Collezione Italia

Boxtel (NL)


 
●  Bijeenkomst Italiaanse auto's
●  Geen onbekende modellen
●  Veel relatief nieuwe typen
●  Aansluitend: museumbezoek

 
mei 2018

 

  


Festival zonder verrassingen

Het seizoen van bijeenkomsten met klassieke en bijzondere auto’s is weer begonnen. De evenementenkalender 2018 van Classic Park in Boxtel vermeldt voor 6 mei een bijeenkomst van liefhebbers van Italiaanse auto’s. Ook anderen zijn natuurlijk welkom. Een mooie gelegenheid om af te spreken en tegelijkertijd een kijkje te nemen.
 


Vóór ons staat als lunch een Italiaanse bol met Hollandse kaas op tafel. Twee uur geleden begonnen we het gesprek met een warme cappuccino. Dit is wat de familie Van Dijke voor ogen stond met hun project Classic Park: mensen maken een afspraak om bij te praten en kiezen daarvoor een sfeervolle omgeving met bijzondere auto’s op de achtergrond. Het decor van vandaag zijn Italiaanse auto’s. Het soort broodje en de koffiekeuze passen er goed bij. De meeste bezoekers zijn evenwel geen passanten maar de deelnemers aan Collezione Italia, één van de vele themabijeenkomsten van Classic Park die in 2018 op het programma staan. Het is de eerste keer dat dit festival hier in Boxtel plaatsvindt. Eigenaren van Italiaanse bolides zijn van overal gekomen om soortgenoten te ontmoeten en hun eigen gekoesterde vierwielers aan anderen te tonen. Het aantal ‘gewone’ bezoekers is beperkt. Als we aankomen rond de klok van elven is de parkeerplaats nog bijna leeg en als we vertrekken ook. Niettemin is het gezellig druk. Uit de luidsprekers van de feestwagen klinkt passende muziek. Over het festivalterrein galmen de klanken van Volare en andere beroemde Italiaanse nummers van vroeger en nu. Dat de wagen een Duitse Mercedes-Benz is, doet lichtelijk afbreuk aan de entourage. Niemand die er echter aanstoot aan neemt. Net zo min als aan de fout in het logo van deze dag, waarbij de vormgever – vast geen autokenner – naast een Alfa Romeo en Maserati een Spaanse Seat 600 in plaats van een Fiat 600 heeft gezet.
 

De festivalbus breng sfeer met toepasselijke muziek. Als Duitse auto valt-ie wel wat uit de toon.

Geluk
Het weer draagt bij aan de goede sfeer. Het is begin mei maar het lijkt wel zomer. Op het terras is het in de zon zelfs te warm. Het chroom van de oudere modellen is in de letterlijke betekenis schitterend. Cabrio’s hebben hun daken neergeklapt en zo her en der staat een motorkap open. Het is een kwestie van geluk hebben. Er is een jaar geweest waarin Classic Park bij bijna elke evenement het epicentrum van regenbuien leek te zijn. Dan kan het rijdend blik nog net zo mooi of bijzonder zijn, de bijeenkomst is dan toch minder aantrekkelijk. Wat dat aangaat niets te klagen dus, deze dag.
Als we het evenemententerrein overzien, valt op dat er relatief veel nieuwe auto’s staan. Anders dan je misschien zou verwachten, is het aandeel van echte klassiekers beperkt. Het speciale thema van deze dag - coupés - komt niet uit de verf. Verder valt op dat er geen onbekende modellen zijn. Geen auto’s die je nog nooit eerder hebt gezien. Ook de nostalgiefactor (‘Oh ja, die stond vroeger bij ons in de straat’) is laag. Dat was bij eerdere manifestaties, bijvoorbeeld de bijeenkomsten met Japanse auto’s, duidelijk anders. Het is een festival zonder verrassingen.
 

 

Pantera
De afwezigheid van onbekende types wil niet zeggen dat er louter alledaagse of modale auto’s op het terrein staan opgesteld. Een DeTomaso Pantera zie je niet op elke hoek van de straat. De wagen trekt dan ook veel belangstelling. Onder de openstaande motorkap aan de achterkant komt een indrukwekkend motorblok tevoorschijn. Op verzoek wil de eigenaar de cilinders best tot leven wekken. Ze schreeuwen het uit als een leeuw die op jacht gaat. Hoewel… leeuw? Het is een panter! In elk geval een luidruchtige. Ook een wegrijdende Ferrari neemt afscheid met het karakteristieke geluid van een hoog toerental. Een aantal Italiaanse automerken heeft als handelsmerk dat ze nadrukkelijk aanwezig willen zijn. Hun eigenaren willen niet onopvallend door het leven gaan. Zo’n blauwe, open Lamborghini vraagt om bekeken te worden. Dat geldt ook voor de knalgele Alfa Romeo RZ, de Roadster Zagato. Het is er één van de 278 die ooit zijn gemaakt. Minder exclusief maar toch allerminst alledaags (er werden er 4000 gemaakt) is de Montréal met een V8 voor de achteras. 
 

De Tomaso Pantera, een panter met de brul van een leeuw.

Zo ziet het hart van de panter er uit.

Een Italiaanse autoshow kan natuurlijk niet zonder een paar Ferrari's.

Met een Lamborghini Gallardo Spyder wil je opvallen. Dat kan gewoon niet anders.

Te koop bij Classic Park: Lamborghini Countach 500S 1982 (€ 485.000) en Diablo (1996), prijs op aanvraag.

Fiat
Over aandacht gesproken: vooraan, vlak bij het terras, heeft de eigenaar zijn Fiatje Topolino neergezet. Het is een naoorlogse 500C, de versie met de lange motorkap. Attentiewaarde is belangrijk, want de berijder wil van zijn aaibare autootje af. Het wagentje staat te koop. Vraagprijs: 8800 euro. Uiteraard zijn er meer Fiats, bijna allemaal sportmodellen. Behalve een trio 850 Sport Coupé staat er een heel rijtje van de modellen X1/9 en Coupé Fiat. De met een liniaal getekende X1/9 met prominente wiglijn en middenmotor werd tussen 1972 en 1981 door Fiat verkocht en daarna nog enkele jaren door Bertone, het bedrijf dat het model had ontworpen en produceerde. Tussen de Europese versies zien we een Amerikaanse, met afwijkende bumpers. Hoewel een stuk jonger, heeft de Coupé Fiat (1993-2000) inmiddels ook al de status van toekomstige klassieker. Kenmerkend zijn de inkepingen bij de wielen. Het ontwerp is van de latere BMW-ontwerpgoeroe Chris Bangle. Pininfarina tekende voor het interieur. Opvallend bij alle modellen zijn de verweerde plexiglazen koplampoverkappingen. De tijd heeft geleerd dat de keuze van het kunststof niet optimaal is geweest. De mooiste Fiat is de Dino Coupé, met Ferrari-motor. Deze auto maakt duidelijk waarom de Italiaanse ontwerpers internationaal zoveel roem krijgen toebedeeld. Als het gaat om de Fiat die de meeste indruk maakt, moet de Dino evenwel de 130 Coupé voor laten gaan. Deze strakke tweedeurs, gemaakt in de eerste helft van de jaren zeventig, lijkt in niets op de auto waarvan hij is afgeleid. Pininfarina tekende voor het ontwerp én de productie. Hoe fraai ook, in de zes jaar van de productie bleken niet meer dan 4500 klanten geïnteresseerd.

 

De Fiat 500C, bijgenaamd Topoline, staat vooraan en valt behoorlijk op.

Dat zal de eigenaar niet erg vinden, want hij wil van zijn autootje af.

Fiat 850 Sport Coupé. Alle drie zijn van de tweede generatie, met dubbele koplampen.

Op basis van de Fiat 850 tekende en maakte Bertone deze Spider.

Het houten dashboard moest het luxe karakter onderstrepen.

Een Fiat Dino met het hart van een Ferrari.

De Amerikaanse uitvoering van de X1/9 (links) is herkenbaar aan de dikkere bumpers.

Coupé Fiat. De mannen in Turijn konden geen origineler naam bedenken.

De koplampen van Chris Bangles ontwerp zijn niet tegen de tijd opgewassen.

Een Fiat Barchetta uit Fiats eigen ontwerpstudio.

In niets lijkt de Fiat 130 Coupé op de vierdeurs waarvan hij is afgeleid.

De strakke lijnen die Pininfarina tekende, zie je ook terugkomen bij de Rolls Royce Camargue.

Op deze persfoto van destijds is het verschil tussen de standaard 130 en de coupé goed te zien (foto: Fiat).

Van de populaire Fiat 128 was ook een sportieve Rallye-versie beschikbaar.

Alfa Romeo en Lancia
Er is één merk dat de show vandaag domineert: Alfa Romeo. Vooral de open varianten stralen in de zon. Door de jaren heen zijn er heel wat Spiders gemaakt. Uit 1966 stamt het oermodel van de serie die tot 1993 op de prijslijst stond, herkenbaar aan de typerende spits toelopende bilpartij. Minder exclusief is de jongste Spider, gebaseerd op de ook aanwezig Brera. Dit model is van deze eeuw en heeft nog niet eens de status van young timer. Voor de organisatoren is dat geen reden de toegangspoorten dicht te houden. Italiaans is Italiaans en een liefhebber is een liefhebber. Een Belgische eigenaar heeft die liefde kunnen vastleggen in een bijzonder kenteken.
Hoewel het merk altijd klein is gebleven, heeft Lancia in de Italiaanse autohistorie een duidelijke rol gespeeld. Daarvan zien we hier niet veel terug. Met een enkele coupé op basis van de Flaminia, Fulvia en Kappa moeten we het doen. Want zeg nou zelf, de allerlaatste Thema kun je toch niet serieus een Italiaanse auto noemen. Er staat Lancia op inderdaad; maar dat kan niet maskeren dat het gewoon een iets aangepaste Chrysler is. Een ander twijfelgevalletje is de Ford 20M met koetswerk van OSI. Of is het een OSI met techniek van Ford? Laten we het op het laatste houden, dan is deze fraaie coupé van harte welkom.
In het rijtje merken missen we Autobianchi. Jammer, want dat maakte van die aardige kleine, luxe varianten van de 500 en later de eerste auto binnen het Fiat-concern met voorwielaandrijving, de Primula.
 

Een echte klassieker: Alfa Romeo Giulietta Sprint Veloce.

Wie dichterbij komt, ziet dat het roestspook zich laat gelden.

De eerste generatie Alfa Romeo Spider met spits toelopende achterkant.

Het beeldmerk uit de periode dat Alfa Romeo nog geen fabriek had in Zuid-Italië.

De meest recente Spider is afgeleid van de Brera.

Dit is onmiskenbaar een liefhebber (m/v).

Verschillende generaties van de Spider naast elkaar.

De Alfa Romeo Brera is niet bepaald een klassieker. Misschien in de (verre) toekomst.

Alfa Romeo RZ, slechts in beperkte aantallen gemaakt.

De Z verwijst naar ontwerpstudio Zagato. Hoe mooi ook, de eigenaar wil ervan af.

Alfa Romeo Montréal, met een achtcilinder motor voor de achteras.

Lancia Flaminia met een lichtgewicht carrosserie (Superleggera-bouwwijze) van Touring.

De bouwer heeft zijn visitekaartje op de achterklep gezet. 

De auto is te koop.

Lancia Kappa Coupé. Velen vinden het model niet echt elegant.

De Delta is nog een echte Lancia, van de laatste Thema kun je dat niet zeggen.

Een twijfelgevalletje: een Ford 20M TS met OSI-koetswerk.

Of is het een OSI met Ford-techniek?

Het ontwerp is onmiskenbaar Italiaans.

Museum
Nu we er toch zijn, gaan we natuurlijk ook nog even naar het museum van Classic Park. Het overgrote deel van de geëxposeerde modellen is te koop. Museum en showroom zijn hier tot één geheel gemaakt. De collectie wisselt voortdurend. Misschien wel de mooiste auto is toevalligerwijs een Italiaanse, een Isotta-Fraschini Tipo 8A Roadster, met de hand gebouwd door koetswerkbedrijf Castagna. De auto was bedoeld voor de Amerikaanse markt. Dat is duidelijk aan de vorm te zien. Twee zijn ervan gemaakt. Naar alle waarschijnlijk is dit de wagen die in 1929 werd gepresenteerd in het prestigieuze Hotel Commodore in New York. Het was destijds, net als nu, een kostbaar model, zelfs prijziger dan een Duesenberg J. Op de website van Classic Park is te lezen dat de auto ooit te zien is geweest in de James Bond-film Moonraker. In het verhaal – voor zover een James Bond-film een verhaal heeft – is de auto van een slechterik. In werkelijkheid was ze eigendom van een filmproducent. Eerder maakt de Isotta deel uit van de gigantische verzameling van gokpaleiskoning William Harrah in Reno, Nevada. Onder de lange motorkap huist een achtcilinder lijnmotor met een inhoud van 7,3 liter. Deze schoonheid heeft maar één grote tekortkoming: ze laat zich lastig fotograferen. Haar groenblauwe uiterlijk verandert bij reproductie al gauw in blauw. De prijs is ‘op aanvraag’. Dat betekent: wie er echt naar moet informeren, kan zo’n auto niet betalen. Misschien moet hij (of zij) dan uitwijken naar een Pierce-Arrow uit 1933. Ook mooi. En dan ben je voor 279.900 euro al klaar.
Er staan meer auto’s met een prijs ‘op aanvraag’. De meest curieuze is ongetwijfeld een Hall uit 1915. De assen staan maximaal ver uit elkaar; het hele koetswerk valt er binnen. Het is een experimenteel voertuig, genoemd naar de maker. Voor de voortstuwing ontwierp hij een achtcilinder boxermotor. Hij speelde leentjebuur bij verschillende bestaande merken om aan onderdelen te komen. Voor zover bekend is dit de enige Hall ter wereld. Helemaal verrassend is hij niet; de auto was ook present op het Concours d’Elegance in de tuinen van paleis Het Loo in 2016.

 

Een unieke Isotta-Fraschini, gebouwd om aan rijke Amerikanen te slijten.

Een typisch Amerikaanse vormgeving, maar met Italiaanse elegantie.

De radiatormascotte van Isotta-Fraschini.  

De Isotta-Fraschini was destijds duurder dan een Duesenberg J.

Pierce Arrow 1933. Na overmaking van bijna 280.000 staat hij thuis in de garage.

Hieraan herken je de Pierce Arrow.   

Meneer Hall deed er vier jaar over zijn eigen auto te maken. In 1915 was hij ermee klaar.

In het museum staan ook een paar Alfa's te koop.

Prijsverschillen
De prijskaartjes leveren soms verrassingen op. Voor een Volkswagen Samba-busje moet je bijna 130.000 euro (!) neertellen en voor de bestelversie tachtig mille. Toegegeven, de wagens zijn perfect gerestaureerd en (haast) nog mooier dan nieuw, maar niettemin heeft menig Nederlander het niet iedere dag op de bankrekening staan.
Prijsverschillen zijn soms ondoorgrondelijk. Een linksgestuurde Rolls-Royce Silver Cloud III uit 1964 kost bijna zestigduizend euro, terwijl de nagenoeg identieke Bentley S3 met rechts stuur voor vijfendertig in je garage staat. Een Silver Cloud I uit 1957 heeft daarentegen een prijskaartje van € 124.900. Maar die heeft dan ook een uniek koetswerk van H.J. Mulliner. Dat is andere koek dan zo’n standaard-Rolls. Het ongemak van rechts stuur moet je voor lief nemen. Je rijdt met zo’n ding toch niet iedere dag de parkeergarage in. Wie minder te besteden heeft maar wel van typisch Brits houdt, kan voor een kleine 20.000 euro één van de allerlaatste exemplaren van de Rover 75 bemachtigen, met een V8-motor en links stuur! Is dat ook nog te prijzig? Dan biedt een Range Rover voor € 14.900 misschien uitkomst.

 

Een Volkswagen Samba is tegenwoordig een vermogen waard.

Grote prijsverschillen voor Britse modellen. Rechts de Rover 75 met V8-motor.

H.J. Mulliner schiep voor de Silver Cloud I deze unieke carrosserie.

Een exclusief koetswerk heeft zijn prijs, ook na tientallen jaren. 

Zo'n klassieke Rolls-Royce is een echt museumstuk.

Bijzonderheden
Soms moet je goed kijken om een bijzonderheid te ontdekken. Van een afstandje denk je van doen te hebben met een vooroorlogse BMW, toentertijd gemaakt in Eisenach. Het blauw-witte logo lijkt je gelijk te geven, totdat je dichterbij komt. Het is een Frazer Nash-BMW 319, een in Engeland geassembleerd model dat zijn eigen naamplaatje mee heeft gekregen.
In het museum komen we eigenlijk meer bijzonderheden tegen dan buiten. Een Paige Detroit bijvoorbeeld, en een Overland, een LaSalle en – heel wat anders – een gevleugelde Porsche 906. De Amphicar kennen we, maar hier staat die voor het eerst met de motorkap open. De scharnieren zitten aan de zijkant. Een Georges Richard roept de vraag op wie hierin geïnteresseerd is. Je moet gek zijn op zichtbare originaliteit en gebruikssporen óf de tanden willen zetten in een forse restauratieklus. Eén ding is in elk geval duidelijk: de familie Van Dijke heeft voor vrijwel iedereen iets in de aanbieding. En voor alleen kijkers zijn er een heel seizoen de festivals, al dan niet met verrassingen.

 

  

Let op: het is niet een 100% Duitse BMW. Het is een 319 uit 1938.

Links een Paige Detroit, rechts een LaSalle.

Als je de naam mocht vergeten, herinnert de instap je er wel aan.

Porsche 906 met vleugeldeuren.

De motorkap van de Amphicar opent aan de zijkant.

Voor de liefhebber van originaliteit óf een grote restauratieklus.

Een Cadillac en Ford Thunderbird uit de jaren vijftig.

Een Dino en Alfa Romeo 8C: sportwagens die hun waarde zullen blijven behouden.

Een Amilcar CGS (Chassis Grand Sport) met een boattail-carrosserie van Ch. Duval. Bouwjaar 1925.

Deze Day-Elder vrachtwagen is van 1916.

 

Gerelateerde webpagina's:
Opening van de nieuwe belevingswereld
Bezoek enkele maanden na de opening
Bijeenkomst van klassieke Japanse auto's in 2014
Bijeenkomst van klassieke Japanse auto's in 2015