Donkervoort-fabriek

Lelystad (NL)



Bedrijfsbezoek in 2006
Boek over Joop Donkervoort
● Het bedrijf en modellen anno 2015
● Combinatie ambacht en high tech
● Op maat gemaakte auto's
● Van Super Eight tot D8 GTO


oktober 2006 - december 2014 - januari 2015
 
 

  


Snelle jongens in de polder (2006)
 

Nederland heeft geen traditie als belangrijke autoproducerende natie. Een handjevol merken zijn in de loop der jaren op vaderlandse bodem ontstaan. Vaak was hun leven maar kort. Zelfs onze bekendste fabrikant DAF maakte minder dan twintig jaar lang personenauto’s. Toch is er tot op de dag van vandaag leven in deze sector. Een actief leven. Je moet er wel even het land voor in. Bestemming: Lelystad. 
 

Vanaf 2000 zetelt Donkervoort in Lelystad, pal naast de A6. (Linkerfoto: Donkervoort.)

Sommige steden zijn onlosmakelijk verbonden met de autofabriek die er sinds jaar en dag staat. Wolfsburg (Volkswagen), Turijn (Fiat), Sochaux (Peugeot), Rüsselsheim (Opel), Togliatti (Lada): het zijn slechts enkele voorbeelden. Wie aan Lelystad denkt – voor zover je daar behoefte aan hebt – koppelt daar niet meteen een automerk aan. Toch is het de vestigingsplaats van een kleine, maar actieve en florerende Nederlandse autofabrikant: Donkervoort, specialist in bijzondere sportwagens. Midden in de polder ontstaan liefhebbersauto’s voor mensen die een behoorlijke dikke beurs hebben maar daar niet noodzakelijkerwijs mee te koop willen lopen. Zo’n vijftig tot zestig lopen er jaarlijks van de band. Fout gezegd. Er is helemaal geen lopende band. In de fabriek zijn de werknemers in beweging, niet de auto’s. De op condities van de klant gemaakte modellen staan keurig naast elkaar opgesteld, wachtend op de volgende fase van hun wordingsproces. De stand van zaken van de werkzaamheden staat opgeslagen in het logboek. Gewoon een boek. Niet zo’n elektronisch kastje dat je bij de volumefabrikanten ziet.  
 

Veel precisiewerk in de Donkervoort-fabriek.

Het chassis is een knap staaltje vakmanschap, al lijkt het zo simpel.

Geen lopende band, maar keurig opgestelde auto's in wording.

Vakmanschap wordt in Lelystad nog met hoofdletters geschreven.

Als wij de fabriek bezoeken, is de werkdag al geëindigd.

Chassis
Het chassis van een Donkervoort bestaat uit speciale metalen buizen van een millimeter dikte. Het streven naar gewichtsreductie is één van de kenmerken van een echte sportwagenfabrikant. De specialisten van het bedrijf – er zijn 25 werknemers in totaliteit – lassen de buizen met koper aan elkaar. Dat wordt bij een lagere temperatuur vloeibaar, zodat het staal minder hitte te verwerken krijgt. En dat bevordert weer de stijfheid en voorkomt broosheid van het materiaal. Dat komt heel nauw bij een auto waarbij snelheid en rijgedrag de belangrijkste ijkpunten zijn.
Op het chassis komt een ‘koetswerk’ van deels aluminium en deels carbonelementen. Een medewerker klopt met de hand het achterste deel van de carrosserie in vorm. Dat is het spreekwoordelijke vakmanschap dat volgens iedere ondernemer op het vmbo niet meer wordt aangeleerd. De man komt dan ook uit Oost-Europa. Een half uur heeft hij slechts nodig om het huzarenstukje te voltooien. Een machine zou het niet mooier kunnen. 
 

Morgen weer verder met het werk.

Een voorbeeldig schone fabriekshal.

Audi
Donkervoort betrekt zijn motoren tegenwoordig van Audi. Het zijn door de Duitse fabrikant aangepaste motorblokken die in Lelystad verder worden verfijnd om ze beter bij het karakter van de sportwagen te laten aansluiten. Het vermogen van de twintigkleps 1.8 Turbo kan oplopen tot wel 270 pk. Anders dan in een Audi staat de motor in de lengterichting en drijft de achterwielen aan. De versnellingsbakken koopt men in bij onder meer Ford en Borg Warner. Dat is het zo’n beetje wat de inkoop van grote elementen betreft, want in een kleine fabrikant zijn toeleveranciers niet erg geïnteresseerd. Zestig uitlaten per jaar is geen order waarmee een verkoopafdeling gebak afdwingt bij de directie. Dat geldt ook voor de benzinetanks (per auto twee stuks van ieder twintig liter) en andere delen van de techniek. De mannen in Lelystad maken ze zelf. Boven de productiehal is een speciale afdeling voor het maken van composietmateriaal. Het bewerken van het chassis en lakken van de carrosserieën gebeurt buiten de deur. Het persen van de motorkappen met de louvres voor de koeling is echter wel weer eigen werk.
 

De auto's staan keurig in het gelid.

De karakteristieke vormgeving is één van de onderscheidende eigenschappen van een Donkervoort.

Bevlogenheid
Liefde voor auto’s, enthousiasme voor de racerij en de bevlogenheid van een ondernemer met zijn vrouw zijn de fundamenten waarop het bedrijf rust. Bijna dertig jaar geleden begon Joop Donkervoort in Tienhoven met het maken van zijn gespecialiseerde bolides, achter zijn huis. Inspiratiebron was de Lotus Super Seven, die hij als tiener had gezien en waarop hij verliefd werd. Donkervoort zag echter mogelijkheden die sportwagen verder te verbeteren en ging aan de slag. In zijn nieuwe huis in Loosdrecht kwam het tot productie. In de loop der jaren ontstond een trouwe klantenkring die veel verder is gaan reiken dan thuisland Het Gooi. Negentig procent van de productie gaat over de grenzen. Afleveradressen liggen bijvoorbeeld in Duitsland, Zwitserland en Japan. Ieder model is anders, maar allemaal hebben ze het stuur aan de linkerkant. De klant kiest de specificaties en uitrusting die past bij het gebruiksdoel. Hij komt desgewenst passen of de positie van de stoel wel de juiste is. Zozeer is sprake van klantgericht bouwen dat de fabrikant de naam van de eerste eigenaar op het chassisplaatje zet.
 

In het model van nu (rechts) is de eerste Donkervoort nog te herkennen. Die was gebaseerd op de Lotus Super Seven.

Om de tafel
Voordat de koop wordt gesloten, gaan leverancier en toekomstige eigenaar om de tafel om de wensen scherp te krijgen. Is het de bedoeling op het circuit te gaan rijden? Dan krijgt de auto een voorziening om de remkrachtverdeling tussen voor- en achterwielen handmatig in te stellen. Dit moet voorkomen dat bij nat wegdek de auto met zijn berijder (“zijn”, want bijna alle berijders zijn mannen) naast het asfalt terecht komt.
De puur Hollandse vraag “Wat kost dat nou” is niet met een exact getal te beantwoorden. Op papier begint het bij ruim 60.000 euro, maar gemiddeld praat je over een bedrag van zo'n 110.000 euro. Veel geld, maar voor een echte liefhebbersauto ook weer niet. En dan heb je wel iets unieks, helemaal zoals je zelf wilt. Je kunt er geen boodschappen mee doen, want er is geen kofferruimte. Maar dat is ook helemaal niet nodig. Bijna geen enkele eigenaar heeft een Donkervoort als enige auto.
 

Lelystad heeft een showroom, maar iedere auto wordt speciaal naar de wensen van de klant gemaakt.

Autorijden
Rijden in een dergelijke auto is niet gewoon autorijden. Het is op de openbare weg meemaken hoe een coureur één wordt met zijn machine. Het is flink werken. Een Donkervoort heeft geen stuurbekrachtiging, geen rembekrachtiging en geen ABS. Het ultieme autorijden, belooft de fabrikant. De krachten van het motorblok worden rechtstreeks doorgegeven naar de achterwielen. Optrekken tot honderd kan in minder dan vier seconden. Je moet de bij een dergelijke auto horende pet met een clip aan je boord vastzetten wil je ‘m bij aankomst nog hebben. Omdat voor ongeoefende rijders het gevaar op ongelukken niet denkbeeldig is, krijgt de koper een rijvaardigheidstraining voor hij met zijn nieuwe ‘speeltje’ de weg op mag. Om daarna aan één stuk door te genieten van de beleving die onlosmakelijk met zo’n wagen is verbonden. Een Donkervoort is een rijdersauto. Niet toevallig is de linker zitplaats breder dan de rechter.  
 

De spuiter krijgt de opdracht nog gewoon op papier.

In de fabriek vindt ook onderhoud plaats aan oudere modellen.

Combinatie
Ambachtelijk werk, vooruitstrevende motortechniek, high tech elektronica en het gebruik van de modernste composietmaterialen. De werknemers in Lelystad maken deze bijzondere combinatie tot één geheel. Ze creëren een bijzondere auto waarvoor een kleine, maar bloeiende markt is. De economische recessie van de afgelopen jaren heeft Donkervoort goed weten te overleven. Ongetwijfeld is dat mede het gevolg van de kracht van oprichter/eigenaar Joop Donkervoort en zijn medewerkers om hun eigen enthousiasme over te brengen op de klant en op de bezoekers aan de fabriek in Lelystad. Dat is deze middag in elk geval goed gelukt.
Snelle jongens in de polder. Ach, waarom ook niet? Molsheim, van de Bugatti’s, is ook geen wereldstad.  
 

In de showroom staat de opengewerkte Donkervoort S8A waarmee het bedrijf aanwezig was op de Auto-RAI 1985.

Het huidige product. Eens even kijken wat de specificaties zijn...

Ons bezoek wordt afgerond met een ritje in de bijrijdersstoel om te ervaren wat 'heel snel optrekken' inhoudt.


 

  


Biografie over Donkervoort, zijn passie en onderneming (2014)


Er is veel gebeurd met het bedrijf in de afgelopen acht jaar na ons fabrieksbezoek. Dat wordt duidelijk in het eind 2014 verschenen boek “Donkervoort”, met de treffende ondertitel “Een biografie over ondernemerschap, tegenwind en heel veel pk’s.” Koos Woltjes beschrijft daarin het leven van Joop Donkervoort en zijn bedrijf, van zijn eerste auto tot het nieuwste product. Het is een verhaal over voorspoed en tegenslag. Over successen en mislukkingen. Over mensen en machines.

Donkervoort heeft moeilijke tijden meegemaakt, mede als gevolg van de economische crisis en de daardoor teruglopende vraag. De bank was niet altijd zijn vriend, net zo min als de belastingdienst. Joop Donkervoort werd op enig moment verdacht van ontduiking van de BPM-regelgeving, de belasting op nieuwe auto’s. Er werd zelfs gevangenisstraf geëist, maar de rechter sprak hem op alle fronten vrij.

De ondernemer ging vaak tegen de stroom in en bleef vertrouwen houden in zijn visie en handelen. Ook in de moeilijke jaren investeerde Donkervoort in de verdere ontwikkeling en verbetering van de auto’s. Hij zocht naar nieuwe mogelijkheden om de auto’s nog sneller en stijver te maken, zonder concessies te willen doen aan de basiskenmerken, zoals de eigen stijl, onmiskenbare eigen vormgeving, laag gewicht en optimaal rijplezier. Steeds strengere eisen op veiligheids- en milieuvlak maakten het kleine fabrikanten niet gemakkelijk. Nieuwe technieken en materialen deden hun intrede. Het high tech-gehalte nam verder toe. Gelaagde composietmaterialen vervingen het aluminium. Samen met zijn zoon Denis verwerkte hij ervaringen op het circuit in de productiemodellen. Dat alles vroeg om vakmanschap, inventiviteit en vooral veel doorzettingsvermogen.

Het vrije ondernemerschap was voor Joop Donkervoort heilig. De mogelijkheid om onderdeel te worden van het Audi-concern wees hij af, hoe aantrekkelijk dat technisch en financieel ook was. Hij wist zich te ontdoen van vermogende Italianen die zijn bedrijf wilden inlijven. Zijn scheppings- en vernieuwingsdrang - gecombineerd met een gedegen en slimme analyse van de markt - leidde in 2007 tot de eerste gesloten Donkervoort. De reacties waren gemengd, zeker bij de traditionele liefhebbers van het merk. Donkervoort ontwikkelde daarom een nieuwe open sportwagen. Door goede contacten met de technici van Audi ontstond één van de snelste sportwagens ter wereld, de GTO.
Donkervoort is en blijft een familiebedrijf. Zijn zoon Denis en dochter Amber zijn er nauw bij betrokken, zoals Joops vrouw Marianne dat van meet af aan was. Intussen heeft de onderneming een tweede vestiging in Duitsland. Donkervoort is een kleine, maar in internationale autokringen gerespecteerde speler met de wereld als markt. In Nederland werden in 2014 twee nieuwe Donkervoorts op kenteken gezet.

 

In 2007 verraste Donkervoort vriend en vijand met de D8 GT, het eerste gesloten model. De reacties waren gemengd.

 

 

  


De jongens zijn nog volwassener geworden (2015)
 

Het boek van Woltjes is aanleiding nog een keertje langs te gaan in Lelystad. Hoe zou het nu zijn, ruim acht jaar later? Is er veel veranderd in de fabriek en zijn de ontwikkelingen ook zichtbaar? Lijkt het nieuwste model nog op de eerdere? En hoe ziet zo'n GTO er in werkelijkheid uit? Het nieuwe jaar is nog maar een paar weken oud als we het navigatiesysteem instellen op de Pascallaan in Lelystad. 
 


Van een afstandje ziet alles er hetzelfde uit als acht jaar geleden. Je moet langs veel gelijksoortige gebouwen op het industrieterrein voordat, helemaal achteraan, de bestemming is bereikt. Het is dat de merknaam met grote letters op het pand staat, anders zou je aan de buitenkant niet zien dat hier auto's worden gemaakt. Hooguit verraden een klassieke Volvo 164 en MG ZS op het parkeerterrein dat binnen autoliefhebbers aan het werk zijn. Een bord geeft aan dat bezoekers aan de voorzijde van het pand moeten zijn. Ik ken de weg. De halfronde showroom, uitziend op de A6, is net als toen.
Een vriendelijke dame aan de receptie staat me te woord. "Kijk rustig rond" met als aanvullende tip "Boven staan de prototypes en hebt u uitzicht op de fabriek". 
 

Het gebouw ligt pal naast de A6 (links). Het beeldmerk is van verre zichtbaar.

De cirkelvormige gevel van de showroom is de hoofdingang.

D8 GTO
Anders dan toen is de showroom goed gevuld. De D8 GTO is nadrukkelijk aanwezig. Het nieuwste product van Donkervoort maakt indruk. Zelfs bij stilstand zie je dat het een snelheidsduivel is. Het is een van de snelste sportwagens die te koop zijn. Vertaald naar bokstermen is het met 700 kilo een vedergewicht. De aangepaste Audi-motor kan een vermogen leveren tot wel 380 pk. Strakke lijnen bepalen het uiterlijk. De auto straalt ingehouden agressiviteit uit met zijn smalle koplampen en imponerende grille. Met een beetje fantasie zie je in de twee verticale zilvergrijze verbindingsstukken de hoektanden van een roofdier. Er staan maar liefst drie GTO's, één met een Luxemburgs kenteken, één van een klant in Letland en een derde die nog niet op kenteken is gezet. Uiteraard zijn ze alle drie verschillend. Een Donkervoort wordt nog altijd volgens de wensen van de klant gemaakt. De rode spreekt me het meeste aan, hoewel dat natuurlijk een kwestie van smaak is. Bij de blauwe is de onderzijde van de zijkanten in het zwart uitgevoerd. Het zou niet mijn keuze zijn.

 

In de showroom staan verschillende D8 GTO's.

Deze felrode is wel erg indrukwekkend en accentueert de strakke lijnen van het ontwerp.

Dashboard en achterzijde.

Het oer-ontwerp met de wielen naast het koetswerk is nog steeds herkenbaar.

Een GTO voor een Luxemburgse klant. Is het nummerbord dat begint met GT0 toeval?

Ingehouden agressiviteit. Een monster van een auto, maar dan in de goede betekenis.

Niet ieders smaak: een tweekleurige GTO.

D8 en  S8
Er staan niet alleen nieuwe modellen in de showroom. Een zilvergrijze D8 herinnert aan het bezoek van destijds. Toen werd dit model in de fabriek gemaakt. Het wezen van de sportwagen is sindsdien niet veranderd, maar het verschil met de huidige GTO is niettemin groot, zowel technisch als uiterlijk. Toen vonden we 270 pk al indrukwekkend. Dat is nu een derde méér. De wielophanging en de remmen zijn aangepast aan het grotere vermogen. De nieuwe auto heeft een grotere spoorbreedte. De vormgeving is totaal anders, al is er een duidelijke familiegelijkenis. Het aluminium van de D8-carrosserie heeft bij de GTO plaatsgemaakt voor koolstofvezel.
In de showroom komt verder de historie van de onderneming langs. Je moet even op de details letten. Op de neus van een Super Eight vermeldt het typeplaatje 'Donkervoort - Tienhoven'. Dit is één van de eerste modellen, nog in elkaar gezet in Joop Donkervoorts schuurtje achter zijn huis. Een andere S8 is volgens een sticker achterop geleverd door Donkervoort in Loosdrecht. De wagen is destijds als bouwpakket verkocht, vertelt de informatrice. Dat kon toen nog: je eigen auto in elkaar zetten. Inmiddels zijn we meer dan dertig jaar en 1200 auto's verder. Een Donkervoort blijkt trouwens geen slechte investering. De S8 uit 1984 moet nog altijd 25.000 euro opbrengen. Er is zo'n 30.000 kilometer mee gereden, dus nog geen duizend per jaar!
 

De D8 zoals die gemaakte werd ten tijde van het bezoek in 2006.

In dit model is de Lotus Super Seven, waarmee het ooit begon, veel beter herkenbaar.

Een stukje historie: een Donkervoort S8 van de eerste uren, nog gebouwd in Tienhoven.

En deze S8 komt uit Loosdrecht.

De auto werd door de klant destijds gekocht als bouwpakket.

Fabriek
Twee brede trappen leiden naar de bovenverdieping. Daar staan een paar prototypes en bijzondere modellen, waaronder de D8 GT, de gesloten Donkervoort. Het zicht op de fabriek roept direct herinneringen op. Ja, zo was het toen en zo is het nu. Auto's in verschillende stadia van opbouw, van alleen het chassis tot klaar voor aflevering. Opvallend zijn de uitgesproken kleuren van enkele modellen die bijna of geheel klaar zijn. Naar de huidige mode is ook een matte lak mogelijk.
Op deze vrijdagmiddag straalt de fabriekshal rust uit. Slechts een handjevol van de ruim dertig personeelsleden is bezig met het maken van auto's. Net als destijds kun je bij wijze van spreken van de vloer eten, zo schoon is het. Binnen de bestaande muren is een nieuwe ruimte gebouwd waar innovatieve technieken worden uitgeprobeerd en uitgevoerd. Een bedrijf dat niet innoveert, is tot ondergang gedoemd. Dat geldt ook, of misschien wel juist, voor de fabrikant van liefhebbersauto's. Voortdurend innoveren en verbeteren en tegelijkertijd de kernwaarden behouden, dat is de opdracht die Joop Donkervoort zichzelf steeds stelde en heeft overgedragen aan zijn opvolger en medewerkers. Het gaat om de creatie van een snelle sportwagen die alle nadruk legt op rijplezier voor een klantengroep die hier wel wat spaarcenten voor neer wil neertellen. Met een vanafprijs van zo'n 160.000 euro moet de spaarpot goed gevuld zijn. Toch zijn de klanten er niet op uit om poenerig te doen. Dan namen ze wel iets anders. Ze willen puur genieten van het rijden. Dat kan op de weg en op het circuit. Net wat je zelf wilt.
Bij het bezoek in 2006 was iedereen onder de indruk van de snelle jongens uit de polder. Acht jaar later kan de conclusie niet anders zijn dan dat de polder nog steeds snelle jongens voortbrengt die ook nog eens een stuk volwassener zijn geworden. 
 

Prototypen in de showroom boven. Vooraan de D20 uit 1998.

Dit opengewerkte model laat mooi de structuur van de auto zien.

Raceversie van de D8 GT, de eerste en tot nu toe enige gesloten Donkervoort.

Zicht op de fabrieksvloer, met rechtsonder een D8 GT.

Modellen in verschillende stadia van productie.

Er staan ook oudere modellen in de fabriek, bijvoorbeeld voor onderhoud.

Drie keer raden wat er in de trailer staat...