Gallery Aaldering

Brummen (NL) 


 
●  Honderden klassiekers te koop
●  Nadruk op jaren '50 - '70 
●  Reconstructie van The Blue Train
●  Veel import uit de USA
●  Prijzen tot vele tonnen

 
juli 2018
 

  


Je mist toch al gauw de airco 
 

Wordt het een Ferrari, Lamborghini of Maserati, of liever een klassieker met een Duitse achtergrond, zoals een Porsche, Mercedes of BMW? Of gaat de voorkeur uit naar een Franse cabriolet en valt dan een 403 of 404 in de smaak? Is het budget enkele tienduizenden euro's of komt het chequeboekje uit de zak voor een paar ton? Wil je rustig toeren of meedoen aan sportieve evenementen? Moet alles piekfijn in orde zijn of zijn gebruikssporen juist gewenst? Klanten van Gallery Aaldering moeten voor zichzelf duidelijk hebben waar het hart sneller van gaat kloppen. Aan aanbod geen gebrek. De bekende handelaar in waardevolle vierwielers heeft op vier verdiepingen van het pand in Brummen genoeg om uit te kiezen. Mijn doel van het bezoek is niet het uitzoeken van een andere bolide maar het opdoen van nieuwe indrukken en zoeken naar interessante modellen.   
 

 

Tijd is een merkwaardig verschijnsel. Soms lijkt tien jaar geleden verre geschiedenis, een andere keer is het gisteren. Die gedachte komt bij me op als ik het terrein van Gallery Aaldering oprijd. Precies tien jaar geleden deed ik dat ook; al weer vier auto's terug. Het voelt als veel korter geleden, zo vertrouwd is het beeld. Goed, op de rotonde in Brummen stond toen nog niet het beeld van een klassieke Alfa Romeo met Tazio Nuvolari aan het stuur. De vloeiende bocht in de N348 bij Ellecom was toen nog een T-kruising (op mijn navigatiesysteem trouwens nog steeds) en in plaats van het neutrale The Gallery hebben we het nu over Gallery Aaldering. De bovenste verdieping was toen gereserveerd voor een alleraardigst speelgoedmuseum met onder meer veel nostalgische Dinky en Corgi Toys. Dat is misschien wel de grootste verandering. Een jaar of drie geleden is de samenwerking opgezegd. De handel in klassieke auto's vergde meer ruimte en de combinatie van kopers van een dure auto en rondrennende kinderen was toch niet helemaal ideaal. Voor de rest lijkt er weinig veranderd. De opzet is nog net als toen: een goed verzorgde showroom over meerdere verdiepingen en een groot aanbod van bijzondere auto's die al wat jaartjes achter zich hebben maar waarvan de waarde alleen maar is toegenomen. Een flink aantal autotypes is nog hetzelfde als toen, merk ik al snel na binnenkomst. Ik herinner me van 2008 de Jaguars XK's, de Porsches 356, de Maserati's 3500, de MG's en verschillende coupés en cabrio's van Mercedes. En ook de opmerkelijke Daimler SP250. Zo'n model staat er nu weer.
 

Op de rotonde in Brummen staat een beeld van Tazio Nuvolari in zijn Alfa Romeo.

Tien jaar lijken in een flits voorbij te zijn gegaan.

The Gallery werd Gallery Aaldering.

Op het parkeerterrein staan een Jaguar E-type en XK.

Binnen staat deze XK 140.

 

Dergelijke modellen zie je veelvuldig bij handelaren en manifestaties.

 

Nog een XK, maar dit is een XK 120 en dan als coupé.

Tien jaar geleden stond er ook een Daimler SP250. Puur toeval natuurlijk.

Ook een Triumph TR3 is een bekende klassieker, al is dit mintgroen wel opmerkelijk.

Veertig jaar
Gallery Aaldering bestaat al meer dan veertig jaar. In 1975 richtte Nico Aaldering zijn onderneming op om te groeien tot één van de grootste in zijn soort in Nederland. Zijn zoon Nick is inmiddels ook actief in het bedrijf. Het huidige pand dateert van eind 2000. Het begon ooit met de in- en verkoop van Alfa Romeo's. Later kwamen daar andere merken bij, vooral Italiaanse en Britse. In alle gevallen gaat het om liefhebberauto's. Wie hier naar toe komt, is niet op zoek naar een huis-tuin-en-keuken model om dagelijks de boodschappen te doen of de kinderen naar school te brengen. Zelfs voor alledaagse oude auto's kun je beter elders terecht. Exclusiviteit is toch wel het uitgangspunt, hoewel je daar bij een 190SL, 911 of MGB misschien een vraagteken bij kunt zetten. Daarvan zijn er relatief nog veel te koop. Volgens de eigen website is het bedrijf 'gegroeid naar de hogere segmenten' van de markt. Vertaald: klanten moeten een goed gevulde portemonnee hebben. Soms zelfs een heel dikke.
 

Klassiekers te kust en te keur, in vele prijsklassen. 

Voor een huis-tuin-en-keuken-modelletje kun je beter elders gaan zoeken. 

Natuurlijk een begeerlijke oude auto, maar voor mij niet heel verrassend, zo'n klassieke Mercedes-Benz. 

Naoorlogs
Volgens eigen zeggen zijn klassiekers bij de Aalderings meer dan verkoopwaar. Hun passie voor het historisch erfgoed moet onder meer blijken uit de deelname aan de Mille Miglia, de beroemde klassiekerrit van duizend mijl door Italië. De Invicta waarmee ze deze prestatie volbrachten staat te pronken in de showroom. Toch leiden de aanwezigheid van deze auto en het standbeeld van Nuvolari op de rotonde tot een vertekend beeld. Bij de verkoop ligt de nadruk zeer nadrukkelijk op de naoorlogse periode, toegespitst op sportwagens of dure limousines. Ik loop langs Ferrari's, Maserati's en Lamborghini's alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het blijft de meeste tijd bij een vluchtige blik. Aan de Duitse sterren besteed ik hoegenaamd geen aandacht. Niet omdat ze niet fraai zouden zijn, maar je komt ze steevast tegen bij handelaren en exposities. Een verrassing zit er niet in. Wat niet wil zeggen dat het een straf is hier rond te lopen. Integendeel. Het enige minpunt is de temperatuur. Nederland zucht onder een hittegolf en de thermometer laat waarden van stevig boven de dertig graden zien. Zo warm is het binnen nog niet, maar voor verkoeling moet je elders zijn. In het Grand Café op de eerste verdieping is het om elf uur nog goed toeven, maar schijnt het in de loop van de dag knap warm te worden. Het pand heeft veel glas en de grote openslaande deuren staan de hele dag open. Op weg hier naar toe heb ik weinig last gehad van de hitte. De moderne tijden brengen ons een auto met airco. Kom daar maar eens om bij die oudjes.

 

Door het vele glas en de openstaande deuren is het ook binnen warm.

Met deze Invicta werd deelgenomen aan de editie 2018 van de Mille Miglia.

In de showroom loop je achteloos langs klassiekers van de Italiaanse topmerken.

Grappig: tien jaar geleden stond op dezelfde plek een rode Maserati 3500GT.

Links een Maserati Ghibli van 1967, rechts een 3500 GTI uit 1962.

Waar gaat de voorkeur naar uit? Een grijze of lichtblauwe Maserati Mistral?

Maserati Sebring 1963; vraagprijs een kleine kwart miljoen.

De Maserati Mexico uit 1967 is met ruim een ton een stuk voordeliger.

Links een DeTomaso Pantera GT5, rechts een Lamborghini Espada.

Of toch liever een Ferrari? Links een 328GTS, rechts een Mondial Spyder. De laatste kost nog geen 50.000 euro.

Geen Ferrari, maar wel met een Ferrari-motor: de Fiat Dino Spider.

Een 'poor man's Maserati' met fraaie vormgeving: Lancia Flaminia coupé.

Alfa Romeo Giulietta 1300 Spider 1959; de eerste serie met korte wielbasis is relatief exclusief.

Alfa Romeo Spider, de laatste versie van een lange tijd gemaakte serie. Prijs: nog geen 21.000 euro.

Of toch liever wat klassiekers? Alfa Romeo 1900 CSS Super Sprint 1954. Kost iets meer: 339.500 euro.
 

Niet content
Bij een aantal auto's sta ik wat langer stil. Ze intrigeren me op een of andere wijze. Dat begon net al bij de ingang. Er staat een donkerrode Alfa Romeo-sportwagen. Het is een 6C 1750 GT Compressore uit 1931, een schitterende open auto met een dijk van een uitstraling. De auto is destijds geleverd aan een Zweedse baron en een paar keer in andere handen overgegaan. De laatste eigenaar was niet erg content met het koetswerk. In de jaren negentig liet hij tijdens een technische restauratie een andere carrosserie op het onderstel plaatsen, naar een voorbeeld en in de stijl van Touring, de befaamde carrosseriebouwer uit Milaan. Het is handwerk van de bovenste kwaliteit. Aan het geheel hangt een prijskaartje van bijna acht ton. Daarvoor krijg je dus een origineel chassis met bijpassende motor en versnellingsbak in combinatie met een gereconstrueerd uiterlijk in de stijl van de jaren dertig. Dit is duidelijk een kwestie van smaak.
 

Deze Alfa Romeo is de duurste auto in de showroom.

De techniek is origineel, de carrosserie werd in de jaren negentig gemaakt.

Blue Train 
Een andere opvallende beauty is een blauwe Bentley met een koetswerk van leerdoek. Binnen- en buitenkant lijken wel nieuw. De auto is echter van 1953, meldt de bijbehorende informatie. Wacht even: 1953? Klopt dat wel? Daar wil ik meer van weten. Het verhaal is snel duidelijk. Het is een replica van het beroemde Bentley-model uit 1930, destijds door koetswerkspecialist Gurney Nutting van een opvallende coupéachtige carrosserie voorzien. Het gespecialiseerde bedrijf Racing Green bouwde de wagen nauwgezet na in '53, compleet met een toen moderne Rolls-Royce motor. De oorspronkelijke auto staat bekend als The Blue Train, naar het verhaal over een weddenschap in maart 1930. Bentley-topman en racelegende Woolf Barnato beweerde dat zijn Bentley Speed Six sneller zou zijn dan de supersnelle Franse Train Bleu. Honderd pond zette hij in bij een weddenschap, een vermogen. Hij won: de auto was inderdaad een stuk sneller dan de trein op het traject van Zuid-Frankrijk naar Calais. Van die weddenschap is een beroemd schilderij gemaakt waarop de Bentley en de trein beide staan afgebeeld. Het is één van de anekdotes in de autowereld die een eigen leven zijn gaan leiden, want later bleek dat Barnato weliswaar met een Speed Six had gereden, maar eentje met een veel minder spectaculair uiterlijk. Boven was de strijd eerder al eens aangegaan met een Rover. Niettemin blijft de Blue Train-Bentley een begrip. Zozeer, dat een reconstructie uit de jaren vijftig intussen een klassieker is geworden. Voor deze indrukwekkende auto vraagt Aaldering een kleine 430.000 euro. Bij ons thuis heet dat BB. Boven budget. Bovendien is het slechts een driezitter. Achter de voorstoelen staat een derde zitplaats dwars op de rijrichting. Wie zo'n auto wil, vindt dit vast gezeur.

 

Reconstructie (uit 1953) van de befaamde Bentley Blue Train.

Links: onder de kap ligt een Rolls-Royce motor uit de jaren vijftig. Rechts: de auto heeft drie zitplaatsen.

Op verzoek van de toenmalige klant werd gekozen voor de kleur blauw.

Uit ongeveer dezelfde periode, maar dan wel origineel: de SS Jaguar 100.

Zes ton
Iets minder extravagant, maar nog waardevoller dan de Bentley, is een Aston Martin DB4, minstens zo Brits. Ik kan kiezen tussen een versie met rechts en links stuur. De voor Nederland toch wat handiger variant is ruim 35 mille duurder, maar een stuk exclusiever. De documentatie vermeldt dat er slechts 45 zijn gemaakt met het stuur links. Voor wie zes ton kan neertellen voor zo'n sportwagen, is een paar tienduizend euro waarschijnlijk geen probleem. Afgezien van de Alfa en een Ferrari 365 GTB/4 Daytona van ruim driekwart miljoen zijn dit de duurste modellen in de showroom. Voor heel wat minder kun je hier ook terecht. Blijf je bij Engels, kijk dan eens naar de Rolls-Royce Silver Cloud III H.J. Mulliner Park Ward Drophead coupé. Alleen de naam rechtvaardigt al bijna de vraagprijs van net geen 370.000 euro. Is ook dat nog BB, dan komt wellicht een Jensen in het vizier. Je kunt kiezen uit de klassiekere 541S uit 1961 of de Interceptor. Prijzen: tussen 60.000 en 75.000 euro. In die prijscategorie kun je trouwens ook een Ferrari uitzoeken, al heb je dan niet het type waarmee je in kennerskringen veel bewondering afdwingt. Voor zo'n elegante 330 GT 2+2 moet je heel wat dieper in de buidel tasten. Dat geldt ook voor een klassieke Maserati. Bij de Gallery hoef je niet de eerste de beste te nemen. Er is keus te over.
 

Een werkelijk prachtige Aston Martin DB4.

Er staan er twee: wil je er één met rechts of met links stuur?

Voor een Jensen betaal je een stuk minder.

De 541S is bepaald een exclusief model.

De Interceptor is een bekende verschijning met zijn reusachtige glazen achterklep.

Voor 369.500 euro heb je een Rolls-Royce Silver Cloud III H.J. Mulliner Park Ward Drophead coupé.

Zo'n Ferrari 365 GTB/4 Daytona kost al gauw ruim driekwart miljoen.

Voor nog geen drie ton mag je deze 330GT meenemen.  

Franse types
Er zijn verscheidene bezoekers vandaag. Ik gok erop dat een belangrijk deel tot de groep kijkers/liefhebbers behoort. Drie heren voeren niettemin een serieus gesprek over een mogelijke inruil. Ze hebben nog geen keus gemaakt wat het moet worden. Ik zou het - denk ik - wel weten. Buiten staat een alleraardigste NSU Prinz Coupé en in de kelder staan wat Franse types. Iets dergelijks spreekt me eerlijk gezegd meer aan dan de exotische merken. Het showstuk is wat mij betreft een Simca 9 Sport, waarvan de elegante carrosserie verraadt door een Italiaanse stilist getekend te zijn. Pininfarina in dit geval. De vorm is tijdloos mooi. Destijds, vermeldt de informatie, was de auto duurder dan een Porsche. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Een halve ton moet-ie opbrengen. Voor iets meer heb je een Peugeot 404 cabriolet. Maar de meeste uitstraling heeft misschien nog wel een grijze 403 cabriolet. Die ziet er stukken beter uit dan een vergelijkbaar model van inspecteur Columbo van de gelijknamige televisieserie. De Peugeot is 61 jaar in gebruik geweest bij een Zwitserse dame. Ze kreeg als jonge vrouw de auto van haar vader. Restauratie was niet nodig, alleen is het lakwerk opnieuw gedaan. Van de 2000 die er ooit zijn gemaakt, is nog maar een handjevol over. Hiermee vergeleken is een Mercedes of Porsche veel minder exclusief.
 

Net binnen uit Zwitserland: een NSU Sportprinz. Alsof-ie zo van de fabriek komt.  

Een Peugeot 404 cabriolet uit 1968. Zes jaar jonger dan het model hieronder.  

In 1962 had de 404 cabrio nog geen extra lampen in de grille en ronde richtingaanwijzers.  

Voor wie liever een vast dak heeft, is er een 404 Coupé, net als de cabrio een ontwerp van Pininfarina.  

61 jaar lang was deze 403 cabriolet bij één eigenaar, een Zwitserse dame.   

Nico Aaldering en de 403 Cabriolet 'van een oud vrouwtje' .   

Destijds duurder dan een Porsche: een Simca 9 Sport.   

Amerika
Aaldering en zoon halen hun auto's overal vandaan: we kwamen als langs de Alfa uit Zweden en de Peugeot uit Zwitserland. Veel auto's komen uit Amerika. Met name de zuidelijke staten hebben een autovriendelijk klimaat. Het zijn zeker niet alleen Amerikaanse modellen als de Corvette of Mustang die hier naar toe komen. Ook Volkswagen Kevers maken voor de tweede keer een oversteek, terug naar hun geboortecontinent. Ik zie een fraaie cabriolet uit 1958, waarvan de koplampen tonen dat het geen Europese uitvoering is. Bij een veel jongere van 1978 zie je het aan de bumpers en de richtingaanwijzers die ook aan de zijkanten oranje zijn.
Amerika was ook de eerste bestemming van een tweetal Porsches 356, een coupé en cabriolet. Ze werden in de vijftig geleverd aan de befaamde dealer/importeur Hoffman in New York, de ene in 1953, de andere een jaartje later. Ze hebben een geknikte voorruit zonder tussenspijl. Dat maakt ze voor de echte kenner aantrekkelijk. Opvallend is verder de geringe spoorbreedte, waardoor de carrosserie over de wielen lijkt te zijn gevallen. Het tekent de opzet en het ontwerp van de eerste Porsches. Wie kon destijds vermoeden dat je er nu wel bijna drie ton voor moet neerleggen om 'm in de eigen garage te kunnen stallen?
Als afsluiting van het bezoek maak ik nog een rondje om het pand. Buiten staan nog wat alleraardigste modellen in de hete zon te bakken. Ze kunnen er vast tegen. Beter dan ik. Ik ga snel naar mijn auto, in de wetenschap dat die minder exclusief, minder spraakmakend, minder charismatisch, minder waardevol maar waarschijnlijk wel een stuk comfortabeler is dan al het moois dat ik afgelopen uren heb bekeken. Je mist toch al heel gauw de airco. Sorry Nico en Nick, voor mij blijft het vooralsnog bij kijken.
 

Populaire Amerikaanse klassiekers: een Ford Mustang en Chevrolet Corvette.

Een Corvette Sting Ray model 1966; voor een kleine 70.000 mag je 'm meenemen.

Deze Volkswagen 1303 Cabriolet komt ook uit Amerika en heeft de oceaan voor de tweede keer overgestoken.

De schokabsorberende bumpers en de richtingaanwijzers duiden op een US-uitvoering.

Ook deze Kever is destijds in Amerika afgeleverd. De bumpers en koplampen verschillen van de Europese versie.

Deze Porsche 356 met eendelige voorruit is ook afkomstig uit Amerika.

Een Porsche 912, minder in trek dan een 911, maar dit is wel een Targa met neerklapbare achterruit.

Beide MG's - een MG C en MG B - hebben 3 ruitenwissers: kenmerk van de Amerikaanse versie.

Een vierdeurs coupé is modern, maar Rover kwam er jaren geleden al mee.

Meestal zie je de 3,5 Litre versie; dit is de oudere 3 liter.

Pure nostalgie: een Volkswagen Karmann-Ghia. 

Een Fiat 600 werd in Abarth-stijl geheel opgeknapt en raceklaar gemaakt. Vraagprijs: 23.000 euro. 

De Renault 12 Gordini (1972) heeft Aaldering uit Zwitserland gehaald. Op de teller staat nog geen 100.000 km.

Een bijzondere Nederlandse auto tot slot: een Gatso, gebouwd door rallyrijder Maus Gatsonides.

Gerelateerde webpagina:
Bezoek aan The Gallery in juli 2008