Japan Classic Day

Boxtel (NL)




●  Bijeenkomst Japanse auto's
●  Veel oude Mazda's 
●  Geheel gerestaureerde R130
●  Modellen met wankelmotor 
●  Enkele exclusieve modellen 


september 2014
 

  


Kleurrijk jeugdsentiment 
 

Tientallen klassieke en exclusieve Japanse auto's vulden op zondag 7 september de parkeerplaats van Classic Park in Boxtel. Onder het motto Japan Classic Day waren de bezitters uitgenodigd om hun gekoesterde vierwieler aan elkaar en andere enthousiastelingen te komen laten zien. Eigenaren van oude Mazda's namen de handschoen in clubverband op en ontmoetten elkaar in het Brabantse land. Maar ook liefhebbers van andere merken waren aanwezig. Het was een bont gezelschap, ook in de letterlijke zin van het woord.
 


Het zijn de kleuren die het eerste opvallen als we ‘het buitenmuseum’ van Classic Park naderen. Tomaatrood, citroengeel, mandarijnoranje, grasgroen, hemelsblauw, mokkabruin... Als het kleding was geweest, had je er een speciaal wasmiddel voor gekocht. Allemaal bonte kleuren. Dat is heel wat anders dan het grijs, antraciet en zwart van tegenwoordig. Naderbij gekomen valt als tweede de ontwerpstijl van de modellen op de eerste rij op. Typisch Japanse auto’s van de jaren zeventig, is de snelle conclusie. Vergeleken met wat in Europa van de band rolde, lijken alle onderdelen een extra accent te hebben gekregen, van deurklinken tot bumpers en van verlichtingsarmaturen tot raamlijsten. De maatvoering is het derde opmerkelijke element. Wat zijn ze klein, die auto’s van toen. Smal en laag. Met van die smalle bandjes.
 

Mazda 818 sedan; let eens op de vormgeving van de koplampen en achterlichten.

Mazda 818 Coupé. Onmiskenbaar een Japans ontwerp.

De coupé was destijds een geliefde uitvoering. De zonnejaloezie bij de achterruit van de rechterauto was een extra.
 

Jeugdsentiment
Hoewel er ook veel jongere Japanners naar Boxtel zijn gekomen, met name sportmodellen van de laatste decennia, zijn het de gekleurde zeventigers waar we op afstappen. Jeugdsentiment dient zich aan. Ach ja, zo was het toen. Zo’n groene Corolla was heel gewoon, net als een bruine Civic. Niemand die opkeek van een gele Land Cruiser of blauwe 818. Net zo min waren verchroomde bumpers bijzonder. Of van die sprieten als antenne. Lichtmetalen velgen? Welnee. Sierlijke doppen. En van binnen kunstleer en bij de luxere versies een (namaak) houten dashboard. Zo stonden ze in de straat. Als alternatief voor de Europese modellen. Met meer accessoires, zonder meerprijs. In minder dan tien jaar tijd verwierven de voor ons nieuwe merken een eigen plaats op de markt. Isuzu was het eerste Japanse automerk in Nederland, maar Toyota en Datsun zorgden voor de doorbraak. De Cherry was met zijn coupéachtig uiterlijk een knaller. Al heel snel verdween de meewarigheid waarmee de eerste Japanse auto’s werd aangekeken. Zo’n Honda bleek een staaltje van technisch vernuft waar de Europese merken een puntje aan konden zuigen.


In de jaren zestig doet de Japanse auto zijn intrede in Nederland. Hier een paar brochures uit die beginperiode.

Toyota Corolla 1200 van begin jaren zeventig en rechts zijn opvolger, de Corolla 30 met een veel strakker koetswerk.

Rechts nogmaals de Corolla 1200, links de Sportswagon van eind jaren zeventig.

Met de Civic zette Honda zich in Europa (en Amerika) op de kaart.

Beslist ook een klassieker: een Toyota Land Cruiser van een halve eeuw geleden. 

De Mitusbishi Galant (tweede van links) en Mazda 626 (tweede van rechts) waren populaire middenklassers.

Mazda
In 1968 kwam Mazda naar Nederland. De door Bertone getekende 1500 was hier het eerste model. Het jaar na de introductie werden zeshonderd auto’s verkocht. Het aantal steeg daarna snel. Hier in Boxtel is Mazda vandaag oververtegenwoordigd. Liefhebbersclub Hadi Mazda heeft de Japan Classic Day namelijk aangegrepen om een bijeenkomst te beleggen. Dat is geen straf, want in het normale leven of in de musea zie je dergelijke modellen zelden of niet. Zo’n gave 1000 of 1300 Coupé is een bezienswaardigheid.
De vereniging staat open voor eigenaren van een Mazda die ouder zijn dan 25 jaar. De clubnaam is ontleend aan de achterruitstickers van destijds. Het was de reclameslogan van de Nederlandse importeur, met een knipoog naar het toen populaire televisieprogramma Hadimassa.
Voor kenners zijn er twee gemakkelijke criteria waaraan je de typen van meer dan een kwart eeuw geleden herkent: ze hebben achterwielaandrijving en de motorkap scharniert naar voren. Verschillende van die motorkappen staan vandaag open. De motoren zien er soms als nieuw uit. Of misschien nog wel mooier dan nieuw.
 

Mazda 1000 met naar voren scharnierende motorkap... toegelaten tot de club.

Mazda 1300 Coupé.

Het voor die tijd luxe interieur met een houten stuur en hout op het dashboard. Dat hadden Europese modellen niet.

Mazda 616 Coupé. Dit is er een van de tweede generatie met wat langere neus.

Tweemaal een Mazda 929 (begin en eind jaren zeventig), het topmodel van het merk in ons land.

Een barokke grille met dubbele koplampen: typerend voor de Japanse modellen van die tijd.

Een Mazda 929 Coupé (begin jaren tachtig) met wegklapbare koplampen en een wisser op de achterruit.

R130
Ook de evenementenhal van Classic Park staat vandaag in het teken van Mazda. In het midden staat op een laag podium een R130 coupé. De auto, eigendom van de importeur, is onlangs geheel opgeknapt. Eerder deze ochtend is de wagen onthuld. Het is in verschillende opzichten een bijzonderheid. In totaal zijn er tussen eind jaren zestig en 1972 nog geen duizend van gemaakt. Allemaal voor de Japanse markt. Het koetswerk is ontworpen door Bertone. Dat wil zeggen door zijn onderneming, want de man die de tekenstift in zijn hand hield was Giugiaro, het toptalent dat later voor zichzelf begon. Met name de ranke vormgeving van de neus en het ontbreken van overbodige stijlelementen kenmerken het tijdloze ontwerp. Een on-Japanse Japanner. De exclusiviteit blijft niet beperkt tot de buitenkant. Onder de motorkap ligt een wankelmotor (ook wel draaizuiger- of rotatiemotor), genoemd naar zijn Duitse bedenker Felix Wankel (
zie zijn biografie). In dit geval is de motor gekoppeld aan voorwielaandrijving, een combinatie die Mazda nadien nooit meer zou kiezen.
 

De Mazda R130 is onlangs geheel gerestaureerd. Het ontwerp is van Giugiaro toen hij nog werkte bij Bertone.
 

Wankelmotor
In juni 2012 liep de laatste Mazda met een rotatiemotor van de band. Twee miljoen exemplaren heeft de Japanse fabrikant er gemaakt, meer dan wie ook. De laatste decennia was de compacte, ingenieuze, maar technisch ingewikkelde motor voorbehouden aan de sportwagens van het merk. In de jaren zeventig was dat wel anders. Toen werden ook doorsnee familiewagens en coupés met zo’n krachtbron geleverd, als alternatief voor de versies met gewone cilinders. Ze kregen een eigen typebenaming. Het rotatiebroertje van de 818 was de RX-3, van de 616 de RX-2, van de 929 de RX-4 en van de 121 de RX-5. In de beginjaren waren er ook enkele uiterlijke verschillen, zoals dubbele ronde koplampen en achterlichten in plaats van rechthoekige. Later was aan de buitenkant niet meer te zien welke motor er in zat.
Eén van de clubleden heeft het hart van zo’n wankelmotor voor zijn RX-7 gezet. Het ‘cilinderblok’ is inderdaad heel compact, wat een mooie lage neus mogelijk maakte.
 

De Mazda 818 was er ook met rotatiemotor en heette dan RX-3.

Op sommige markten werd de typenaam Savanna gebruikt. In Nederland overigens niet.

Terwijl de versies met gewone motor rechthoekige achterlichten hadden, kregen de wankelmotormodellen ronde lampen.

Nog een RX-3, hier met de vorm van de wankelmotor verwerkt in het beeldmerk.

 

De brochures uit die tijd laten zien dat van veel modellen een versie met gewone cilinders en met wankelmotor leverbaar was.

 

Een RX-5, de wankelversie van de 929.

De eigenaar van deze RX-7 heeft het hart van de wankelmotor voor zijn auto neergezet.

Eunos
Tussen de gekleurde modellen van de jaren zeventig staat een ranke coupé met een onbekend voorkomen. Het is een Eunos, één van de drie nieuwe merken die Mazda zo’n dertig jaar geleden in Japan introduceerde en waarvoor een afzonderlijk distributienetwerk werd opgezet. De Cosmo had een draaizuigermotor met drie schijven. Naast Eunos waren dat Autozam en Ẽfini. Anders dan bij Lexus van Toyota, Infinity van Nissan en Acura van Honda werden de merken alleen in het leven geroepen voor de thuismarkt. De afsplitsing duurde tot het midden van de jaren negentig. De nieuwe merken verdwenen net zo snel als ze waren gekomen. Bij Eunos lag de nadruk op sportiviteit, Autozam was gericht op het onderste deel van de markt, terwijl Ẽfini de duurdere modellen aan de man bracht. In de jaren negentig probeerde Mazda in Europa een vergelijkbare truc uit te halen door het submerk Xedos te introduceren. Het was niet echt een succes. Binnen een paar jaar waren de auto’s weer uit de showroom verdwenen.
 

Eunos was een submerk van Mazda. De Cosmo was uitgerust met een drieschijfs rotatiemotor.

Het merk had een eigen beeldmerk, waarin de draaizuiger van de motor is verwerkt.

Datsun
De Eunos is vandaag niet het enige buitenissige model. Minstens zo apart is een Datsun 280C Station Wagon, duidelijk inspelend op de Amerikaanse smaak, met een paneel nephout op de achterklep. Het dak is aan de achterkant verhoogd. Voor beenloze kinderen is er achterin een bankje, tegen de rijrichting in. Om ze een mooi uitzicht te geven, heeft de achterruit twee wissers. De achterste zijruit kan open. Volgens de ontwerpers handig om de boodschappen achterin te leggen zonder de achterklep te hoeven openen. Die te openen ruit zit aan de linkerkant, de straatkant in Japan. Het is alles bij elkaar heel apart. Misschien is dit voor ons wel de ster van de middag. Het is geen schoonheid of wonder der techniek, maar wel heel exclusief. Beslist een auto die aandacht verdient. We nemen 'm eens goed in ons op.
 

Een Datsun Cedric 280C Wagon met bijzondere details, zoals het licht verhoogde dak aan de achterkant....

...een dubbele ruitenwisser op de achterruit...

...een stripje namaakhout op de achterklep...

...neerdraaibare achterste zijruit en een extra kinderbankje achterin.

Sportwagens
Behalve op het gebied van familiewagens hebben de Japanners zich verdienstelijk gemaakt met de ontwikkeling van beroemde en vooral betaalbare sportwagens. De Datsun 240Z en Mazda MX-5 zijn daarvan de duidelijkste voorbeelden. Geen wonder dat ze vandaag niet ontbreken. Ze zijn de onbetwiste opvolgers van de beroemde naoorlogse sportwagens uit Engeland, met Triumph en MG als boegbeelden. In de beginjaren werd de Japanners - net als de Chinezen enkele decennia later - verweten dat ze schaamteloos kopieerden. Kijkend naar zo'n Datsun Fairlady kun je de critici geen ongelijk geven. De makers hebben heel goed gekeken hoe een MG B in elkaar steekt. Het sportwagentje heeft ooit op de personenauto-RAI gestaan, maar heeft nooit onze straten onveilig gemaakt. Ook dit is dus weer zo'n verrassende ontmoeting, net als een MX-5 met vleugeldeuren. Dat is het resultaat van een knap stukje huisvlijt. Of het bij het karakter van de wagen past, moet iedereen zelf maar beoordelen.
 

De vormgevers van de Datsun Fairlady waren duidelijk onder de indruk van de MG B.

De rechter versie heeft nog een in de wagenkleur uitgevoerd metalen dashboard.

Onder de motorkap van de Fairlady.

In de hal van het museum van Classic Park stond (tijdelijk) ook een Fairlady.

Links een Honda S800, rechts een Toyota Celica, de eerste van een lange reeks.

Toyota, Nissan en Mazda maakten naast gezinswagens ook sportwagens voor de echte liefhebber.

Mazda's MX5 is de succesvolste Japanse cabriolet. Rechts een exemplaar met vleugeldeuren: een knap stukje huisvlijt.

Echte liefhebbersauto's: Nissan 370ZX, Nissan Skyline en Mazda RX7 Cabrio.

Uit België kwam deze kleine Suzuki Cappuccino. De auto werd ook bij ons alleen geleverd met rechts stuur.

Figaro
Naast de Mazda-club heeft ook een Nissan Figaro-gezelschap zich verzameld in en om het gebouw. Hoewel het model nieuw nooit in Nederland is verkocht, zijn er inmiddels heel wat liefhebbers in ons land. Via import – veelal uit Japan of Engeland – hebben ze er eentje weten te bemachtigen. Er zijn zelfs enkele bedrijven die zich erin hebben gespecialiseerd. Ze nemen ook restauratie en onderhoud voor hun rekening. Het enthousiasme is wel te verklaren. Het wagentje heeft een hoge aaibaarheidsfactor. Nissan presenteerde de retro-auto als showmodel in 1989, jaren voordat Mini, Volkswagen en Fiat de moderne tijd met het verleden verknoopten. De bedoeling was een beperkte serie te maken, maar de vraag was zo groot dat Nissan de band wat langer liet lopen. Uiteindelijk werden het er 20.000, allemaal met een rechts stuur en een open dak. Onderhuids is het een doodgewone Nissan Micra. Dat maakt het technisch onderhoud eenvoudig en relatief goedkoop.
 

De Nissan Figaro was een retromodel lang voordat Volkswagen, Mini en Fiat op het idee kwamen.

De open Figaro kent tegenwoordig een grote liefhebbersgroep, ook in Nederland.

Erfgoed
Na een rondje kijken en bewonderen is het tijd voor koffie en een tosti. De zon zorgt voor een aangename nazomerdag. Vanaf het terras van Classic Park is het mooi te zien hoe de trotse eigenaren van het Japanse erfgoed de bewonderende blikken van anderen koesteren. Het moet gezegd zijn: vrijwel alle auto’s zien er piekfijn uit. Sommige liefhebbers zijn te jong om de modellen van de jaren zeventig als jeugdherinnering te kennen. Zij hebben de komst van de Japanse auto als noviteit nooit meegemaakt. Hun liefde komt kennelijk ergens anders vandaan.
Als we vertrekken zien we op de parkeerplaats nog twee bijzondere Japanners staan. Zouden ze verdwaald zijn en het evenemententerrein niet hebben kunnen vinden? Het is een mooi toetje op de taart. Nou ja, mooi...? Bijzonder. En in dit geval meer vanwege de vorm dan de kleur.  
 

Koffie of lunch met zo'n uitzicht. Wat wil de liefhebber nog meer?