DAF-Museum

Eindhoven (NL)  



 
●  Historische modellen
● 
Trucks en personenwagens
●  Bijzondere auto's
● 
De sfeer van vroeger
●  Prototypen van personenwagens

 
december 2014
 

  


Een huis vol nostalgie en unieke modellen

Net buiten het stadscentrum van Eindhoven staat het DAF-museum. De collectie geeft een mooi beeld van de ontwikkeling van de plaatselijke fabrikant van trucks, tegenwoordig onderdeel van het Amerikaanse Paccar. Bijna twintig jaar lang maakte DAF ook personenwagens, al is dat al weer lang geleden. De reuzen van de weg en de kleine Dafjes wekken nostalgische gevoelens op.
 

Links de huidige situatie, rechts zoals het in 1928 was, met helemaal rechts de werkplaats van de Van Doornes.

Aan het oude gebouw van de brouwerij is een nieuwe ingang bijgebouwd. 

Het werd tijd voor een hernieuwd bezoek. De laatste keer was al weer een paar jaar geleden. Sinds de opening in 1993 hebben we talloze keren rondgelopen in dit sympathieke museum. Sympathiek omdat deze permanente tentoonstelling draait op vrijwilligers. Er is weliswaar enige financiële steun van DAF-Trucks en sponsoren, maar zonder de vrijwilligers zou het voortbestaan in gevaar zijn. De betrokkenheid is ongekend groot. Dat voel je en dat zie je. Bij ieder bezoek valt op dat er kans is gezien de aankleding verder te verfraaien en de collectie nog beter te presenteren. Die collectie groeit trouwens nog altijd. Aan plannen geen gebrek. De lang gekoesterde wens om uit te breiden wordt realiteit, als onderdeel van een stadsvernieuwingsprogramma. Rondom het museum komen woningen, deels in hoogbouw. Het museum krijgt de mogelijkheid het beschikbare vloeroppervlak met zo'n dertig procent te laten groeien. Er komt een nieuwe expositieruimte voor vrachtwagens. Foto’s in de hal tonen hoe het er uit zal komen te zien. Tegelijkertijd laat een groepsfoto van het vrijwilligerscorps veel grijze haren zien. Zullen er ook in de toekomst nog voldoende mensen zijn voor onderhoud, restauratie, presentatie, archief, receptie en het schenken van de koffie? Laten we het hopen. Dit industrieel en cultureel erfgoed mag niet verloren gaan. De jaarlijkse bijdrage als donateur is goed besteed geld en geeft ook nog eens vrije toegang.
 

Het museum zal worden uitgebreid en een derde groter worden.  

Links de huidige situatie, rechts het museum omsloten door nieuwbouw. 

Ondernemers
Het DAF-museum toont een belangrijk deel van de Eindhovense, Brabantse, maar daarmee ook Nederlandse industriële ontwikkeling. De gebroeders van Doorne waren ondernemers in hart en nieren.  (Meer over de historie van DAF in het verhaal: ► De droom van twee Brabantse broers.) DAF is vandaag de dag geen Nederlands bedrijf meer, maar onderdeel van het Amerikaanse Paccar. Dat verandert weinig aan het trotse Nederlandse gevoel.
De collectie blijft boeien, ook na zoveel keer. Nergens zijn zoveel oude DAFs bijeengebracht als hier. Bij de afdeling personenwagens staan prototypen en showmodellen waarvan maar één enkel exemplaar is gemaakt. De truck-afdeling laat de geschiedenis zien, maar geeft ook zicht op de toekomst. Een prototype van een hybride vrachtwagen (met diesel- en elektrische aandrijving) onderstreept het belang dat men in Eindhoven hecht aan innovatie.
 

DAF onderzoekt ook de mogelijkheden van hybride-aandrijving. 

Regenjas
Bij de ingang staat sinds vele jaren het driewielig wagentje dat Hub van Doorne tijdens de oorlog ontwikkelde als 'rijdende regenjas'. Het is de eerste DAF-personenwagen, als je het ding zo wilt noemen. Verder dan een enkel prototype kwam het niet. Het idee bleek niet levensvatbaar, maar het wagentje illustreert wel de vindingrijkheid van de man die samen met zijn broer in 1928 een eigen onderneming opzet. Het begon eenvoudig met een constructiebedrijf. Al gauw kwamen er de opleggers en aanhangers bij. Na de oorlog legde DAF zich toe op eigen vrachtwagens.
De reis door de geschiedenis begint bij de smidse. We waren er al vaker, maar gaan er niet aan voorbij. Hier wordt de historie tastbaar, met de originele gereedschappen en machines. Op de foto's aan de wand staan de werknemers van de eerste uren. Met een overhemd met stropdas onder de overall.  
 

De rijdende regenjas van Hub van Doorne, bedoeld als vervoermiddel voor de gewone man.

De smidse van 1928, waar het ooit begon.

De werkplaats en originele gereedschappen zijn bewaard gebleven.

Aan de muur hangt een plaquette uit 1937, aangeboden door het personeel aan de gebroeders Van Doorne.

Dorpsplein
We lopen naar de begane grond, naar het nagebouwde Brabants dorpsplein. Midden in het dorp staat een garage. Is het symbolisch dat hier een groene 400 bestelbus staat? De wagen uit de Engelse fabriek van DAF stond immers bekend om zijn kwaliteitsproblemen. En dat terwijl het merk juist kwaliteit hoog in het vaandel had staan. In de garage wordt als een stilleven al jaren gesleuteld aan een bestelwagentje. Het is of de tijdmachine je heeft teruggebracht naar je jeugd. Aan de overzijde is de directiekamer van de gebroeders Van Doorne, aangekleed met historisch materiaal. De sigaretten- en sigarendoos staat op tafel, een foto van de echtgenote op het bureau. De dorpswinkeltjes met DAF-speelgoedmodellen, -servieswerk en nostalgische producten maken het beeld van voorbije tijden compleet. Tijden waarin je op straat nog een paard en wagen kon tegenkomen. Met dergelijke boerenkarren begon het succes van de onderneming. Nog geen twintig jaar later zouden er vrachtwagenchassis uit de fabriek in Eindhoven komen. In het begin werd de carrosseriebouw en verdere opbouw nog geheel uitbesteed. Zelfs een stoeltje was nog het werk van anderen. Dat zou snel veranderen.
  

Hart van het museum is het dorpsplein met winkeltjes en een terrasje.

De DAF 400 staat waar hij vroeger ook vaak stond: in de garage!

De directiekamer is nagebouwd en ingericht met originele voorwerpen.

In de etalage van de speelgoedwinkel staan kleine personen- en vrachtwagens van DAF.

Links een standbeeld van Hub en zijn vrouw; in een vitrine de rouwkaarten van Hub en Wim.

Voordat DAF aan vrachtwagens begon, bouwde men aanhangers en opleggers.

Aanvankelijk maakte men alleen chassis. Voorzien van een provisorisch stoeltje kon ermee worden gereden.

Vrachtwagens
Met zevenmijlslaarzen lopen we door de truckhistorie op de benedenverdieping. Dit is het domein van de aanhangers, opleggers en vrachtwagens. Van de zogeheten zevenstrepers (zo genoemd vanwege de zeven horizontale chroomstrips op de neus) tot recente modellen is de ontwikkeling van de krachtpatsers van de weg te volgen. Opnieuw komen jeugdherinneringen boven. De vuilniswagen is nog uit de tijd van metalen vuilnisbakken, toen de hoeveelheid afval per huishouden veel minder was dan tegenwoordig. De rijdende cementmolens vertegenwoordigen het tijdvak van de bouwexplosie. Gemeentelijke diensten als de brandweer kozen voor het Eindhovense product in tijden van gevaar en calamiteiten. De eerste containers deden hun intrede. Bezorgbedrijf Van Gend en Loos was een nationaal begrip. DAF ging zich ook nadrukkelijk richten op internationaal transport. De cabine van de 2600 van begin jaren zestig bood een slaapplaats voor de chauffeur. De rechte voorkant evolueerde tot de kantelcabine. 
 

De begane grond is voornamelijk het domein van de vrachtwagens.

Hub van Doorne ging geen enkel idee uit de weg, wat tot bijzondere modellen leidde zoals dit bestelbusje en een pick-up.

Trucks door de jaren heen, gericht op zwaar (internationaal) transport.

Een zevenstreper, hier met een koetswerk van Fraanje in Goes, voordat DAF zelf carrosserieën ging maken.

De cabine met het kenmerkende front en de driedelige voorruit bleef jarenlang in productie.

Een vroege DAF, ingezet als vuilniswagen. Toen er nog metalen vuilnisbakken langs de straatrand stonden.

Uit de tijd dat de bouw nog niet in het slop zat.

Een mooie vaderlandse combinatie: Nederlandse Spoorwegen, Van Gend & Loos en DAF.

Twee brandweerwagens op basis van een DAF truckchassis.

Een DAF als ladderwagen voor de spuitgasten.

Tweemaal een zogeheten torpedofrontmodel met vooruitstekende neus.

De zwaardere versies met brede ondergrille en links de 2600.

Rechts de eerste kantelcabine, links de 2800.

Op de voorgrond een speciaal voertuig gemaakt voor gebruik bij containervervoer in de haven.

Parijs-Dakar
Vanaf de beginjaren van de auto hebben fabrikanten indruk willen maken en de kwaliteit van hun producten willen laten zien door grootse prestaties in races en rally's. Vrijwel altijd gaat het dan om personenwagens. Vanaf begin jaren tachtig doet DAF met geprepareerde trucks mee aan de sensationele en veel publiciteit trekkende race van Parijs naar Dakar. Met Jan de Rooy achter het stuur lukt het jaar na jaar prijzen in de wacht te slepen. DAF gebruikt de ervaringen om de serieproducten verder te verbeteren. In 1988 slaat echter het noodlot toe als een tweede DAF-equipe verongelukt, waarbij navigator Kees van Loevezijn overlijdt. DAF trekt zich onmiddellijk terug. De mastodonten van de woestijn staan er hier trots bij, maar het is een historie met een zwarte rand.
Veel eerder al had DAF op een heel ander vlak laten zien dat gebaande paden niet noodzakelijk zijn om met zwaar vervoer vooruit te komen. Het bedrijf is jarenlang leverancier van het Nederlandse leger. Heel wat dienstplichtigen hebben herinneringen aan de Dikke DAFs en de pantservoertuigen.
 

Trucks als racewagens, zoals in de rally Parijs-Dakar.

In het museum staan ook verschillende militaire voertuigen van de Eindhovense fabrikant.

Velen herinneren zich de Dikke DAF nog uit hun diensttijd.

Koninklijk
Tussen de racemodellen, de betonmolens, de brandbestrijders en het legergroen is er een Koninklijke afdeling op de benedenverdieping. Na jaren trouwe dienst (onder meer op Koninginnedag), mocht een aantal jaren geleden de donkerblauwe majesteitelijke bus met pensioen. Wat is voor een DAF-bus een mooiere plek dan terug naar de moederschoot?
Naast de bus staat een opmerkelijk, knalblauw open strandwagentje. Het is de Kini, in 1966 door Michelotti ontworpen als verjaardagscadeautje voor Wim van Doorne op basis van een DAF 33. Na de RAI-tentoonstelling van 1967 schonk Van Doorne de auto aan het Koninklijk huis. Koningin Juliana en haar gezin gebruikten het wagentje tijdens hun verblijf in de Italiaanse zomerresidentie Porto Ercole. Als typenaam werd de naam van het eerste kleinkind gebruikt. Trots op deze geschiedenis toont het museum een foto van de kleine Willem-Alexander met zijn ouders, naast een veel recentere van de huidige Koning met echtgenote Maxima.
 

De bus die jarenlang dienst deed bij Koninklijk vervoer, als op Koninginnedag.

De door koetswerkbouwer Michelotti ontworpen en gebouwde Kini.

Het showmodel met zijn merkwaardig geplaatste koplampen deed jaren dienst bij het Koninklijk huis.

De Kini had een rieten interieur en was alleen geschikt voor gebruik bij goed weer.

De Koning in zijn jonge jaren met zijn ouders en later met zijn vrouw in de Kini.

Personenwagens
We gaan de trap op en belanden in de wereld van de personenwagens en afgeleide modellen. Slechts achttien jaar was DAF als fabrikant actief, tussen 1958 en 1976. De 600 was ten tijde van de introductie op de personenwagen-RAI een ware sensatie. Mensen verdrongen zich om maar een glimp van Neerlands trots te kunnen opvangen. De eerste auto van de band werd geschonken aan de eerste vrouwelijke burgemeester van ons land. Of dat achteraf gezien slim is geweest, valt te bezien. De volautomatische DAF kreeg de naam een vrouwenautootje te zijn. Tekenaar Charles Burki, vele jaren aan DAF verbonden voor het maken van technische tekeningen en promotiemateriaal, zette echter een man met sigaar achter het stuur. De 600 was een echte familiewagen.
Dringen hoeft niet meer. Het eerste model, in vrolijk wit met geel, laat zich in het licht van de schijnwerpers van alle kanten bekijken.

 

In 1958 werd de DAF 600 gepresenteerd. 

Burki presenteerde de 600 als een echte familieauto, maar op de foto rechts wordt gehint op het gemak als vrouwenauto.

Enkele folders en brochures uit de begintijd.

Productiemodellen
Het museum streeft naar een volledige presentatie van alle productiemodellen. Feitelijk zijn er maar twee series geweest: de 600-750-Daffodil-33 (intern de A-body geheten) en de 44-46-55-66 (de B-body). Door veranderingen jaar na jaar is er toch een grote variëteit ontstaan. Omdat al die modellen naast elkaar staan, is de ontwikkeling mooi in beeld gebracht. Bovendien waren er veel afgeleide modellen: bestelwagens, stationcars, coupés en zelfs pick-ups.
De 600 kreeg al gauw een net iets krachtiger broertje, de 750. De basistechniek, een tweecilinder luchtgekoelde motor en traploze automatische versnellingsbak - de Variomatic met het pientere pookje - bleef onaangetast. Ook toen van de 750 een luxe variant kwam, de Daffodil. Op zijn beurt werd die opgevolgd door de 33. In de tussentijd was het koetswerk aangepast. Motorkap en kofferklep waren verhoogd en de ronde daklijn was rechtgetrokken.
 

De personenwagengalerij toont de ontwikkeling van de modellen door de jaren heen.

Het eerste type had nog richtingaanwijzers bij de deuren, daarna zaten ze naast de - kleine - grille. 

Een model met rechts stuur: in 1961 geëxporteerd naar Zuid-Afrika en daar tot 2003 gebruikt. 

Alleen de dop onder het rechterachterlicht was functioneel als benzinedop. 

De 600 de Luxe van 1963 had net als de 750 een grotere grille met verchroomde rand.

Bij de standaard-uitvoering waren bumpers en grille gelakt in plaats van verchroomd en ontbraken wieldoppen.

De Daffodil was de luxe variant, tweekleurig, met speciale wieldoppen en een brede grille.

In 1963 kreeg de Daffodil een hoekiger daklijn en een strakker vormgegeven grille. 

Links het interieur van het eerste model, rechts van de Daffodil van vijf jaar later. 

Vanaf 1965 heeft de Daffodil een hogere motorkap. 

De 33 werd "gemoderniseerd" door een andere sierstrip en het verdwijnen van de schrijfletters op de motorkap.

Op basis van de personenwagens maakte DAF ook kleine bedrijfswagens.

Achter de cabine van de personenwagen kwam een verhoogde, vierkante laadbak.

De combi had zijruiten en een achterbank, maar was verder gelijk aan de bestelwagen.

Zelfs een kleine pick-up behoorde tot het aanbod.

Deze pick-up is gebaseerd op het tweede type Daffodil.

Eén van de laatste pick-ups, op basis van de 33.

Italiaans
In 1966 introduceerde DAF een tweede model, de 44. De carrosserie was een Italiaans ontwerp. Naast de tweedeurs kwam een stationcar, die we vandaag de dag een driedeurs zouden noemen. Vrijwel iedereen koos destijds voor de luxe variant. Er was ook een instapmodel. In het museum staat er een: zonder chroom en zelfs op de neus was geen plek voor een sierlijstje.
Een broertje van de 44 was de 55: op de voorzijde en achterlichten na uiterlijk identiek. De Eindhovense directie wilde een krachtiger model, maar er waren onvoldoende middelen om zelf een nieuwe motor te ontwikkelen. Bij Renault werd een watergekoelde viercilinder ingekocht. Het kenmerkende DAF-geluid verdween, maar de riemaandrijving bleef. Uit de 55 ontstond de 66, de laatste DAF-personenwagen, met De Dion-achteras en een nieuw, moderner front.
Toen Volvo een meerderheidsbelang verwierf in de afgesplitste personenwagentak van het Nederlandse merk, veranderde het merkplaatje van DAF in Volvo. Tot de overgenomen boedel behoorde ook een groter model, ontwikkeld als DAF 77. Dat werd na enkele aanpassingen de Volvo 340-reeks. De éénmiljoenste, in 1988 geproduceerd in de fabriek in Born, werd door kunstenares Marte Röling van een feestelijke strik voorzien.
 

De DAF 44 was de tweede modelserie. Hier de tamelijk zeldzame standaarduitvoering.  

De DAF 44 de luxe was herkenbaar aan de sierstrip op de neus, aan weerskanten van het 44-typeplaatje.  

Een 44 met nieuwe sierstrip op de neus in modieus bruin van die tijd.  

De 55 was feitelijk een 44 met Renault-motor. De waterkoeling maakte een ander front noodzakelijk. Rechts de coupé.

De 66 had een strakker front. Links de gewone coupé, rechts de Marathon 1300 met dubbele koplampen.

De 55 Coupé had net als alle DAFs een variomatic.

De 66 had als bijzonderheid een De Dion-achterasconstructie.

Vooraan de 66 1300 Marathon Stationcar, daarachter de 44 stationcar. 

Volvo 66, ogenblikkelijk herkenbaar aan de dikke bumpers.

De miljoenste 340 als kunstwerk, ooit ontwikkeld als DAF 77.

Afgeleide types
Ook op de bovenste verdieping, maar dan aan de andere kant, staat een handvol afgeleide modellen. Hans van As, dealer in Hilversum, zette de zaag in de gewone personenwagenmodellen om er een cabriolet van te maken, de Havas-DAF. (Op de begane grond zagen we trouwens een 66 buggy, gebouwd door Harris Geeris in Eindhoven. Hij wilde een kleine serie opzetten, maar dat project is nooit van de grond gekomen.)
In Zweden gebruikte Kalmar de techniek van de 44 om er een post- en bestelbusje van te maken. In kleine aantallen werd het kunststof-model ook in Nederland verkocht. Een Amerikaanse elektriciteitsmaatschappij achtte de Nederlandse techniek ideaal voor een kleine pick-up. DAF zelf gebruikte de onderdelen van de 44 voor de Pony, een lichte bedrijfswagen, en voor de YA, een legervoertuig dat ook door burgers kon worden aangeschaft.
Minstens zo interessant zijn de auto's die in hele kleine series of zelfs eenmalig zijn gebouwd. Michelotti produceerde een klein aantal flaneerwagentjes met rieten bekleding en zette ooit de wulps gelijnde coupé Siluro op de internationale autoshows. Na enig speurwerk werd de auto enkele jaren geleden teruggevonden, naar Eindhoven overgebracht en geheel gerestaureerd. Minstens zo bijzonder is de studie van ontwerphuis OSI van een stadsauto met aan de rechterkant twee klapdeuren en links een schuifdeur. Koetswerkbedrijf Moretti bouwde een DAF met vier (Fiat-)deuren in opdracht van een rijke dame die graag automaat wilde rijden.
 

Een Havas-cabrio op basis van een 55 en 66. 

DAF Pony en een Kalmar. 

In Amerika werd in opdracht van een elektriciteitsmaatschappij een kleine serie pick-ups met DAF-techniek gebouwd.

De enig overgebleven buggy op DAF 66-basis ontworpen door Harrie Geeris. 

Op basis van de 66 ontstond de 66YA, bestemd voor het leger. Hier gefotografeerd voor het museum.

Alleen grille en motorkap zijn hetzelfde als bij de gewone DAF 66's.

De YA was er voor wie dat wilde ook als civiele versie.

Voor Onassis maakte Michelotti deze flaneerwagen, lijkend op de Kini, maar met een heel ander front.

De DAF Siluro (een Michelotti-ontwerp uit 1968) werd enkele jaren geleden gevonden en helemaal opgeknapt.

Studio-opnamen van de Siluro onderstrepen de bijzondere vormgeving. (Foto's: DAF). Klik op foto voor vergroting.

Voor een rijke dame maakte Moretti deze DAF met vier deuren (van een Fiat!) en pompeuze grille.

OSI's visie (in 1966) op de toekomstige stadsauto met links een schuifdeur en rechts klapdeuren.

En zo zag de ontwerper de auto voor zich op de tekentafel.

Ideetjes van Hub van Doorne: een simpele auto voor de tropen en een licht legervoertuig. 

Rally's en races
Na zoveel keer ben je niet meer verrast, maar wie voor het eerst in het DAF-museum komt, zal raar staan te kijken bij de racewagens. Niet iedereen weet dat het bedrijf het imago wilde oppoetsen met deelname aan rally's en races. Een Dafje (vaak werd het verkleinwoord gebruikt) was immers meer dan een damesautootje dat handig was omdat je niet hoefde te schakelen. Ronduit spectaculair was in 1968 de deelname aan de London-Sydney Marathon, waarvoor twee 55's werden ingeschreven. Jaren later zou de rit nogmaals worden gemaakt, met dezelfde auto!
Behalve twee oranje Formule 3 DAF-racers, zien we twee grotere racewagens staan. Bij een ervan is een tweeliter Cosworth-motor gekoppeld aan een variomatic. De andere is een Williams Formule 1-model uit 1992, met traploze overbrenging, naar het idee van Hub van Doorne. Hoezo een aandrijving voor een damesautootje? 
 

De afdeling sport en racerij. 

Deze auto reed de London-Sydney Marathon in 1968 en later nog een aantal vergelijkbare rally's.

Een racewagen van begin jaren zeventig met duidelijk een variomatic-aandrijving.

Hub van Doorne's vinding, de continu variabele transmissie, bleek ook voor racewagens interessant.

Prototypen
Dat er maar twee modelseries zijn gemaakt, is geen gevolg van gebrek aan ambitie. De Van Doornes wilden meer. Verschillende keren is gewerkt aan een moderner opvolger van de 33 en een grotere middenklasser. In 1965 gingen gedachten uit naar een sportieve coupé die de concurrentie aan zou moeten gaan met de gevestigde merken. Een aantal van die ideeën is op schaal uitgewerkt en staat in een vitrine. Die stond er tijdens het vorige bezoek nog niet. De liefhebber gaat daar eens even goed voor staan als een modebewuste vrouw voor de etalage van een schoenenwinkel. Een paar modellen zijn op ware grootte verder uitgewerkt. Drie van die prototypen zijn bewaard gebleven. De grote vierdeurs P500 (uit 1968) verraadt duidelijk de hand van ontwerper Michelotti. Deze ontwerper was ook verantwoordelijk voor de P300 (1969) en de coupé van 1965. Maar tot productie kwam het niet. De rekenmeesters zetten destijds een streep door al die plannen. Ambitie is mooi, maar realiteitszin des belangrijker. Project P900 bleek wel levensvatbaar. Het werd verder uitgewerkt en zou DAF 77 moeten gaan heten. Uiteindelijk werd het - zoals hierboven al geschreven - Volvo 343.
 

In een vitrine staan schaalmodellen van wat toekomstige DAFs hadden moeten zijn.

Een kleine bestelwagen en een Imp-achtige mini.

De P300 als schaalmodel.

Project P900, voorstudies van begin jaren zeventig voor de latere Volvo 343.

Het concept voor de DAF 77 is hier verder uitgewerkt. Rechtsonder de definitieve vorm.

De typerende 343-achterzijde is hier al enigszins herkenbaar.

Een vierdeurs, de P500, in verschillende uitvoeringen. 

Een derde variant van de P500.

Deze P300 en P500 werden verder ontwikkeld tot 1:1-model.

Archieffoto's van de P300 (► meer foto's)

Bij de P500 was de plaats van de richtingaanwijzers - getuige de foto - een punt van discussie.

Archieffoto's van de achterkant van de P500.

Ook deze sportieve coupé kwam nooit op de markt.

Over de plaats van de opvallende luchtroosters bestonden verschillende opvattingen.

Philips
Als slot van de hernieuwde kennismaking gaan we nog even de kelder in. En weer overmeestert de nostalgie de bezoeker. Ach ja, zo was het toen. In grote vitrines staan niet alleen schaalmodellen van grote DAFs en Dafjes, promotiematerialen door de jaren heen, spellen en speelgoed, maar ook het servies dat in de personeelskantines werd gebruikt en cadeautjes die Sinterklaas jaarlijks aan het personeel uitdeelde. Vaak waren dat nieuwe huishoudelijke producten van Philips, zoals een elektrische messenslijper of tandenborstel. Hoewel totaal onvergelijkbaar in omvang en betekenis was er altijd een band tussen beide Eindhovense bedrijven. Zo zette de voormalige gloeilampenfabriek DAF-vrachtwagens in voor het transport van goederen en werd met DAF-bussen personeel uit de wijde omgeving naar de fabrieken in Eindhoven gebracht. Eén zo’n oplegger-bus wordt in de werkplaats gerestaureerd om straks een plekje in het museum te krijgen.
“D’n DAF”, zoals ze dat in Brabant zeggen, verdient het om niet vergeten te worden.
 

Relatiegeschenken en cadeautjes voor het personeel: de vitrines in de kelder brengen de tijden van weleer terug.

Weggevertjes te kust en te keur.

DAF in het klein. Lion Cars maakte ze speciaal voor het Eindhovense bedrijf.

De Daffodil, in meer en mindere mate gelijkend.

Een kleine DAF als rallyauto.

De DAF was het laatste model.

Links een Kalmar, in het midden en Pony en rechts de City Car van OSI.

Kwartetten met DAF-modellen.

In het museum kwamen we ook deze twee trapauto's tegen, waarvoor een DAF de inspiratiebron was.