Eerder verschenen columns
______________________________________________
 

 

 


 

 

Porsche, de Prooi.
Hoe is het mogelijk dat intelligente, ja zelfs briljante mannen met een succesreputatie waar collega’s en de rest van de wereld tegenop kijken, alle realiteitszin verliezen, verkeerde keuzes maken en daarmee hun belangrijkste verworvenheid – reputatie en aanzien – volledig te grabbel gooien?
Dit thema komt geregeld naar voren in gesprekken met Jeroen Smit, auteur van de weergaloze boeken over de ondergang van Nederlands populairste supermarkt-keten (“Het drama Ahold”) en de ineenstorting van ABN-Amro (“De Prooi”). Hij beschrijft daarin de opkomst, glorie, roem en daarna genadeloze afgang van bewierookte leiders als Cees van der Hoeven en Rijkman Groenink.

Jeroen heeft, zo vertelt hij mij, geprobeerd zich een beeld te vormen van de psyche van zijn hoofdpersonen, maar het antwoord niet kunnen vinden. Steevast legt hij een verband met hun directe omgeving, zowel zakelijk als privé. Als er niemand is die je af en toe met beide benen op de grond zet, denk je werkelijk dat je kunt zweven, zoals Icarus het vliegen machtig dacht te zijn.

Afgelopen weken las ik een recent verschenen boek over Porsche en Volkswagen. Eén van de beschreven personen is Wendelin Wiedeking. Deze gevierde topmanager werd jarenlang overladen met eretitels en onderscheidingen. Hij wist Porsche als zelfstandig bedrijf van de ondergang te redden. Onder zijn leiding werd het bedrijf het meest winstgevende van de sector en hét voorbeeld voor de hele wereld. Wiedeking kon niet stuk. Hij moest snoeihard saneren en toch droeg het personeel hem op handen. Hij was met een salaris van tientallen miljoenen (!) per jaar de best betaalde manager in Duitsland, maar toch vriend van de vakbonden en de ondernemingsraad.

Wiedeking was de verpersoonlijking van de beste manager, de ideale buurman en solide ambassadeur van het bedrijfsleven. Hij zette zich af tegen kortetermijn-denken en de plicht tot publicatie van kwartaalcijfers. Management moest zich focussen op de lange termijn. Het bedrijfsbelang stond altijd voorop. Klanten vond hij belangrijker dan aandeelhouders, schreef hij in zijn goed verkochte boek “Anders ist besser”.

Het afzien van 50 miljoen steun voor een nieuwe fabriek verschafte hem ook moreel aanzien. Anders dan de leiding van BMW vond hij dat een winstgevend bedrijf van luxeartikelen geen belastinggeld mocht accepteren om in Leipzig een fabriek te bouwen. Dat is karakter. Een aanzienlijk deel van zijn vermogen zette hij in voor goede doelen. Er is meer in het leven dan geld verdienen en jezelf wentelen in luxe, was zijn boodschap.

Kort geleden stond zijn naam weer in de krant, samen met die van zijn minstens even briljante financiële rechterhand Holger Härter. Maar nu als onderwerp van gerechtelijk onderzoek. De heren ontwikkelden zulke slimme financieringsmodellen en gebruikten koersschommelingen zo handig dat de winst van Porsche een veelvoud werd van de omzet! Hebben ze de koers moedwillig gemanipuleerd voor hun ultieme doel, de overname van het vele malen grotere Volkswagen? Dat is nu de juridische vraag. Maar die andere is veel boeiender: waarom wilde de koning van de Duitse automobielindustrie zo nodig keizer worden?

De werkelijkheid ontstijgen: de valkuil van het genie. Die werkelijkheid was de financiële crisis van 2008 en de macht van Volkswagens voorzitter van de Raad van Toezicht, Ferdinand Piëch. De door velen als weinig aangenaam omschreven persoon wilde duidelijk maken dat alleen hij de keizerstitel mocht dragen. Hij schuwde het zeker niet om manipulatie als middel in te zetten. Van mensen in dit geval. Dat zit juridisch wel snor. De rollen werden omgedraaid: Volkswagen kocht Porsche in plaats van andersom.

De redder van de zelfstandigheid zag zijn levenswerk verloren gaan en moest vertrekken. De populaire topman werd afgeserveerd. Het verhaal is niet origineel en toch altijd weer fascinerend. Ziende blind, horende doof. Hoe kan het?
Christian Euler heeft deze recente historie van Porsche en Volkswagen in zijn boek nog eens opgeschreven. Eigenlijk jammer, want Jeroen Smit had het beter gedaan. En vooral grondiger en spannender. Het is dat de titel al eerder was gebruikt, anders had ik een aardige suggestie: Porsche, de Prooi.



19 maart 2011