Den Hartogh Ford Museum

Hillegom (NL)



●  Grootste Ford-collectie ter wereld
●  Achtergronden van Henry Ford
●  Overzicht van de eerste Ford-modellen
●  Alle mogelijke versies model T
●  Bijlage: vraagtekens bij aantal T-Fords
●  NB: Museum inmiddels gesloten

oktober 2013 - aanvulling oktober 2016

  


Wereldcollectie tussen de bollenvelden


Voor 's werelds grootste collectie Fords moet je niet in Amerika zijn, maar in Zuid-Holland. Transportondernemer Piet den Hartogh (1926-2010) verzamelde vanaf 1955 als hobby zowat alle modellen die tot eind jaren veertig uitkwamen. Sinds 1997 staan de auto's in Hillegom, midden in de bollenstreek. Eerder gingen we op bezoek in 2004 en 2008. Het eeuwfeest van de lopende band in de auto-industrie, door Henry Ford ingevoerd, is een mooie aanleiding voor een hernieuwd bezoek.  Met als conclusie dat er vergeleken met vijf jaar geleden weinig is veranderd.  

Bij de ingang hangen twee bijzondere documenten. Het ene is de officiële verklaring van het Guiness Book of Records dat dit de omvangrijkste particuliere verzameling Fords ter wereld is. Het andere is een brief van Bill Ford, achterkleinkind van de oprichter van de fabriek, die Den Hartogh hiermee feliciteert. De gelukwensen zijn terecht. De collectie biedt een schitterend overzicht van de stormachtige ontwikkeling van het merk in de eerste veertig jaar van zijn bestaan. Vrijwel alle typen staan er, van de A van 1903 tot en met de achtcilinders van rond de oorlog. De T-Ford is als de op één na meest geproduceerde auto in de geschiedenis natuurlijk prominent aanwezig. Buiten staat hoog op een paal 'de auto van de eeuw' bezoekers op te wachten. Den Hartogh bracht vele jaargangen en bijzondere uitvoeringen bij elkaar. In 2008 werd de collectie gecompleteerd met een replica op ware grootte van de Quadricycle, de allereerste auto van Henry Ford uit 1896. Het is een soort gemotoriseerde fiets met vier wielen. Het ding gaf Henry Ford de overtuiging dat hij verder moest gaan op de ingeslagen weg. Twaalf jaar later verscheen de auto die de wereld veranderde, het Model T. Henry Ford zette vanuit het Amerikaanse Dearborn de wereld op wielen en Den Hartogh gaf in Hillegom vorm en inhoud aan het eerbetoon.
 

Een T-Ford staat voor het museum als baken voor de bezoekers.

Den Hartogh bracht alle modellen uit de periode tot de oorlog bij elkaar.

Overzicht van hal 1.

In de eerste hal staan de T-Fords, een aantal A-modellen en de Lincolns.

Vrijwel alle modellen verkeren in goede staat, de meeste zijn minutieus opgenknapt.

Links een serie veertigers, rechts drie Lincolns.

In de derde hal staan de bedrijfswagens die het merk heeft voortgebracht.

Computer
Na het bezoek in 2008, ter ere van het eeuwfeest van de T-Ford, schreven we het volgende. "Eén enkele man kan de inrichting van de wereld veranderen. Bill Gates is de grote kracht achter het gebruik van een computer als onderdeel van het dagelijks leven. Hij maakte het ding tot een onmisbaar huiselijk apparaat. Hij verkleinde de wereld door mensen over grote afstanden met elkaar te verbinden. Hij was zeker niet de eerste in computerland, heeft 'm niet uitgevonden, maar zijn visionaire ideeën wel uitgevoerd. Toen hij sprak over een computer in elk huis, meenden velen dat sprake was van luchtfietserij. Inmiddels is het gemeengoed, is zijn programmatuur de wereldstandaard en roept zijn almachtige positie daardoor weerstand op.
Henry Ford (1863-1947) bracht driekwart eeuw eerder op een heel andere wijze mensen dichter bij elkaar. Letterlijk. Hij maakte vervoer gemakkelijker en zette de wereld in beweging. Zijn droom was een auto voor de gewone man, toen anderen nog meenden dat het een speeltje voor de rijken zou blijven. Hij vond de auto niet uit, maar is voor de ontwikkeling ervan wel van ongekende betekenis geweest. Massaproductie en -motorisering kunnen op zijn naam worden geschreven. Hij was eigenwijs, koppig en ging zijn eigen gang. Zijn bedrijf werd in tien jaar tijd een wereldimperium en hijzelf een internationale grootheid".
Er is geen reden die tekst van vijf jaar geleden te veranderen. Sommige dingen blijven zoals ze waren. Vooralsnog gaat dat ook op voor het museum. De inrichting is zoals die al jaren is. 
 

Massaproductie 'aan de lopende band' van de T-Ford (foto's: Ford)

T-Fords in het Henry Ford Museum in Amerika.

Multimiljonair
Gates en Ford werden beiden multimiljonair (Ford staat op de zevende plaats van de rijkste mensen ooit, Gates op de twintigste plaats, volgens een berekening van Forbes). Ze werden geprezen en tegelijkertijd door anderen verguisd. Ze verdienden veel geld. Hun concerns werden machtiger dan staten. In de goede Amerikaanse traditie gaven beiden een deel van hun verdiensten terug aan de samenleving. Via een speciale stichting schenkt Gates grote sommen geld aan goede doelen. Ford schonk de gemeenschap in de jaren dertig 'Greenfield Village': een openluchtmuseum dat de wereld de weldaad van de techniek bijbrengt en tegelijkertijd het Amerika van Fords jeugdjaren voor komende generaties bewaart (► zie reisverslag). In dat park in de Amerikaanse staat Michigan staat ook een automuseum. Natuurlijk staan daar Fords, naast andere auto's, waaronder één van de zes Bugatti Royales ter wereld. Maar voor een goed beeld van de ontwikkeling van de eerste Fords en de evolutie van zijn in miljoenen geproduceerde model T kun je beter naar Hillegom gaan.
 

In 2008 werd een replica van de Quadricycle aan de verzameling toegevoegd.

In 1896 reed Ford met zijn eerste zelfgemaakte wagen. Het was de start van een tijdperk.

meer foto's van de Quadricycle

A-B-C...T
Een meer dan levensgroot portret van Henry Ford kijkt je aan als je binnenkomt. De Quadricycle en een A-Ford markeren de start. Naast model A staat model B en daarnaast model C. Ford was simpel met de keuze van de naam van zijn modellen. Elk ontwerp kreeg een opvolgende letter. Niet alle ontwerpen zijn uitgevoerd, zodat in het Ford-typenalfabet heel wat letters missen. Iedere jaargang kwam dichter bij het ideaal van Ford, een goedkope, lichte, gemakkelijk te maken en te besturen auto voor de massa. De zescilinder K vormt een uitzondering. Dit was een groot, luxe en duur model. Bovendien had Henry Ford het niet op zescilinders. Het zou decennia duren voordat er weer zes pitten onder de motorkap van een Ford zaten.
Voorafgaande aan het beroemde Model T waren er de R en S. Het spreekt voor zichzelf dat ook die modellen in Hillegom staan.
De T-Ford van 1908 was een groot succes. Het model was simpel van opzet, betrouwbaar en bruikbaar in de stad en op het platteland. De auto was relatief goedkoop te maken. Succes bleef niet uit. In 1918 was de helft van alle auto's ter wereld een T-Ford!
 

Ford A uit 1903, het eerste model van de Ford Motor Company. 

Na het model A van 1903 volgde in 1904 de Ford B.

Het merkplaatje op de radiator van de B: Ford Motor Company Detroit.

Model C (links) verscheen ook in 1904. Rechts model F van 1905.

De Ford C, het derde seriemodel.

Nogmaals de Ford F.

De grote, luxe, zescilinder Ford K was niet Henry's favoriet. 

De K had zes losse cilinders in plaats van een motorblok. 

Ford Model N, van 1906. De vorm van de radiator is typerend voor Ford.

Model R (links) uit 1907 en model S van 1908.

De schrijfwijze zou vanaf model T minder uitbundig worden.

Eén van de oudste versies van Model T, geïntroduceerd in 1908. Deze is van 1909.

Geesteskind
Jaar na jaar verbeterde Ford zijn geesteskind. De auto werd steeds goedkoper, de productie nam telkens toe, tot wel 2 miljoen per jaar in de hoogtijdagen. De invoering van de lopende band in 1913 maakte massaproductie mogelijk. Maar liefst 19 jaar bleef de auto leverbaar. Meer dan 15 miljoen stuks verlieten de fabriekspoorten in verschillende delen van de wereld. (Zie ook het artikel hieronder.) Er kwamen weliswaar verschillende uitvoeringen, maar de basis bleef gelijk. Om zo snel mogelijk te kunnen produceren, voerde Ford in 1914 het één-kleurensysteem in: zwart. Deze kleur droogde het snelst. De "verf" was een mengsel van asfalt, hars, lijnzaadolie en terpentine. Pas in 1925 kon je het model ook in andere kleuren kopen.
De excentrieke Ford sloeg adviezen van zijn zoon Edsel en vele anderen in de wind om tijdig een opvolger te ontwikkelen. Waarom zou je een geniaal ontwerp vervangen? Het antwoord wilde Ford niet horen: omdat de wereld niet stil staat en anderen inmiddels met concurrerende auto's kwamen.
 

De T-Ford werd niet alleen in de Verenigde Staten gemaakt. De radiator maakte duidelijk waar de auto vandaan kwam.

General Motors
In de tweede helft van de jaren twintig werd General Motors een geduchte opponent, met name diens merk Chevrolet. De auto's waren luxer en veel moderner van vorm. GM haalde Ford in als grootste autoproducent ter wereld. Ford heeft die positie nooit meer teruggekregen. General Motors werd dé nummer één, totdat Toyota naderbij kwam.
Bijna was Ford té halsstarrig, zoals veertig jaar later de grote man achter de Volkswagen Kever, Heinz Nordhoff (►zie ook het verhaal over Volkswagen). Pas op het allerlaatste moment kwam de inkeer. De inmiddels 64-jarige Henry Ford sloot zijn fabriek, stopte met de T en ontwikkelde een opvolger. Dat model was naar zijn idee de eerste van een hele nieuwe generatie auto's. De naam was gauw gevonden: voor de tweede keer in de historie verscheen een Model A. Weer was het een succes, al bleef de auto in de schaduw van zijn voorganger. De vervanging liet ook geen 19 jaar op zich wachten. Om te bewijzen dat Ford in staat was Chevrolet met zijn zescilinders te overtroeven, volgde enige jaren later de V8.
Piet den Hartoghs collectie vertelt met echte auto's deze ontwikkeling. Net als bij de T-Fords bracht hij vele uitvoeringen en jaargangen bijeen.  

Ook de structuur en opzet van de A waren eenvoudig.

Een A-Ford met een tweezits koetswerk.

In 1930 kregen de modellen een hogere, slankere radiator. 

Model A was met verschillende koetswerken leverbaar. Links een sedan (Fordor), rechts een Roadster.

Het beroemde ovaal doet zijn intrede.

Een A-Ford met zogeheten schoonmoederszitje: een oncomfortabele extra zitplaats achterin. 

De ontwikkeling van de modeljaren is goed te volgen.

Links een sportversie, rechts een versie uit 1930 met een speciaal koetswerk, met name aan de achterkant.

De voorzijde van deze auto is als iedere andere A.

De achterkant is evenwel uitzonderlijk, feitelijk niet passend bij een auto als deze.

Nog twee producten van koetswerkbedrijven, rechts een begrafenisauto.

Een barok vormgegeven landaulette op een lang chassis.

Een model A pick-up met rupsbanden.

Tot 1995 werd deze auto in Egypte als taxi gebruikt. De wagen is samengesteld uit verschillende typen.

Vormgeving
Aanvankelijk was de V8 wat opzet en model betreft een logisch vervolg op de A. Hoewel Henry Ford het zelf onzin vond, zie je langzamerhand dat vormgeving steeds belangrijker wordt. Dit is duidelijk een invloed van de concurrenten General Motors en Chrysler. Bovendien veranderen de modellen met elk modeljaar. Niet als een verbetering, zoals vroeger, maar puur om marketingredenen. Op deze manier reed je al snel in een verouderd model dat aan vervanging toe was. De wijzigingen van de voorkanten zijn in het museum mooi te volgen. Let ook op de voorruiten. Eind jaren dertig verdwijnen de voorruiten uit één geheel om plaats te maken voor twee ruiten met een spijltje die in een kleine hoek ten opzichte van elkaar staan. Dat geeft een vlottere indruk. Pas na de oorlog worden gebogen ruiten gemeengoed, waarbij het spijltje weer verdween.
Den Hartogh verzamelde vooroorlogse Ford. Dat hij toch niet bij modeljaar 1942 stopt - het moment dat de personenautoproductie in Amerika vanwege de oorlog tot stilstand komt - maar eind jaren veertig, is niet zo gek. In de eerste naoorlogse jaren worden in feite de modellen van voor 1942 gemaakt. De uiterlijke verschillen zijn beperkt. Na het hervatten van de fabricage in 1945 hebben de fabrikanten enkele jaren nodig voor de ontwikkeling van geheel nieuwe modellen. Voor Den Hartogh is de lol er dan af. Die moet iemand anders maar bij elkaar zoeken. Net zoals de modellen die uit de Engelse en Franse Fordfabrieken komen.
 

Ford V8 Phaeton en Roadster uit het begin van de jaren dertig.

Een zogeheten Woody: stationcar met houten opbouw.

Nog een Woody, maar dan van enkele jaren later. De voorzijde is veel meer gestroomlijnd.

Een vierdeurs cabriolet uit 1935.

Ook deze cabriolet met extra zitplaats achterin is van 1935.

In 1936 kreeg de V8 een iets moderner front.

Een Fordor (vierdeurs) uit 1936.

Hoewel Henry Ford vormgeving onbelangrijk vond, kon de klant toch zo'n gestroomlijnde coupé bij hem bestellen.

Een "sedan-transformable", vierdeurs cabriolet, uit 1937.

Ieder jaar wijzigde het vooraanzicht een klein beetje, typisch Amerikaans.

Ford van eind jaren dertig, begin jaren veertig bij elkaar.

Een Tudor (tweedeurs) van 1939 en Club Cabriolet van 1940. De voorruit bestaat uit twee delen.

Club Cabriolet model 1941 met wederom een licht gewijzigde voorzijde.

De Club Cabriolet van 1942 was de laatste voor de productiestop door de oorlog. In 1947 werd de draad weer opgepakt.

Ook modeljaar 1948 was nog gebaseerd op de typen van voor de oorlog.

Veel veranderde, maar niet de wijze waarop de merknaam werd geschreven.

Een stationwagen van 1946.

De houten opbouw gold als een luxe. Zo'n auto was onderhoudsgevoelig door zijn koetswerk.

Lincoln
Hoewel sprake is van het Ford-museum, staan er ook auto's van een ander merk: Lincoln. Het is familie. In 1922 kocht Ford het bedrijf dat vijf jaar eerder door oud-Cadillac-directeur Henry Leland en zijn zoon Wilfred was opgericht maar failliet was gegaan. Lincoln was een afzonderlijke divisie en opereerde de eerste decennia tamelijk losstaand van het moederbedrijf. Henry Ford concentreerde zich op zijn eigen auto's en geloofde heilig in de superioriteit van zijn Model T en diens opvolgers. De koop had een belangrijk element van wrok en leedvermaak in zich: Leland en een groep investeerders hadden in 1902 Ford de deur gewezen toen hij er niet mee instemde grote, luxe en dure auto's te ontwikkelen. Die auto's kregen de naam Cadillac. Met Lincoln kreeg Ford de mogelijkheid zijn vroegere tegenstanders te beconcurreren. Aanvankelijk ging het om achtcilinders, maar om mee te gaan in de vaart der volkeren van de Amerikaanse luxemerken plaatste Lincoln later ook twaalfcilinders onder de kap. In Hillegom staat tussen de gewone modellen een gepantserde uitvoering. Deze Lincoln was ooit van Al Capone.
  

Een Lincoln sedan uit 1925 en een coupé van 1930.

Een typisch jaren dertig model, een sedan met neerklapbare kap en achterop een koffer. 

Een twaalfcilinder Lincoln uit 1932. Nieuwprijs destijds 3200 dollar.

Lincoln type 507 uit 1932. Dit is een achtcilinder, ooit toebehorend aan Al Capone.

De Lincoln Zephyr 1937 werd bekend vanwege zijn stroomlijn. Onder de kap een V12.

Een Lincoln tweedeurs coupé uit 1932 en een vierdeurs cabriolet uit 1947 met V12-motor.

Ook dit model heeft 12 cilinders en stamt uit 1947, één van de jongste in de collectie.

Bedrijfswagens
Het museum telt drie hallen. De laatste staat vol met bedrijfswagens. Den Hartogh was transportondernemer en zijn vloot bestond voor de oorlog geheel uit Fords. Op veel gerestaureerde vrachtwagens zien wij de familienaam staan. De variëteit aan modellen en uitvoeringen is minstens zo groot als bij de personenwagenafdeling: van lichte pick-ups tot zware vrachtauto's, van boevenwagens tot brandweerauto's en van een kampeerwagen tot personenbusjes. Vrijwel allemaal in onberispelijke staat alsof ze nooit gebruikt zijn geweest. Een model met houtgasgenerator bewijst echter dat de Fords hun diensten hebben bewezen. Den Hartoghs verzameling laat de bezoeker ervaren dat Henry Ford niet alleen de gewone man, maar ook de politie, de brandweer, de begrafenisondernemer, de ijscoboer, de houtvester, de garagehouder, de orgelman, de ambulancebroeder en vele anderen mobiel heeft gemaakt. Nergens anders ter wereld dan hier tussen de bollenvelden is dat zo duidelijk zichtbaar.
 

De derde museumhal staat vol met bedrijfswagen.

Personenbusjes op T-Ford-basis met een houten koetswerk. Links een model uit 1921, rechts uit 1923.

Ook deze is uit 1923, met als merkwaardigheid de metalen deuren. 

Het model T leende zich ook voor gebruik als ambulance.

Den Hartogh verzamelde ook brandweerwagens en richtte er een hoek van zijn museum voor in.

Brandweerwagen op basis van een T-Ford.

Een truck uit de jaren dertig. Let op de dubbele achterwielen.

Twee bestelwagens uit 1931 op basis van de A-Ford. De rechter werd gebruik voor gevangenenvervoer.

In soorten en maten: een tankwagen...

...een popcornwagen (1928) en een brandweer- annex politiewagen.

Ook in bestelwagens toont het museum een grote variatie. Links een model 1929, rechts 1931.

Een Ford-truck was de basis voor deze kampeerwagen.

Een ouderwetse takelwagen, mocht het Fordje het niet meer doen.

Deze auto is voorzien van een houtgasgenerator, gebruikt in de oorlogsjaren toen er geen benzine meer was.

Zo lagen de prijzen destijds.

Den Hartogh gebruikte dergelijke wagens in zijn transportbedrijf. 

Een truck uit 1948. 

Het museum heeft ook een hele collectie kleine pick-ups. 

Ook hier laat het museum de ontwikkeling van de modellen jaar na jaar zien.

Een achtcilinder bestelwagen uit 1946.

Er staan zelfs enkele autobussen in het museum.

  

►meer over de persoon Henry Ford
historische opnamen van de productie van de T-Ford

 

  


15 Miljoen zwarte T-Fords?

Met een grote puntenvoorsprong op nummer twee (de Mini) werd op 18 december 1999 in de Verenigde Staten de T-Ford tot 'auto van de eeuw' gekozen. Hoe je ook over de verkiezing denkt - hoe is het mogelijk de tienduizenden modellen van de afgelopen honderd jaar met elkaar te vergelijken? - het beroemde model van Henry Ford dat tussen 1908 en 1927 werd geproduceerd, haalde door deze verkiezing vrijwel iedere krant. Menig bericht typeerde de wagen als de auto die alleen in het zwart verkrijgbaar was en waarvan er iets meer dan vijftien miljoen zijn geproduceerd. Dat is weliswaar dicht bij de werkelijkheid, maar toch niet geheel juist.
 

T-Ford uit 1912. De eerste jaren had de wagen nog geen voordeuren, deze inmiddels wel.

Zwart
Overleveringen schrijven aan Henry Ford het gevleugelde gezegde toe “Je kunt hem in iedere kleur krijgen, als het maar zwart is”. Dat was nadat hij besloot het model T voortaan nog maar in één kleur te leveren. Reden hiervoor: die lak droogde het snelst, waardoor de doelmatigheid van het productieproces verder werd vergroot. Maar die eenheidskleur werd pas vanaf modeljaar 1914 ingevoerd. Tot die tijd waren verschillende kleuren leverbaar, waarbij de vierpersoons modellen in het begin overwegend rood en groen waren. Vanaf 1926 kwam de mogelijkheid van een keuze uit verschillende carrosseriekleuren terug, maar wel in combinatie met zwarte spatborden en treeplanken.

Bijzondere uitvoeringen uit 1914 en 1915: een tweepersoons en een landaulette.

Vijftien miljoen
Als het totale productieaantal wordt in veel geschiedenisboekjes 15.007.033 genoemd. Dit getal is zelfs zozeer een eigen leven gaan leiden dat Volkswagen op 17 februari 1972 met feestvertoon de 15.007.034ste Kever van de band liet komen, waarmee het record ‘meest geproduceerde auto ter wereld’ gebroken zou zijn. Toch wordt ook hiermee de geschiedenis enigszins onrecht aangedaan. Het getal betreft namelijk het aantal T-Fords dat tot het stopzetten van de lopende band op 31 mei 1927 in de Verenigde Staten is geproduceerd. Vergeten wordt dan dat er in de zomermaanden van ’27 nog eens een klein half miljoen modellen is geassembleerd, dat er in Canada in de loop der jaren bijna driekwart miljoen T-Fords zijn gemaakt en in Engeland een kwart miljoen.
Geen vijftien, maar zestien miljoen dus. En voor een deel, al waren het er verhoudingsgewijs niet erg veel, in een andere kleur dan zwart!

De radiator werd iets meer gestroomlijnd, net als de rest van de auto. Dit zijn modellen uit 1920 en 1925.

Een Fordor uit 1926, het jaar voordat het met de T-Ford was afgelopen.

Een open versie uit het voorlaatste productiejaar 1926.

In 1927 kwamen de laatste modellen (zoals de coupé rechts) van de band.

Technisch was de T-Ford buitengewoon eenvoudig.

Een exclusieve landaulette.

Eigenlijk veel te luxe voor een model T.

Deze tweezitter werd omgebouwd tot rijdend orgel.

Een T-Ford als begrafenisauto. 

 

  Aanvulling

OKTOBER 2016
De deuren van het Ford-museum gaan per 1 december 2016 definitief dicht. De familie van wijlen Piet den Hartogh ziet geen mogelijkheden het museum voort te zetten. Al eerder was bekend dat de exploitatie problematisch was. Gepoogd is om met nieuwere Fords het aantal bezoekers te vergroten, maar dat leidde niet tot een grote aanloop. Het lot van de auto's is nog onbekend. Het liefst zou men de totale collectie in haar geheel verkopen, maar de vraag is of daar liefhebbers voor zijn.