Auto's in Londen

Londen (GB)


 
Showrooms van Rolls-Royce en Bentley
● Dure modellen op straat
● Auto's in het Science Museum
● Impressie London Transport Museum  
 

november 2017
 

  


Een andere wereld op drie kwartier afstand

Als je een bovengemiddelde interesse hebt in gemotoriseerd vervoer is een bezoek aan een buitenlandse stad altijd een mooie gelegenheid om het straatbeeld op je te laten inwerken en relevante musea te bezoeken. De overzijde van de Noordzee blijkt dan heel ver weg te zijn.
 


In een uur zie je meer Range Rovers dan bij ons in een maand en meer Bentleys en Rolls-Royces dan in een heel jaar. Nog nooit zagen we in korte tijd zoveel Maserati Quattroportes voorbijkomen, zelfs niet in Milaan of zijn geboortestad Modena. In de chique delen van Berlijn is een dure Porsche geen bijzonderheid; hier is het een gewoon onderdeel van het straatbeeld. We zijn in Londen. Binnen Europa is de dichtheid van luxe auto’s waarschijnlijk nergens zo hoog als hier. Tegelijkertijd bepalen naast het exclusieve private vervoer de klasseloze publieke vervoermiddelen het stedelijk landschap, de rode dubbeldeks bussen en de alom aanwezige Londense taxi’s. Iemand met belangstelling voor bijzondere auto’s hoeft hier niet naar een museum of handelaar te gaan. Een voettocht door de stad is voldoende. Toch doen we dat, als mooie aanvulling op de twee andere, auto-gerelateerde reisdoelen. Reden voor de komst naar Londen is namelijk de start van de befaamde London to Brighton Veteran Car Run - op de eerste zondag van november - en de Regent Street Motor Show de dag ervoor (zie ook de verslagen op deze site).
 

Een Ferrari valt nog wel op, maar een Range Rover is hier doodgewoon.
 

Je hoeft geen uur te wachten om zo'n foto te kunnen maken.

Oudere modellen van Rolls-Royce en Bentley geparkeerd in woon- en winkelstraten.

Een Rolls-Royce Wraith met daarachter een serie scooters (veel handiger in de stad) en Engelse taxi's.

Zo'n McLaren zie je bij ons hoogstzelden.

Een Ferrari valt al bijna niet meer op als je even in Londen bent.

Wie iets minder te besteden heeft, kiest een Chevrolet Corvette of Ford Mustang.
 

Bristol
Na aankomst op London City Airport en inchecken bij het hotel, gaan we op weg naar Kensington High Street. Hier is de enige showroom ter wereld van het excentrieke Britse automerk Bristol gevestigd. Vijf jaar geleden waren we er ook. De website van het merk meldde begin september dat de – hoogst noodzakelijke – verbouwing en opknapbeurt (zie het verslag van toen) eind van die maand gereed zou zijn. We willen het resultaat wel eens zien. De plannen waren ambitieus: bij de showroom zou ook een Heritage centre komen. Vanaf de overkant van de straat valt de nieuwe gevel op. Dat wil zeggen, de brede band boven de ramen. Wat eerder blauw was, is nu zwart. De neonletters zonder enige uitstraling zijn vervangen door het sierlijke, zilverkleurige beeldmerk zoals dat in de beginjaren werd gevoerd. De nieuwsgierigheid wordt aangewakkerd. Al gauw maakt die plaats voor teleurstelling. Anders dan beloofd, is de showroom helemaal nog niet heropend of klaar. Er ligt een nieuwe vloer, er staan wat nieuwe meubels in een hoek, maar de verdere inrichting laat nog op zich wachten. In de lege ruimte staat één auto. Het is een beauty, dat wel. Daarmee moeten we het doen. Een slechte start van de dag.

 

De enige showroom ter wereld van Bristol, Kensington High Street hoek Holland Road.

De oude letters op de gevel (links) hebben plaatsgemaakt voor het sierlijke oude beeldmerk.

Een puntgave oude Bristol achter het glas van de nog gesloten showroom.

Anders dan de website had beloofd, is de showroom nog niet opgeleverd.

Morgan
Van Bristol wandelen we naar de showroom van de officiële dealer voor groot-Londen van een ander Britser-dan-Brits merk: Morgan. De sportwagenfabrikant timmert de laatste jaren weer aardig aan de weg en slaagt er nog steeds in winst te maken met sportwagens die zijn gebaseerd op een houten raamwerk. We zijn benieuwd op welke wijze de klanten hier in Londen kunnen kennismaken met het merk. Zo mogelijk is de deceptie nog groter dan bij Bristol. In een afgelegen straatje in een overigens luxe wijk liggen een paar garagepandjes. Hier worden onder meer Volkswagens onderhouden. Een Nederlandse dealer met zo’n uitstraling was zijn contract al lang kwijt geweest. Maar dit is Engeland, met andere normen. Op één van de panden staat het Morgan-logo op de ruit. Binnen staan een paar modellen dicht op elkaar gepakt. De deur is op slot. Er is niemand te bekennen. Klantgerichtheid en uitstraling zijn kennelijk voor de liefhebbers van het merk overbodig. Als je belangstelling hebt, word je geacht tevoren even te bellen. Een groter contrast dan met de showroom van de Nederlandse importeur/dealer Louwman Exclusive langs de A2 bij Utrecht is niet mogelijk. De dag wordt er niet beter op.

 

De showroom van de officiële Londense dealer van Morgan. Interesse in een auto? Dan vooraf bellen.

Rolls-Royce
We laten ons niet uit het veld slaan en nemen de ondergrondse naar de chique wijk Mayfair. Sinds jaar en dag liggen aan het plein van Berkeley Square de showrooms van Rolls-Royce en Bentley. Ze maken tegenwoordig onderdeel uit van de H.W. Owen-groep. Eerst maar eens kijken bij Rolls-Royce. Wie de overdadige luxe verwacht zoals je die tegenkomt in de reportages van RTL Z over de Arabische dealers, zal verbaasd zijn. De ruimte is relatief klein en sober ingericht. Netjes, maar geen overdadige poespas. Een Rolls-Royce is hier helemaal niet zo geweldig bijzonder, lijkt het wel. Terwijl er toch een paar ton (in geld én gewicht) aan vierwielers bij elkaar staat. Voor een tweedehands (pre owned) koop je een hele dikke nieuwe Duitser. Bij het raam staat een open Dawn in ‘black badge’ uitvoering. Dat houdt onder meer in dat de befaamde Spirit of Ecstacy geheel in het zwart is gehuld. Henry Royce zou zich in zijn graf omdraaien. Vandaag de dag is de klandizie nog maar gedeeltelijk op stijl gericht. De verkopers vinden een hele dikke beurs belangrijker en passen het aanbod daarop aan. In de straten van de Britse hoofdstad kom je uitvoeringen tegen in de meest bizarre en opvallende kleurvariaties.
 

De dealer van Rolls-Royce heeft al sinds jaar en dag het adres Berkeley Square.

Bij de Black Badge is de Spirit of Ecstacy zwart. Henry Royce zou het verfoeien.

Zelfs in een gedekte kleur valt een Dawn op, alleen al vanwege de grootte.

Een zwart-witte Ghost in de relatief kleine en sobere showroom.

Bentley
Na Rolls-Royce is het tijd voor Bentley. Daarvoor moeten we de kelder in. Beveiligingsmedewerkers op de stoep wijzen vriendelijk de weg. De showroom van dealer Jack Barclay wordt verbouwd. De gerenommeerde naam kent een decennialange traditie, maar ook dit bedrijf behoort tegenwoordig tot de Owen-groep. De tijdelijke expositieruimte is wat behelpen, maar biedt voldoende plaats voor een aantal modellen. Helaas is de grote Mulsanne, vaandeldrager van de Volkswagen-dochter, afwezig. Van de allernieuwste Continental GT staat er slechts een model op schaal. De afwerking daarvan doet niet onder voor die van de echte auto’s. Alles is tot in de kleinste details nagemaakt. Op basis hiervan zou je best een echte willen bestellen zonder ‘m gezien te hebben. Ongetwijfeld is dat ook gebeurd. Ook Bentley laat geld prevaleren boven historische wortels en presenteert zijn SUV Bentayga. Walter Bentley zou in zijn graf de reactie van Henry Royce hebben gevolgd. Had Ettore Bugatti een vooruitziende blik toe hij ooit schamper opmerkte: “Bentley builds the fastest trucks in the world”? Behalve misschien bij Morgan kan traditie echter geen bedrijf in de zwarte cijfers houden. Als er een stroom geld kan binnenkomen, is er geen reden dat door een dijk van historie te laten verhinderen.
De Owen-groep heeft nog een derde showroom, maar die is eveneens in de verbouwing. Hier zijn klanten voor een Bugatti van harte welkom. Van een afstandje zien we de spiksplinternieuwe Chiron. Hij staat te wachten op een rijke Arabier, voetballer of bankman.

 

Bentley-dealer Jack Barclay heeft tijdelijk onderdak gevonden in de kelder.

Wie zelf een Continental GT kiest, wil er best een loopauto van het kind bij. Prijs: een kleine 200 pond.

Krijgt Ettore Bugatti toch gelijk? Bentley builds the fastest trucks. In de VS worden SUV's vaak als truck aangemerkt.

Van de allernieuwste coupé is er slechts een schaalmodel in een vitrine, dat wel perfect is afgewerkt.

Voor de deur een Flying Spur voor wie een proefritje wil maken.
 

H.R. Owen is ook de dealer voor Bugatti en heeft de Chiron klaar staan voor een rijke klant.

Science Museum
De dag heeft een goede wending gekregen. Van Mayfair gaan we naar de museumwijk om een duik in de historie te nemen. We lopen langs een tijdelijke ijsbaan en draaimolen bij het Natural History Museum. Londen is begin november al duidelijk bezig in kerststemming te komen. De etalages blikken vooruit op de feestdagen. In het Science Museum gaan we op zoek naar de afdeling die de autohistorie in beeld brengt. In Making the Modern World is die geschiedenis slechts een onderdeel van de expositie die 250 jaar technologische ontwikkeling aan de hand van objecten uitbeeldt. Het aantal auto’s is beperkt tot twee handen vol. De beroemdste van de collectie staat er trouwens niet. Dat is de Benz waarmee Bertha Benz met haar twee zonen van Mannheim naar Pforzheim reed. De auto is in bruikleen gegeven aan het Museum Carl Benz in Ladenburg. Het is geen ramp. We hebben ‘m daar acht jaar geleden al gezien. Tot de collectie behoren verder een Panhard & Levassor, de allereerste geïmporteerde auto op de Britse eilanden, een T-Ford, een Austin Seven en een typisch Britse vrachtwagen van het merk Foden. Geen van alle zijn ze echt exclusief. Dat is anders bij de Rover Jet 1. Hiervan is er maar één, voor het eerst gepresenteerd in 1950. Het is de eerste auto ter wereld met gasturbine-aandrijving. Rover had in de Tweede Wereldoorlog veel ervaring opgedaan met dergelijke motoren voor vliegtuigen. In 1952 kreeg de auto een verbeterde motor en behaalde daarmee een topsnelheid van 244 km/u. Het grote nadeel van de motor was echter het hoge benzineverbruik en de veel te trage reactie op het gaspedaal. Dat maakte de gasturbine onbruikbaar voor het dagelijks verkeer. Rover bleef experimenteren tot medio jaren zestig om definitief te concluderen dat een prima motor voor vliegtuigen of schepen voor een auto ongeschikt kan zijn. Het oordeel over de toekomst van de Jet 1 was geveld: een museumstuk.
 

Het Science Museum combineert alle vormen van techniek in één expositie.

Eén van de eerste treinen en een oud vliegtuig.

Lange tijd was dit de enige manier van snel vervoer: met paard en koets.

Links de ontwikkeling van de fiets, rechts een gemotoriseerde driewieler.

Deze Panhard et Levassor was de eerste auto die in Engeland werd geïmporteerd, in 1895.

Zestig jaar zit er tussen de stoomtractor en de dieselvrachtwagen.

Deze Aveling & Porter is de oudste nog bestaande tractor en stamt uit 1871.

Foden is een typisch Brits vrachtwagenmerk. Dit model is van 1931.

Een T-Ford en een zonnecel-auto. Het Science Museum vertelt de geschiedenis aan de hand van objecten.

De Rover Jet 1 was de eerste turbine-auto ter wereld.

In de jaren vijftig experimenteerde het merk met deze vorm van aandrijving in een rudimentaire auto.

Voor het dagelijks verkeer bleek de gasturbine onbruikbaar.

Foto uit het historisch archief van de perspresentatie van de Rover Jet 1.

Mini
Achter de Rover presenteren de jaren vijftig zich met een Vespa-scooter, een Messerschmitt en de Britse variant van de BMW Isetta. Deze is niet alleen herkenbaar aan het rechtse stuur, maar ook aan het enkele achterwiel. De Duitse versie was een vierwieler. Door het weglaten van één wiel gold de Isetta in Engeland als een motorfiets. Als er geen passagier mee reed, was de Britse versie een stuk instabieler dan de Duitse. De motor zat namelijk rechts. Met alleen een chauffeur was het gewicht slecht verdeeld.
Het is niet verrassend dat misschien wel de beroemdste Engelse auto ook in het museum staat: de Mini. Preciezer: de Morris Mini Minor. In dit geval geen mooi opgepoetst exemplaar, maar een doorgesneden model. Dat laat de inventiviteit van het ontwerp van Alec Issigonis zien. De kleine wieltjes op de hoeken en de dwars geplaatste motor met daaronder de versnellingsbak zorgen voor maximale binnenruimte. In de deuren zijn net als bij een koelkast grote opbergvakken, mogelijk gemaakt door de schuifruiten en een simpel koordje als deuropener. De kleine kofferbak kan worden vergroot door met de achterklep open te rijden; het nummerbord scharniert naar beneden en blijft zichtbaar. Allemaal heel slim gevonden. Toch verdwenen die innovatieve ideeën na verloop van tijd. Dat de productiekosten van de Mini altijd hoger zijn geweest dan de verkoopprijs, doet aan de kwaliteit van het ontwerp niets af.
 

De jaren vijftig van de scooters en dwergauto's. De Britse Isetta had drie wielen.

Een doorgesneden Morris Mini Minor toont het vernuft van ontwerper Issigonis.

Binnen de beperkte buitenmaten was er maximaal ruimte voor de passagiers.

Hino
De auto als onderdeel van de massamotorisering is uitgebeeld met een kolom van zes auto’s. De bovenste is alleen van een afstandje zichtbaar, maar dat is niet zo erg. Het gaat vooral om het idee. Toch is de keuze van een paar van het zestal merkwaardig. Een Fiat 600, Citroën 2CV, Morris Minor en Volkswagen Kever zijn als belangrijke modellen uit de Europese historie volstrekt logisch. De Saab 92 vormt al een buitenbeentje, maar een Hino Contessa is ronduit vreemd. Dit is bepaald niet de meest logische illustratie van de opkomst van de Japanse auto-industrie. Maar laten we niet zeuren. Zo’n Hino kom je niet vaak tegen en is alleen daarom al de aandacht waard.
Voor vertrek kijken we nog even naar de eerste stoomtreinen, het eerste automatische weefgetouw (van Toyoda) en de Aveling and Porter wegtractor van 1891. Een schaalmodel toont hoe een ouderwetse fabriek was opgezet, met één motor die via een ingenieus systeem van assen en banden alle machines aandreef. Dat is toch echt van voorbije eeuwen, letterlijk en figuurlijk.

 

Een toren van zes modellen verbeeldt de massamotorisering. De keus van een Hino is opmerkelijk.

Deze Japanner kom je niet vaak in een (auto)museum tegen.

Het eerste automatische weefgetouw van Toyoda (links) en de auto voor de kleine man, de Austin Seven.

Je voelt meteen je jeugdjaren weer terugkomen.

Transport Museum
Op de laatste dag van het bezoek aan Londen staat het London Transport Museum op het programma. Voor auto’s hoef je hier niet naar toe te gaan. Er staan er zegge en schrijve twee, allebei Londense taxi’s, van voor en na de oorlog. Busliefhebbers komen beter aan hun trekken met een serie dubbeldekkers door de jaren heen. Ze representeren meer dan honderd jaar busvervoer in de hoofdstad. Van vroeger herinneren we ons beelden van de AEC's Regent en Routemaster, meer dan twintig jaar lang dé gezichten van de Londense bus. Als souvenir zijn ze nog altijd niet vergeten. Uit de museumwinkel nemen we voor thuis een doosje theezakjes mee. Geheel in stijl.   
In het hele museum staat het openbaar vervoer centraal, van paardenkracht via stoom naar diesel. Aan die geschiedenis wordt binnenkort een volgend hoofdstuk toegevoegd, dat van hybride en elektrische voertuigen. Van de ruim 9600 bussen in de Britse hoofdstad zijn er inmiddels ruim 2500 hybride. Heel voorzichtig zijn er experimenten met volledig elektrisch of waterstof. Dat zal nog wel even duren. Grootse veranderingen in de taxiwereld zijn dichterbij. De bekende TX krijgt binnenkort een elektrische opvolger, met dank aan de Chinese eigenaren van de fabrikant. Het stadsbestuur heeft bepaald dat vanaf volgend jaar geen nieuwe taxi’s met dieselmotor verkocht mogen worden. Zelfs het traditionele Groot-Brittanië ontkomt gedeeltelijk niet aan de realiteit van de moderne wereld.
 

Het London Transport Museum is gevestigd in het gebouw van een oude bloemenmarkt.
 

De enige twee auto's: Londense taxi's.

In de vitrine een model van de taxi die in oorlogstijd werd ingezet voor brandbestrijding.
 

Oude trams en bussen vullen de grote hal van het museum.

Het straatbeeld van Londen door de jaren heen: bussen en taxi's.

Een Leyland-dubbeldekker uit 1924.

Een veteraan die in de Eerste Wereldoorlog troepen vervoerde: een AEC uit 1911.

Een foto in het museum toont het straatbeeld uit de beginjaren van de motorisering.

Het ontwerp van de AEC Regent is van net voor de oorlog. De bus werd gemaakt tussen 1947 en 1954. Deze is van 1954.

In de museumwinkel koop je een klein doosje thee in de vorm van de klassieke Regent.

Links nogmaals de Regent, rechts een trolleybus die tussen 1939 en 1961 dienst deed in Noord-Londen. 

De AEC Routemaster volgde in 1954 de Regent op en werd gebouwd tot 1968. Dit exemplaar is van 1963.

Van de 9600 bussen zijn er inmiddels 2500 hybride. Hun moderne vormgeving is karakteristiek.

Covent Garden
Het museum is opgezet volgens de huidige opvattingen over beleveniscommunicatie. Je maakt een reis door de tijd, van Londen rond 1800 naar de dag van vandaag. Het is een informatief museum en kindvriendelijke speelplaats in één. Vitrines nemen de bezoeker mee naar de ontwikkelingen in de tijd. Echte koetsen en wagenstellen brengen je in de sfeer van weleer. Je mag gewoon in zo’n oud metrostel plaatsnemen. Gelukkig ontbreken de rook en stoom van de locomotief, waarbij het moeilijk is te bevatten hoe benauwd en smerig dat vroeger onder de grond moet zijn geweest. Een schitterende maquette verhaalt over de wijze waarop de eerste ondergrondse spoorlijnen werden aangelegd. Door de open inrichting in het karakteristieke stalen gebouw – vroeger een oude bloemenmarkt, als onderdeel van de verschillende markten van Covent Garden – is de drukte tot in alle hoeken te horen. Rustig is het op deze zondagmorgen allerminst. Buiten staat zelfs een rij wachtenden. Dit is duidelijk een bestemming voor een gezinsuitje, ondanks de niet malse toegangsprijs van bijna 18 pond per persoon. Dit is ook typisch Londen: in de publieke musea mag je gratis naar binnen, voor de private leg je een stevig bedrag neer.

 

Het openbaar vervoer begon met een dienstregeling van de Omnibus.

Aan de hand van kleine modellen wordt de ontwikkeling uitgebeeld.

Een dubbeldeks paardentraim.

In de eerste decennia van de ondergrondse waren er nog stoomlocomotieven.

De ondergrondse was gewoon een trein onder de grond, met hoge wagons en traditionele coupés.

Na de stoomlocomotieven deed de elektrische lok zijn intrede bij de ondergrondse. De linker is uit 1922.
 

Reclame om mensen aan te sporen de ondergrondse te nemen.
 

Grappig: de ondergrondse maakte reclame voor de autotentoonstelling.

Panamera
De grote sociaal-economische verschillen binnen de Britse samenleving zijn weer direct zichtbaar en voelbaar als we na het museumbezoek nog een uurtje door de stad lopen. Aan het stuur van een opvallende, blauw-witte Rolls Royce Wraith met Arabische nummerplaten zit een man van hooguit dertig. Hij moet een paar honderd meter verderop een boodschapje doen maar ziet nadrukkelijk af van de anonimiteit. Bij Harrods komen met hun rijkdom pronkende dames met tassen vol inkopen naar buiten. De credit card is weer volop gebruikt. Ze stappen in een Bentley of andere limousine die de chauffeur heeft voorgereden. Voor de gewone man en vrouw is er de bus. Als ze staan te wachten bij een bushokje hebben ze zicht op een poster van de nieuwste Porsche Panamera. Overal in de stad duikt de reclame op.
Als British Airways ons met een uur vertraging op zondagavond weer terugbrengt naar Rotterdam The Hague Airport, wordt het gevoel van de laatste dagen nog duidelijker. We waren dit weekend echt in een andere wereld, ook al ligt die hier maar drie kwartier vandaan.
 

Even een boodschapje doen. Waarom zou je lopen als je zo'n auto hebt staan?
 

Overal in Londen reclame voor de nieuwste Porsche.

Echt een andere wereld en onmiskenbaar Londen.

 

Gerelateerde webpagina's:

Start van de London to Brighton Veteran Car Run 2017
Regent Street Motor Show
Bezoek aan Bristol in 2012
Achtergronden van de Engelse taxi