit welk tijdvak.

Een 300SL Roadster met hardtop. Als nieuw.

Je moet van het turkooise van deze 220S Coupé houden.

Ruim veertig jaar oud, maar net zo mooi als destijds.

Pronkstukken
Het interessantste deel van het complex is de achterkant. Hoewel een bordje aangeeft dat toegang voor onbevoegden verboden is, wordt nieuwsgierige passanten niets in de weg gelegd. Een blik in de werkplaats toont het werk aan wel zeer uiteenlopende voertuigen, van antieke museumexemplaren tot auto’s voor alledag, of tenminste voor mooie weekenden. Een "Vleugeldeur" op de brug of in een hoekje valt nauwelijks op. De automonteurs zien er uit als in een doorsnee garage. Geen mannen in witte pakken als restaurateurs van kunstwerken. Buiten staan achteloos een paar pronkstukken geparkeerd. De werknemers van een bedrijf aan de overkant, in hun lunchpauze met hun broodtrommetje naast zich, zittend op de rand van de stoep, kijken er niet eens meer van op. Als je het dagelijks ziet, zie je het niet meer. Bezoekers daarentegen kijken bewonderend naar een Mercedes-Benz SS vierzitter van 1930, een blikvanger van de eerste orde, ooit eigendom van de Maharadja van Kashmir. Hij zag de auto op de tentoonstelling van Parijs en kocht hem ter plekke. De auto werd omgebouwd naar rechtssturend en bleef tot 1972 in de familie. Tegenwoordig is Mercedes-Benz Classic de eigenaar. Het bedrijf bracht de wagen in 2012 naar de beroemde klassiekershow van Pebble Beach. Hiermee vergeleken zijn de andere auto's heel gewoontjes, zelfs als het gaat om een 300 'Adenauer', een 190SL, 220S Heckflossen, 280 Coupé of S-klasse van de jaren zeventig. Allemaal in topconditie. Dit is een werkplaats en schatkamer tegelijkertijd.
Het is dat we zeker weten dat de standbeelden van Carl Benz en Gottlieb Daimler op de binnenplaats levenloos zijn, anders zou je wedden dat de mannen uit hun ogen kijken om te zien of verantwoord met de erfenis wordt omgegaan. Ze kunnen gerust zijn: dat gebeurt. In de geest van de aartsvaders: Das Beste oder Nichts.
 

Langskomende passanten zijn als liefhebber echter welkom.

Een werkelijk schitterend model: de vierzits uitvoering van de SS uit 1930 destijds gekocht door een maharadja.

Ook het dashboard van deze voormalige maharadja-Mercedes is indrukwekkend. 

Bij weinig werkplaatsen zie je zoveel bijzondere auto's naast elkaar geparkeerd staan.

Blik in de werkplaats, waar ook het Mercedes-Benz Museum zijn auto's laat opknappen en onderhouden.

Mercedes-Benz 300SL, met de beroemde vleugeldeuren.

Een S-klasse en Heckflossen, beide in uitstekende conditie. 

Vooraan een Mercedes-Benz 300 in de laatste uitvoering.

Mercedes-Benz 190SL met smaakvolle groene cabrioletkap.

De beide heren houden vanaf de binnenplaats alles goed in de gaten. 

Voor autogekken geldt ook het omgekeerde: behandel je liefje als je auto!