Concours d'Elégance

Apeldoorn (NL)



● 
Tiende editie van deze Nederlandse show
●  Presentatie unieke klassieke Spyker
●  DAF-prototypen en conceptcars
●  Exclusieve Ferrari's
●  Healey's en nog veel meer klassiekers

 
juni 2012 - laatste aanvulling februari 2015
 

  


Een roestig meesterwerk ten paleize
 

Voor de tiende keer stonden op de grasvelden bij paleis Het Loo tijdens het Concours d’Elégance honderden klassieke auto’s. Liefhebbers toonden er hun troetelkinderen. In dat opzicht zette de tiende editie de opgebouwde traditie voort. Dit jaar was er naast al dat moois een regelrechte primeur, een Hollands meesterwerk uit lang vervlogen tijden. De roest moet je even voor lief nemen. 
 


Buitenstaanders zouden het niet snappen. Terwijl de velden vol staan met prachtige, opgepoetste klassiekers, verdringen mensen zich om een oude, roestige auto. Een carrosserie ontbreekt. Koplampen zijn er niet. IJzerdraadjes geven aan waar ooit de spatborden hebben gezeten. Van de stoelen is niet meer over dan een half verrot houten frame. De eigenaar staat erbij te glimmen. Hij is trots op zijn nieuwste aanwinst. En hoe. Hij vertelt honderd uit. De aanwezigen hangen aan zijn lippen. Een directeur van een kunstmuseum die meedeelt zojuist een onbekend werk van Rembrandt ontdekt te hebben, zou niet meer enthousiasme uitstralen.
Op zaterdag 23 juni zijn er echter geen buitenstaanders in de paleistuinen. Het Loo trekt dit weekeinde liefhebbers van oude auto’s aan als een magneet ijzervijlsel. En die liefhebbers begrijpen de situatie. Dit is veel mooier dan menige glimmende limousine of snelle sportwagen.

Weinig auto's trekken zo veel belangstelling als de oude Spyker.

De auto wordt van alle kanten aandachtig bestudeerd.

De ronde grille is kenmerkend voor het merk.

Motor en versnellingsbak zijn nog in goede staat.

Frans Guyana
Het verroeste vehikel is een klassieke Nederlandse Spyker, één van de vermoedelijk achttien die van de productie tussen 1899 en 1925 zijn overgebleven. Vijftien auto’s zijn sinds jaar en dag bekend en zijn in Nederlands bezit. Naar verluidt zouden er nog twee in Australië en Nieuw Zeeland staan. Deze Spyker stond tot voor kort in een container in Frans Guyana, ver van de bewoonde wereld. Historici wisten van het bestaan, maar niemand kon vertellen waar de auto zich precies bevond. Totdat ondernemer en Spyker-liefhebber Stijnus Schotte uit Nieuwerkerk aan den IJssel een gouden tip kreeg. Een medewerker van zijn bedrijf was in de buurt, ging op onderzoek uit en vond de auto. Schotte nam het vliegtuig en reisde ogenblikkelijk naar Latijns-Amerika. De deal liet niet lang op zich wachten. Hij kocht de auto en liet hem naar Nederland brengen. In een door hemzelf uitgebracht boekje doet hij een fotografisch verslag van de reis.
 

Van het koetswerk is niet veel meer over, om het voorzichtig uit te drukken.

Foto's uit het boekje dat Schotte uitgaf over zijn vondst in Zuid-Amerika.

Links staat de Spyker nog in de container in Guyana, rechts arriveert de auto in Nieuwerkerk.

Bouwjaar
De Spyker is een 15/22 pk, vermoedelijk uit 1906. Specialisten zullen er aan te pas moeten komen om het bouwjaar met meer zekerheid te kunnen vaststellen, als dat ooit mogelijk is. Het motor- en versnellingsbaknummer 15080 zal een aanknopingspunt zijn. De wielbasis is langer dan bij de andere nog bestaande auto’s van dit type. Van het koetswerk is behalve de motorkap niets meer over. De oorspronkelijke vierpersoons carrosserie is lang geleden vervangen door een opbouw met een laadbak. “Vermoedelijk om de belasting op personenwagens te omzeilen”, weet Schotte te vertellen. De technische staat is volgens de nieuwbakken eigenaar zonder meer goed. Het chassis, de motor en versnellingsbak hebben in ruim honderd jaar weinig te lijden gehad. Het moet niet veel moeite kosten de motor weer aan de praat te krijgen.
 

De Spyker in "volle glorie", inderdaad tussen aanhalingstekens.

Parijs
De Spyker is destijds afgeleverd door de Franse agent van het merk, de firma L. Suberbie in Parijs. Een metalen plaatje op de auto getuigt daarvan. Tot de jaren zestig blijft de auto in Frankrijk, ergens ten zuidwesten van de hoofdstad. De eigenaren trekken dan naar Latijns-Amerika en nemen de Spyker mee. In zijn boek over de historie van Spyker (verschenen in 1998) maakt autohistoricus dr. Vincent van der Vinne er melding van. Er moet nog ergens in Frans Guyana een blauwe 15/22 zijn. Er staat zelfs een fotootje bij. Maar dertig jaar na dato is niet duidelijk waar ‘ergens’ is.
Als Spyker-liefhebber is Schotte geïnteresseerd in de verdwaalde klassieker. Hij blijft op het vinkentouw zitten en probeert de verblijfplaats te achterhalen. Zijn speurwerk heeft uiteindelijk succes.
 

Geen twijfel mogelijk over de afkomst: Spyker Holland.

Peking
Voor Stijnus Schotte is het zijn tweede Spyker. Hij heeft al een model 20/30 pk uit 1907/1908. Ooit behoorde de wagen tot de verzameling van de Brabantse fabrikant Max Lips en zijn Autotron. Schotte rijdt er geregeld mee en ontziet de wagen niet. Hij was één van de deelnemers aan de rit van Peking naar Parijs in 2005. Daarvoor schilderde hij de auto in de kleuren blauw-wit-rood (van de Franse vlag), naar het voorbeeld van de Spyker die in 1907 succesvol deelnam aan diezelfde tocht. Concurrent-verzamelaar Evert Louwman, die de meeste Spykers in zijn museum in Den Haag heeft staan, vindt dat allemaal maar kermis. Hij vindt originaliteit van het grootste belang. Het is duidelijk dat beide mannen elkaar niet liggen, al hebben ze een vergelijkbare passie voor het Nederlandse merk.
 

Ook van de voorbank is niet veel meer over. Op de linkerfoto is de bank van het chassis genomen.

Links Schotte in gesprek (3e van rechts), rechts foto's van de tocht Peking-Parijs.

Restaureren
Gaat Schotte de oude auto restaureren? Hij weet het nog niet. Eigenlijk heeft hij het veel te druk met de zaak om zoveel aandacht aan zijn hobby te besteden. Bovendien is er in kringen van kenners en liefhebbers de laatste jaren veel belangstelling en waardering voor authentieke, niet opgeknapte, historische voertuigen. Voor een uit een meer opgeviste oude Bugatti werden miljoenen neergeteld. De auto staat nu, weliswaar opgedroogd, in een Amerikaans museum precies zoals hij boven water kwam. Het Haagse Louwman Museum presenteert de enig overgebleven vooroorlogse Toyota als roestig maar trots museumstuk. Er is geen denken aan dat opknappers er met hun handen aan mogen zitten. In Duitse musea in Sinsheim en Neumarkt staan oude, afgetrapte, deels verfloze Maybachs. Ze geven hun historie en achtergrond via het gehavende uiterlijk prijs en zijn daardoor stukken interessanter dan piekfijn opgeknapte modellen die er mooier dan nieuw uitzien.
 

De Spyker 20/30 pk is ook van Stijnus Schotte.

Met deze auto reed Schotte in 2005 van Peking naar Parijs.

Autohart
De 15/22 pk Spyker is één van de aandachttrekkers van het concours. Een dergelijke vondst komt niet vaak voor. Internationaal gezien is de auto niet bijzonder indrukwekkend, maar het Hollandse autohart gaat er harder van kloppen. De publiciteit heeft afgelopen dagen goed werk gedaan. ’s Lands grootste ochtendkrant portretteerde Schotte met zijn vondst in een groot artikel. Veel bezoekers blijken het te hebben gelezen of hebben ervan gehoord.
In de buurt van de twee Spykers van Schotte staat nog een derde model van het merk, een C4 uit 1929. Deze is eigendom van Andries Jans, een verzamelaar uit de omgeving van Apeldoorn. Een opvallend element is de ongelakte aluminium motorkap. Op de radiator staat het beeldmerk met de bekende spreuk ‘Nulla tenaci invia est via’, voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar. Merknaam en beeldmerk werden in de jaren negentig door Victor Muller gekocht voor zijn sportwagenproject. Een oranje exemplaar van zo’n moderne Spyker staat naast de historische C4.
 

De C4 van Andries Jans, liefhebber en collectioneur uit Apeldoorn.

Dit is het laatste model dat Spyker aanbood voor het faillissement in 1925.

Nulla tenaci invia est via, het spreekwoord als onderdeel van het beeldmerk van Spyker.

Een Spyker van nu, creatie van Victor Muller die de rechten op de oude naam kocht.

Wit-Russen
Door de charme van Schotte met zijn ontdekking heeft een andere opmerkelijke vondst veel minder bekijks. De geschiedkundige waarde is echter minstens zo groot. Het gaat om een Fiat Tipo 5 van 1913, destijds eigendom van Pjotr Wrangel, commandant van de Wit-Russen tijdens de Russische Burgeroorlog volgend op de revolutie van 1917. De Nederlander Jan Bruijn uit Joure ontdekte de historische auto kort geleden. Het bandenloze voertuig heeft vermoedelijk 85 jaar stilgestaan en is nooit gerestaureerd. Na al die jaren verkeert de wagen in relatief goede staat. Het verhaal gaat dat de auto is geschonken door koning Alexander I van Joegoslavië. Het lijkt erop dat het koetswerk is gemaakt door het Parijse bedrijf Rothschild, maar zeker is dat niet. In de Fiat-archieven in Italië wordt druk gezocht naar meer gegevens over de auto.

 

Van de Fiat is na 99 jaar heel wat meer overgebleven.

DAF
De Spykers zijn niet de enige Nederlandse bezienswaardigheden. Het DAF-museum heeft vier van zijn prototypen en showmodellen naar Apeldoorn getransporteerd. Het zijn stuk voor stuk unieke auto’s. Letterlijk: er is er maar één van. De P300 van eind jaren zestig was bedoeld als kleinere variant van de 44. Kostentechnisch bleek het model niet levensvatbaar. Ook de oranje sportcoupé bracht het niet verder dan prototype. De zilvergrijze Siluro en het stadswagentje zijn destijds gemaakt als showmodel door de ontwerphuizen Michelotti en OSI. Anders dan in het Eindhovense museum kan iedereen de auto’s hier in Apeldoorn van alle kanten bekijken. De vrijwilligers van het museum houden een oogje in het zeil.
 

Het DAF-museum brengt deze dag vier exclusieve modellen naar Apeldoorn.

De P300 was bedoeld als 33-opvolger, maar bleek te duur in productie.

Stijlelementen van de grotere 44 zijn in het model terug te vinden.

Een vrijwilliger poetst het coupé-prototype nog even op.

Michelotti tekende niet alleen de 44, maar ontwierp ook deze eenmalige coupé, Siluro geheten.

Koetswerkbedrijf OSI ontwikkelde deze stadswagen met opmerkelijke deuropstelling.

Links een schuifdeur, rechts twee naar elkaar toe openende klapdeuren.

 

Thema's
Een ontmoeting met Neerlands trots uit voorbije tijden zou op zich al reden genoeg zijn om naar Apeldoorn af te reizen. Maar er is natuurlijk meer te zien. Veel meer. De organisatie geeft aan ieder concours een eigen accent door het kiezen van bepaalde thema’s. Dat zorgt ervoor dat de tiende editie ook interessant is voor degenen die al eerder kwamen. Zo is er dit jaar extra aandacht voor oudere Grand Tourismo’s van Ferrari, gebouwd tussen 1946 en 1965. Het is de tijd dat de coupés en cabriolets de motor nog als vanzelfsprekend voorin hadden liggen. Uit verschillende landen zijn eigenaren met hun Italiaans raspaardje naar het paleis gereden. Er staat voor een vermogen in de paleistuinen. De waarde van de 250GT California van 1960 in zijn glimmend zwarte outfit is zo’n tien miljoen dollar. Elk model wordt door de vele belangstellenden tientallen keren fotografisch vastgelegd. De Italiaanse creaties zijn tijdloos mooi. Kijk zelf maar. De beelden hebben geen toelichting nodig. Daarmee vergeleken zijn de knalrode moderne Ferrari’s die dealer Munsterhuis meebracht een stuk opzichtiger.
 

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  

  


Healey
De Nederlandse Austin Healey Owners Club is met een groot aantal leden – en dus auto’s – aanwezig. Kennelijk is Healey een belangrijker criterium voor het lidmaatschap dan Austin. Naast de bekende klassiekers zien we de eerste modellen van Donald Healey, nog voordat sprake was van een verbintenis met Austin. Twee ervan zijn in goede staat, aan een derde is nog heel wat werk te verrichten. Toen Austin uit beeld raakte, ging Healey samenwerken met Jensen. Een rode cabriolet vertegenwoordigt deze periode. Blikvanger is een reuze Dinky Toys-doosje met het modelletje van de Austin Healey 100 er bovenop. Modellen met speciale koetswerken maken het overzicht van de Healey-productie compleet.
 

De Austin Healey Owners Club is met veel auto's aanwezig.

Blikvanger van het concours: een Dinky Toys-doosje met daar bovenop een echte auto.

Oude Healey's van voor de Austin-periode. De coupé moet nog opgeknapt worden.

Elders op het terrein staat dit gave exemplaar, net terug van de Mille Miglia.

Eén van de eerste en één van de laatste Healey's. De rechter auto is een Jensen.

Binnen de club zijn ook hele bijzondere typen.

Prijs
Het Apeldoornse concours kent vele categorieën waarin deelnemers kunnen meedingen naar de prijs voor het mooiste en origineelste voertuig. Vergelijkbare auto’s staan op het grote grasveld in afgebakende vakken bij elkaar. Hoewel, vergelijkbaar? De categorie ‘sedans met motor achterin’ laat wel heel verschillende auto’s zien, van de bekende Renaults en een Simca 1000 tot de veel exclusievere Chevrolet Corvair en Tatra 613. Dat is voor de jury haast het vergelijken van appels en peren. Ons is altijd geleerd dat we dat niet mogen doen. Ook binnen de andere groepen is een vergelijk soms moeilijk. Het zal de doorsnee bezoeker allemaal koud laten. Die vindt iets mooi of niet mooi. En ook dat is ons geleerd: over smaak valt niet te twisten. Bij de groep dwergauto’s is het aanbod beperkt. Het vak is berekend op veel meer deelnemers dan er uiteindelijk zijn.
 

Voorin de kofferruimte en achterin de motor: dat verbindt de Simca 1000 met de Chevrolet Corvair.

De Corvair gaat er met de groepsprijs vandoor. Terecht. De wagen ziet er werkelijk prachtig uit.

De Tatra 613 heeft een V8 achterin.

Het aantal op het concours dwergautootjes is beperkt. Rechts een Heinkel.

Een wat minder bekend model, de Franse Vespa.

Enigst kind
Van sommige auto’s zijn er duizenden of zelfs miljoenen gemaakt. Andere zijn binnen het merkgezin enigst kind, met de hand gemaakt. Bijeenkomsten als deze geven de kans ermee in contact te komen. Italië heeft een rijke traditie op dit vlak. De koetswerkhuizen creëerden op basis van de techniek van Fiat, Alfa Romeo of Lancia eenmalige modellen of kleine series. Voor klanten met een dikke portemonnee maakten ze van iets gewoons iets heel speciaals. Een aantal voorbeelden laat hier zien waartoe dat kan leiden. Ware kunstenaars maakten van staal en glas tijdloze creaties. Dat ze er ook wel eens naast zitten, zij hen vergeven. De voorkant van een verder fraaie Lancia had er met andere lampen een stuk eleganter uit kunnen zien.
De oude traditie bestaat nog steeds, al is het aantal carrosseriebedrijven in de afgelopen decennia flink uitgedund. Touring maakte van een Bentley Continental een fraaie Shooting Brake.
 

Een Alfa Romeo 2000 met een bijzonder koetswerk van Touring.

Lancia Aurelia B52 Coupé 1951 met koetswerk van Bertone en opmerkelijk grote wielbasis.

De zijknipperlichten zijn zelfs gestileerd. De voorzijde is markant, maar niet de mooiste kant van de auto.

Nog een unieke Lancia, een Flaminia van Pininfarina uit 1963.

Strakke lijnen zonder enige opsmuk bepalen het beeld.

Dit bommetje werd in 1952 gemaakt door Siata op basis van de Fiat 8V, de Balbo coupé. 

Een zeldzame sportwagen van Intermeccanica.

De Lagonda werd omgebouwd tot een stationwagon. Er zijn er maar een paar gemaakt.

Touring maakte van een Bentley Continental GT een Shooting Brake.

Dit is één van de vier BMW's 502 V8 met bijzonder koetswerk van Autenrieth. De wagen lijkt wel wat op een Borgward.

Commercie
Naast de vele liefhebbers maken in Apeldoorn ook enkele fabrikanten hun opwachting. Je hebt de commercie nu eenmaal nodig om de organisatie van zo´n evenement financieel rond te krijgen. Mercedes-Benz staat stil bij het thema SL. Het merk presenteert het zojuist geïntroduceerde model, maar toont daarnaast – veel interessanter – een historische SL. Het is de tweede die ooit gebouwd is en de oudste die nog bestaat. Nummer één is destijds tot schroot verwerkt. De wagen, met een carrosserie van aluminium en magnesium, is door Mercedes' eigen werkplaats minutieus gerestaureerd. De matgrijze coupé met twee kleine vleugeldeuren is vlaggendrager van de iconische 300SL-reeks. Je moest zelf welhaast vleugels hebben om erin te kunnen komen.
Kia Nederland gebruikt het concours als openlucht showroom voor haar nieuwe typen. Een concept-coupé staat in de tent daarachter. Heel veel belangstelling is er niet. Toyota laat het publiek kennismaken met de nieuwste sportwagen uit zijn stal, de GT86.
De driewieler bij Morgan is ook splinternieuw, al zou een achteloze voorbijganger kunnen denken dat het een mooi gelakte klassieker is. Bij Morgan is alles anders dan anders. Die aanduiding past ook bij de elektrische Renault Twizy en in zeker zin bij de B-klasse Mercedes met brandstofcel.
 

De op één na oudste SL, nog met kleine vleugeldeuren.

De productieversies, de roadster en coupé.

Het sobere instrumentenpaneel van de raceversie veranderde in een luxe dashboard in de seriewagen.

Deze Morgan lijkt stokoud, maar is splinternieuw.

Een conceptkar bij Kia in de tent en de nieuwste Toyota GT86 op het veld.

De toekomst is begonnen met de elektrische Renault Twizy en de brandstofcel-Mercedes.

Eeuwfeest
Al wandelend over het terrein trekt de complete autohistorie aan je voorbij. De zon verdrijft geregeld de wolken aan de hemel en laat de klassiekers stralen. De oudste modellen hebben hun eeuwfeest al achter de rug. Hun grootheid is indrukwekkend. Aantrekkelijke jonkies van rond de dertig jaar oud willen er niet voor onderdoen. Deelnemers van allerlei bouwjaren, carrosserievormen, technische staat, landen van herkomst en aandrijftechnieken laten zich van de beste kant zien. Hun bezitters doen er niet voor onder. De jury zal een oordeel uitspreken.
Bij een Alfa is de nervositeit voelbaar aanwezig. De accu is uitgeput en niet meer in staat de auto tot leven te wekken. Voordat de keurmeesters arriveren moet de reanimatiepoging succes hebben. Zonder draaiende motor kun je een prijs wel op je buik schrijven, hoe mooi de auto er ook uitziet.
 

Veertienduizend mensen kwamen op twee dagen naar Apeldoorn om het moois te bekijken.

Links een Stanley Steamer - de naam zegt het al: een stoomwagen - rechts een oude Renault.

De Oelaugere et Clayette uit 1904 heeft het koelsysteem onbeschermd voorop.

De Oldsmobile Defender viert dit jaar zijn honderdste verjaardag.

Een wel heel opmerkelijke Morgan, met laadbakje.

Onder de vloeiende kap van deze Franklin ligt een luchtgekoelde motor.

Handelaar The Gallery uit Brummen zet deze opvallende Rolls-Royce bij zijn openluchtstand.

Voor wie wat jongers wil, heeft The Gallery een Laborghini in de aanbieding.

In een hoekje staan enkele bedrijfswagens, een vrachtwagen van Fiat en brandweer van Delahaye.

Naast de Fiat staat een vrachtwagen van Delahaye.

Volop belangstelling voor de oude touringcars. Links een Saurer, rechts Scanbia Vabis.

Een typisch Britse bus, deze Commer.

Kenmerkend voor oude Vauxhalls is de vorm van motorkap/radiator.

Een prachtige Mercedes-Benz 500K.

De coupé in combinatie met de gesloten achterwielkasten zijn opvallend voor een Mercedes.

Ook het dashboard ziet er tot in de puntjes verzorgd uit.

Een Britse sportwagen, een Triumph Gloria.

Van de Avon Standard zijn nog maar drie exemplaren overgebleven. Dit is er één van.

Links twee Austin Sevens in race-uitvoering, wachtend op een ritje.

Een Bugatti krijgt vrijwel altijd veel aandacht.

Twee klassieke Lagonda's. Het reservewiel is in het koetswerk opgenomen. Dit is er één van drie.

Nogmaals de Lagonda's. De Rapier had een motor van 1100 cc.

Een Peugeot 401 met openstaande voorruiten.

Een Simca 8 met een karakteristiek imperiaal. 

Het Franse bedrijf maakte Fiats in licentie.

Tweemaal een Delahaye, één van de topmerken uit Frankrijk van de jaren dertig.

Aan de voorkant is het een gewone Traction Avant, van achteren blijkt het een combinatiewagen.

De eigenaar van deze twee Lincolns knapte beide auto's helemaal alleen op.

Imposante voorkomens. Hoewel de basis gelijk is, zijn er duidelijk verschillen.

Links nog een Lincoln, rechts een Chrysler. Amerikanen ten voeten uit.

Na de oorlog begon Jeep met de productie van civiele modellen zoals deze Station Wagon.

Een Ford jaren vijftig om naar de drive in bioscoop te gaan.

Chevrolet Corvette, de eerste van de serie Sting Ray, met de gedeelde achterruit.

Een metalen mal voor de carrosseriepanelen van een Ferrari.

Het Belgische Imperia bouwde 22 keer een coupéversie van de Triumph TR2, de Francorchamps. Waarde zo'n 85.000 euro.

Een Glas 1700GT van begin jaren zestig. Glas is later overgenomen door BMW.

De Alfa Romeo Junior Zagato heeft een karakteristiek front. Het middendeel is opengewerkt in Alfa-stijl.

Dit is de Oostenrijkse variant van de Fiat 500, de Steyr-Puch, voorzien van een eigen motor.

In hele kleine lettertjes en nauwelijks leesbaar staat onderaan het sierstuk "Mod. Fiat". 

Een Wolseley 18/85 en een Jeep Wagoneer. Zo kun je je klassieker (laten) vervoeren.

Een prachtige Bentley van de S-serie met Drophead Coupé koetswerk.

Nee, geen MK II Jaguar, maar de Daimler-versie daarvan, herkenbaar aan de ribbels op de grille.

De voorzijdes van de Daimler en Jaguar vergeleken.

Een typische young timer, de Talbot Simca Sunbeam Lotus. Vier merknamen vormen de merk- en typeaanduiding!

Zelfs de ijscocar en snackbar zijn in stijl. Tweemaal een Citroën HY.

Parkeerplaats
Minstens zo interessant als het showterrein is de parkeerplaats. Er zijn geen verklarende bordjes en de auto’s dingen niet mee naar één van de vele concoursprijzen. Hun eigenaren zijn echter niet minder trots op het bezit. Echte antieke auto’s en de young timers staan bij elkaar. Relatief goedkope en uiterst prijzige oudjes: ze behoren op deze dag tot één grote familie. Met alle onhebbelijkheden die zich in families voordoen. Een bezoeker die met een Jaguar XJS komt aanrijden maakt er bezwaar tegen als de parkeerwachter hem vraagt zijn auto naast een rode DeTomaso te parkeren. Naast zo’n Italiaan? Is er geen Rolls-Royce? Het compromis is een andere Britse sportwagen. Diezelfde DeTomaso is eerder die middag middelpunt van belangstelling als er een forse rookwolk uit komt. Op het gezicht van de eigenaar is zijn gevoel van ongeluk af te lezen. Als de kap open gaat, lijkt het mee te vallen: een losgeraakte leiding. Met een beetje geluk kan de auto straks op eigen kracht weer naar huis. Dat gaat Stijnus Schotte met zijn Spyker en Jan Bruijn met zijn Fiat aan het eind van de show niet lukken.
 

Porsches bijeen op de parkeerplaats. Onder soortgenoten.

Zo'n Bugatti en Jaguar XK150 vind je niet op iedere parkeerplaats.

Het is mooi, een oude auto. Maar op enig moment wil je er toch van af.... Opel Super Zes 1939.

Een na-oorlogse Britse Armstrong Siddeley, fabrikant van beroemde gevechtsvliegtuigen.

Borgward Isabella in eerste uitvoering met groot beeldmerk in de grille en "aangeplakte" achterlichten.

Deze Peugeot 403 maakt gebruik van de imperiaalbevestigingspunten die het merk standaard op het dak aanbracht.

Een Palm Beach, één van de creaties van Henri Chapron op basis van de Citroën DS. Let op de verhoogde spatborden.

Chapron bouwde de SM coupé om tot sedan en doopte het model Opéra.

Een Lamborghini Jarama (nog met motor voorin) met half verzonken koplampen.

Destijds een veelgeziene verschijning, nu bijzonder: de Franse Chrysler.

Geen standaard fabrieksmodel, een Opel Commodore cabriolet. De auto is te huur als trouwauto.

De oranje kleur is typisch voor het tijdvak van deze BMW 2002 Cabriolet met rolbeugel.

Deze Maserati Quattroporte komt uit België.

Een Bentley T-series en een Rolls-Royce Silver Cloud III.

Een Bentley Corniche in Amerikaanse uitvoering met markeringslichten en een derde remlicht.

Rookpluimen uit een DeTomaso. Het blijkt mee te vallen.

Imposanter kan haast niet: een Lincoln Continental. Met zo'n auto val je op iedere parkeerplaats op!

 

  Aanvullingen

AUGUSTUS 2014
Op het Concours van 2014 staat opnieuw de Spyker, dit maal geheel gerestaureerd. Stijnus Schotte heeft (de restanten van) de auto verkocht aan Andries Jans, de eigenaar van de gele Spyker C4, die de restauratie op zich heeft genomen.

Foto - met dank voor het gebruik - Autojunk.nl

FEBRUARI 2015
Op 3 februari overleed de in het verslag genoemde Stijnus Schotte op 49-jarige leeftijd.