Erwin Hymer Museum

Bad Waldsee (D)




●  Historische caravans en kampeerwagens
●  Seriemodellen en eigenbouw 
●  Bijpassende historische auto's
●  Ontwikkeling van de Hymermobil
● 
Beleving als museumconcept


maart 2015
 

  


Met je eigen huisje op vakantie


Jaarlijks verruilen miljoenen mensen hun dagelijks leven voor een verblijf elders om tot rust te komen of nieuwe indrukken op te doen. Velen trekken er met de auto op uit. Een aantal neemt graag het eigen huisje met zich mee. Caravans en kampeerwagens zijn veelgeziene weggebruikers in de vakantieperioden. Om meer over de historie daarvan te weten te komen, reizen we naar Bad Waldsee in het uiterste Zuidwesten van Duitsland. Zonder caravan of camper...

 

Caravanramen gaven de architect inspiratie voor het museum.

Je hoeft geen noten te kunnen lezen om van muziek te genieten. Je hoeft niet te kunnen koken om een sterrenrestaurant op waarde te schatten. Net zo min hoef je ervaring te hebben met kamperen om enthousiast te raken van het Erwin Hymer Museum. Ook de verstokte hotelgast kijkt er met een nostalgische blik de ogen uit. Het museum is de kroon op het levenswerk van de in 2013 overleden naamgever van de Erwin Hymer Group, een verzameling van acht ondernemingen op het vlak van caravan- en camperbouw en toebehoren. Tot de groep behoort sinds 1983 ook Dethleffs, de grondlegger (in 1931) van de Duitse caravanindustrie. Andere onderdelen zijn de fabrikanten van Bürstner, Carado, Laika, Niesmann+Bischoff en de groothandel voor kampeerartikelen Movera. Met een jaaromzet van 1,2 miljard euro, vierduizend medewerkers, tien productievestigingen in Duitsland en één in Italië, is het een grote speler op de internationale vrijetijdsmarkt. Per jaar verkoopt de groep zo’n 25.000 kampeerwagens en 10.000 caravans.
 

Een Hymer-camper met op de achtergrond één van de fabrieken van het bedrijf.

Eerste caravan
Als 26-jarige bouwt Erwin Hymer in 1956 zijn eerste caravan. Zijn handigheid bewees hij al eerder. Toen hij zeventien was, knutselde hij met onderdelen en schroot een eigen brommer in elkaar waarmee hij Bad Waldsee onveilig maakte en de meisjes imponeerde. De eerste caravan is het startpunt van een succesvolle zakelijke carrière. Het ondernemerschap en technische vaardigheden heeft hij van huis uit meegekregen. Zijn vader is de eigenaar van een kleine Karosserie- und Reparatur Werkstatt in Bad Waldsee. Vijf jaar na die eerste caravan werpt Hymer junior zich op de kampeerwagen. Hij noemt hem Caravano en gebruikt als basis een bestelwagen van Borgward. Dat is een miskleun. Niet omdat de wagen slecht is, maar omdat de onderneming uit Bremen in 1961 faillissement moet aanvragen. Een tegenslag, maar geen ramp. Hymer zoekt een ander merk en komt uit bij Mercedes-Benz. Hij combineert de opbouw van een caravan met de cabine van een bedrijfswagen. In 1972 verschijnt de eerste volledig geïntegreerde kampeerwagen, de Hymermobil.
De onderneming is succesvol, groeit en neemt andere bedrijven over. In 1990 gaat de Hymer Group naar de beurs, maar na de eeuwwisseling worden uitstaande aandelen teruggekocht. Vanaf 2013 is het weer een familiebedrijf.
 

Als 17-jarige maakte Erwin Hymer zijn eigen brommer omdat hij er van zijn vader geen kreeg.

Het leek een mooie toekomst, de Caravano, maar Borgward ging snel daarna failliet.

De eerste kampeerwagens combineerden de opbouw van een caravan met de cabine van een bestaande bestelwagen.


Creatief museum
Voor Erwin Hymer is de wereld van huisjes op wielen meer dan werk. Het is zijn leven. Als hobby bouwt hij in tientallen jaren een collectie historische kampeerwagens, caravans en bijbehorende personenwagens op. Sommige zijn letterlijk uniek omdat het om zelfbouw gaat. Andere zijn productiemodellen. Ruim drie jaar is de verzameling ondergebracht in een buitengewoon goed verzorgd, creatief ingericht museum. Op 29 oktober 2011 gingen de deuren voor het publiek open. Architect Joachim Liebel heeft voor de buitenkant gezocht naar aansluiting bij de kern van het bedrijf. Het resultaat zijn twee rechthoekige gebouwen met afgeronde hoeken, een rechtopstaand en liggend caravanraam voorstellend. Het liggende deel is de entree met winkel en cafetaria, het rechtopstaande de tentoonstellingsruimte. Dat gebouw is 19 meter hoog, zestig lang en zestig breed. De gevel is helemaal van glas. Het geheel mocht wat kosten: 17 miljoen euro.
 

Zelfs het hondenhok voor de deur en de bar zijn geheel in sfeer. 

De expositie strekt zich uit over twee verdiepingen. Hier een overzicht van een deel van de begane grond.


Vrolijk verblijf
Het museum ligt naast de fabrieken en kantoren van Hymer. De parkeerplaats is berekend op een forse toeloop. In het toeristenseizoen is het vast drukker dan op deze vrijdagmorgen in maart. We gaan naar binnen en worden gastvrij ontvangen. Het toegangskaartje vraagt om uitleg. De streepjescode biedt de mogelijkheid om op vier plaatsen in het museum een foto te maken tegen een toeristisch decor. In de verkleedkist ligt bijpassende kleding. De foto’s zijn via internet te downloaden of ter plekke afgedrukt als ansichtkaart te koop. Voor kinderen is een museumbezoek op zo’n manier allesbehalve een saaie aangelegenheid.
De inrichters hebben hun best gedaan er een vrolijk verblijf van te maken. Zelfs wie niet in vakantiestemming is bij binnenkomst, krijgt al gauw de sfeer te pakken. Een donkere gang vormt de toegang. Een kartonnen Erwin Hymer heet je welkom. Achter virtuele openstaande deuren lopen geprojecteerde mensen heen en weer om hun vakantiespullen bij elkaar te zoeken. Het is een simpele maar ingenieuze vorm van beleveniscommunicatie. Beleving is ook het trefwoord voor de paviljoens in de vorm van een reusachtige theepot, surfplank, wintermuts of wigwamtent. Binnenin kom je via projectieschermen in de sfeer van de vakantiebestemming.
 

Ik ga op vakantie en neem mee....

Acht werelden
De bezoeker volgt een route over twee verdiepingen die leidt door acht werelden en driekwart eeuw historie. Twee hellingbanen in de vorm van een weg verbinden de beide niveaus. Auto’s uit het betreffende tijdvak trekken de caravans. Op de nagebouwde campings dragen inrichting en accessoires bij aan het tijdsbeeld.
De tocht start met een reis door de Alpen. We zijn in de jaren dertig. De auto heeft zich ontworsteld aan de status van een luxe middel voor uitsluitend de allerrijksten. Met de komst van de auto ontwikkelt zich het toerisme. In 1931 bouwt Arist Dethleffs de eerste Duitse caravan. Het origineel is verloren gegaan, maar in 1974 gereconstrueerd. De Engelsen komt overigens de eer toe in 1932 als eersten een serieproductie te starten.
 

Met de auto en caravan de wijde wereld in.

De eerste Duitse caravan uit 1931 (nagebouwd in 1974) en een Britse Car Cruiser als serieproduct uit 1932.
 

Huwelijkscrisis
De caravan van Dethleffs voorkomt een huwelijkscrisis. De man is vaak op zakenreis, ver van huis. Zijn vrouw is kunstschilder en houdt van de natuur. Met hun huisje op wielen kunnen ze vaker bij elkaar zijn en hun beider bezigheden combineren. Goed voorbeeld doet volgen. Anderen gaan het idee van Dethleffs kopiëren. In de loop der tijd ontstaan de meest wilde ideeën die leiden tot bizarre vormen. Misschien wel het meest extreem is de onderzeebootachtige Land-Yacht L6 van Sportberger.
Met de eerste caravans achter hun Tsjechische Praga of Opel Kadett uit eigen land, trekken de Duitsers nog voor de oorlog over de Alpen. Van na de oorlog is een Volkswagen Kever met een kleine aanhanger, door vertegenwoordigers gebruikt om in te overnachten. In de tijd van wederopbouw en schaarste scheelde dat weer een pensionovernachting.
 

Een Opel P4 als vooroorlogse familieauto, met caravan!

De Praga had maar één deur, aan de linkerkant.

Links een Opel Kadett van vóór, rechts een Volkswagen Kever van ná de oorlog.

Met zo'n aanhanger kon de vertegenwoordiger overnachten zonder pensionkosten.

Een Mercedes en DKW geven een impressie van het tijdsbeeld.

Een bizarre verschijning: de Sportberger Land-Yacht L6 uit 1953.

Een Opel Rekord 1959 bij een Fahti Luxus 600 uit 1967.

Uit 1967 stamt ook deze Goggomobil (met slaapstoelen), de productie liep toen op zijn eind.

De Dethleffs Nomad uit 1961 wordt getrokken door een Borgward Isabella Coupé van een jaar eerder.
 

Creatieve oplossingen
Via de Alpen komen we in Italië. Reizen over grotere afstanden naar het buitenland wordt gewoner. Toerisme is er ook voor de kleinere beurs. Achter een Fiat 500 past uitstekend een Laika-caravan, niet toevallig ook 500 gedoopt. Om het ding lager te maken en zo de luchtweerstand tijdens het rijden te verminderen, schuift de bovenkant over de onderzijde als het deksel van een broodtrommeltje. Aan creatieve oplossingen geen gebrek. Veel makers zorgen voor stahoogte door het dak uit te klappen. Maar je kunt natuurlijk ook de vloer laten zakken! Het museum brengt je van de ene verrassing naar de andere. Naast het Fiatje staat de imposante Mikafa Reisemobil uit 1959. Luxer was in die tijd niet mogelijk. De kampeerwagen heeft zelfs een zonneterras met windscherm op het dak. Een BMW V8-motor zorgt voor de aandrijving. De nieuwprijs was destijds 42.500 DM. Daar kon je tien Volkswagen Kevers voor kopen. We hebben geluk dat het lichtgroene gevaarte in huis is. Geregeld komt de eigenaar hem ophalen om ermee met vakantie te gaan. Alles functioneert nog naar behoren. Goedkoop reizen is het niet. Met een verbruik van rond 1 op 5 sta je geregeld bij de pomp af te rekenen.
 

Als bij een broodtrommeltje schoof de bovenkant van de caravan over de onderkant heen.

Een kampeerwagen die in 1959 net zoveel kostte als tien Volkswagen Kevers.

Een typisch staaltje van creatieve eigenbouw. Bouwjaar 1961.

Reis door de tijd
De museumroute langs de verschillende bestemmingen is min of meer ook een reis door de tijd met caravans en campers uit een bepaald tijdvak. In de beginjaren is hout het overheersende materiaal. Aan de binnenkant zelfs ongeverfd. Later wordt de buitenkant van aluminium en weer later van kunststof. Basis van het geheel is een frame van gebogen houten spanten op een metalen onderstel. Een in 2006 nagebouwde Dethleffs van 1933 laat zien hoe zo’n caravan in wording er onderhuids uitziet.
De burgerlijke jaren vijftig gaan over in de roerige jaren zestig. De aandacht verlegt zich van brave families naar de tieners en twens die dromen van vrede, vrijheid en liefde. Grensoverschrijdende ervaringen in vele betekenissen, daar draait het om. Azië met zijn mystiek en spiritualiteit lokt. We lopen een levensgrote tulband binnen om de tijdreis te ervaren. Binnen staat hét symbool van de hippiecultuur: een oranje, met bloemen en vredestekens versierde Volkswagenbus. De bus is door de eigenaren zelf omgebouwd. Ze maakten er een reis van 96.000 kilometer mee, van Alaska naar Vuurland. In de tulbandtent vormen kaarsjes en boeddhabeeldjes het decor. Buiten staat een Eriba-caravan. De naam is afgeleid van vliegtuigconstructeur Erich Bachem voor wie Erwin Hymer eind jaren vijftig een caravan bouwt. Het is het begin van een lange serie.
 

In de beginjaren waren caravans - op het onderstel na - geheel van hout. Deze Hirth Tramp is van 1947.

Ongeverfd hout aan de binnenkant.

Van een oude caravan tot de nieuwste kampeerwagen: het museum heeft het in huis. 

De Volkswagenbus was de basis voor menige ombouw tot "kampeerwagen".

Voormalige DDR
De Oostzeeroute brengt ons naar de voormalige DDR, waar de klok lange tijd stil heeft gestaan. Op autogebied is de Trabant het duidelijkste bewijs. Met een tent op het dak verandert het gezinswagentje in een slaapgelegenheid. De evenknie van de Trabant op caravangebied is de Würdig, met puntvormige achterzijde en zonder achterruit. Midden jaren vijftig geïntroduceerd, loopt de productie door tot aan de val van de muur. Aanvankelijk worden er tien per jaar gemaakt, uitgroeiend tot negentig in de jaren zeventig. Vanwege de lange levertijden bij de officiële aanbieders, komen er steeds meer zelfgebouwde vakantiehuisjes op wielen. De futuristische Bogasch met een scherpe vormgeving en veel platte vlakken kreeg zoveel belangstelling in een vaktijdschrift dat de maker de bouwplannen aan zo’n honderd andere liefhebbers verkocht.
 

De Trabant met een daktent en daarachter de Würdig-caravan.

Vanwege lange levertijden bouwden veel DDR-burgers hun eigen caravan.

Door een reportage in een vaktijdschrift kon de bedenker van de Bogash zijn tekeningen honderd keer verkopen.
 

Noord-Amerika
Een tweede hellingbaan leidt ons weer terug naar de begane grond. Een Renault Dauphine en Ford Taunus 12M met hun aanhangers rijden bij wijze van spreken mee naar beneden. Marokko komt als bestemming in beeld. De kampeerwagen komt in opmars. In tien jaar tijd verviervoudigt het aantal in Duitsland tot ruim 230.000 in 1990. Een van de opvallendste verschijningen is de bruin-gele Schäfer Orion, een geïntegreerde camper.
Noord-Amerika is met geen andere bestemming te verwarren. Dit is het land van groot-groter-grootst. Het woord slee past niet alleen bij de auto’s, maar ook wat daar achter hangt. Maar liefst tien meter meet de gestroomlijnde Airstream met zijn glanzend aluminium buitenkant. Van binnen is er ruimte in overvloed. Er is een complete huiskamer. Aan luxe geen gebrek. De caravan heeft onder meer een bad en een bakoven. De trekauto is een tweede blikvanger, een Edsel Ranger uit 1958, uitgevoerd in roze met zwart.
Voor bovengemiddeld grote caravans hoef je trouwens niet per se de oceaan over. Ook Eriba had er eentje in de aanbieding, met twee assen en een voor- en achterdeur.
 

Een kijkje in deze caravan met de deur aan de achterkant. De trekauto is een Renault Dauphine.

Een Bürstner Delphin 1961 en een Ford Taunus 12M van vier jaar eerder. 

De Schäfer Orion is een geïntegreerde camper op basis van Mercedes-Benz-techniek.

De vorm is op zijn minst opvallend te noemen.

Amerikaanser kan niet: een Edsel met daarachter een Airstream.

De reuzen van de kampeerplaats, van beide zijden van de oceaan.

Scandinavië en Frankrijk
We lopen snel door Scandinavië met een grote witte muts als paviljoen. Eindeloze witte panorama’s van ijs en sneeuw bepalen het beeld van de horizon. In de verte kun je misschien een eland ontdekken. Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, sommigen zien dit als een mooie omgeving om te kamperen. Als trekauto voor een geïsoleerde caravan staat, bijna vanzelfsprekend, een Volvo.
Aan de overzijde van de wandelroute zien we een Dethleffs Globetrotter uit 1981 met Mercedes-richtingaanwijzers met ribbeltjes en een opvallend schuine voorzijde. De vorm zorgde voor een relatief lage luchtweerstandscoëfficiënt van 0,39. Uit hetzelfde jaar is een Hymermobil met achterop ruimte voor een scooter. Zo ondervang je het grootste nadeel van een kampeerwagen: het gebrek aan vervoer als je eenmaal op de camping staat geïnstalleerd.
We sluiten onze reis af in Frankrijk. Kampeerwagens en caravans zijn verder geëvolueerd. Campinggasten zijn niet langer verstoken van comfort en luxe. Kamperen is voor wie ervan houdt en niet alleen voor mensen met een kleine beurs. Het mooiste voorbeeld is een exclusieve Lamborghini Espada als caravantrekker. Zo goed als zeker is dit de enige auto van dit type met een trekhaak.
 

Reizen in het hoge Noorden met een Volvo en een Schäfer. 

Dethleffs Globetrotter uit 1981. De kleuren zijn nog overgewaaid uit de jaren zeventig. 

De caravans en kampeerwagens zijn ingericht met spullen uit het betreffende tijdvak.

Een Hymermobil met een Vespa-scooter achterop.

Mitsubishi en Bedford (in Duitsland met een Opel-vignet op de neus!) als basis voor een kampeerwagen.

Zo goed als zeker de enige Lamborghini met een trekhaak. 

De Hartmann op de voorgrond stamt uit 1965. 

Dornier Delta
Tijdens onze wandeling door tijd en ruimte zijn we een Zündapp Janus gepasseerd. Met de mogelijkheid de banken om te bouwen tot een klein tweepersoons bed, past het wagentje goed in het museum. Vergeleken met alle andere auto’s van de collectie, is er één groot verschil: de relatie met de grondlegger van het museum. De Janus staat er niet zomaar. Hij is namelijk gebaseerd op de Delta, ontwikkeld door de Duitse vliegtuigfabrikant Dornier. Na de oorlog mocht het bedrijf geen vliegtuigen meer bouwen en onderzocht de mogelijkheid een kleine auto te gaan maken. Het concept was opmerkelijk, met omhoog klappende deuren aan voor- en achterkant. Een grote veer op het dak verbond ze. De passagiers zaten met de ruggen naar elkaar toe. De Delta had de motor in het midden. Dornier stelde de jonge Erwin Hymer aan als projectleider om de zaak tot een goed einde te brengen. Hij slaagde daarin, maar het bleef bij een prototype. Duitsland mocht midden jaren vijftig weer vliegtuigen gaan maken. De Koude Oorlog diende zich aan. Dornier pakte de draad weer op, ging vliegtuigen ontwikkelen en verkocht het idee van de Delta aan Zündapp. De opzet bleef in grote lijnen gelijk, al scharnieren de deuren van de Janus aan de zijkant. De enig overgebleven Dornier Delta is enkele jaren geleden door drie musea gezamenlijk gerestaureerd, waaronder het Erwin Hymer Museum. Bij toerbeurt staat de Delta in een van de drie. Kennelijk is Bad Waldsee nu niet aan de beurt en moeten we het doen met de invaller, het serieproduct.
 

Erwin Hymer was als jonge man betrokken bij het Delta-project van vliegtuigbouwer Dornier. 

De Janus als vervanger voor de Delta die in een ander museum staat.


We ronden het bezoek af en gaan op weg naar een volgende bestemming. De dag is goed begonnen. Het Erwin Hymer Museum is de moeite van een bezoek meer dan waard. Jammer dat de grondlegger maar zo kort van zijn levenswerk heeft kunnen genieten. Hij heeft wat moois achtergelaten.

 

Het omslag van de kleurrijke museumcatalogus laat de voorzijde van het museum mooi zien.