Londense taxi's

Londen (GB) 



 
● 
Achtergronden van de Londense taxi's
●  Ontwikkeling van naoorlogse modellen
●  Bekende typen en concurrenten
●  Strenge voorschriften en regels
● 
Nieuwe ontwikkelingen


februari 2012 - laatste aanvulling oktober 2015
 

  


Geworteld in een ver verleden


Al decennia lang domineren twee soorten voertuigen het straatbeeld van Londen: de rode dubbeldekker en de karakteristieke taxi. Overal ter wereld zijn taxi's afgeleid van gewone personenauto's of minibusjes, maar niet in de Britse hoofdstad. Dat is een uitvloeisel van regelgeving uit de tijd van de koetsen. Maar tijden veranderen, ook in Engeland. Hoe lang blijft de eigenzinnige taxi nog bestaan? In een internationale wereld lijkt niets meer heilig, zelfs niet de tradities. 

Op vele manieren ontmoedigt het Londense stadsbestuur particulier autogebruik. Tol- en parkeertarieven zijn hoog. De inwoners en forenzen kiezen massaal voor de ondergrondse, de bus of de taxi. Sinds jaar en dag zijn de dubbeldekker en de Britse hoofdstad even onafscheidelijk als de namen Marks en Spencer van de warenhuisketen. De traditionele Routemaster, met zijn open instap aan de achterkant en vooruitgeschoven chauffeursplaats, is opnieuw geïntroduceerd en rijdt ter wille van de toeristen nog op een enkele lijn. Voor het gewone werk zijn er moderne, gestroomlijnder varianten. Er vinden experimenten plaats met bussen met hybride aandrijving om de aanslag op de luchtkwaliteit te verminderen. 
 

De rode dubbeldekker is niet weg te denken uit het straatbeeld van Londen.

Als curiositeit en attractie voor de toeristen doet een enkele traditionele Routemaster nog dienst.

Warenhuis Harrods maakt speciaal voor toeristen een theepakket; de dubbeldekker is één van de symbolen van Londen.

Kleuren
Net zo karakteristiek als de bussen zijn de taxi's. Met duizenden bevolken ze de straten. Ze zijn opvallend anders, maar door de grote aantallen tegelijkertijd onopvallend gewoon. Zelfs de nieuwste versies zien er klassiek uit, passend bij het Britse gevoel voor traditie. Vroeger waren ze allemaal zwart. Dat is al lang niet meer zo. De fabriek levert verschillende kleuren, zoals zilvergrijs, blauw, rood en bronsbruin. De commercie heeft het kleurenpalet echter veel uitgebreider gemaakt. De reclamewereld heeft de taxi als rijdende reclamezuil omarmd. Soms gaat het alleen om stickers op de zijkanten maar vaak is de gehele auto overgespoten of beplakt. Een opvallende variant is die van Vodaphone, getooid in de kleuren van de Union jack, de Engelse vlag.
 

De traditionele kleur is zwart. Hier drie hele oude modellen met daar tussenin een nieuw model.

Naast zwart levert de fabriek ook verschillende andere kleuren.

Bonte kleuren ter wille van de commercie. Rechts de Vodaphone-taxi met de Britse vlag.

Twee TX'en wachten op klandizie bij het luxe St. Pancras Hotel in de Britse hoofdstad.

De taxi's zijn alvast ingesteld op de komende Olympische Spelen in Londen.

Alles kan als het geld oplevert: reclame voor Deutsche Grammophon op een Engelse taxi.


Bijzonder

De Londense taxi is duidelijk geen gewone personenauto. Dat heeft een reden. Auto's die overal ter wereld prima geschikt zijn als taxi, mogen in Londen als zodanig niet de straat op. De situatie in deze wereldstad is uniek en onvergelijkbaar met de rest van de wereld, vinden de autoriteiten. Daarom gelden er speciale eisen. En hoe kan het anders in dit land rijk aan tradities: die regels zijn geworteld in een ver verleden.
Rond 1700 ontstaat het Public Carriage Office om het verkeer met paarden en koetsen in goede banen te leiden. Het instituut formuleert de Conditions of Fitness, lange tijd gecontroleerd door Scotland Yard. Voor koetsen in het Londense verkeer gelden vanaf 1869 strenge regels. Als de auto naast de paardentaxi een plaats voor zich gaat opeisen, besluit het stadsbestuur in 1906 ook specifieke eisen te gaan stellen aan de motorvoertuigen.
 

Een ramp voor de chauffeur die ook eigen ondernemer is: een auto met pech. Geen ritten, geen inkomen.

Hoed
Enkele eisen die aan de auto's worden gesteld, zijn een maximale draaicirkel van 25 voet (7,6 meter), een glazen scheidingswand tussen chauffeur en passagiers en voldoende hoofdruimte om er met een hoge hoed in te kunnen zitten. Tot op de dag van vandaag gelden die regels nog, al zijn er dagen dat je ook in Londen geen heer met hoge hoed tegenkomt. De korte draaicirkel is technisch ingewikkeld. Al in 1927 is er een voorstel die te vergroten tot 40 voet. De PCO wijst het voorstel af en zal dat vele keren erna blijven doen. De taxi moet immers ook de kleinste straatjes en nauwste bochten kunnen nemen, is de redenering.
Andere eisen vervallen wel in de loop der jaren. Het is niet meer nodig dat de auto een afzonderlijk chassis in plaats van een zelfdragende carrosserie heeft. Het verbod op wieldoppen is ook komen te vervallen. Het is ooit als eis gesteld om sneller te kunnen controleren of de wielbouten wel goed vast zitten. Er zijn ook regels bijgekomen, bijvoorbeeld toegankelijkheid voor rolstoelen.
Omdat een gewone auto niet aan de Conditions of Fitness kan voldoen, moeten de taxi's voor Londen speciaal worden gemaakt. Al rijden er duizenden rond, de markt is uiteindelijk toch maar beperkt. En dus zijn er altijd maar weinig aanbieders geweest.  
 

De Unic op een oude ansichtkaart (links) en een mooi exemplaar in het automuseum van Beaulieu (rechts).

Verschillende merken
In de eerste jaren van de twintigste eeuw kom je in Londen verschillende merken taxi's tegen en lang niet allemaal van Britse bodem. Integendeel. In de beginjaren zijn vooral Renault, Unic en Fiat favoriet. De auto's vervangen langzamerhand de paarden. In 1910 is de verhouding 6400 auto's tegen 4700 paardentaxi's, vier jaar laten gaat het om 7200 tegenover 1400. Een mooie Unic is bewaard gebleven in The National Motor Museum  in het Zuid-Engelse Beaulieu (zie verslag elders op deze website).
In de jaren dertig wordt de Austin favoriet, nadat de belangrijkste taxidealer - Mann and Overton - is overgeschakeld van Unic op Austin. Het Louwman Museum in Den Haag heeft zo'n vooroorlogse Austin in de collectie. 
 

Een vooroorlogse Austin in het Louwman Museum in Den Haag.

De chauffeur zat half open. Er was wel een deur, maar geen raam.

De taxi was een landaulette: bij mooi weer kon de kap naar beneden.

Vier personen mochten er maximaal in de taxi van 1936.

Linksvoor was ruimte voor de bagage.

De rijpositie van de taxichauffeur was weinig benijdenswaardig.

De taxi met op de achtergrond een oude Londense dubbeldekker.

Een vooroorlogse taxi van Beardmore, gebouwd in het Schotse Paisley, tentoongesteld in het Riverside Museum in Glasgow.

Domineren
Na de Tweede Wereldoorlog levert de Nuffield Organization (producent van onder meer Morris en MG) de Wolseley Oxford. Concurrent Austin lanceert in 1948 de FX3, nog zonder deur aan de linkervoorzijde. Na de fusie tussen Nuffeld en Austin, die leidt tot de British Motor Corporation in 1952, moet de Wolseley het veld ruimen. Voor twee taxi's binnen één concern is geen plaats. In 1958 verschijnt de FX4 als vervanger, aanvankelijk met een benzinemotor. In 1982 stoot British Leyland (moederbedrijf van Austin) de productie af en draagt de rechten over aan het bedrijf dat sinds het begin de carrosserieën al maakt, Carbodies in Coventry. Het model blijft vrijwel ongewijzigd veertig jaar (!) in productie en past in het rijtje auto-iconen als de Kever, Mini en 2CV. Wie in de souvenirwinkel een miniatuur van de Londense taxi koopt, krijgt een verkleinde FX4.
 

De FX3 (uit de Louwman Collectie) met alleen rechts twee deuren. De ruimte naast de chauffeur was voor de koffers.  

Reclame-uitingen voor de FX4 en zijn voorganger FX3. De FX3 werd tien jaar, de FX4 veertig jaar lang gemaakt.

Het model is zo iconisch dat de auto ook in Nederland als opvallende rijdende reclamezuil wordt gebruikt. 

Ook "Hotel Engeland" in het Spaanse Sevilla heeft de taxi als reclamemiddel.

Fairway
De naam Carbodies verandert later in London Taxis International (LTI). De auto krijgt in 1989 zelfs een naam: ‘Fairway’, met als toevoegingen 'Driver' en 'Driver Plus'. In de loop der jaren worden kleine verbeteringen doorgevoerd, zij het mondjesmaat. Het duurt bijvoorbeeld jaren voordat de belabberde zitpositie van de chauffeurs verbetert. De fabrikant is vrijwel monopolist en de taxirijders moeten het er maar mee doen. De Austin-dieselmotoren worden gaandeweg vervangen door krachtbronnen van Land-Rover en Nissan.
Hoewel het model al veertien jaar niet meer wordt gemaakt, kom je er anno 2012 geregeld nog één tegen. Niet als museumstuk, maar gewoon aan het werk. Een kilometrage van tussen 800.000 en 1.500.000 is geen uitzondering. Binnenkort verdwijnen ze echter uit het straatbeeld als onderdeel van het overheidsbeleid het wegverkeer schoner te maken.
 

Anno 2012 is de minstens 14 jaar oude FX4 nog dagelijks in gebruik. 

Links een chique versie met vinyl dak, rechts een mindere versie, mét reclame.

Pas heel laat krijgt de auto een naam, Fairway. De verbeterde varianten heten Driver en Driver Plus.

Tijdloos
In 1998 lanceert LTI eindelijk een opvolger, de TX. Het nieuwe model heeft lang op zich laten wachten. Begin jaren tachtig zijn er ideeën voor een opvolger van de auto uit 1958, maar elke keer ontbreekt voldoende geld voor de ontwikkeling. Bovendien verkoopt het oude model nog goed. Geen wonder, de fabrikant heeft zo ongeveer een monopolie. Een serieus plan om gebruik te maken van bestaande carrosserieonderdelen van de Range Rover sneuvelt. British Leyland is bang dat de taxi het imago van deze luxe en dure auto zal aantasten. Een terechte vrees.
De vorm van de nieuwe Londense taxi haakt overduidelijk aan bij het verleden. De klassieke uitstraling is gebleven. De vorm verwijst tot in details naar het eerdere model. Je kunt het zowel tijdloos als ouderwets noemen. De positie van grille en koplampen zijn even karakteristiek als het golfje in de flanken bij de achterdeuren. De bolle wieldoppen zijn vrijwel identiek. Er is één grote verandering: anders dan bij de FX scharnieren de achterdeuren aan de voorkant.
Enkele jaren geleden was sprake van een kleine facelift. De vierkante grille werd een stuk groter en de bumpers kregen een andere vorm.
 

Plannen om gebruik te maken van Range Rover-onderdelen sneuvelden door een veto van British Leyland.

De oorspronkelijke TX links en de versie na de facelift (rechts) met de grotere grille.

Ook buiten London kom je de taxi tegen, zoals in het Schotse Edinburgh...

...aan de kust in Brighton...

...en in Oxford.

China
De fabrikant zetelt nog altijd in Coventry. Het bedrijf is verschillende keren in andere handen overgegaan. Het blijkt moeilijk het hoofd boven water te houden, ook al heb je een uniek product in de aanbieding. Uiteindelijk gaat het om kleinschalige productie. Van de FX3, FX4, Fairway en TX zijn er in al die jaren in totaal minder dan 150.000 gemaakt. In november 2010 maakt moedermaatschappij Manganese Bronze Holdings bekend dat het samen met Geely uit China
(eigenaar van Volvo) een joint venture heeft opgericht om de Britse taxi ook elders te gaan maken en verkopen. Er komt een naamsverandering voor zowel de producent als de verkooporganisatie in Engeland. In plaats van London Taxi International (LTI) en Mann & Overton (de dealerorganisatie) is het voortaan The London Taxi Company. Vanuit Engeland wordt de Britse markt bediend, vanuit China de rest van de wereld. Een nieuw beeldmerk symboliseert het bijeenbrengen van het beste van twee werelden, die van Groot Brittannië en China. De taxi’s krijgen een licht gewijzigde grille, waarvan het ronde beeldmerk prominent deel uitmaakt.
 

De fabriek is sinds jaar en dag gevestigd aan de Holyhead Road in Coventry. De foto's zijn van zomer 2010.

Oude fabriekshallen domineren het aanzicht. Rechts: op de parkeerplaats achter het bedrijf staan enkele nieuwe exemplaren.

De productie is kleinschalig waarbij nog veel handwerk komt kijken. (Foto's The London Taxi Company)

De nieuwste versies zijn herkenbaar aan het nieuwe beeldmerk van de nieuwe naam.

Concurrentie
Al zijn de FX4 en de TX door de jaren heen marktleiders, van absolute alleenheerschappij is nooit sprake. Er is altijd wel een alternatief. De verkochte aantallen blijven echter heel beperkt. Nog het meest succesvol is de Metrocab. Na een aanloop van vele jaren komt de auto in 1987 op de markt. De hoekige carrosserie (van kunststof) ziet er veel moderner uit. Van een groot succes is toch geen sprake. Zelfs in de hoogtijdagen verkoopt Metrocab nog niet een kwart van wat Carbodies/LTI afzet. De fabriek gaat keer op keer in andere handen over. Achtereenvolgende eigenaren gaan telkens weer failliet. De laatste die het probeert, gooit in april 2006 de handdoek in de ring.
Behalve Metrocab zijn er afgelopen halve eeuw nog enkele kleine aanbieders geweest, zoals Beardmore en Winchester. Beardmore is voor de oorlog een vooraanstaande taxibouwer. In 1919 introduceert de fabrikant de eerste speciaal voor dit doel gemaakte Londense taxi. De herstart na de oorlog blijkt moeizaam. Wolseley en later Austin blijken te machtig. Tot grote aantallen komt het niet meer.
Winchester betreedt in de jaren zestig de markt, eveneens met beperkt succes. Van het laatste model worden er zelfs niet meer dan 55 gemaakt. Een enkele verzamelaar heeft er nog één. Met enige regelmaat doen de oudjes nog dienst als trouwauto en blijven zo voor het nageslacht bewaard.
 

De Metrocab, het enige nog een beetje succesvolle alternatief voor de FX en TX. 

Ten tijde van de introductie zag de Metrocab er veel moderner uit dan zijn concurrent. Misschien nog wel.

Een Metrocab tussen TX'en in een winkelstraat in Coventry.

Een Metrocab in het Riverside Museum in Glassgow.

Aanval
In 2008 komt uit onverwachte hoek een nieuwe 'aanval' op de hegemonie van de karakteristieke Londense taxi. De aanvaller heet Mercedes-Benz Vito, een bestelbusje. Hoe kan dat? Aanpassing voor rolstoeltoegankelijkheid is niet zo moeilijk, maar de draaicirkel was altijd een struikelblok. Zijn de eisen veranderd? Nee. De oplossing is even simpel als verrassend. Om binnen de 25 voet te blijven, is een ingenieuze truc bedacht. Niet alleen de voorwielen, maar ook de achterwielen sturen mee. Niet dat in het dagelijks verkeer die mogelijkheid wordt gebruikt, maar de auto voldoet zo wel aan de eisen!
Een Mercedes als Londense taxi. Het is even slikken voor de fanatieke Brit. Maar ach, Rolls-Royce en Mini zijn ook al in handen van BMW en Bentley is onderdeel van Volkswagen. Dit kan er nog wel bij. En ergens is die regel van de korte draaicirkel ook wel mal. De eis geldt immers niet voor de taxi's die je kunt laten voorrijden door het verhuurbedrijf te bellen. Dat zijn net als elders in de wereld gewone auto's.
 

Door een technische aanpassing is de Mercedes ook toegestaan als taxi.

Op deze manier kan toch voldaan worden aan de maximale draaicirkel van 25 voet.

De schuifdeur maakt de auto gemakkelijk rolstoeltoegankelijk. De grote lichtbak maakt 'm als taxi herkenbaar.

Deze taxi's komen alleen op bestelling voorrijden. Het zijn gewone auto's, als een Volkswagen Sharan of Ford Galaxy.

► overzicht van alle na-oorlogse Londense taxi's

 

  Aanvullingen

DECEMBER 2010
Het stadsbestuur van Londen heeft zijn Air Quality Strategy bekend gemaakt, het beleid om de luchtkwaliteit in het centrum van de stad te verbeteren. Vanaf 1 januari 2012 zijn taxi’s van vijftien jaar of ouder niet meer toegestaan. Vanaf 1 april 2012 moeten alle modellen voldoen aan de Euro 5 standaard op het vlak van uitlaatgassen. Eind 2011 moeten alle taxichauffeurs deel hebben genomen aan een verplichte rijtest waarbij de nadruk ligt op zuinig en schoon rijden voordat ze hun vergunning krijgen om als taxichauffeur te mogen werken.
 


OKTOBER 2012
Het bedrijf dat de Londense taxi maakt, verkeert in grote problemen en heeft faillissement aangevraagd. De vraag naar nieuwe taxi's is ingestort en kort geleden zag het bedrijf zich genoodzaakt auto's terug te roepen voor een extra reparatie vanwege problemen met de stuurinrichting. Het is de vraag of de Chinese moederonderneming nog een toekomst ziet in het model, zeker nu naast Mercedes-Benz ook Nissan de Britse hoofdstad van taxi's wil voorzien (zoals het eerder de competitie voor de New Yorkse taxi won). Daarnaast wil het Chinese BYD elektrische taxi's gaan leveren.

FEBRUARI 2013
De Londense taxi lijkt vooralsnog gered. Het Chinese bedrijf Geely - ook eigenaar van Volvo - heeft de taxibouwer overgenomen van Manganese Bronze. De nieuwe eigenaar zal de productielocatie Coventry laten voortbestaan en heeft de werknemers overgenomen.

MEI 2013
Nissan heeft aangekondigd een speciaal voor Londen aangepaste NV200 voor typegoedkeuring voor te dragen. De auto is gebaseerd
op de New Yorkse taxi, maar is op sommige punten gewijzigd om aan de eisen van de Conditions of Fitness te voldoen, zoals de toegankelijkheid voor rolstoelen en de kleine draaicirkel. Als het model wordt goedgekeurd, zullen de eerste Nissan taxi's nog in 2013 in het straatbeeld van de Britse hoofdstad opduiken. Het is de bedoeling dat in een later stadium ook een elektrische versie wordt aangeboden.

Zo gaat de Londense Taxi er uitzien. Op de rechterfoto staat het model naast de New Yorkse taxi.

De versies voor Londen zijn speciaal aangepast en hebben een kleine draaicirkel en ruimte voor rolstoelen.

Nissan heeft alvast wat sfeerfoto's laten maken: dit beeld moet over enige tijd vertrouwd zijn voor de Londenaren.

JANUARI 2014
Op het eerdere voorstel van Nissan kwam kritiek vanuit de Londense autoriteiten: de NV200 zou te weinig herkenbaar zijn als "Britse taxi". Daarop heeft het merk de voorzijde van de auto aangepast, zodat de nieuwe taxi als zodanig direct herkenbaar is. Of het een geslaagde aanpassing is, mag iedereen zelf beoordelen. Bij de presentatie werd ook een elektrische versie getoond.

De voorkant van de NV200 werd aangepast om de auto herkenbaarder te maken als Londense taxi.

Tegelijkertijd werd een elektrische versie voorgesteld, te herkennen aan de licht afwijkende voorzijde.

JANUARI 2014
Wie dacht dat de Britten de taximarkt van Londen zouden overlaten aan Mercedes-Benz of Nissan, heeft het mis. De bedrijven Frazer-Nash and Ecotive hebben de Metrocab nieuw leven ingeblazen met een ontwerp voor een hybride taxi, waarbij een 1-liter verbrandingsmotor energie opwekt om de accu's te laden. De voortstuwing van de auto is volledig elektrisch door middel van twee elektromotoren. De uitstoot van schadelijke uitlaatgassen is 75% minder dan bij de bestaande taxi's. De actieradius is 560 kilometer, volgens de fabrikanten. Het model voldoet aan alle eisen van de Public Carriage Office en is ook duidelijk herkenbaar als taxi, één van de vereisten voor toelating tot de markt. Smaken verschillen, maar het is bijna onmogelijk om te ontkennen dat het ontwerp er beter uitziet dan dat van de Nissan.

De nieuwe Metrocab is meteen als Londense taxi te herkennen.

Promotieplaatjes van de nieuwe taxi, die voldoet aan alle eisen van de Public Carriage Office.

Brochure van de nieuwe taxi. Vooralsnog is sprake van een voorserie. Chauffeurs worden uitgenodigd proef te rijden.
 

OKTOBER 2015
London Taxi Company, producent van de TX4, heeft op 21 oktober de volgende generatie Londense taxi gepresenteerd, de TX5. Het gaat om een hybride model, dat het mogelijk maakt te rijden zonder uitstoot van schadelijke uitlaatgassen. De taxi moet eind 2017 in Engeland op de markt komen. In 2018 worden de exportmarkten bediend.
Bij het ontwerp van de nieuwe taxi wordt aangesloten bij de traditie van de vroegere FX4 en de TX-serie. De auto is in Portugal ontworpen. De aan de achterzijde scharnierende achterdeuren komen terug om de toegang voor passagiers te verbeteren. De auto heeft verder een glazen dak. Er is ruimte voor zes passagiers. Ten behoeve van de klanten is er een mogelijkheid voor WiFi en het opladen van telefoons , tablets of computers. Moedermaatschappij Zhejiang Geely Holding Group uit China heeft aangekondigd 50 miljoen pond te investeren in een compleet nieuwe fabriek in Groot-Brittanië, in Ansty, Warwickshire. De investering om de nieuwe taxi op de markt te brengen is meer dan 300 miljoen pond.
 

De lijnen van het nieuwe model sluiten aan bij de traditie. De TX5 is ogenblikkelijk als Londense taxi te herkennen.