Concours d'Elégance

Apeldoorn (NL) - Paleis Het Loo



● 
Slecht weer bij de 12e editie
●  Unieke serie Veritas-modellen
●  Alpine: spiksplinternieuw en klassiek
●  Voorlopers van de Jeep
●  Imposante Cadillacs
●  Koninklijke auto's

 
juli 2016
 

  


Dit jaar geen kers op de taart
 

Het weer was niet de grootste vriend van de twaalfde editie van het Concours d'Elégance in de paleistuinen van Het Loo. Met zoveel regen wordt een mooi gazon een drassige en glibberige modderboel. Dat weerhield liefhebbers er niet van naar Apeldoorn af te reizen, al dan niet met een eigen klassieke bolide. Een verslag over schuilen onder een afdak, bijzondere auto's en al met al een mooie dag.  
 


Weermannen en -vrouwen zouden er misschien hun hart aan ophalen, maar voor mij zijn op zondag 3 juli de wolkenpartijen boven de paleistuinen van Het Loo allerminst een mooi schouwspel. Het kan niet missen of hier komt narigheid van voor deelnemers en bezoekers aan het Concours d’Elégance, denk ik bij binnenkomst om tien uur. Gisterenavond beloofde de buienradar nog redelijke omstandigheden. Die vooruitzichten trokken me over de streep om alvast via internet een toegangskaartje te kopen. Voor een prijsverschil van dertig procent is de Hollander toch gevoelig, nietwaar?
De donkere wolken blijken geen beletsel voor de deelnemers aan een toertocht om zich voor te bereiden op de start. Voor de voormalige paleisstallen hebben ze hun klassiekers opgesteld. De laatste voorbereidingen worden getroffen. Sommige motorkappen staan nog open. Met een spuitbus wordt het vocht van gisterenavond van verdelerkap en andere kwetsbare elektrische componenten verjaagd. Een ruk aan de slinger brengt de alleroudste deelnemers tot leven.

 

De auto's staan opgesteld voor de toertocht die rond tien uur van start gaat.

Een De Dion Bouton en een Buick uit 1908 en 1909. Ze maken wat meer geluid dan moderne auto's....

Een luxe Bentley uit 1935 en een Hupmobile van omstreeks dezelfde tijd.

De firma heette Hupp met twee p's, de merknaam had maar één p.

Bejaard
Vergeleken met de kwaliteit van deze uitlaatgassen is iedere Volkswagen met sjoemelsoftware een ware zuiverheidskampioen. Nostalgie en enthousiasme zijn echter allesoverheersend. Schone lucht is even geen onderwerp. Ik loop langs de rij deelnemers en ontmoet een voormalige collega uit het vak. Samen met haar partner gaat ze op weg in een Lancia Aprilia. De Italiaan is een jonkie vergeleken met de andere deelnemers, al heeft hij de pensioengerechtigde leeftijd al ruim overschreden. In dit gezelschap is een jaar of zeventig allesbehalve bejaard.
Als de laatste deelnemers het terrein verlaten, lozen de wolken hun opgeslagen water over Apeldoorn. Zouden berijders van open auto’s nu niet gaan twijfelen aan hun hobby, vraag ik me af. Aan hun gezichten te zien niet. Een paar in een open Darmont, de Franse variant van de Morgan, trekt de regenkleding aan en verlaat goedgeluimd Het Loo. Spoedig daarna gaat de regen over in een stortbui. Het is inmiddels elf uur. Het water komt met bakken uit de lucht. Bezoekers zoeken snel een onderkomen bij één van de tenten of afdakjes. Zo beland ik met vele anderen naast een verroeste Veritas.
 

Een Lancia Aprilia, meer dan 70 jaar oud. 

Deze coupé met deuren die aan de achterzijde scharnieren is een Franse Salmson. 

Als de Rolls-Royce aan zijn tocht begint, begint het te regenen.

Deze liefhebbers van een Darmont (een Franse versie van de Morgan) zijn enigszins voorbereid op nat weer . 

En dan komt het water met bakken uit de lucht. Maar de show moet doorgaan.

 

Het gazon van de paleistuin verandert in een glibberige modderbaan. 

Veritas
Het is mij een raadsel waarom deze auto onder een afdakje staat. Hier kan geen regen-, hagel of onweersbui kwaad meer doen. Dat gebeurde al eerder. De carrosserie van het roestig gevaarte heeft op verschillende plekken gaten en scheuren. Als het een spijkerbroek was geweest zou je van de laatste mode kunnen spreken, maar in autoland is dit een typisch gevalletje voor de specialist met veel tijd en/of geld. “Een mooi restauratieproject”, zou een advertentie kunnen luiden. Hij is echter niet voor niets naar Apeldoorn gebracht en op een erepodium gezet. Dit is de enige Veritas van dit type met een coupékoetswerk en is dus uniek. De eigenaar heeft een zwak voor het merk. Naast het afdakje staan nog zeven andere modellen van het exclusieve Duitse merk. Min of meer toevallig heeft het weer mij in contact gebracht met deze uitzonderlijke presentatie. Misschien was ik er anders aan voorbijgelopen. Dat zou jammer zijn geweest. Het is maar de vraag of je deze serie nog een keer zo naast elkaar ziet staan. Veritas werd in 1946 opgericht door de voormalige leider van de sport- en racewagenafdeling van BMW, Ernst Loof. De eerste auto’s waren technisch gebaseerd op de vooroorlogse BMW 328, latere modellen gebruikte de techniek van andere merken. Een Veritas was destijds peperduur. De onderneming kwam verschillende keren in zwaar weer te verkeren. Een mooie beeldspraak voor deze zondag, trouwens. Mooie raceresultaten waren onvoldoende basis voor een financieel gezond bedrijf. Meer dan zeven jaar duurde het avontuur niet. De productie is beperkt gebleven tot enkele tientallen exemplaren. Liefhebber en enthousiasteling Jans uit Apeldoorn wil van alle verschillende typen één exemplaar in zijn collectie. Met de restauratie van de roestige coupé komt dat doel dichterbij.
 

Beschermd tegen het weer (waarom eigenlijk?): een unieke Veritas Coupé.  

Er is nog wel wat werk aan de winkel voor de hele auto net zo mooi is als het merkplaatje. 

Zo zag het er ooit uit en zo mooi moet het straks ook weer zijn. 

Zwanenzang van een merk met een kort leven: de Dyna Veritas, een samenwerking tussen Veritas en Panhard. 

Een opmerkelijk gestileerde Veritas-coupé.

De deurklinken van deze roadster zitten wel erg laag. De wielkappen maken 'm ook niet mooier. 

De Duitsers zouden dit de 'Schokoladenseite' noemen: de mooiste kant van de auto. 

Enkele unieke racewagens van Veritas. 

Geen aanbeveling
Tijdens de hevige regenbui staat één van de organisatoren van deze dag toevallig naast mij. Hij is ook gevlucht voor het hemelwater. Hij had op beter weer gehoopt. Toen hij vanochtend wakker werd en het weerbericht bekeek, wist hij genoeg. Het Concours 2016 zal niet als het mooiste in de geschiedenisboeken gaan, cultureel noch financieel. De kaartverkoop in de voorverkoop is niet tegengevallen, maar voor mensen die op het laatste moment besluiten te komen, is dit weer geen aanbeveling. “Dit jaar geen kers op de taart”, concludeert hij. Toch gaat het programma gewoon door en rijden bijzondere auto’s het podium op om aan het publiek te worden voorgesteld. Sommige bestuurders van dakloze modellen hebben er een paraplu bij opgestoken. De spreekstalmeester laat zich door de regen niet uit het veld slaan en vertelt met het nodige enthousiasme. Oude en nieuwe modellen rijden af en aan. Voor een evenement als dit is commercie onmisbaar. En dus komt op het podium ook de nieuwe SUV van Maserati, waarvan het maar afwachten is of het ooit een klassieker zal worden. Echt sfeervol wordt het niet door al die nattigheid. Een man die ook staat te schuilen onder het Veritas-afdak, probeert met zijn telefoon de nabije toekomst te voorspellen. Volgens de buienradar zal het om twintig voor twaalf droog zijn. De steken die de radar de vorige avond heeft laten vallen, worden keurig opgeraapt. De revanche is achtenswaardig. Om twintig voor twaalf is het inderdaad droog. De roodbruine Veritas staat spoedig erna weer zonder mensen om zich heen.
 

Dit is een stoomauto van Lane. De vlammen waren letterlijk te zien. 

In de middag moest er het een en ander worden gerepareerd. 

Liefhebber Eric Fintelman wil de conceptcar Jaguar XK180 in kleine serie als replica gaan produceren.

Alpine en Dino
Het is droog, dus hoogste tijd de paleistuinen door te wandelen op zoek naar bijzonderheden. Wandelen is misschien niet het juiste woord. De gazons van Het Loo zijn niet bij machte geweest al het water af te voeren. De grond is drassig en zal dat de rest van de dag blijven. Het is oppassen geblazen waar je loopt. Er zijn bezoekers met chique lage schoenen en een witte broek. Ze zullen spijt hebben van hun keuze.
Elke keer heeft het Concours enkele thema’s en zet het een bepaald type auto of merk centraal. (De uitdrukking ‘in het zonnetje’ is voor 2016 minder toepasselijk.) Zo staan er dit jaar op de grasvelden opmerkelijk veel Alpines, de sportwagens met een Renault-hart. Aanleiding is de introductie van het nieuwe model. Een icoon is uit zijn as herrezen. Een voorproefje van het seriemodel is naar Apeldoorn gebracht. Veel eigenaren van een klassiek model zijn vandaag naar Apeldoorn gekomen om zo met elkaar een mooi historisch overzicht te creëren. Er staan ook versies van de A110 die destijds in Latijns-Amerika zijn gemaakt.
Een ander thema dit jaar is ‘Dino’, ter herinnering aan het overlijden, zestig jaar geleden, van Enzo Ferrari’s zoon. Heel wat kleine Ferrari’s en grote Fiats die de naam met ere dragen, zijn bijeen gekomen om de beroemde naam te eren. Bij de Spiders blijft de kap begrijpelijk omhoog.

 

De nieuwste Renault Alpine. Een roemrucht merk keert terug, met stilistisch een knipoog naar het verleden.

De lijnen van de nieuwe auto verwijzen naar het model van weleer.

In Apeldoorn stonden vele oude Alpine's, inclusief de Latijns-Amerikaanse Dinalpine.

De sportwagens waren gebaseerd op Renault-techniek.

Dit is de GT4, een grotere versie met achterbank. 

Ook dit mooie exemplaar kwam ooit als Dinalpine in Zuid-Amerika uit de fabriek.

Een Alpine A310 in oorspronkelijke tamme en latere stoere uitvoering.

Met de A610 leek het Alpine-verhaal ten einde. Niets is minder waar.

Nog meer sportieve Renaults, maar dit keer met Gordini als toevoeging. Links een 12 Gordini, rechts een 8 Gordini.

Familiewagens van Renault: de sportieve 17, de klassieke 8 en destijds revolutionaire en veelzijdige 16.

Een Renault 25 in Amerikaanse uitvoering. Niet Giugiaro's meesterwerk.

Ode aan de zoon van Enzo Ferrari, die op jonge leeftijd overleed: de Dino's. Hier de Fiat coupé, ontwerp Bertone. 

De Fiat Dino Spider is een creatie van Pininfarina.

Ferrari maakte een kleine Ferrari en gaf die een eigen merk mee: Dino. 

 

Cadillacs
Als altijd biedt het evenement een grote variëteit aan bezienswaardigheden. Het is een kwestie van kiezen wat je wilt zien. De nieuwe Alfa Romeo Giulia en Fiat 124 Spider laat ik voor wat ze zijn; de eerste staat binnenkort ook in de showroom en de tweede zag ik eerder al geproduceerd worden in de fabriek van Mazda in Hiroshima. De Telsa X is wel interessant met zijn opmerkelijke falcondeuren, maar dat vinden meer mensen. Ik kies voor de naoorlogse Cadillacs, op een afzonderlijk deel van het terrein bijeengebracht. Groot en groots zijn toepasselijke karakteristieken. De modellen uit de jaren vijftig en zestig zijn ronduit meeslepend. Met hun ornamenten die ontleend zijn aan de lucht- en ruimtevaart, de gigantische staartvinnen en parkeergarage-onvriendelijke afmetingen onderschrijven ze dat tijden zijn veranderd. Zelfs voor Amerikanen zijn dit vandaag de dag slagschepen uit een voorbij tijdperk. Modeljaar 1959 is het summum. Er staan verschillende uitvoeringen, waaronder de spreekwoordelijke roze Cadillac. De wolken zijn inmiddels verdreven. Een vijftiger die eerst nog verscholen ging onder een autoregenjas is nu in volle glorie te bewonderen.
 

Veel belangstelling voor de Tesla Model X met zogeheten falcon-deuren.

Een Cadillac uit de jaren vijftig. De bumpers verwijzen naar de lucht- en ruimtevaart.

Toen de regen wegtrok, trok de eigenaar de hoes van de auto.

Een limousine van Cadillac met een zeer forse wielbasis.

Modeljaar 1959 heeft de meest opvallende staatvinnen in de Caddy-historie.

Icoon van een tijdperk. 

Nog een blik op de karakteristieke vinnen en de verlichting aan weerskanten daarvan.

Uit dezelfde reeks een tweedeurs coupé en nog een sedan.

Begin jaren zestig werden de lijnen strakker, maar de vinnen bleven nog even.

Ook dit is een kolossale auto, zelfs voor een Amerikaan.

Er stonden modellen uit verschillende tijdvakken. 

Deze Seville heeft een namaak cabrioletdak. Typisch Amerikaanse kitsch.

Jeeps
Dan wordt mijn aandacht getrokken door enkele legerkleurige voertuigen. Een rijtje Jeeps is weliswaar een mooi gezicht, maar de helden van de Tweede Wereldoorlog zijn niet écht bijzonder. Bij bijeenkomsten en in musea is de standaard-Jeep een vaak geziene verschijning. Door Willys en Ford zijn er honderdduizenden gemaakt. Wat hier staat, is echter niet standaard: twee modellen uit de proefserie van elk 1500 stuks die het Amerikaanse leger bij drie fabrikanten liet maken – Willys, Ford en American Bantam – om te beoordelen welk model de voorkeur had. De keus viel op de Willys, maar elementen van beide andere merken werden meegenomen in de standaardspecificatie. (Omdat de productiecapaciteit van Willys te gering was, sprong Ford tijdens de oorlog bij en produceerde feitelijk het model van de concurrent.) Behalve deze twee historisch waardevolle modellen staat er een Jeep met zeswielaandrijving en een lichte terreinwagen (770 kilo) die American Motors tussen 1959 en 1962 maakte voor Amerikaanse mariniers. De Jeep met zes wielen is niet origineel, maar een replica. Van dit model zijn er destijds niet meer dan 24 gemaakt.

 

Links een standaard-Jeep, rechts een replica van de op zes wielen aangedreven variant. 

Deze zie je niet vaak: een Ford en Willys uit de voorserie van 1500 auto's. 

De Ford is lager en wat kleiner dan de Willys.

Tussen 1959 en 1962 maakte American Motors dit terreinwagentje voor Amerikaanse mariniers.

Pronkstukken
Na het middaguur verandert het karakter van de bijeenkomst. De twijfelt verdwijnt of het wel een goed besluit was naar Apeldoorn te komen. De zon laat zich van zijn sterkste kant zien en de warmte laat het water verdampen. Boven menige auto zweeft een klein wolkje. Het wordt toch nog een mooie dag. Op het bordes van het paleis staan kandidaten die meedingen naar de prijs voor de mooiste inzending van het evenement. Met poetsdoeken wissen de eigenaren het laatste water van hun pronkstukken om bij de jury goed voor de dag te komen. Stuk voor stuk zijn het gekoesterde liefhebbersexemplaren, hoewel totaal verschillend van karakter. Je hoeft niet ver te zoeken voor bijzonderheden. Een blauwe antieke auto, een eenmalig vierjarig project van een Engelsman (Hall), heeft een uitzonderlijke lange wielbasis. Een gifgroene Tatra valt op door de raampartij. Een Belgische Excelsior, met als typenaam Albert I en een hoofd als radiatormascotte, lijkt op een klassieke Bugatti. Van een Austin Healey Sprite is een opvallende coupé gemaakt. Ernaast staat een Kieft uit 1953. Het merk is niet meer dan deze ene auto. Maar die heeft dan wel meegedaan aan Le Mans en Goodwood. De uitdrukking ‘klein maar fijn’ gaat op voor twee kleine coupeetjes op basis van respectievelijk de Renault 4CV en de Fiat 600. Chapron en Viotti tekenden voor het uiterlijk.

 

In 1911 begon de Engelse Mr. Hall in Tonbridge deze auto te bouwen. In 1915 was hij klaar.

De Autobleu op basis van Renault heeft een koetswerk van Henri Chapron. 86 zijn ervan gemaakt.

Viotti schiep in 1956 dit exclusieve coupeetje met Fiat 600-techniek. 

Een in vele opzichten opvallende deelnemer: een Tatra T75 uit 1935. 

Het bedrijf Bohemia maakte twee exemplaren. Let op de zeer merkwaardige zijruiten. 

Een Kieft 1953 en een omgebouwde Austin Healey Sprite uit 1958. 

De Belgische koetswerkbouwer Snutsel voorzag de Excelsior van dit klassieke uiterlijk.

Links: door de hitte van de zon kwamen er condenswolkjes boven de auto's.

Deze Rolls-Royce Phantom II met Connaught-carrosserie is te koop. De auto is van 1931.

Een foto van vier jaar geleden en van nu: van restauratie-object tot showmodel. 

Een aantal Britse klassiekers van het merk Lagonda bij elkaar.

Een Alvis TA21 met drieliter-motor uit 1952. De auto heeft het stuur links en dat maakt 'm bijzonder.

Als de regen is verdwenen, komen de gasten weer uit hun schuilplaatsen.

Het Healey-museum heeft deze Austin Countryman als reclameauto meegebracht. 

Deze Rolls-Royce was ooit van Koningin Juliana. Nu is een verhuurbedrijf de eigenaar.

Willem Alexander en Máxima gebruikten de auto bij hun huwelijk op 2 februari 2002. 

Een blik op de tweede motor van de Citroën 2CV Sahara (met vierwielaandrijving). 

Deze unieke Gatso werd ontworpen door de Nederlandse rallyrijder Maus Gatsonides.

Ferrari fabriceerde 578 stuks van deze bijzondere strandauto met techniek van de Fiat 500. Deze is te koop.

Talbot en Salmson: twee verdwenen Franse merken.

Parkeerplaats
Bij een bezoek aan een evenement als dit mag je de parkeerplaats niet overslaan. Wie met een klassieker komt, mag op het terrein parkeren. Vorige keren heb ik er tussen de gebruikelijke oudere modellen pareltjes aangetroffen die minstens zoveel aandacht verdienen als de deelnemers aan het officiële gedeelte. Dat is dit keer niet anders, al wordt mijn speurtocht gehinderd door het natte gras en opnieuw een regenbui. Die ontneemt de moed om het hele terrein af te struinen naar bezienswaardigheden. Volgende keer beter.
Voordat ik aan de terugreis begin, is er nog tijd voor de vroegere Koninklijke stallen. Ze zijn omgebouwd tot museum van het majesteitelijk vervoer. Naast de koetsen staan er enkele auto's. Na het vorige bezoek, vier jaar geleden, zijn er twee achtenswaardige modellen bijgekomen: een Cadillac die als tweedehandsje werd aangeschaft voor Prinses Wilhelmina en een Austin Sheerline Princess (what's in a name?) die Koningin Juliana speciaal liet maken, met een koetswerk van Pennock in Den Haag. Ze beleefde weinig plezier aan de auto en had er een hekel aan. Juliana kreeg last van wagenziekte in de kennelijk erg deinende cabriolet. Zeker met deze twee extraatjes werd het een geslaagde dag, ondanks het weer.
Als ik in de middag naar huis rijd, zijn de wolken naar het oosten verdwenen. Duitsland krijgt nu water. Er komen mij nog vele klassiekers tegemoet. Hun eigenaren hebben kennelijk de weerkat uit de boom gekeken en alsnog koers gezet naar Het Loo. Hopelijk met stevige schoenen en kleding die tegen modder kunnen. Maar de zon straalt inmiddels volop. Toch nog een kers op de taart?
 

De voedselverstrekkers hadden toepasselijke rijdende kramen meegebracht. Hier een Bedford en Renault.

Een Volkswagen T1 en T2 voor hapjes en drankjes. 

Klassieke Franse bedrijfswagens: de Citroën HY en Renault Estafette.

Deze Mercedes-Benz werd door de Duitse overheid geschonken aan het Rode Kruis bij de watersnoodramp van 1953.

Een verloren gegaan merk: een Studebaker cabriolet. 

Niet héél exclusief, maar wel in goede staat. En dat is best bijzonder voor een Peugeot 204 Cabriolet.

Ach ja, die kennen we nog uit het straatbeeld: Mitsubishi Celeste, tussen 1975 en 1981 op de markt. 

De Pao is nooit in Europa te koop geweest. In 1990 als retro-auto door Nissan verkocht.

Een hele rij BMW's Z1. Vanwege het weer allemaal gesloten. 

Een nog altijd bestaand merk en eentje dat bijna is vergeten: Aston Martin en Marcos.

Daimler Empress IIA, 36 keer door Hooper gebouwd tussen 1952 en 1957. 

Winston zescilinder 1924, gebruikt door Koningin Emma in de voormalige Koninklijke stallen van Het Loo.

Een Belgische Minerva uit 1925, destijds een topmerk, gebruikt door Prins Hendrik. 

Na haar troonsafstand werd voor Prinses Wilhelmina deze tweedehands Cadillac (uit 1937) aangekocht. 

Koningin Juliana liet deze Austin A135 Sheerline Princess II met Pennock-koetswerk maken, maar werd wagenziek in de auto.

Na de Cadillac liet Prinses Wilhelmina zich in deze Mercedes-Benz 300 Cabriolet D uit 1953 vervoeren.

De auto staat tentoongesteld in de vroegere stallen van het paleis.

Fiat 2300S Coupé 1965,  huwelijkscadeau van Fiat voor prinses Beatrix en prins Claus.