Interclassics Brussel

Brussel (B) 



●  100 Jaar Bentley
●  Italiaanse vormgevers  
●  Groot aanbod klassiekers
●  Exclusieve en alledaagse auto's    


november 2019
 

  


Van goed verroest tot mooier dan nieuw   
 

Honderden bijzondere en klassieke auto’s vulden van 15 tot en met 17 november 2019 de tentoonstellingshallen van de Belgische hoofdstad Brussel tijdens de expositie Interclassics. Aangemoedigd door impressies van de vorige edities was er alle reden positief te reageren op de uitnodiging om de beurs te bezoeken. Het bleek een goed besluit. Op de vrijdag was het gezellig druk, met voldoende mogelijkheden de tentoongestelde auto’s goed te bekijken. Daarbij is een selectie onvermijdelijk. Dat betekent dat je aan sommige voorbijloopt, terwijl andere veel aandacht krijgen. Een verslag in woord en beeld van onze subjectieve keuze.
 


Het is iets naar elven als we aankomen. Vanochtend rond acht uur vertrok de bus met een kleine veertig enthousiastelingen vanuit Den Haag. Voor het navigatiesysteem was het kennelijk nog vroeg, want in West-Brabant vergat de charmante stem de afslag Antwerpen tijdig aan te kondigen. Een klein stukje Zeeland kregen we daardoor als onbedoeld extraatje, maar verder was de reis voorspoedig. De ringweg van Antwerpen, vaak goed voor een fiks oponthoud, was vandaag geen stoorzender.
Het tentoonstellingscomplex is naast het Atomium, restant van de wereldtentoonstelling van 1958 en met manneke Pis hét symbool van de Belgische hoofdstad. Ook de expositieruimte is een overblijfsel van een wereldtentoonstelling, namelijk die van 1935. Toen waren er vijf hallen, inmiddels zijn het er twaalf. Daarmee is de Brusselse expo het grootste complex in zijn soort in de Benelux. De stijl is bombastisch en strak tegelijkertijd. De architectuur doet denken aan gebouwen in Rusland of de voormalige DDR, mede door de grote beelden op het dak. Het pronkstuk van het geheel is Palais/Paleis 5, het Grand Palais/Eeuwfeestpaleis, waar ook de hoofdingang van het autofeestje is. Dit is Brussel, dus officieel zijn alle aanduidingen in het Vlaams en Waals. Om die ongemakkelijke tweedeling te vermijden en het internationale karakter van de show te onderstrepen, is op het omslag van de beurscatalogus Engels de voertaal. De bank die sponsort, presents Interclassics. De twee thema’s van de expositie zijn Great Italian Designers en Bentley Centenary. Binnenin zijn de teksten gewoon in de landstalen: in de linker kolom de Franse tekst en in de rechter de Nederlandse. Het valt op dat de meeste mensen bij garderobe en ingang Nederlandstalig zijn, terwijl Brussel als Europese hoofdstad de laatste jaren sterk aan het verfransen is. Voor de bezoeker is dat allemaal van ondergeschikt belang. De auto’s en hun aanbieders communiceren non-verbaal met glans en uitstraling. Hun aanwezigheid is voldoende om de afstand tot de liefhebber zonder woorden te overbruggen.
 

Het meest herkenbare monument van Brussel, het Atomium, naast het tentoonstellingscomplex.

Paleis 5 is de hoofdingang van de autoshow. Het gebouw werd ooit neergezet voor de wereldtentoonstelling.
 

Speurtocht
Vier ‘paleizen’ zijn in gebruik voor Interclassics. Handelaren en merkenclubs vullen de vele vierkante meters met een grote variëteit aan auto’s. Bij dit soort evenementen zijn populaire merken als Porsche, Ferrari, Jaguar en Mercedes-Benz ruim vertegenwoordigd. Als liefhebbers kennen we ze inmiddels wel, dus de speurtocht is vooral gericht op onbekende merken en typen. We worden niet teleurgesteld. Al snel na binnenkomst zien we er zo eentje: een zeldzame Iso Isocarro pick-up uit 1960, met een tweecilinder boxermotor van 400 cc. Handelaar Speed8classics in het Belgische Malle heeft het wagentje op de stand gezet als mobiele bar. Het is niet de enige blikvanger. Het aanbod omvat ook twee modellen van Zwitserse autofabrikanten, wat op zich al uitzonderlijk is. We zien een luxe Monteverdi coupé en een buitenissige, opzichtige en eenmalige Sbarro. Het is een hatchback van formaat VW Golf, maar met de techniek van een Ferrari 308. De middenmotor is een V8 met een inhoud van drie liter. Het gewicht is beperkt gebleven tot 800 kilo, wat een top van 220 km/u mogelijk maakt. De auto werd in 1984 gepresenteerd op de autosalon van Genève. Wat de wagen moet kosten, is onduidelijk. Prijs op aanvraag, staat er bij. We onderdrukken de neiging ernaar te vragen.
We zijn nog geen kwartier op de beursvloer en hebben al kennisgemaakt met drie exclusiviteiten. De start is goed. Niet veel verder wacht een volgende verrassing op de stand van oldtimerfarm.be, een Hotchkiss 20/50 Coach Grand Sport uit 1951. Zoals veel exclusieve merken in die tijd heeft de auto het stuur nog rechts, wat niets te maken heeft met levering aan Engeland. Op de neus zien we het beeldmerk met het kruis gevormd door twee kanonnen, een verwijzing naar de historie als wapenfabrikant. Het model is een van de laatste van het merk. In 1954 gaat het bedrijf samen met Delahaye. Een jaar later stopt de productie van luxe personenwagens. De naam is daarna alleen nog verbonden met in licentie gebouwde Jeeps. Kijk, een dergelijk bijzonder model maakt een manifestatie als deze aantrekkelijk. Ook in musea zul je zo’n auto niet vaak tegenkomen.
 

Een zeldzame pick-up: een Iso uit 1960.

De wagen heeft een motor van slechts 400 cc.

Sbarro in Zwitserland legde een Ferrari-motor in deze hatchback.

Prijs van het straatmonstertje: op aanvraag. We hebben het maar niet gedaan.

Naast de Sbarro nog een Zwitserse auto: een Monteverdi.

De Highspeed 375 werd rond 1970 gebouwd.

De Hotchkiss 20/50 Coach Grand Sport is van 1951.

 

Eeuwfeest
Er zijn veel meer van dergelijke aangename verrassingen. Van het Britse merk Lanchester zie je ook niet iedere beurs een auto, laat staan verschillende typen. Het merk behoort tot de groep van Britse pioniers en was al eind 19e eeuw actief. In 1930 kwam het onder de hoede van BSA, eigenaar van Daimler. In 1955 werd de laatste auto gemaakt, hoewel de merknaam bleef bestaan en in 1960 eigendom van Jaguar werd. Hier zien we twee racewagens en een vierdeurs uit de jaren dertig te koop. Voor 13.500 euro ben je eigenaar van de laatste, de andere kosten rond de zeventig en tachtig mille. Voor de racewagen van Daimler (model SS van 1937) die ernaast staat, moet je tienduizend euro méér meebrengen. Een leuk detail: ook deze racer heeft de kenmerkende ribbels in de grille, al zijn ze niet zo verfijnd als bij de limousines.
Nu we toch in Britse sferen zijn, wordt het tijd aandacht te besteden aan de jarige. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Walter Owen Bentley zijn eigen bedrijf stichtte. Een eeuwfeest is een mooie gelegenheid voor extra aandacht, hoewel de eerste productieauto pas in 1921 aan de klant werd geleverd. Vanaf het begin zette Bentley de kaarten op sportwagens, met een door hem ontwikkelde drieliter motor als basis. In 1924 behaalde het merk een overwinning bij de 24-uur van Le Mans. Het succes kreeg met opvolgende modellen een herhaling in de jaren 1927 tot en met 1930. Ondanks deze ongekende prestaties ging het financieel gezien slecht. Coureur Woolf Barnato nam de zaak over en werd de leider van het bedrijf. In 1931 was het geld echter op. Bentley werd onverwacht overgenomen door Rolls-Royce, toen diens concurrent Napier op het punt stond de onderneming in te lijven. Vanaf dat moment werd luxe, misschien nog wel meer dan sportiviteit, het handelsmerk van Bentley. Inmiddels behoort de onderneming tot de Volkswagen-groep.
 

Twee racewagens van Lanchester, 6-cilinder SS-modellen uit 1933 en 1936.

Lanchester Saloon, 1150 cc, 4 cilinders, bouwjaar 1933, vraagprijs € 13.500.

Zelfs bij de racewagen maakte Daimler ribbels in de grille om zich van andere merken te onderscheiden.
 

Bentley
In Paleis 6 staat het jubilerende merk letterlijk in de schijnwerpers. De officiële stand toont een aantal exclusieve en waardevolle modellen, waaronder twee drieliters die aan de basis stonden van het succes. De Nederlandse teksten op de informatiebordjes zorgen voor verwarring. Bij de één staat dat het de oudste nog bestaande Bentley is, terwijl de andere de eerste auto is die Bentley maakte. Maak daar maar eens chocola van. De Britse vertaling biedt uitkomst: de ene is de oudste, de andere de eerste die aan een klant is geleverd. Zo uitgelegd gaat het wél samen.
Misschien wel het beroemdste model uit de Bentley-historie is de zogeheten Blower Bentley uit 1930, met een 4,5 liter, zestienkleppen motor met compressor. Ongeveer 55 zijn er gemaakt, waarvan er nog 40 over zijn. De magie van de auto heeft ertoe geleid dat overal ter wereld nagemaakte modellen opduiken die soms tegen (veel te) hoge prijzen worden aangeboden. Hier is echter geen twijfel mogelijk. Dit is een echte, afkomstig uit de collectie van Bentley Heritage. Tot diezelfde verzameling behoort een statige zwarte saloon, ooit de persoonlijke auto van W.O. Bentley. Het is een 8 Litre (vermogen meer dan 200 pk, in 1930!), het laatste type dat hij zelf heeft ontworpen. Hij gaf carrosseriebedrijf H.J. Mulliner opdracht de auto te bouwen op een ingekort chassis.
Even verderop staat een andere indrukwekkende zwarte vierdeurs, de Mark V. Daarvan zijn er slechts twaalf gemaakt. Zeven zijn ervan overgebleven. De auto zou na een zeer grondige en lange ontwikkeling in 1939 zijn première beleven, maar de Tweede Wereldoorlog verhinderde een glansrijke loopbaan.
Twee na-oorlogse Bentleys maken samen met een racewagen de officiële merkpresentatie compleet. Wat oppervlakte betreft is die niet eens zo heel groot, maar de getoonde auto’s zijn van ongekende klasse.
Het jubileum van Bentley is reden voor handelaren hun voorraad mee naar de beurs te brengen en nadrukkelijk te presenteren. Her en der verspreid over de hallen komen we ze tegen. Anders dan gebruikelijk staat Rolls-Royce hier in Brussel nadrukkelijk in de schaduw van Bentley.
 

Historisch belangrijk: de oudste nog bestaande Bentley. De tweede ooit gemaakt.

In 1921 en '22 werd de auto ingezet voor tests en races.

Dit is de eerste Bentley die aan een klant werd afgeleverd. Motorinhoud: 3 liter. De carrosserie is origineel.

Misschien wel de bekendste klassieke Bentley: de 4,5 liter met compressor.

De 8 liter uit 1930 was de persoonlijke auto van Walter Owen Bentley.

H.J. Mulliner verzorgde het koetswerk, naar de wensen van zijn maker.

De Tweede Wereldoorlog verhinderde een carrière voor de Mark V.

Een schitterend gelijnde naoorlogse Continental coupé.

Veel Bentley-modellen waren afgeleid van Rolls-Royce, maar dit type is uniek voor het merk.

Een sportieve S1 vierdeurs saloon.

De winnaar van Le Mans in 2003: de EXP Speed 8. De auto markeert de terugkeer van Bentley in de racerij, na 73 jaar.

Elders op de show staan ook verschillende Bentleys uit de periode 1919-1931, voordat Bentley werd overgenomen.

Van oudsher is Bentley een merk dat nadruk legt op sportiviteit.

Ook dit is een Bentley met sterk gestroomlijnd koetswerk.

Bentley S1 Continental coupé uit 1956. Slechts 33 zijn er gemaakt met links stuur.

Let op de vorm van de achterzijruiten en de kleine vinnen bij de achterlichten.

Bij handelaren zijn ook moderne Bentleys te koop.

De Belgische importeur heeft het nieuwste model meegebracht naar Interclassics.

Bij deze show staat Rolls-Royce duidelijk in de schaduw van Bentley. Meestal is het andersom.
 

Italiaanse ontwerpers
Het tweede thema van de Brusselse tentoonstelling is ‘Grote Italiaanse ontwerpers’. Vijf namen geven er invulling aan: Pininfarina, Bertone, Zagato, Touring en Ghia. Een aantal van hun meesterwerken staat bijeen in Paleis 5. Ze zijn allemaal exclusief, maar niet altijd verrassend. Juist omdat ze zo bijzonder zijn, komen hun eigenaren er graag mee naar een show of lenen ze uit voor tijdelijke exposities. Sommige auto’s komen daardoor bekend voor: ze waren bijvoorbeeld eerder te zien bij het Concours d’Elegance in Apeldoorn en de speciale expositie in Autoworld. Een goudgele Ferrari is het broertje van de groene van wijlen Prins Bernhard in het Louwman Museum. Bekend of niet, we laten ze zeker niet links liggen. Dit is de haute couture van de automode, voortkomend uit het onnavolgbare kunstenaarschap van de Italianen om metaal in stijlvolle vormen te boetseren. Soms kun je er niettemin vraagtekens bij zetten. Zagato heeft de Z van zijn naam wel heel prominent verwerkt in de tweekleurenscheiding van een Fiat 1100 Coupé, één van de drie die zijn overgebleven van een kleine serie van vijf of zes. Pininfarina waagde het een Alfa Romeo van een voorzijde te voorzien zonder de kenmerkende verticale grille. De Jaguar XK van Ghia is op geen enkele manier nog als een Jaguar te herkennen en het fraaie profiel van een Cisitalia is merkwaardigerwijs gecombineerd met rechthoekige wielkasten en een weinig passende Amerikaans aandoende voorkant.
Niet in letterlijke zin uniek – elders op de beursvloer staat er nog eentje – maar wel een mooie representant is de Ghia 1500. De koetswerkbouwer bracht het model onder eigen naam op de markt. Van de 846 die ooit zijn gemaakt, zijn er naar verluidt nog 50 tot 60 over. Zo te zien ging het bedrijf voor de achterlichten naar het magazijn van Fiat.
Touring is present met een Ferrari 166 Inter en een Pegaso Z-102. In beide gevallen gaat het om compacte sportwagens die menige verzamelaar graag in zijn garage zou willen stallen. Van de Pegaso Z-102 zijn er tussen 1951 en 1958 maar 84 gemaakt (sommige bronnen spreken over 71). Destijds was het met 243 km/u topsnelheid de snelste sportwagen ter wereld. De meeste hebben een carrosserie van Touring. Typerende onderdelen van het lichtgewicht koetswerk zijn de motorkap en kofferklep. Je kunt erover twisten of de vormgeving echt elegant is, maar verwarring met een ander merk is vrijwel uitgesloten.
Net als bij Bentley staan ook in andere hallen interessante modellen met een koetswerk van Italiaanse meesters, al dan niet van het genoemde vijftal. Vaak moet je stevig in de buidel tasten om je er eigenaar van te mogen noemen.
 

De Z van Zagato is onderdeel van de twee-kleuren uitvoering.

De basis voor deze auto is een alledaagse Fiat 1100.

Pininfarina tekende de koets van deze Alfa Romeo en zag af van de bekende verticale grille.

Uit niets blijkt dat Ghia een Jaguar XK140 gebruikte als basis voor deze coupé.

De werken van vijf Italiaanse koetswerkbouwers zijn bij elkaar gezet.

Ghia bracht onder eigen naam deze 1500 uit.

Zo'n 50 tot 60 van de bijna 850 gemaakte auto's zijn nog over.

In 1953 presenteerde Cisitalia deze 505 op de Salon van Genève, met koetswerk van Ghia.

De Iso Grifo werd getekend door Giugiaro, destijds in dienst bij Bertone.

Er is veel ruimte rondom de auto's, waardoor de bezoekers ze van alle kanten goed kunnen bekijken.

Touring voorzag een belangrijk deel van de Pegaso-modellen van een carrosserie.

Opmerkelijke stijlelementen zijn de motorkap en kofferklep. Mooi? Over smaak valt niet te twisten.

De Pegaso was destijds de snelste sportwagen op de markt.

Eind jaren veertig ging Ferrari sportwagens voor gebruik op de weg maken.

De Ferrari 166 uit 1949 heeft een lichtgewicht carrosserie van Touring.

Wie dacht dat Fiat alleen gewone personenwagens maakte, heeft het mis. Dit is de beroemde achtcilinder 8V.

Elders in de tentoonstellingshallen zijn nog meer voorbeelden te vinden van fraai Italiaans design.

Dit is een Fiat 1600 Coupé met een motor van O.S.C.A. en een carrosserie van Fissore.

Een opvallend detail is de gesplitste achterruit. In 1962 werd de auto gepresenteerd. 

Stabilimenti Farina (niet te verwarren met Pinin Farina) ontwierp en maakte deze Jaguar XK120.

Vignale produceerde tussen 1959 en 1962 329 stuks van de door Michelotti getekende Triumph Italia.

Een gewoon productiemodel, de Fiat 1600 coupé, ontworpen door Pininfarina.

Een jonge klassieker: Alfa Romeo 8C Spyder 2012. Voor een kleine 240.000 euro mag je 'm meenemen.
 

Noble
We vervolgen de zoektocht naar interessante zaken en komen in Paleis 7, Palais Sept voor het andere deel van de Brusselaars. In de hoek heeft veilinghuis Noble een grote stand ingericht met een forse hoeveelheid auto’s die uitdagend lonken naar een nieuwe eigenaar. Je kunt erop bieden. Op 3 december sluit de veiling. Het is pas de eerste dag; in een aantal gevallen staat de teller nog op het minimum. Het is onvoorstelbaar dat de verkopende partij daarmee akkoord gaat. Niemand doet zijn Aston Martin of Mercedes van de hand voor duizend euro. Het aanbod is zo divers als de beurs zelf. Noble heeft ervoor gekozen alles door elkaar heen te zetten, zodat een open Lamborghini Diablo naast een Isetta te vinden is, een 2CV Sahara met een Ferrari strijdt om de aandacht en een Fiat 500 met een Porsche 911. Vrijwel al het aanbod ziet er perfect uit. Dat is niet in alle gevallen een aanbeveling. Die vierwielaangedreven Eend is eigenlijk te chic, de Messerschmitt lijkt gisteren uit de fabriek gekomen. Maar laten we niet te negatief zijn, Noble heeft een paar uiterst exclusieve modellen in de aanbieding. Als het gaat om de hoogste score op het criterium aaibaarheid, is de Piaggio Ape van 1954 de winnaar. Aan de voorkant is het een scooter, aan de achterkant zien we een bakje waarin een paar passagiers kunnen plaatsnemen. Voor slecht weer is er een opklapbare kap. Het wagentje is gebruikt als toeristentaxi in Capri. Totaal anders, maar ook bijzonder is de Chrysler New Yorker Town & Country, een prachtig voorbeeld van een Amerikaan uit de jaren vijftig. Deze is van 1955. Kijk eens naar die achterlichten: daar heeft vast een heel vormgevingsteam zich op mogen uitleven.
 

De Piaggio Ape gaat op voor de eerste plaats in de categorie aaibaarheid.

Noble zet op de stand allerlei modellen door elkaar. Een Lamborghini staat naast een BMW Isetta.

Misschien wel te mooi gerestaureerd, deze 2CV Sahara.

De Chrysler New Yorker Town & Country is in stationcaruitvoering tamelijk bijzonder.

Er heeft vast een team van ontwerpers op het ontwerp van het achterlicht gezeten.

Een Alvis 4,3 Litre uit 1937.

Originaliteit
Het is niet allemaal goud wat er blinkt, of toepasselijker: chroom of lak. Bij Noble staat een Alfa Romeo 2000 Touring van 1961 die geknipt is voor mensen die veel tijd en geld willen spenderen aan een hobby-klus-object. Voordat je hiermee een mooie toerrit kunt maken, ben je wel even verder. De verkoper verwoordt het mooi: ‘The car is in obvious need of restoration. Although there is perforating corrosion at the doors and at the rear of the sills, we have seen examples much worse and the bodyshell doesn’t appear to have suffered from previous botched repairs.’
Ook elders op de beurs is roest geen reden om weg te blijven. Het meest uitgesproken is een Bédélia uit 1908, een zeer opmerkelijk wagentje waarbij de chauffeur achter de passagier zit. Tussen 1907 en 1914 was het model in productie en dit schijnt de enige van het type A te zijn dat nog bestaat. Als er ooit verf op heeft gezeten, is het bewijs daarvan door de tijd grondig vernietigd. Gezien de technische bijzonderheden en de originaliteit zou dit een mooie aanvulling zijn op de collectie in ‘ons eigen’ Louwman Museum.
Ook bijna geheel lakloos is een Simca Sport met een gemodificeerde carrosserie van Henri Chapron. In 1950 presenteerde hij de auto op zijn stand van de Parijse autosalon. Een (slechte) kopie van een foto is ernaast gezet. Het middendeel van het seriemodel bleef onaangetast, maar voor- en achterkant werden herzien. In 1951 kocht de directeur van de Jardin de Monaco de auto. Nu staat hij staat op de stand van de Simca-Matra-Talbot Club Belgium en je mag ‘m gerust een trekpleister noemen. Interessant ondanks – of misschien wel dankzij – de huidige staat. De binnenkant is al even aangetast als de carrosserie. Dit exemplaar vraagt erom door vakmensen gerestaureerd te worden. Dan heb je een unieke Fransoos in je garage staan.
 

Je bent wel een tijdje bezig om deze Alfa Romeo weer rijklaar te krijgen.

De Bédélia is een opmerkelijke tweezitter.

Van dit model model A is er nog maar één over, meldt het informatiebordje.

De Simca Coupé is een mooi object voor een restaurateur.

Buiten- en binnenkant moeten onder handen worden genomen.

Voor- en achterzijde zijn door Chapron opnieuw ontworpen en gemaakt.

Zo zag de auto er uit toen deze nieuw was.

Namaak
Originaliteit weegt in kringen van echte liefhebbers en kenners zwaar. Het is een belangrijke factor bij de waardebepaling. Bij een aankoop is het voor niet-ingewijden oppassen geblazen. Er zijn meer Aston Martins van James Bond in omloop dan de vier die er ooit zijn gemaakt. Hierboven werden al de Blower Bentleys genoemd. Ook een Shelby Cobra nodigt uit tot namaak, net als de Ferrari GTO en de Bugatti Atlantic. De reproducties zijn uiterlijk vaak niet van echt te onderscheiden, maar het is net als met kunst: het gaat om naam, echtheid en historie. 
We lopen enthousiast af op een DS Le Caddy van Henri Chapron, wat weggestopt in een hoek van een stand. Zonder het meteen te kunnen duiden, wringt er iets. Het informatiebordje geeft uitkomst: het is geen 100% echte Chapron. Het is een model dat begin jaren tachtig is samengesteld uit originele onderdelen en accessoires van Chapron die nog voorradig waren. Dan valt het kwartje. Natuurlijk is het geen origineel! Chapron heeft nooit een versie gemaakt met lage achterspatborden in combinatie met de neus met koplampen achter glas. Het onderscheid tussen echt en namaak is hier overduidelijk. De bouwer is een zekere firma Pomeco; de klant wilde per sé de nieuwe voorkant en oude achterzijde.
Elders zien we een fraaie blauwe Bentley Convertible. Daarvan zijn er niet veel gemaakt. Maar ook hier is geen sprake van een originele auto. Oorspronkelijk was het een vierdeurs. Het ombouwwerk is gedaan door een vakman. Het resultaat mag er zijn, al zal niet iedereen enthousiast worden van de kleur. Er is nog een metamorfose van een vierdeurs naar een sportieve versie, in dit geval een groene tweezitter. De 3,5 liter motor stamt uit 1934, de carrosserie is van eind jaren tachtig.
Ronduit controversieel is de opmerkelijke Zimmer, een verre en vage nabootsing van een Mercedes van de jaren twintig. Die is zó lelijk dat sommigen ‘m daardoor een vorm van mooi vinden. Vraagprijs: bijna 33.000 euro.
 

Geen originele Chapron! De combinatie oude achterkant en nieuwe neus is opmerkelijk: een verzoek van de klant.

Deze Bentley S2 van 1962 is nu een Drophead Coupé, maar is destijds gemaakt als een reguliere vierdeurs. 

Chassis en motor zijn van 1934, de carrosserie echter van eind jaren tachtig.

Een Mercedes-Benz was in de verre verte de inspiratiebron voor deze Zimmer.

Je moet er echt van houden om er 33.000 euro voor neer te tellen.

Glimlachen
De rondgang door de hallen (excuus: paleizen) bevestigt eerdere conclusies bij bezoeken aan beurzen en manifestaties: het zijn lang niet altijd luxe limousines, uitdagende sportwagens of slanke cabriolets die de meeste aantrekkingskracht hebben. Natuurlijk zijn een Porsche 356, Mercedes SL en Jaguar E-type begeerlijke typen en zijn het waardevolle investeringen. Maar ga je er door glimlachen? Dat gebeurt wel bij een te blauwe, maar door het publiek in Londen toch onderscheiden Peugeot die dit jaar meedeed aan de show in Regent Street op de dag voorafgaand aan London-Brighton. Dat gebeurt bij een midden in het gangpad geparkeerde Rovin waar je bijna over struikelt. Op een Fiat Topolino als stationcar word je verliefd, of het nou de metalen of deels houten variant is. Zo’n pick-up op basis van de Fiat 1100 is charmant zonder elegant te zijn. Op een Autobianchi Bianchina cabriolet worden velen op slag verliefd. Het is mooi ze hier te kunnen zien, te midden van de merken met veel meer status. Het is deze verscheidenheid die het bezoek aan Brussel tot een succes maken, is de slotsom als we eind van de middag de balans opmaken.
 

Perfect. Een buitengewoon fraaie Mercedes-Benz SL 'Pagode' in smaakvolle kleurcombinatie.

Onderdeel van het aanbod is de bijpassende kofferset en de witlederen hoes om het reservewiel.

De auto komt direct van de restaurateur. Vraagprijs 199.000 euro.

Ook deze 190SL heeft een kofferset die op maat gemaakt is om in de kofferruimte te passen.

Deze latere Mercedes-Benz in coupévorm lijkt ook als nieuw.

Op manifestaties als deze worden ook veel gebruikte Ferrari's aangeboden.

Publiekslieveling van de show in Londen, voorafgaand aan de London to Brighton Run.

De Peugeot won eerder deze maand de eerste prijs.

De Rovin heeft een hoog knuffelgehalte. Let op dat je er niet over struikelt.

Het wagentje is klein, maar de prijs geenszins. Deze Autobianchi is te koop voor € 26.500. 

De techniek stamt van de Fiat 500.

Waar gaat de voorkeur naar uit: een Fiat Topolino stationcar in metalen uitvoering...

...of eentje met een houten zijkant?

Van de Fiat 1100 pick-up zijn er niet veel meer over.

Dwergauto's zijn tegenwoordig veel waard. Links een ISO Isetta, rechts een Messerschmitt.

De Austin Healey Sprite, alias Kikkeroog, doet menigeen glimlachen. De auto heeft geen kofferklep!

Deze versie is speciaal bedoeld voor het circuit, met een merkwaardige hardtop.
 

Terug
Om even voor vieren staat de bus klaar tussen Paleis 5 en het Atomium. Het is tijd om naar het vaderland terug te keren. De snelweg is dichtbij, maar de A12 richting Antwerpen wordt op verschillende plaatsen onder handen genomen. Dat leidt tot langzaam rijden en enkele opstoppingen. Het deert niet. De deelnemers aan de reis wisselen ervaringen uit en tonen elkaar hun aankopen. Voor zover bekend zijn er geen nieuwe eigenaren van klassiekers bij, maar zijn de uitgaven beperkt gebleven tot modelautootjes en boeken. Ook dergelijke aanbieders hadden een stand op Interclassics. Ze hebben het goed ingeschat: een ontmoetingsplaats van liefhebbers is een voedingsbodem voor handel. Autohandel, deze drie dagen.

 

Een van de oudste auto's op de beurs: Renault Type 1 van 1902.

Deze Bobcat van het Amerikaanse merk Marion (1904-1915) is van 1913, te koop voor € 115.000. 

Sava was een Antwerpse autofabrikant, actief tussen 1910 en 1923.

Een ander Belgisch merk is Minerva. Dit is de AB uit 1925, met koetswerk van Park Ward.

De carrosseriebouwer heeft zijn naam in de deurdorpel gezet.

Voor 465.000 euro ben je eigenaar van deze Aston Martin DB2/4.

Voor een Aston Martin DB 5 moet de portemonnee wat verder open: 795.000 euro staat op het prijskaartje.

De opvallende tweekleurencombinatie van de Lotus Elan Sprint is origineel.

Van de 1513 geproduceerde Alfa Romeo 2600's zijn er niet veel meer over. Deze is van 1962.

Anders dan de coupé en spider is de vormgeving weinig elegant, zeker de achterkant.

Opmerkelijk: doorlopende voorbank, spiegel op dashboard en ronde toerenteller met rechte snelheidsmeter.

Drie generaties Lancia's: hierboven een Augusta Tourer uit 1934...

...links een Aurelia B21 van 1952 en rechts een Bèta HPE van medio jaren zeventig.

De op een Fiat gebaseerde Simca uit 1936. Vraagprijs € 8000.

De Datsun 240Z is een van de weinige Japanse klassiekers.

Er waren opvallend weinig Amerikaanse auto's. Links een Chevrolet pick-up (1936), rechts een Pontiac Bonneville.

Deze handelaar is gespecialiseerd in Volkswagens.

Volkswagen Kever 1955, uit het jaar dat de miljoenste Kever van de band liep.

De originele nota is nog aanwezig: 73.540 Belgische francs.

Twee keer een VW-Transporter: een T2 pick-up en T1 kampeerwagen.

De eigenaar van deze driedeurs BMW Touring was lid van de ANWB en de Wegenwacht.

Een Citroën GS Break en Simca 1000 Rallye 2: herinneringen aan onze jeugdjaren.

Geen Morris Minor, maar het grotere broertje: Morris Oxford van begin jaren vijftig.

Knipperlichten als richtingaanwijzers waren er nog niet.

Afgezien van de afmetingen is de Oxford aan de voorkant duidelijk verschillend van de Minor.

De Belgische Saab-club zet drie versies van de Sonnett op de stand. Dit model heeft nog een tweetakt-motor.

De bagageruimte is alleen bereikbaar via de kleine verticale kofferklep.

Een iets jonger exemplaar (met lichtmetalen velgen) wijkt in details af van de auto hierboven.

De laatste versie van de Sonnett met grote glazen achterklep.

Anders dan zijn voorgangers heeft deze klapkoplampen.

De bijzondere Vanderhall Venice is te koop voor rond 50.000 euro. De motor is van General Motors.

Wie zijn geliefde klassieker veilig wil vervoeren, kan een dergelijke trailer overwegen.