Blackhawk Museum

Danville - California (USA) 


 
●  Wisseltentoonstelling van klassiekers 
●  Unieke en bijzondere creaties
●  Opmerkelijke vormgeving en kleuren 
●  Smetteloze restauraties 
●  Meer musea onder één dak 

 
september 2018
 

  


Flonkerende parade van topstukken  
 

Exclusief, waardevol, in topconditie en soms ook ronduit bizar. Die woorden typeren de auto’s in het Blackhawk Museum in het Amerikaanse Danville. De promotiefolder heeft het over ‘one of the most impressive classic car museums’. Dat is overdreven. Het is vooral een boeiende expositie van zo’n vijftig exemplaren uit een veel grotere collectie die in wisselende samenstelling worden getoond. Ze schitteren in de meest letterlijke zin. De tussenstop tijdens een lange tocht door Amerika kost uiteindelijk meer tijd dan het zich bij aankomst liet aanzien.
 


Het zal zo’n vijftien jaar geleden zijn dat de naam Blackhawk Museum voor het eerst op mijn netvlies kwam. De aanleiding was een boek over de Bugatti Royale, gekocht in het beroemde Schlumpf-museum in Mulhouse. Het beschrijft alle zes exemplaren, hun historie, de achtereenvolgende eigenaren en de modificaties die in de loop der jaren zijn aangebracht. Nieuwsgierig geworden, ben ik toen gaan uitzoeken waar de Royales terecht waren gekomen, met als stille wens ze ooit allemaal in het echt te kunnen bekijken. De speurtocht naar het model met chassisnummer 41150 - een klassiek gevormde Double Berline - leidde naar het Blackhawk Museum in Danville. Eerder was de auto eigendom van mega-verzamelaar Bill Harrah, maar het grootste deel van zijn collectie werd na zijn dood in 1978 verkocht. Sinds het boek en het speurwerk is de naam van het museum blijven hangen. De Royale is inmiddels al lang verkocht en in particuliere handen. Een bezichtiging zit er niet in. Van de zes Royales heb ik er inmiddels vier gezien: twee in Frankrijk, één in Amerika en één in Duitsland. Daar zal het wel bij blijven.
De nieuwsgierigheid naar het Blackhawk-museum is altijd gebleven. Als blijkt dat Danville zo ongeveer op de route ligt van onze reis door het zuidwesten van Amerika, ligt het voor de hand er eens te gaan kijken. Zeker omdat in de Amerikaanse vakpers lovende woorden te lezen zijn over de collectie. 
 

Door deze Bugatti Royale kwam de naam van Blackhawk destijds naar voren.

Hearst Castle
We zijn inmiddels een week onderweg. Gestart in Los Angeles, bereikten we San Francisco via Highway 1, afgelopen zomer weer geopend na de aardverschuivingen van vorig jaar. De kustlijn is indrukwekkend. Halverwege bezochten we Hearst Castle, het bizarre huis dat de steenrijke krantenmagnaat William Randolph Hearst boven op de heuvel bij San Simeon liet bouwen. Twintig minuten duurt de busreis over het landgoed vanaf het Visitor Center op zeeniveau. Het gebouw telt 165 kamers en heeft het karakter van een museum. Als kind raakte Hearst tijdens een reis door Europa gefascineerd door de oudheid en de middeleeuwse kunsten. Op latere leeftijd besloot hij een ‘huis’ in klassieke stijl te laten bouwen, aangekleed met originele Europese kunst. Donkere houten plafonds zijn afkomstig uit Italië, badkamerdeuren dienden eerst middeleeuwse kerken, op schoorsteenmantels staat Grieks en Romeins aardewerk en de tuin is opgesierd met marmeren beelden van beroemde beeldhouwers. Het binnen- en buitenzwembad zijn uitgevoerd in Romeinse stijl. Waar het origineel niet voorhanden was, werd uitgeweken naar namaak. Kunst en kitsch zijn met elkaar versmolten tot één (protserig) geheel. Bijna dertig jaar duurde de bouw, onder leiding van de vrouwelijke architect Julia Morgan. Eind jaren veertig was het huis klaar. Een paar jaar na de oplevering overleed Hearst, waarna het geheel aan de staat California werd geschonken.
 

Highway 1 voert langs de westkust en laat je kennismaken met schitterende natuur.

Imponerende uitzichtpunten op vele plaatsen.

Hearst Castle. De bijnaam kasteel is voor dit huis niet overdreven. Antieke ornamenten sieren het interieur.

In de tuin staan overal klassieke beelden.

De zwembaden zijn uitgevoerd in klassieke Romeinse stijl.

Pebble Beach
Honderdvijftig kilometer noordelijk van San Simeon ligt bij de stad Monterey het landgoed Pebble Beach. Voor liefhebbers van oude auto's een naam met een magische klank. Hier vindt jaarlijks de prestigieuze bijeenkomst plaats van 's werelds meest bijzondere klassieke auto's. Hier troeven hun eigenaren elkaar af met hun kostbare bezittingen in de strijd om the best of show. Hoewel er op autogebied in oktober niets te zien is, waren we toch nieuwsgierig. Het landgoed omvat een uitgestrekte villawijk en een aantal chique golfbanen. De omgeving ademt een sfeer van luxe en exclusiviteit. De organisatoren van de jaarlijkse autoshow hebben de manifestatie van een passend decor voorzien. Door het gebied is een route van 17 mijl uitgezet waarbij je voor tien dollar per auto langs de mooiste uitzichtpunten langs de kust wordt geleid. In de tussentijd kun je een blik werpen op de luxe villa's. De duurste zijn op de heuveltoppen gebouwd. Een aantal staat te koop. Een villa met zeezicht moet 35 miljoen dollar opbrengen. Dan heb je wel meteen de top van de markt. Op mindere plekken van Pebble Beach koop je al voor een paar miljoen een niet onaardig optrekje. Het is zelfs mogelijk onder het miljoen wat te vinden. Waarom zou je hier weg willen? Misschien wel omdat in het hoogseizoen sprake schijnt te zijn van filerijden. Je kunt je voorstellen dat huiseigenaren het aapjes kijken dan gauw zat zijn. Of misschien zijn ze uitgekeken op de golfbanen.
 

Landgoed Pebble Beach heeft zelfs een visitor center. Rechts één van de vele luxe huizen.
 

Voor 10 dollar mag je met je auto de 17-mijls route rijden.
 

Het uitzicht is op sommige plaatsen fenomenaal, zoals op veel plaatsen langs de westkust. 

Cable cars
Afgelopen dagen waren we in San Francisco, de stad van de cable cars. Nergens anders ter wereld rijden nog klassieke trams die via een kabel in de grond worden aangedreven. Het is puur vermaak; voor de bewoners hebben ze als vervoermiddel afgedaan. De toeristen staan in de rij om als sardientjes in een blik een ritje van een paar honderd meter te maken. Dat is ook de reden dat de trams nog bestaan. Het had niet veel gescheeld of eind jaren veertig waren de lijnen opgeheven. De toenmalige burgemeester wilde ervan af. Een dergelijk ouderwets vervoermiddel liet zich in zijn ogen niet combineren met de moderne tijd. Auto's hadden immers de toekomst. Burgers kwamen echter in opstand, aangevoerd door een fier oud dametje dat het protestvuurtje had aangestoken. Dat verhaal is te lezen in het gratis toegankelijke Cable Car Museum, vlak bij het markante China Town.
In twee kunstmusea kwamen we nog een vleugje autohistorie tegen. In het deYoung-museum hangt het werk Profile Airflow van Claes Oldenburg, een eerbetoon aan de Chrysler van de jaren dertig. Het bijschrift laat je even glimlachen. “Het kunstwerk werd in een grotere oplage gemaakt, maar verkleurde naar verloop van tijd. Net als in de auto-industrie kwam er een terugroepactie, heel toepasselijk”. Het San Francisco Museum of Modern Art heeft een door Roy Lichtenstein geschilderde autoband aan de muur hangen. Robert Bechtle koos voor een hele auto, een echte Amerikaanse Station Wagon. Niemand kan meer zeggen dat de liefde voor auto’s niet met die voor kunst kan samengaan.
 

De cable cars zijn kenmerkend voor San Francisco. Het museum gaat in op techniek en historie.
 

De Chrysler Airflow en een Amerikaanse Station Wagon als kunst in twee musea.
 

Een bezoek aan San Francisco kan natuurlijk niet zonder de Golden Gate Bridge te hebben gezien.


Blackhawk museum
Vanochtend vertrokken we uit San Francisco richting het nationale park Yosemite, de eindbestemming van deze dag. Na een uur hebben we een eerste tussenstop: de Blackhawk Museums in Danville. Aan de rand van een luxe winkelcentrum met waterpartijen staat een rijzig gebouw van glas en roodstenen gevelplaten. Het geluid van fonteinen overstemt het geroezemoes van het winkelend publiek. Voor de deur staat een levensgroot beeld van een olifant. De uitstraling van het geheel is imposant. Dat zet zich voort in de luxe hal die lijkt op die van een prestigieus theater, met een marmeren vloer en sierlijke trappen naar de bovenverdieping. Woordloos heet een BMW 328 Mille Miglia de autoliefhebbers welkom. Verderop in de hal staat een oude MG. Het complex omvat verschillende musea, zoals over Afrikaanse kunst en over Amerika ten tijde van de indianen en de ‘nieuwe bewoners’. Werkelijk indrukwekkend is een tientallen meters lange maquette van het gebied waarin het leven van de oorspronkelijke inwoners, de strijden met de buitenlandse veroveraars en de komst van de nieuwe cultuur in het klein is verbeeld. Geschiedenisles aan de hand van een weergave in miniatuur van een voorbij tijdperk. Maar laten we eerlijk zijn: we komen voor de auto’s.
 

Een opvallend gebouw met een luxe uitstraling: de Blackhawk Museums.

Via een trap in de imposante hal kom je bij de tentoonstelling over het Amerikaans verleden.

De tijd van de pioniers uit de nieuwe wereld.

Een tientallen meters lange maquette verhaalt over de strijden tegen de oorspronkelijke inwoners.

Er is ook aandacht voor de dieren in het gebied.

Beneden in de hal begroeten twee klassiekers de bezoekers van het automuseum op de begane grond.
 

Twee reacties
Direct bij binnenkomst zien we in de verte tussen het marmer en staal de contouren van klassieke auto’s. Na betaling van vijftien dollar per persoon mogen we verder. We lopen de zaal in en kijken rond. Er zijn twee reacties die in strijd met elkaar lijken te zijn. De ene is: ‘Wow, dit is mooi!’ De andere is een lichtelijk teleurgestelde: ‘Is dit alles?’ Het hele museum is te overzien, het is niet meer dan één zaal. In een half uurtje hebben we dit gezien, is de eerste gedachte. Dat pakt toch anders uit. Daarvoor zijn de tentoongestelde auto’s té bijzonder. Daar loop je niet achteloos aan voorbij. Het begint al meteen bij de ingang met een wonderlijke Rolls-Royce Phantom III uit 1937, in 1946 van een nieuwe carrosserie voorzien door de Britse koetswerkbouwer Freestone & Webb. De auto heeft als bijnaam ‘De koperen ketel’. Dat klinkt oneerbiedig en dat is het ook, maar daar hebben de makers en hun opdrachtgever het wel naar gemaakt. De voor- en achterspatborden zijn van koper; de beroemde radiator is bijpassend, met inbegrip van de Spirit of Ecstacy. De auto choqueert en verleidt tegelijkertijd en dat was destijds vermoedelijk ook de bedoeling van de eigenaar. De bekleding van de achterdeuren legt de nadruk op de sportieve lijn van de auto. We hebben al veel gezien als het gaat om exotische auto's, maar dit is een nieuwe ervaring.
 

Bij binnenkomst zie je de auto's al staan in een donkere ruimte.

Dichterbij gekomen ontstaat het 'wow'-effect.

Deze Rolls-Royce Phantom III kreeg in 1946 wel een heel bijzonder koetswerk.

Spatborden van koper geven de auto een heel eigen karakter.

Extravagant
Er staan meer vermeldenswaardige versies van Rolls-Royces. Doorgaans zijn de klassieke modellen van dit merk eerder gedegen dan extravagant, maar dat gaat hier niet op. Wat te denken van een paarse met een roze kap? Het is een Silver Wraith uit 1947. De Amerikaanse dealer Inskip voorzag twee auto’s van een dergelijk koetswerk. Chroompanelen accentueren de voorspatborden. Een andere blikvanger is een Phantom VI (1969), uitgevoerd in opvallend groen met een gebroken wit vinyl dak. Bouwer H.J. Mulliner Park Ward leverde ‘m af in passend zwart, maar toen de wagen in 1994 werd gekocht door Mohamed Al Fayed liet de Harrods’ eigenaar hem in de huisstijl van zijn winkel overspuiten. Tegelijkertijd werd het interieur onder handen genomen en kwamen er twee telefoons in, die onafhankelijk van elkaar kunnen worden gebruikt. Gordijntjes, namaak-cabrioletbeugels en geschilderd rietwerk op de flanken zorgen voor een extra accent. Over mooi en lelijk valt niet te twisten.
Er is nog een Rolls-Royce om even bij stil te staan, een twaalfcilinder Phantom III uit 1937. Mulliner bouwde op het chassis een klassiek gelijnd koetswerk. De combinatie van twee kleuren bruin-beige is opvallend en ingetogen tegelijkertijd. Met trots vermeldt het informatiebordje dat het om een prijswinnaar gaat: de eerste prijs in een wedstrijd van de Antique Automobile Club of America. Dat was in 1976, dus het is in dit geval wel teren op zeer bejaarde roem. De auto is destijds aan een Britse klant geleverd, maar in 1953 door een eigenaar in New York gekocht. Of er toen wat is gebeurd met hem of dat hij het een miskoop vond, is onduidelijk, maar na een jaar werd de wagen al weer verkocht. Dat gebeurde daarna nog twee keer. Sinds 1991 is de Blackhawk Collection de eigenaar.
 

Paars met roze. Een opmerkelijke combinatie bij een klassieke Rolls-Royce.

Harrods eigenaar Al Fayed liet zijn Rolls-Royce in de huisstijlkleuren van het warenhuis overspuiten.

De donkerbruine flanken van de Phantom weerspiegelen andere auto's, zo strak zijn ze gelakt.

Bizar
Minstens zo exclusief is een lilablauwe Mark VI, de enige naoorlogse Bentley die de Franse carrosserier Saoutchik ooit onder handen heeft gehad. Het is een Tourer met opvallend laag uitgesneden deuren, ontbrekende zijruiten en een neerklapbare voorruit. Het idee van de louvres in de motorkap komt van de klant, de multimiljonair Curt Forstmann. Hij stond erop toen hij in 1947 zijn bestelling plaatste. Hij betaalde tweemaal de prijs van een standaard Mark VI voor zijn unieke creatie. Opmerkelijk is het stuur aan de rechterkant voor een auto die bestemd was voor gebruik in Amerika.
De begrippen uitzonderlijk en bizar zijn zeker van toepassing op een Delahaye 135M (1947). Helemaal verrassend is dat niet als je weet dat Figoni & Falaschi verantwoordelijk is voor het ontwerp. Op saaiheid en middelmatigheid heb je dit bedrijf nooit kunnen betrappen. Het model heeft de naam Narval meegekregen, een verwijzing naar zijn walvisachtige voorkant. Zeven zijn ervan gebouwd, maar geen twee precies hetzelfde. Prins Ali Aga Khan gaf er eentje als huwelijkscadeautje aan Rita Hayworth. Dit exemplaar is destijds gekocht door een Amerikaanse damesschoenenfabrikant en gebruikt in advertenties voor de schoenen. Dat was gewaagd, want de aandacht mocht natuurlijk niet uitsluitend naar de auto uitgaan. In 2017 werd de Delahaye op Pebble Beach onderscheiden met een klasseprijs.
Dat niet alle Delahayes zo extreem zijn, bewijst een Type 135MS uit 1947, ontwerp Guilloré. Minder uitgesproken misschien, maar minstens net zo aantrekkelijk.
 

Zonder de kenmerkende radiateur zou je niet zeggen dat het een Bentley is.

Het ontwerp is van de Franse carrosseriebouwer Saoutchik.

De Delahaye 135M heeft als bijnaam 'de walvis'.

Figoni & Falaschi staat bekend om extravagante ontwerpen.

Vloeiende lijnen en nergens scherpe hoeken zijn kenmerkend voor de vormgeving.

Een heel wat rustiger ontwerp, ook gebaseerd op een Delahaye.

Spiegels
Het kleine half uurtje loopt uit. Geen wonder. Vrijwel alles wat hier staat dwingt bewondering af. Of in elk geval aandacht. Tot typisch Amerikaanse Hot Rod omgebouwde Lincolns uit de late jaren dertig zijn zeker niet ieders smaak. Toch moet je waardering hebben voor het vakwerk dat tot deze buikschuivers heeft geleid. Ze trekken minstens net zoveel belangstelling als de ‘echte’ klassiekers. In de donkere zaal verblinden de exclusieve modellen in het licht van de schijnwerpers de bezoekers met hun luxe en smetteloze uitvoering. Er is geen enkele ongerechtigheid. Geen vuiltje, geen pluisje, geen stofje. De carrosserieën zijn zo strak gelakt en zo mooi gepoetst dat ze gaan werken als spiegels. Het chroom weerkaatst het licht van de spotlights waardoor er honderden kleine flonkerende lichtpuntjes ontstaan. De woorden sprookjesachtig en feeëriek komen in gedachten.
Perfectie is de norm voor de beide initiatiefnemers van het museum, de rijke vastgoedondernemer en autoliefhebber Ken Behring (1928) en handelaar in klassieke auto’s en kenner Don Williams (1945). In 1982 bundelden zij hun krachten. Dat leidde tot dit in 1988 geopende museum. Er staan modellen van Behring en van Williams’ bedrijf Blackhawk Collection. Williams in- en verkoopt klassiekers voor mensen met veel geld die zich goed willen laten adviseren. Naar eigen zeggen is hij de belangrijkste handelaar van zeldzame en dure klassiekers in de wereld en heeft hij meer dan 4000 auto’s aangekocht en verkocht. Zijn collectie omvat naar verluidt meer dan 100 auto’s. In hoeverre de modellen in het museum ook te koop zijn, wordt niet duidelijk. Een aantal wordt op de website van het bedrijf aangeprezen onder het kopje ‘Current Inventory’.
In de loop van de tijd verbreedde het automuseum zich tot een educatief centrum met aandacht voor hele andere zaken, zoals de historie van Amerika en de Afrikaanse kunst. Sinds 2000 is Blackhawk een filiaal van het Smithsonian Institution.
 

Klassieke Lincolns werden omgebouwd tot deze typisch Amerikaanse modellen.

Klassieke Lincolns werden omgebouwd tot deze typisch Amerikaanse modellen.

Kwart miljoen
We zijn nog lang niet uitgekeken. Op een ronde verhoging in de hoek van de zaal staat een aantrekkelijk Hispano-Suiza. Ook deze rode cabriolet maakt indruk. Anders dan de naam doet vermoeden is het een Franse auto, afkomstig van het Parijse filiaal van de Spaanse onderneming en door Fernandez et Darrin in de Franse hoofdstad van een koetswerk voorzien. Het onderstel is van de befaamde K6-reeks met een vijf liter zescilinder motor. Toentertijd was het de goedkopere variant van de twaalfcilinder, maar niettemin kostten dergelijke modellen een vermogen. Even verderop doet een andere Hispano-Suiza een aanslag op het geheugen. Ergens komt de auto bekend voor. Kan het zijn dat we de auto eerder zagen? Maar waar dan? Het Portugese nummerbord helpt een handje bij het vinden van een antwoord. In 2012 stond deze limousine nog in het automuseum in het Spaanse Malaga. Mogelijk heeft Williams ‘m aangekocht, maar hij staat niet op diens inventarislijstje. Twee Packards wel: een vijfpersoons Convertible Sedan uit 1930 en een gesloten zevenzitter van drie jaar later. Alleen al in de restauratie is een kwart miljoen dollar gaan zitten.
 

Een indrukwekkende Hispano-Suiza van het Franse filiaal van het merk.

Deze Hispano-Suiza kwam ons bekend voor. In 2012 stond hij in het museum in Malaga (foto rechts).

Packard Model 745, bouwjaar 1930, met een achtcilinder lijnmotor.

Nog een Packard, dit keer uit 1933 en met een geheel gesloten carrosserie.

Schifting
Met het oog op het programma voor de rest van de dag - we moeten nog wel wat kilometers afleggen - maken we een snelle schifting. Wat willen we nog zien en waar kunnen we snel aan voorbij lopen? Een replica van de eerste Benz, een Volvo 1800ES, Jaguar E-Type, Lancia Flaminia Coupé en BMW Isetta behoren tot die laatste groep. Ze zijn zeker aardig, maar als je kunt kiezen tussen eten bij de Librije en McDonald’s, sla je de hamburger over, hoe goed die ook is. Zo is het hier ook. Een Auburn 852 is vormgevingstechnisch een hoogstandje, maar in mening museum te zien. Zelfs de revolutionaire Tucker is niet echt verrassend, al zijn er maar 51 van gemaakt en bedraagt de waarde een slordige één miljoen.
Een aantal Amerikaanse modellen uit de jaren vijftig zijn twijfelgevallen: even kort kijken, fotootje en dan weer verder. Er is één duidelijke uitzondering: een bloedmooie, bloedrode Ford Thunderbird.
 

Replica van de eerste Benz en een Rolls-Royce Silver Ghost: in menig museum zijn ze te zien.

Er staan niet veel echt oude klassiekers. Deze Mitchell van 1915 is een uitzondering.

Links een Lancia Flaminia Coupe, rechts een Volvo 1800ES en een Amerikaanse Ford.

Een Voisin C4S uit 1924 met een 1300 cc schuivenmotor, goed voor 33 pk.

Een Auburn 852 is vanwege zijn schitterende lijnen in vele musea te zien.

Links een open Packard, rechts een Bugatti.

Amerikaanse modellen uit de jaren '50 waren toen niet heel spectaculair, maar zijn tegenwoordig hoog gewaardeerd.

Eén van de 51 gemaakte Tuckers, met de motor achterin.

Symbool van California: een naoorlogse woody.

De Amerikanen bekijken we kort om daarna snel weer door te gaan. Héél uitzonderlijk zijn ze niet.

Twee aansprekende modellen uit de naoorlogse Ford-historie: een Mustang (1965) en Fairlane Crown Victoria (1955).

Voor Amerikanen is een BMW Isetta veel bijzonderder dan voor ons.

Voor velen de ultieme sportwagen, de Shelby 427 Cobra CSX3296.

Showmodel
De Thunderbird van Blackhawk is misschien wel de verrassing van de dag. Hij valt meteen op in een rijtje Amerikanen van weleer. Zeker niet de meest exclusieve verschijning, niet het meest waardevol, maar wel een auto die meteen op je netvlies komt en een plaatsje in het geheugen voor zich opeist. Waarom is me eigenlijk niet eens duidelijk. Is het de betoverende dieprode kleur die zich niet op een foto laat vastleggen? Of is het de sierlijke daklijn die zich moeilijk laat rijmen met het karakter van een Thunderbird? Het is in elk geval een eenmalige creatie van Fords eigen ontwerpafdeling, ontworpen en uitgevoerd door Vince Gardner, oud-medewerker van de beroemde Gordon Buerig. Dak en achterklep zijn van kunststof. De auto diende als showmodel bij de presentaties van nieuwe modellen waarmee Ford in 1963/1964 door Amerika trok. Het was de bedoeling de T-Bird daarna te vernietigen, maar een televisiepresentator nam ‘m over voor gebruik in zijn shows en redde de wagen van de schrootverwerker. Veel later werd de waarde onderkend en volgde een restauratie. In 2008 bracht de auto op een veiling 660.000 dollar op. Ik ben op slag een liefhebber. Even verderop staat het standaardmodel. Zeker met het afdekstuk boven de achterbank dat van de vierzitter een tweezits roadster maakt, is die ook fraai. Verrassend echter niet. Dat is wel weer een Mercedes-Benz 500K Spezial Roadster uit 1934 met een carrosserie van Mercedes’ eigen fabriek in Sindelfingen. Iedere 500K is een bezienswaardigheid, maar dit is de enige met uitgesneden deuren, bijzondere spatborden en louvres in de motorkap. De ontwerper heeft duidelijk willen verwijzen naar de legendarische SSK uit de jaren twintig.
 

Een verrassing: een Ford Thunderbird in exclusieve coupé-uitvoering. Er is er maar één van.

Fords eigen ontwerpafdeling was verantwoordelijk voor dit showmodel.

Een standaard Thunderbird met afdekplaat boven de achterbank zodat een tweezitter ontstaat.

De enige Mercedes-Benz 500K met een dergelijke vormgeving, met verwijzing naar de legendarische SSK.

Royale
Het wordt tijd af te ronden en onze reis te vervolgen. We werpen een laatste blik op een aantal vitrines, concluderend dat de inhoud niet verrassend is voor een geregelde bezoeker aan ‘ons eigen’ Louwman Museum.
Blackhawk was het eerste automuseum van een serie van vijf die we deze weken zullen aandoen. Het museum heeft ons geen Royale gebracht, is niet heel uitgebreid, vertelt weinig over de geschiedenis, heeft weinig energie gestoken in de opstelling, maar biedt de bezoeker wel een flonkerende parade van topstukken uit de klassieke autowereld. Afgelopen uren waren een feest voor het oog.
Most impressive misschien niet, maar impressive zeker.

 

Kunstwerken die je ook tegenkomt in het Nederlandse Louwman Museum.