Museo Ferrari &
Museo Casa Enzo Ferrari


Maranello / Modena (Italië)


 
●  Mystiek van een merk
● 
Oude werkplaats vertelt historie
●  Museumbezoek
●  Rondrit over fabrieksterrein en circuit
●  Seriemodellen en prototypen

mei 2013, laatste aanvulling september 2015

 

  


Ontmoeting met de droommakers

Geen automerk ter wereld spreekt zo tot de verbeelding als Ferrari. De Italiaanse plaatsen Maranello en Modena zijn er ook buiten liefhebberskringen door bekend. Voor de adepten zijn ze wat Rome voor de fanatieke katholiek en Mekka voor moslims is: je móet er een keer geweest zijn. Hier leefde en werkte de man die auto’s met zijn naam een mythische aantrekkingskracht gaf. Tot op de dag van vandaag maakt men hier de voor velen meest begeerde auto’s ter wereld. Ook als je niet tot die kring van uitgesproken liefhebbers behoort, is het de moeite waard eens te gaan kijken in Enzo Ferrari’s vroegere huis, een bezoek te brengen aan het Ferrari-museum en gebruik te maken van de mogelijkheid een rit te maken over het testcircuit en het fabrieksterrein.
 


“We don't sell a car, we sell a dream."
Topman Luca di Montezemolo van Ferrari verwoordt het kernachtig. Bij Ferrari gaat het om emotie. Om tot werkelijkheid omgetoverde dromen. Natuurlijk behoren de race- en sportwagens tot de top van de wereld, maar er zijn ook andere razendsnelle en exotisch uitziende auto’s. Toch zijn de modellen uit Maranello voor velen de maatstaf. Hun prestaties en uitstraling zijn de stip op de horizon. Geen merk heeft zo’n status als Ferrari. Het is de nummer één op ranglijsten van hoogst gewaardeerde merken ter wereld. Google en Coca Cola moeten de Italiaan voor laten gaan. Zelfs de economische crisis heeft geen vat op het succes.
 

Wat merkwaarde betreft moet je het beeld omdraaien: Coca Cola staat in de schaduw van Ferrari en niet andersom.

Record
Vorig jaar verkocht Ferrari een recordaantal van 7318 dromen. Ze bleken geen bedrog te zijn. Het bedrijf haalde er een omzet van 2,4 miljard euro mee en een winst van 200 miljoen. De meeste auto’s gingen naar de Verenigde Staten, gevolgd door China, Duitsland en Engeland. Naast de auto’s heeft het bedrijf nog een belangrijke inkomstenbron, de merchandising: het verhandelen van allerlei producten met de merknaam of het logo. Er zijn speciale Ferrari-stores, overal ter wereld. Geen bedrijf weet zijn naam zo goed te verkopen. Juist vanwege dat succes heeft Di Montezemolo besloten de productie terug te schroeven. Ferrari’s zijn zo populair, dat ze hun exclusiviteit dreigen te verliezen. Hij wil tegelijkertijd de winst verhogen door meer accessoires en persoonlijke aanpassingen te slijten. Nu al legt een klant gemiddeld tussen de 25.000 en 50.000 euro neer om een auto aan de eigen wensen aan te passen.
 

Merchandising is een belangrijke inkomstenbron, onder meer via eigen winkels, zoals hier in Maranello.

Modena
Ferrari is een wereld apart. We gaan die wereld eens van dichtbij bekijken. Verhuurbedrijf Hertz heeft voor ons een Fiat 500L uitgezocht. Ongetwijfeld toevallig, maar de keuze is toepasselijk. Fiat is sinds 1988 voor 90% eigenaar van Ferrari; de andere tien procent zijn nog altijd in handen van de familie Ferrari.
We rijden naar Modena. In de vroegere werkplaats (nog van zijn vader Alfredo), naast het huis waar Enzo Ferrari in 1898 werd geboren en in 1988 overleed, is sinds vorig jaar een expositie ingericht. Aan de hand van films, foto’s, teksten, tekeningen en voorwerpen worden leven en werk van Ferrari in beeld gebracht. Als jongentje van tien raakte hij in de ban van de autoracerij. In 1922 kwam hij in dienst van Alfa Romeo en klom op tot leider van het fabrieksraceteam. Toen Alfa in 1933 stopte met de racerij, ging Ferrari zelfstandig verder, gebruik makend van Alfa Romeo’s. Hij wist zijn moeder zo ver te krijgen het huis te verkopen om zo geld voor auto’s te hebben. In 1937 pakte Alfa de draad zelf weer op en kreeg Ferrari een ondergeschikte positie. Het leidde tot een ruzie. Ferrari vertrok. Een paar jaar was hij contractueel gebonden aan een verbod tot het maken van racewagens. Na de oorlog vestigde hij zijn eigen merk met als eerste doel te winnen van Alfa Romeo.
 

In het huis waar Ferrari werd geboren en overleed, met daarnaast de werkplaats, is een expositie ingericht.

Winnaars
Uit de getoonde videobeelden wordt duidelijk dat Enzo Ferrari een niets en niemand ontziende drang had om te scoren. Alles moest wijken voor succes. Hij koesterde zijn coureurs, maar zette ze ook tegen elkaar op om nog beter te presteren. Als ze wonnen, mochten ze niet met de eer gaan strijken. De auto’s waren de echte winnaars. Zijn auto’s. Ferrari's levensverhaal is een verhaal van een man die bikkelhard en tegelijkertijd sentimenteel was. Na de geboorte van zijn zoon Dino stopte hij met racen. Voor een vader waren de risico´s te groot. Maar geracet moest er worden. Hij liet de klus voortaan aan anderen. Na de vroegtijdige dood van Dino kon hij het niet meer opbrengen naar het circuit te gaan om races te bekijken. Hij volgde ze wel via radio of televisie. Tegelijkertijd zette hij zijn rijders aan tot nog hogere snelheden en het nemen van meer risico’s. Verschillende coureurs hebben dat met hun dood moeten bekopen. Voor oud-coureur Ferrari lag het nooit aan de auto’s, maar aan de mannen zelf.
De fascinatie voor racen is Enzo Ferrari nooit kwijtgeraakt. Tot enkele uren voor zijn dood volgde hij de prestaties van ‘zijn’ team. Hij keek naar televisiebeelden, maar was door ziekte verzwakt. Hij viel steeds even weg. Weer bij kennis, vroeg hij de mensen om hem heen of de Ferrari’s de Alfa’s nog steeds te snel af waren. De strijd tegen zijn oude bazen heeft hij tot het eind gevoerd.
 

Enzo Ferrari in zijn jonge jaren achter het stuur van een Alfa Romeo.

Verbeelding
Ferrari was in hart en nieren een racewagenman. Sinds de start van het eigen bedrijf heeft Ferrari als enige merk deelgenomen aan alle wedstrijden om de wereldtitel. Naast racewagens ontwikkelde het nieuwe bedrijf sportwagens. De verkoop van exclusieve auto’s maakten het racen mogelijk. Van meet af aan spraken ze tot de verbeelding, vanwege de prestaties en de bijzondere carrosserieën van de befaamde Italiaanse koetswerkbouwers. Ze hadden een ongekende aantrekkingskracht op vele rijken en beroemdheden. Dat is altijd zo gebleven. Een Ferrari is een visitekaartje van zijn eigenaar: ik ben geslaagd in de samenleving. De groten der aarde kwamen graag naar Maranello om Enzo Ferrari te ontmoeten. Eén van hen was prins Bernhard, een persoonlijk vriend. Hij bestelde altijd een groene. In het Louwman Museum in Den Haag staat zo’n prinselijke Ferrari.
 

De groene Ferrari 500 Superfast Speziale van prins Bernhard in het Haagse Louwman Museum.

Ford
Hoewel zijn bedrijf succesvol was, besefte Enzo Ferrari begin jaren zestig dat zijn onderneming alleen kon overleven onder de vleugels van een grote moeder. Henry Ford II was zeer geïnteresseerd. De beide mannen kwamen bijna tot een overeenkomst. Op het allerlaatste moment zag Enzo Ferrari van een gouden deal af. Ford maakte duidelijk dat Ferrari zijn werk gewoon kon blijven doen, maar dat eindbeslissingen voortaan in Dearborn in plaats van Maranello zouden worden genomen. Dat accepteerde Ferrari niet. Nooit. Hij moest en zou de baas blijven bij Ferrari. Even later sloot hij een overeenkomst met Fiat-baas Giovanni Agnelli. Boze tongen beweren dat deze wilde voorkomen dat een Italiaans icoon als Ferrari in Amerikaanse handen zou komen. Heeft Enzo Ferrari handig dubbelspel gespeeld? Volgens kenners was hij ertoe in staat.
 

Op de grond zie je minder goed dat de architecten voor het dak aanknoopten bij de vorm van een motorkap.

De expositieruimte heeft een grote glazen wand en is verder milieuvriendelijk met gras begroeid.

Expositieruimte
Achter het oude woonhuis en de werkplaats in Modena is sinds kort een museum ingericht, dat wil zeggen een grote expositieruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. Huis en museum zijn een nieuwe attractie voor Modena: Museo Casa Enzo Ferrari. Waarom zou alleen Maranello mogen profiteren van het succes? De opvallende nieuwbouw is een ontwerp van Jan Kaplický en Andrea Morgante. Het dak heeft de vorm van een gigantische, gele, klassieke motorkap. Dat zie je echter alleen op luchtfoto’s en bij de maquette. Met beide benen op aarde lijkt het op een grote gele pannenkoek. Achter de glazen voorgevel is alles wit. Via glooiende vloeren zijn twee niveaus met elkaar verbonden. In mei 2013 staan er louter racewagens opgesteld. Vooral de concurrenten van Ferrari zijn aanwezig. Zo zien we onder meer historische modellen van Mercedes-Benz, Maserati en Lancia.
Voor een overzicht van historische en bijzondere Ferrari’s ben je hier aan het verkeerde adres. Daarvoor moet je naar het museum in Maranello, zo’n kleine twintig kilometer verderop. Hier vestigde Enzo Ferrari eind jaren veertig zijn fabriek om er nooit meer weg te gaan.
Het stadje en het automerk zijn met elkaar vergroeid. In de hal van het gemeentehuis staat een Ferrari en op het plein ervoor een monument als eerbetoon aan de man die met zijn activiteiten Maranello op de wereldkaart zette.
 

De tijdelijke expositie in mei 2013 zet Formule 1-auto's centraal.

Klassieke racers en concurrenten van Ferrari: Mercedes-Benz W196 van 1954 en een Maserati 250F T2 van 1957.

Lancia Ferrari D50 uit 1956; in 1955 kocht Ferrari alle Formule 1-zaken van Lancia.

Overal in Maranello staan wegwijzers naar dé publiekstrekker van het stadje.

Een monument voor het gemeentehuis om Enzo Ferrari als racer te eren.

Trekpleister
Het museum is niet moeilijk te vinden. Overal in Maranello staan wegwijzers. Met een kwart miljoen bezoekers per jaar is het museum dé trekpleister van de plaats. Zelfs op maandagmorgen in mei is het druk. Touringcars staan voor de deur. Onze 500L staat op de parkeerplaats bepaald niet verloren. Ferrari blijkt indruk te maken op mensen van alle leeftijd, met en zonder kinderwagens of wandelstokken, maar bovenal op jongens in de latere puberleeftijd, waarbij die periode voor sommigen tot ver na het pensioen reikt als het om snelle auto’s gaat. Met fototoestellen en telefoons laten de bezoekers zich vereeuwigen bij de auto die nooit voor hun deur zal staan. Om de droom een klein beetje te laten uitkomen, zijn er vlak bij museum en fabriek speciale verhuurbedrijven. Voor minimaal 70 euro (voor een achtcilinder; een twaalfcilinder kost aanzienlijk meer) mag je 10 minuten achter het stuur zitten om een route van negen kilometer af te leggen. Snelheidsboetes zijn niet bij de prijs inbegrepen.
Het museumpersoneel bestaat uit jonge knullen en meiden, in karakteristieke rode Ferrari-overalls gestoken. Ze stralen het gevoel uit dat we vroeger aan Veronica koppelden: je bent jong en je wilt wat. Hier mogen werken is niet zomaar iets. Dit is Ferrari!
 

De ingang van het museum is in racestijl.

Plastic Ferrari's ter 'verfraaiing' van de buitenkant.

Het Ferrari gevoel: je bent jong en je wilt wat.

Miljoen
Het museum is niet overdreven groot, maar met zorg en liefde ingericht. Italianen en vormgeving, dat is een gelukkig duo. De inrichters hebben meteen op de begane grond hun beste beentje voorgezet met een seizoensexpositie van opmerkelijke sport- en racewagens. We zien één van de meest gewilde klassiekers, een 250 GTO, goed voor een veilingwaarde van zo’n slordige vijftien miljoen. Te midden van het Ferrari-rood staat een zilvergrijze 250 LeMans, destijds een weinig succesvol model omdat de internationale racefederatie de auto niet als een GT erkende.
Curieus is verder de racewagen die bekend staat als ‘the breadcar’ vanwege zijn bestelwagenachtige achterkant, compleet met een rechthoekige, verticale ruit. De vorm kwam voort uit de poging van de ontwerpers een zo gunstig mogelijke stroomlijn te bereiken. De techniek stamt van de Ferrari 250; de toenmalige opdrachtgever wilde een auto die de concurrentie kon aangaan met de 250 GTO van Ferrari zelf. Het is geen wonder dat Enzo Ferrari not amused was over het project. Pas in 2010 is de auto erkend als een belangrijk model in de historie van het merk.
Aan de andere kant van de zaal staan twee klassieke racewagens, beide met een cilinderinhoud van rond 1500 cc en evenveel pk. De ene heeft vier en de ander twaalf (!) cilinders.
 

Tijdelijke expositie over techniek en vormgeving van supercars. De gele auto is een F333 SP van 1994.

Ferrari 500 F2 (4 cil., 1985 cc , 165 pk) en de 166 F2 (12 cil., 1995 cc, 165 pk) beide van 1951.

Over belangstelling heeft het museum niet te klagen.

Eén van de beroemdste en duurste klassiekers aller tijden: Ferrari 250 GTO.

Geschatte waarde: meer dan twintig miljoen dollar.

250GT Berlinetta 1962, de breadcar, zo genoemd vanwege zijn merkwaardige, bestelwagenachtige achterkant.

250 Le Mans van 1963, V12, 3286 cc , 320 pk.

De auto was mooi, maar commercieel geen succes.

250 GTO 1964, V12, 2953 cc, 300 pk.

Een volbloed sportwagen met stijlvolle carrosserie.

Ferrari heeft de kleur rood ook in de museumruimte terug laten komen.

Rood
Op de eerste verdieping zijn verschillende in elkaar overlopende zalen ingericht. Eén staat vol supersportwagens waarmee Ferrari sinds de jaren tachtig een nieuwe markt creëerde. Het rood van de auto’s steekt af tegen het gebroken wit van vloeren en wanden. Aan de muur geven tekeningen verklaringen over de techniek. Vooraan staat prominent de Enzo, al na elf jaar een klassieker, genoemd naar de grote man achter het merk. Achteraan laat een kleimodel zien hoe een definitief ontwerp tot stand komt. Dergelijke kleiwerkjes doen het in musea altijd goed. Wie goed oplet, ziet dat in dit geval de bezoeker bij de neus wordt genomen. Het is geen kleimodel overtrokken met folie zodat het net een echte auto lijkt, maar een productiemodel dat ten behoeve van de tentoonstelling van een laagje klei is voorzien.
 

F40 1987, V8, 2936 cc, 478 pk.

Inmiddels meer dan tien jaar oud, de Enzo, om de Grote Man te eren.

De 288 GTO met op de muur erachter een illustratie van de onderhuidse techniek. V8, 2855 cc, 400 pk.

Het lijkt een kleimodel, maar is het feitelijk niet.

Hybride
Een volgende zaal staat geheel in het teken van het nieuwste ontwerp, de innovatieve, hybride, exclusieve en peperdure LaFerrari, ontwikkeld als Project 150. De prijs bedraagt meer dan een miljoen, maar dan weet je ook zeker dat er slechts 498 anderen zijn met zo'n auto. Aan de 12-cilinder met een vermogen van 800 pk is een elektromotor met nog eens 160 pk gekoppeld. In minder dan 3 seconden zit je op honderd en het gaspedaal laat zich intrappen totdat de snelheidsmeter 350 km/u aanwijst. En dat alles met veertig procent minder brandstof... Vraag niet naar rationaliteit en functionaliteit, want die woorden staan niet in het woordenboek van Ferrari.
Op een draaischijf staat het definitieve model van augustus 2012. Daarnaast op ware grootte twee stijlstudies van mei 2011, de Manta en Tensostruttura. Van beide modellen zie je elementen terug in het seriemodel, maar voor de buitenspiegel is een andere oplossing gekozen. Het model is een ontwerp van Ferrari's eigen tekenstudio. Huisstilist Pininfarina kon in dit geval naar de opdracht fluiten. De tentoonstelling wordt gecompleteerd met een interieurmodule en een overzicht van bij de ontwikkeling uitgeprobeerde materialen.
 

De Monza en Tensostruttura als stijlstudies voor LaFerrari.

De expositie laat wat zien over de keuze van materialen en de ontwikkeling van de cockpit.

De hybride LaFerrari is het nieuwste topmodel.

Huisstilist Pininfarina kwam bij het ontwerp in dit geval niet om de hoek kijken.

De productie wordt gelimiteerd tot 499 exemplaren.

Proefauto's
We lopen naar een volgende zaal. Hier staan proefauto’s waarmee Ferrari nieuwe technieken uitprobeerde. Van dichtbij hebben ze allemaal iets vreemds. Een groene 599GTB Fiorano heeft onooglijke luchthappers op de motorkap. De reden: daaronder zit de hybride techniek die extra koeling nodig heeft.
Een volgend model is de F360 met een passagierscompartiment van de F50 dat met flexibele blokken aan het stijve chassis is vastgemaakt. Het bleek geen succes. Het idee kreeg geen vervolg.
Onder de camouflage van een derde model gaat de techniek van de F150 LaFerrari schuil. Op deze manier konden nieuwsgierigen geen zicht krijgen op de proeven waarmee Ferrari bezig was. De twee bulten op de neus van een 612 Scaglietti zijn een gevolg van nieuwe veersystemen, waardoor er geen ruimte meer was voor de andere componenten onder de kap.
Een 348 werd 13 centimeter verlengd om een versnellingsbak in de lengterichting in plaats van overdwars te kunnen herbergen. De motorkap kreeg ook even een wat andere vorm.
Op de achtergrond toont een grote foto het terrein waar bij een temperatuur van 50 graden de prototypen zijn uitgeprobeerd.
 

De luchthappers op de 599GTB waren nodig voor extra koeling voor de hybride techniek onder de kap.

Een stijf onderstel en soepel gemonteerde carrosserie. Het experiment bleek geen succes.

Voorizen van deze camouflage werd LaFerrari uitgetest.

Onooglijke bulten op de kap van een 612. Eronder een nieuwe veersysteem.

Een andere plaats van de versnellingsbak betekent een kleine verleninging.

De auto's zijn onder zeer extreme weg- en weersomstandigheden getest.

Werkkamer
Centraal in het museum is de werkkamer van Enzo Ferrari nagebouwd, ingericht met originele meubels. Van achter zijn bureau kijkt hij door zijn donkere bril goedkeurend naar alle bezoekers die onder de indruk zijn van de Dino (een kleine Ferrari die onder een andere merknaam werd uitgebracht) en de 166MM die voor zijn kantoor staan geparkeerd. In de deur zit glas in lood met het beeldmerk van de Ferrari-racestal, het steigerend zwarte paard op een geel schild. Het beeld is door Ferrari overgenomen van het gevechtsvliegtuig van Francesco Baracca uit de Eerste Wereldoorlog, op aandringen van diens vader. Het paard zou geluk brengen. Sinds het begin van de jaren twintig zijn het paard en Ferrari een twee-eenheid geworden. Bij binnenkomst van Maranello staat een zilveren uitvoering als standbeeld op een rotonde.
De racewagens die afgelopen jaren triomfen vierden, hebben hun eigen ruimte gekregen, samen met de bokalen die bij de overwinningen horen. Uit luidsprekers klinkt het geluid van de circuits. Dit is emotie opwekken. Dit is onderstrepen dat je even deelgenoot bent van groot succes. Dit is bouwen aan imago. Het merk heeft daarvoor nog meer middelen in de aanbieding dan alleen het museum.
 

Enzo Ferrari kijkt van achter zijn originele bureau toe.

De Dino, de kleine Ferrari die niet zo mocht heten, maar het eigenlijk wel was.

Een 166MM van 1952 met koetswerk van Vignale.

In een afzonderlijke zaal staan de moderne Formule 1-wagens opgesteld, met de prijzen die ze in de wacht sleepten.

Bustoer
In het kader van versterking van de merkbeleving biedt Ferrari aan – tegen betaling – een bustoer te maken over het nabijgelegen testcircuit en het fabrieksterrein. Natuurlijk is gids Martina gekleed in een rode overall. Ze plakt voor vertrek bij iedereen de lenzen van de mobiele telefoons af. Fotograferen is tijdens de toer ten strengste verboden. Voor het grootste deel is het show, passend bij de mythevorming. Het circuit is namelijk vanuit woonstraten gewoon te zien. Dat je op fabrieksterreinen geen foto's mag maken, is gebruikelijk, al zul je er geen geheimen tegenkomen.
In vloeiend Engels weet Martina haar gasten met feiten, achtergronden en getallen te boeien. Het blijkt geen ingestudeerd standaardtekstje. Ze is geïnteresseerd en weet er écht veel van af. Als we onderweg een klassieke Ferrari 275 GTB4 tegenkomen, veert ze enthousiast op en weet het model direct te plaatsen.
 

Het testcircuit ligt net buiten Maranello in de gemeente Fiorano.

Testcircuit
De eerste bestemming is het testcircuit Pista di Fiorano, dat net over de grens van Maranello ligt, maar er wel aan is vastgeplakt. De hoofdpoort ligt aan de Via Villeneuve, genoemd naar de in 1982 tragisch om het leven gekomen veelbelovende Canadese Ferrari-coureur Gilles Villeneuve. Aan het begin van de straat staat een klein monument.
Het circuit wordt gebruikt voor het testen van race- en productiewagens. Ook klanten mogen hier hun nieuwe auto uitproberen. Het circuit dateert van 1972 en is bijna drie kilometer lang. Je kunt in net geen 56 seconden rond, als je tenminste net zo snel rijdt als Michael Schumacher dat in 2004 deed. Zijn record is nog niet gebroken. Om dat te bereiken, is een gemiddelde van 160 en een top van 290 km/u op het rechte stuk nodig. Met een straatversie moet je er toch wel 1 minuut 20 voor uittrekken.
 

De straat naar het circuit is genoemd naar de omgekomen coureur Villeneuve. Een monument herinnert daaraan.

Duur asfalt
De gastenbus doet er veel langer over. De snelheid moet beperkt blijven en in de bochten kiest de chauffeur een stuk asfalt buiten de baan. Het wegdek mag onder geen beding onder de bezoekersbelangstelling lijden. Dit is duur asfalt. De bochten en de hellingshoek zijn getrouwe kopieën van beroemde circuits, onder meer van Monza en Monaco. Rijders kunnen hier oefenen het uiterste uit hun bolides te halen, testrijders proberen uit of de techniek van nieuwe modellen in de praktijk net zo uitpakt als gedacht. Het terrein is meer dan alleen het circuit. Dit is het hart van de racewagendivisie, er werken zo'n 900 mensen. Vroeger hield Enzo Ferrari hier kantoor. In het gebouw zijn nu slaapvertrekken voor de coureurs. Verder is er een groot magazijn met reserveonderdelen. Van hieruit worden de vrachtwagen bevoorraad die met de renstal meegaan. Bij elke race is een team van zo’n negentig medewerkers betrokken. Ferrari verwacht veel van de toekomst. Op het terrein komt een imponerend nieuw hoofdgebouw.
 

Een Ferrari gaat met hoge snelheid over het testcircuit.

Op het terrein bouwt Ferrari verder aan de toekomst van zijn renstal.

Fabrieksterrein
Na het circuit volgt een rit over het fabrieksterrein. De bus gaat naar binnen door de toegangspoort die er vanaf het begin staat. Martina vertelt dat de geel geverfde gebouwen historische panden zijn. Hiermee begon het. Nu zijn er de kantoren waar met klanten wordt overlegd over de precieze specificaties van hun bestelling. Elke Ferrari is verkocht voordat hij is gemaakt en geen twee zijn hetzelfde. De vraag is groter dan het aanbod. Voor een wat ouder model moet je ruim een half jaar wachten. Wil je het nieuwste type, dan moet je geduld een periode tot wel twee jaar kunnen overbruggen. Het kost drie tot vier weken om één auto te maken. Het is allemaal handwerk. Ruim 3000 werknemers heeft Ferrari in dienst. Het zijn stuk voor stuk vakmensen waar het bedrijf zuinig op is. Ferrari is in Europa tot beste werkgever uitgeroepen. Kinderopvang en medische service is gratis. Terwijl Martina het vertelt, rijden de Ferrari’s je links en rechts voorbij, soms half ingepakt in folie om kleine beschadigingen tijdens het proefrijden te voorkomen. In een zijstraatje staat een hele serie, zij aan zijn geparkeerd.
 

De bus neemt de historische ingang, in het museum met een grote foto weergegeven.

Scaglietti
Op het terrein vinden zowel de motorenbouw als het lakken en de (eind)montage van de supersportwagens plaats. De koetswerken zelf komen van Scaglietti even verderop in Maranello, van oorsprong een onafhankelijk bedrijf met een rijke historie, maar sinds 1997 eigendom van Ferrari. Bij de overname heeft Ferrari drie dingen toegezegd: het bedrijf zal de eigen naam behouden, op dezelfde plaats gevestigd blijven en alle werknemers behouden hun baan. Die belofte is nagekomen, ook al zou het mogelijk handiger zijn de carrosseriebouw naar het fabriekscomplex over te brengen.
Alsof het afgesproken werk is, rijdt voor ons een karretje met een ‘body in white’ van een Ferrari FF één van de fabriekshallen binnen. Op weg naar verdere verwerking tot een complete auto.
 

Overzicht van het fabrieksterrein (foto: website Ferrari)

Architecten
Het fabrieksterrein toont veel nieuwbouw. Befaamde architecten hebben hun handtekening achtergelaten in het ministadje met straatnamen die vernoemd zijn naar coureurs. Zelfs de windtunnel, toch vooral een technisch gebouw, is een kunstwerk van Renzo Piano. Hij heeft de architectuur van een motor in het gebouw tot uitdrukking willen brengen. De windtunnel is overigens - met de ontwerpafdelingen - de strengst bewaakte plaats op het terrein. Hier mogen maar heel weinig mensen naar binnen. Ook kopers van een Ferrari zijn hier niet welkom.
Bij de nieuwbouw speelt milieu een belangrijke rol. Het klinkt paradoxaal. Een automerk dat nou niet uitblinkt in zuinigheid, spendeert hier heel veel geld aan duurzaamheid. De daken zijn begroeid. De gebouwen zijn uitermate zuinig in het gebruik van energie. Overal kan daglicht tot op de werkvloer komen. In één van de gebouwen is het woord kantoortuin letterlijk te nemen. Tussen de werkplekken zijn complete tuinen aangelegd met bomen, planten en bloemen. Gewone geïnteresseerden moeten het doen met de beschrijvingen van de Martina’s van Maranello. Wil je het in het echt zien, moet je er gaan werken, een Ferrari bestellen of tot de groep journalisten behoren die af en toe mag komen kijken. Voor anderen is er slechts op afstand een ontmoeting met de droommakers. Ook dat hoort bij mythevorming.
 

De nieuwe ingang van het fabriekscomplex met links de windtunnel van Renzo Piano.

 

   Aanvullingen

FEBRUARI 2014
Het merkwaarderingsbureau Brand Finance heeft Ferrari uitgeroepen tot sterkste merk van de wereld, met op de tweede plaats PwC, gevolgd door McKinsey, Google en Unilever. Opmerkelijk is dat Coca-Cola volgens deze lijst pas op de negende plaats komt. Ferrari dankt de toppositie aan de zichtbaarheid (bekendheid), begeerlijkheid, loyaliteit bij klanten en tevredenheid bij werknemers. Met een AAA+ status scoort de Italiaanse fabrikant hoger dan BMW en Porsche, die AAA noteren. Als het gaat om de hoogte van de financiële waarde staat Ferrari op de 350e plaats. Die ranglijst wordt aangevoerd door Apple, gevolgd door Samsung.

SEPTEMBER 2014
Het is maar de vraag of de strategie van Ferrari gehandhaafd blijft om de productie te beperken om zo exclusief te blijven. Fiat-topbaas Marchionne is het daar niet mee eens, in de concurrentiestrijd met onder meer Lamborghini. Topman Luca di Montezemolo van Ferrari is naar huis gestuurd en Marchionne neemt (voorlopig) zijn plaats in. 

OKTOBER 2014
Moederbedrijf Fiat gaat Ferrari afstoten. Het bedrijf krijgt eigen beursnoteringen in Europa en de Verenigde Staten. Tien procent van de aandelen komt op de markt, de rest komt in handen van de huidige aandeelhouders van Fiat-Chrysler. Op deze manier wil Marchionne de positie van Ferrari versterken en tegelijkertijd voldoende geld binnenhalen om zijn plannen voor met name Alfa Romeo te kunnen realiseren.

FEBRUARI 2015
Ferrari heeft de nummer één positie op de lijst van het Britse bureau Brand Finance van de sterkste merken verloren. De bovenste plaats is nu weggelegd voor Lego. Ferrari maakte een grote duikeling naar een met Nike gedeelde tiende plaats. Coca-Cola staat op negen en zet het Italiaanse automerk dus weer in de schaduw. Reden voor de lagere positie zijn volgens het bureau de slechte prestaties bij de Formule 1 en de verwachting dat het besluit van de nieuwe Ferrari-directie tot productieverhoging een vermindering van exclusiviteit tot gevolg zal hebben.
 

 

SEPTEMBER 2015
Goodwood Festival of Speed


De unieke Ferrari Breadvan - zo'n twintig miljoen waard - is beschadigd geraakt tijdens de race met klassieke racewagens op het circuit van Goodwood in Engeland. De auto kon nog wel doorrijden.